De bisschoppensynode
31 januari, een paar dagen later dan men oorspronkelijk had gepland, eindigde te Rome de bijzondere synode die paus Johannes Paulus II had belegd, om samen met de zeven Nederlandse bisschoppen, waaronder ook kardinaal Willebrands, te beraadslagen over de bijzondere en moeilijke omstandigheden waarin de Nederlandse roomse kerkprovincie is komen te verkeren.
Vertraagde synode
31 januari, een paar dagen later dan men oorspronkelijk had gepland, eindigde te Rome de bijzondere synode die paus Johannes Paulus II had belegd, om samen met de zeven Nederlandse bisschoppen, waaronder ook kardinaal Willebrands, te beraadslagen over de bijzondere en moeilijke omstandigheden waarin de Nederlandse roomse kerkprovincie is komen te verkeren.
Het was al lang geen geheim meer dat de verdeeldheid en spanning die er in de roomse kerk in ons land bestaan ook waren binnengedrongen in het college der bisschoppen, waarin Simonis van Rotterdam en nog meer Gijsen van Roermond de oude roomse koers willen aanhouden, terwijl de andere bisschoppen, de een meer en de ander minder, mogelijk onder druk vanuit bepaalde groepen in de samenleving, een veel gematigder koers verkiezen of zelfs voor een deel meegaan met wat zich als een 'vernieuwingsbeweging' aandient.
De nog niet zo lang aan het roer van het schip der rooms-katholieke kerk staande paus, die een energiek man is, had de bisschoppen, men mag wel zeggen, naar Rome 'ontboden', om het een en ander eens door te praten.
Dat is nu geschied! Evenwel niet in een open sfeer, maar op de typisch oud-roomse wijze van heel veel geheimhouding. Wat er precies gezegd is, laat zich slechts raden. De zaken zijn in elk geval wat moeizamer tot stand gekomen dan men aanvankelijk verwachtte, getuige het feit dat men binnen de gestelde tijd niet kon klaar komen.
Het is vooral deze geheimhouding die de oorzaak is van ettelijke speculaties. Sommigen zeggen: de bisschoppen zullen zich wel als leeuwen geweerd hebben, maar hebben tenslotte toch tegenover de paus het hoofd in de schoot gelegd. Anderen menen daarentegen dat zij slap zijn geweest.
Evaluatie
In elk geval, er is een stroom van reacties losgekomen. Nu de bisschoppen zijn teruggekeerd, en ook de 'besluiten' zijn gepubliceerd vindt men de synode niet alleen in roomse maar ook in protestantse bladen vermeld en voorzien van een aantal prognoses en gissingen omtrent de wijze waarop het nu verder in de roomse kerk in ons land en in de oecumene gaan zal.
Hervormd Nederland
Eerst iets over de reacties. Hervormd Nederland van 9 februari jl. vermeldt een interview van Kees Waagmeester met prof. Berkhof, de voorzitter van de Nederlandse Raad van Kerken.
De synode wordt door hem een ramp genoemd. 'Want wij gaan een ijskoude winter tegemoet'. Met die ijskoude winter bedoelt Berkhof natuurlijk het toekomstig klimaat voor de verhoudingen Rome-Reformatie. Het is duidelijk dat Berkhof zonder meer partij kiest voor de progressieve groepen en personen in de roomse kerk. Wat medelijdend spreekt hij, alsof deze nu toch echt wel in de verdrukking zijn gekomen. Hij wendt voor te spreken 'als man van de reformatie', maar van een waarlijk reformatorisch geluid is niets in dit interview te bemerken, ik zou willen zeggen: eerder het tegendeel!
In hetzelfde nummer van Hervormd Nederland troffen wij ook een artikel aan van de roomse dr. A. F. Lascaris, prior van het dominicanenklooster te Huissen, en redactiesecretaris van het weekblad De Bazuin.
Boven het artikel van Lascaris staat 'Gezag door synode tot afgod gemaakt'. Daarmee is goed weergegeven de hele teneur van zijn stuk. Lascaris hoopt er op dat het roomse volk zal kiezen voor de 'ongehoorzaamheid'. Aan het slot van zijn artikel zegt hij: 'Bij de mis van de paus met de journalisten werd het zesde couplet van het Wilhelmus gezongen. Aan de woorden van dat rebelse lied moeten wij vasthouden, zodat inderdaad de tyrannie zal verdwijnen die ons hart doorwondt.’
Exemplarisch gedrag
Als deze wens van Lascaris in vervulling zal gaan, staat de bisschoppen nog heel wat te wachten. Dan is de eigenlijke vuurproef nog niet eens begonnen. Of het echter zo'n vaart zal lopen staat nog te bezien. Hoe groot de groep in de roomse kerk is die door Lascaris zich vertegenwoordigd weet, is moeilijk te schatten, maar het lijkt ons dat er nog een hele massa gewoon rooms kerkvolk is dat, als het er op aankomt, niet voor Lascaris en de zijnen maar voor de paus en voor Rome kiest. In dat opzicht kon hetgeen de bisschoppen hebben gedaan weleens exemplarisch zijn geweest voor hetgeen dit roomse kerkvolk doet wanneer het voor een ogenblikkelijke keus wordt gesteld. De bisschoppen hebben zich weer in het gelid laten plaatsen en zo zal, naar wij veronderstellen, het met de massa van het kerkvolk ook wel gaan. De radikalen konden weleens meer in het isolement gedreven worden dan zij nu onder ogen willen zien.
Gereformeerd Weekblad
Een weer wat andere reaktie kwamen wij tegen in het Gereformeerd Weekblad (Kok, Kampen), het nummer van 8 febr. jl. Daarin is over de bisschoppensynode geschreven door dr. H. J. Kouwenhoven. Bitter wordt in dit artikel opgemerkt: 'Bisschop Gijsen kan vanuit Roermond zijn mondje blijven roeren, ongestraft en onvervaard'. Ongeveer aan het eind van zijn artikel lees ik deze zin: 'Mijn indruk is, dat allerlei r.k. priesters en leken - om me voor deze keer bij deze terminologie aan te sluiten - zich niet alleen niet meer wensen te laten wegduwen in hun hok, maar vooral zich niet meer laten afnemen wat zij aan bevrijding door het evangelie hebben ontvangen'. Dit is dan de stem van een (kerkelijk) Gereformeerde. Ook zijn keus is niet onduidelijk. Hij constateert bij de progressieven een 'bevrijding door het evangelie', en zijn verwachting is dat zij zich niet meer zullen laten terugduwen in het oude hok van een roomse kerk zoals de huidige paus wil.
Na deze drie stemmen te hebben gehoord, die van een Hervormde, die van een Roomse en die van een Gereformeerde, zal het ieder duidelijk zijn dat zij stuk voor stuk het opnemen voor de roomse radikalen in ons land, die in alle dingen zich 'links' opstellen, rebelleren tegen het oude gezag der kerk, en waarlijk niet alleen daartegen, en dus ook partij kiezen tegen de paus, tegen de curie en, als de bisschoppen van Nederland zich met paus en curie conformeren, ook tegen hen.
Wij willen hier eens naast plaatsen, hoe wijzelf tegen deze zaak aankijken.
Kil klimaat
Wie zelf de moeite neemt om de lange Besluitenlijst van 46 punten, plus een voorafgaande Inleiding en een aantal Aanvullende Regelingen aan het slot, door te nemen, voelt zich gebracht in het kille klimaat van gebod op gebod en regel op regel. Geestelijke noties komen er maar weinig in voor. Een paar bijbelteksten slechts, en dan nog ter ondersteuning van de machtsaanspraken van de paus en van de ganse hiërarchie. En verder in de Inleiding nog een paar teksten die refereren aan wat de Schrift zegt over de 'gemeenschap', de communio, het thema van de Synode. Vele malen vaker worden uitspraken geciteerd uit de stukken van Vaticanum II en andere roomse documenten. O wat is Rome toch arm! Wat functioneert de Schrift daar weinig, of moet ik misschien zeggen: in het geheel niet?
De klok terug
Maar goed, wie zich door dit stuk heenworstelt, ontdekt dat de klok inderdaad behoorlijk wordt teruggezet, althans voor de Nederlandse roomsen. Aan gehuwde priesters zal men voorlopig niet meer behoeven te denken. De opleiding van priesters zal voortaan weer in seminaries plaatsvinden; daar heeft men de zaak meer in de hand dan aan de veel opener universiteiten. Ten aanzien van de moraal worden de banden strakker aangehaald. Van een toegeven aan de wens van homofielen b.v. is geen sprake. Vrouwen in het priesterambt kan men wel vergeten.
En ook over de geloofsleer werd het een en ander gezegd. Al in de Inleiding staat dat de bisschoppen hun hartelijke instemming hebben betuigd met de roomse geloofsleer en de hiërarchische inrichting van de roomse kerk. Op beide was nog al wat afgedongen in Nederland in de laatste jaren. Men speelde wat met de idee van de kerk als 'het volk Gods', waarin de hiërarchie wat gematigder te voorschijn kwam, en waarin de 'leek' wat meer kansen werden geboden.. In de Besluitenlijst der bisschoppen is deze idee geheel op de achtergrond getreden. Het is de hiërarchie voor en de hiërarchie na, typisch oud-rooms!
Openbaring en ervaring
Er wordt ook nadruk gelegd op de Openbaring, en dus niet een uitgangspunt gekozen in de ervaring, ja dat laatste wordt zelfs met zoveel woorden afgewezen. Ieder die een beetje thuis is op het terrein van de theologie kan weten dat hiermee een knoop is doorgehakt, want het uitgaan van de religieuze ervaring is een kenmerk van het neo-modernisme, ook op rooms erf.
Nu zou dat laatste voor ons, als wij reformatorische christenen zijn, niet zo moeilijk te accepteren zijn. Het uitgaan van de ervaring is zeker niet reformatorisch. Ook wij wensen uit te gaan van Gods Openbaring! Wat dat betreft kunnen wij voor een moment aan de kant van de paus gaan staan en dat is, op het ogenblik, dus ook de kant van de Nederlandse bisschoppen. Alleen, het is maar voor een moment. Wat zo mooi gezegd wordt over de Openbaring als bron van het geloof, wordt even later, in deze zelfde Besluitenlijst, voor een goed deel ongedaan gemaakt, nl. daar waar verwezen wordt naar de traditie en het leergezag. Dan stelt Rome zich weer eens voor de zoveelste keer boven de Heilige Schrift.
Geen partij kiezen
Wanneer wij enerzijds deze Vaticaanse Besluitenlijst lezen en anderzijds de zeer kritische reakties daarop van allerlei progressieve en neomodernistische lieden in ons land, dan ervaren wij dat wij noch voor de ene noch voor de andere partij kunnen kiezen.
Machtspolitiek
Had Rome gesproken zoals het behoort te spreken, naar het Woord van God, en naar hetgeen de kerk der eeuwen in gehoorzaamheid daaraan beleden heeft, dan had het een heel ander geluid doen horen dan nu het geval is.
Nu zijn wij weer opnieuw getuige van een staaltje van machtspolitiek. De paus heeft zich weer eens extra laten gelden. En de curie eveneens. In navolging van paus en curie zullen de Nederlandse bisschoppen het ook moeten doen. En in hun navolging allen die een ambt in deze kerk hebben. Ook al hebben de bisschoppen in bepaalde opzichten gelijk, en al staan ook wij uiterst kritisch tegenover al diegenen die zo hard schreeuwen over de rechten van de homofielen, en over het recht van de vrouw om tot de ambten te worden toegelaten, en die geheel kiezen voor een ervarings-theologie, wij zien dat het wapen dat zij in de hand nemen allerminst het Woord des Heeren is maar gewoon de botte macht. Rome schijnt zich nooit anders te kunnen handhaven dan door middel van machtsvertoon.
Geen alternatief
Maar maken de critici op deze bisschoppensynode het zoveel beter? Geen der drie reeds genoemde critici, dus noch de Hervormde Berkhof noch de roomse Lascaris noch de Gereformeerde Kouwenhoven gewaagt ook maar met een enkel woord over het gezag van het Woord Gods waaraan alles beoordeeld dient te worden. Geen van hen biedt het ware alternatief. Berkhof moge zich een 'man van de reformatie' noemen, op dit punt is hij het in elk geval niet. En Kouwenhoven moge spreken van 'bevrijding door het evangelie', wij kennen dergelijk kreten, deze vrijheid staat kennelijk geheel los van de gebondenheid aan het Woord Gods, want daar zwijgt hij over.
Na deze bisschoppensynode en al wat daaruit geresulteerd is en na ook gehoord te hebben bovengenoemde reakties daarop van degenen die de partij kiezen voor hen die verzet bieden tegen het oude Rome, moeten wij zeggen: bij geen van beide voelen wij ons thuis, en geen van beide biedt, naar ons oordeel, de juiste weg.
Het perspectief
Het machtsvertoon van Rome zal moeilijk stand kunnen houden. Tyrannie houdt het op de duur niet uit. Niet dat wij alle tucht willen afschrijven, zeker niet, maar tucht in de kerk is iets anders dan de ander doen buigen onder persoonlijk gezag ook al wordt het ambtelijk versierd.
Omgekeerd, het verzet tegen het oude Rome biedt ook geen perspectief. Het leidt tot een prijsgeven van zelfs de meest centrale stukken van het christelijk geloof, en het is gevaarlijk zowel voor het hele volk als voor de kerk. En ten derde, de critici die wij aan het woord lieten komen, waaronder er twee zijn die als lid van een reformatorische kerk een betie geluid zouden hebben moeten laten horen, hebben ook gefaald. Want geen van hen zegt: Dit zegt 's Heeren Woord, zij noemen het zelfs niet eens, zij kiezen alleen maar tegen het oude Rome, en meer niet.
In de dagen van Jesaja, toen Juda tot diep verval was gekomen, liepen de mensen her en der om voorlichting, om raad, om een woord dat hun de richting zou kunnen wijzen. Zij zochten het overal, behalve op die plaats waar het te vinden was. Zij liepen Hém voorbij, die als Enige raad kon geven. En toen sprak Jesaja de treffende woorden, die ook heden nog ten volle van kracht zijn, in alle omstandigheden van het leven, en dus ook in alles wat er gaande is in het kerkelijke leven - , déze woorden: 'Tot de wet en tot de getuigenis! Zo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben' (Jes. 8 : 20).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's