Gezinsvorming, een geloofszaak (1)
Vanuit de huisartsenpraktijk
Was het niet een beetje overdreven gesteld in het vorige artiicel, toen ik opmerkte, dat gezinsvorming in de eerste plaats een geloofsvraagstuk is, en dat pas na een persoonlijke beslissing - met of zonder pastorale leiding - al dan niet medische hulp ingeschakeld kan worden?
Zitten aan deze hele problematiek niet teveel medische haken en ogen om daar als predikant een goede vraagbaak te kunnen zijn? Loopt een dominee bij gebrek aan medische kennis niet een groot gevaar foutieve adviezen te geven aan echtparen in nood? Als de dokter zegt dat van verdere gezinsuitbreiding moet worden afgezien, durf je daar als dominee bezwaar tegen aan te tekenen?
Het lijkt allemaal een nogal hachelijke onderneming, en toch ben ik er van overtuigd dat met een redelijke dosis nuchter verstand menige dominee het merendeel van deze problemen kan doorzien en helpen oplossen.
Laten we bij elke probleemstelling op dit gebied ons afvragen: wat zijn de motieven en wat zijn de argumenten, zowel van het echtpaar als van de dokter? Zijn ze van puur medische aard (lichamelijke onvolkomenheden) of van ideologische aard (ideale gezinsgrootte naar eigen smaak)? Nu lopen de diverse zaken nogal eens dooreen. De medicus geeft nogal eens adviezen van ideologische, althans niet-medische aard. Soms worden ook medische argumenten gebruikt om andere minder zuivere motieven toe te dekken, bijv. de vrouw die vindt dat haar gezin voltooid is, maar dat niet hardop durft te zeggen, en daarom maar zegt dat haar dokter haar heeft geadviseerd geen kinderen meer te krijgen in verband met haar 'zwakke rug', of een andere minder goed controleerbare aandoening.
We zullen een goede neus moeten hebben voor de zuiverheid van de argumenten. Aan de andere kant kunnen met teveel eigengereidheid van de kant van het echtpaar of de predikant ongeoorloofde medische risico's worden genomen. Onlangs kwam ik in aanraking met zo'n geval.
Een vrouw belde mij op en vertelde mij haar probleem. Zij had nu vier kinderen, de eerste drie waren via de keizersnede ter wereld gekomen. Toen de vierde in aantocht was, werd uiteraard weer gerekend op een keizersnede. Er zou dan in verband met het viervoudige litteken in de baarmoeder en de risico's die dat met zich meebrengt in de toekomst, gelijktijdig - onder dezelfde narcose - worden overgegaan tot sterilisatie. Er gebeurde echter een klein medisch wonder: het vierde kind kwam via de natuurlijke weg, zij het met geforceerde medische kunstgrepen, ter wereld. De vrouw werd derhalve niet onder narcose gebracht en de sterilisatie vond niet plaats. De dag na de bevalling raakte ze echter in shock wegens overmatig bloedverlies, hetgeen ook wel weer behandeld kon worden. Het probleem is duidelijk. De vrouw zou bij elke volgende zwangerschap weer de nodige risico's lopen, puur medisch. Ze heeft een baarmoeder met een driedubbel litteken, een zwakke plek die gemakkelijk kan leiden tot een scheur in de baarmoederwand, een levensbedreigende zaak voor haarzelf. De vierde bevalling leidde zover nog niet, doch er waren toch duidelijk tekenen in die richting. Daar zaten ze nu als echtpaar, met alsnog het advies van de dokter, dat de vrouw zich moest laten steriliseren. De dankbaarheid overheerste echter en ze durfden zelf de beslissing niet direkt te nemen.
Zodoende zochten ze steun bij hun predikant. Deze vond sterilisatie in hun geval echt niet geoorloofd, want (let nu op zijn argumentatie!) als haar man zou overlijden of ze een kind zou verliezen, dan zou ze spijt krijgen van haar definitieve beslissing.
U ziet hoe hier de zaken door elkaar gegooid worden. Hier gaat het om puur medische, puur lichamelijke risico's, die blijven bestaan ook bij een onverhoopt overlijden van man of kind. De kans op een baarmoederscheur blijft bestaan!
De dominee had hier de motieven hun juiste plaats niet gegeven. Deze vrouw had er eigenlijk nu al spijt van ('ze was dol op kinderen'), dat deze ingreep moest plaatsvinden. Ze vond het anderzijds onverantwoord t.a.v. haar eigen leven en t.a.v. haar man en vier kinderen om zulke grote risico's te nemen ten behoeve van verdere gezinsuitbreiding.
Ik heb haar dan ook geadviseerd het advies van haar dokter op te volgen en niet dat van haar dominee.
In het vorige artikel heb ik de dominee en de dokter vergeleken met de chauffeur en de monteur. In het bovengenoemde geval wilde de dominee gaan chaufferen in een defecte auto, met levensgevaarlijke defecten zelfs (te vergelijken met een scheur in de stuurkolom, die kan leiden tot een fatale breuk). Dit kan en mag volgens mij niet.
Anderzijds houdt ook de monteur (de dokter) zich lang niet altijd op zijn eigen terrein. Hij beweegt zich menigmaal op het bestuurderspad en berijdt soms - of vaak - te vroeg doodlopende wegen. En die onderscheiding zullen een echtpaar en de dominee moeten kunnen maken. Hield de dokter zich op zijn eigen, puur medische, gebied of ging hij zijn boekje te buiten, al dan niet gebruikmakend van zijn autoriteit? Dat is steeds weer de vraag.
Als deze vraag beantwoord kan worden, en dat is in de meeste gevallen niet zo erg moeilijk, dan komt de meerderheid van de echtparen, d.w.z. de echtparen zonder enig medisch probleem, voor de vraag te staan hoe met de hun geschonken vruchtbaarheid moet worden omgegaan.
Als er, zoals in de vorige artikelen, wordt gesteld dat iedereen bij huidige kennis van zaken een grote persoonlijke verantwoordelijkheid heeft, dat vruchtbaarheidsbeheersing een opdracht is, een opdracht die begint bij het eigen huwelijk, dan zijn er velen geneigd dit zodanig uit te leggen en in de praktijk te brengen zoals hen dat zelf het best uitkomt. Als de mens meer greep op bepaalde zaken krijgt, denkt hij maar al te gauw dit naar eigen goeddunken te kunnen gebruiken of misbruiken. Ook bij gezinsvorming zijn velen onder ons afgegleden naar puur egoïstisch handelen. Allerlei financiële, materiële, privé-en zaken-belangen hebben de grootte van menig kerkelijk gezin sterk beperkt. Ook in dezen is de mens geneigd tot zonde, dat is voorbijgaan aan datgene wat God bedoeld had met de gaven die Hij, ook in de vruchtbaarheid, geschonken heeft.
Het zijn veelal dit soort zaken die ook binnen de kerk de gezinsgrootte mede bepalen. Medische factoren zijn hier ver in de minderheid. En daarom is er meer aandacht van de kant van de geestelijke leiding dringend gewenst. Egoïstische tendenzen bij menig echtpaar dienen gesignaleerd te worden én veroordeeld. Moet het krijgen van kinderen, temidden van deze wereld met haar kuddediermentaliteit, niet veel positiever gewaardeerd worden, ook vanaf de kansel? Voor de wereld zijn kinderen vaak niet meer dan iets, wat er nu éénmaal hoort, een sociale 'must', de meubelstukken van het huwelijk, een vorm van zelfbevrediging.
Voor de christen betekenen kinderen toch veel meer: een gave van God, maar ook een verlengstuk van henzelf ('de volgende generatie, die doorgaat waar ik ophoud'). Een diepchristelijke notie is hier: het leven van geslacht tot geslacht, en wat meer is: de voortgang en volmaking van het koninkrijk van God. Daarom is gezinsvorming een geloofszaak. We kunnen er God mee dienen.
Het beschikbaar zijn van vele middelen en de paraatheid van veel kennis op het gebied van de vruchtbaarheid doen hier niets aan af, integendeel: de keus tussen God dienen en God niet dienen moet bewuster gemaakt worden, en daarom worden alle beslissingen juist nóg méér geloofsbeslissingen. Verantwoordelijkheid is: antwoord geven aan God, die niet straks op de jongste dag, maar nu reeds vraagt: 'Mijn zoon, mijn dochter, wat heb je met deze gaven, met deze talenten gedaan?'.
Vruchtbaarheid is toch een gave, of niet? Geldt de zegen die daarin gelegen is alleen voor de eerste twee kinderen? Is grote vruchtbaarheid daarna opeens een handicap?
We hoeven de stroom van kinderzegeningen niet als een waterval over ons heen te laten komen, dat hebben we in de vorige artikelen gezien, we hebben de plicht ons verstand te gebruiken. Maar mogen we anderzijds een brede stroom van zegeningen naar eigen goeddunken op ieder willekeurig moment definitief indammen? Dat zou zonde zijn, ook zonde voor God. Zonde is ook in deze: het doel missen dat God stelde. En nu zal ieder zich moeten afvragen wat Gods wil is inzake de kinderzegen. Niemand zal een briefje thuisbezorgd krijgen waarop geschreven staat dat het Gods wil is 3 of 10 kinderen te krijgend Zo zwart-wit ligt het niet. In détail kunnen we Gods wil niet aanschouwen, maar zijn er dan helemaal geen grove aanwijzingen, geen vage contouren van Gods bedoelingen met ons gezin?
Zou een grote vruchtbaarheid er op kunnen duiden, dat we ons met een gering kindertal tevreden mogen stellen? Me dunkt van niet. Ik geloof dat dat toch wel degelijk betekent dat God ons in tegenstelling tot anderen een speciale taak heeft gegeven. Als er dan redenen zijn, om drastisch in te grijpen, zullen dat ook verantwoorde redenen moeten zijn. Het zijn binnen de kerk maar al te vaak puur wereldgelijkvormige motieven. Laten we er de volgende keer een paar noemen en ontzenuwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's