Lange broeken en gedekte hoofden (6)
Pastorale overwegingen
De apostel gaat nu ook in het vervolg van 1 Korinthe 11 een nadere toelichting en uitwerking geven voor de kleding, met name de hoofdtooi van de vrouw. Opvallend is, dat hij niet meteen, betweterig, hooghartig een verplicht onderscheid in kleding tussen man en vrouw oplegt, maar eerst wijst op het verschil, dat God Zelf heeft gesteld bij de schepping; hij spreekt vanuit de in de Heere Jezus gegeven verhouding.
Betamelijke lof
De gemeente van Korinthe kan het tot lof worden aangerekend, dat in haar midden de door Paulus gegeven inzettingen worden betracht. Die inzettingen waren niet van Paulus als auteur dus afkomstig. Hij gaf deze ook maar door. Nu kennen we het woord 'inzettingen' wel, want de Heere Jezus spreekt wel over de inzettingen der ouden, zoals de Joodse rabbijnen deze hadden opgesteld en onderhielden. U zult begrijpen, dat de apostel de gemeente niet onder de druk van wettische voorschriften wilde brengen. Te goed had hijzelf geleerd hoe groot gevaar daardoor ontstond voor het evangelie van vrije genade en voor de behoudenis van de zondaar. In de tijd van Paulus was het Nieuwe Testament er nog niet. Voorzover het zou gaan om de bijbelse regels, ging het dus om de boodschap van het Oude Testament. Deze is, vervuld in de Heere Jezus, inhoud van de prediking van de apostelen. De gemeente van Korinthe is hierin te prijzen, dat zij leeft bij het geopenbaarde Woord Gods, ook op de praktijk van het leven, beter, op die der godzaligheid gericht.
En onder ons?
Beslissend voor u en mij, wil de prediking vrucht dragen, wil er godvruchtig avondmaal gevierd worden, is het waarachtig geloof. Maar ik meen te mogen zeggen, dat ieder, die dat geloof deelachtig is, niets liever wil, dan bij en naar de Schrift te leven. Hoe langer hoe minder storen we ons aan wat mensen zeggen, al kunnen we vooral in het begin van het nieuwe leven, maar ook verder, nog heel wat door mensenvrees geplaagd worden. Als zelfs de dichter nog bidt 'verlos mij van des mensen overlast', dan is dat ook de ware gelovigen niet vreemd. Maar we worden in de goede zin van het woord kritisch. Steeds meer leren we onderscheiden tussen wat de Heere zegt en menselijke instellingen. Alleen, wanneer de Heere de eerste plaats in ons leven heeft, zullen we ook in de omgang met anderen voorzichtig zijn. Dan kan het zijn, dat we in bepaalde handelingen geen kwaad kunnen zien voor onszelf maar toch deze nalaten om anderen niet te bezeren. Denk maar eens aan wat Paulus schrijft over een ondergeschikte kwestie van vlees eten. Hij wenste zijn broeder geen ergernis te geven. Dat betekent niet een angstig-slaafse onderwerping aan of navolging van anderen. Het geeft aan hoe we in de gemeente in liefde met elkander mogen omgaan.
Dat geldt ook voor het ‘gedekte hoofd’
De apostel gaat nu ook in het vervolg van 1 Korinthe 11 een nadere toelichting en uitwerking geven voor de kleding, met name de hoofdtooi van de vrouw. Opvallend is, dat hij niet meteen, betweterig, hooghartig een verplicht onderscheid in kleding tussen man en vrouw oplegt, maar eerst wijst op het verschil, dat God Zelf heeft gesteld bij de schepping; hij spreekt vanuit de in de Heere Jezus gegeven verhouding. Het is dwaas te denken of te doen, alsof de komst van Christus alles heeft gewijzigd. Het Nieuwe Testament betekent geen radikale opruiming van het Oude, alsof dat zou hebben afgedaan. De lijn is die van het hoofd-zijn, achtereenvolgens in Christus, in de man en in God te aanschouwen. Wie in en door de Zaligmaker is vrijgemaakt van de zonde, van de dienstbaarheid der wet, heeft niet te menen: 'aan gewoonten stoor ik me niet, ik doe fijn, waar ik zin in heb'. De eerbaarheid van het samenkomen en het leven van de christelijke gemeente is een groot goed, en dat heeft alles te maken met het geloof in de Heere Jezus. Dan lopen de lijnen door tot in het gedrag en de kleding. God is het Hoofd van allen en alles. Christus is de Zaligmaker en regeert koninklijk Zijn gemeente. De man is het eerste door God geschapen en met hem behaagde het de Heere het verbond op te richten. En de vrouw is genomen uit de man, wat niets te maken heeft met slavin-zijn, met een minderwaardige positie. Integendeel, hier is een stuk scheppingsordening die juist vanuit Gods herscheppende genade verstaan en betracht wordt. Maar daarover meer de volgende maal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's