De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gunst oneindig groot

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gunst oneindig groot

6 minuten leestijd

Vorige week plaatsten we in ons blad een in-memoriam over ir. G. B. Smit. Bijgaand plaatsen we de samenvatting van datgene, dat in de rouwdienst te Arnhem door ds. P. H. de Pree is gezegd. De heer Smit heeft jarenlang een belangrijk aandeel gehad in de uitgave van ons blad. We achten het verschuldigd te zijn aan zijn nagedachtenis om op dezelfde plaats, waar hij zelf verscheidene malen zijn pennevruchten plaatste, het laatste wat bij zijn heengaan is gezegd op te nemen. Redactie

Vorige week plaatsten we in ons blad een in-memoriam over ir. G. B. Smit. Bijgaand plaatsen we de samenvatting van datgene, dat in de rouwdienst te Arnhem door ds. P. H. de Pree is gezegd. De heer Smit heeft jarenlang een belangrijk aandeel gehad in de uitgave van ons blad. We achten het verschuldigd te zijn aan zijn nagedachtenis om op dezelfde plaats, waar hij zelf verscheidene malen zijn pennevruchten plaatste, het laatste wat bij zijn heengaan is gezegd op te nemen. 

Redactie


Want Gij, HEERE, zijt goed en gaarne vergevende en van grote goedertierenheid allen die U aanroepen. Psalm 86 : 5

Toen het met dit arme lichaam een verloren zaak was en de zwarte schaduw van de dood over onze broeder en vriend Smit ging vallen, was hij geen opgewekte christen. Hij was gehecht aan het tijdelijke leven, een genieter van aardse gaven. Eeuwigheid en oordeel jaagden hem schrik aan. Omdat hij streng en nederig was, godvrezend en oprecht, had hij aan vlotte vrome woorden niets. Hij had weet van de diepe onwaardigheid van een zondaar. Goede werken vele, ijver voor het ware geloof veel, maar hij vond het koud en veraf. Verlangend naar het echte, was hij de man van die psalm, ellendig en nooddruftig. Deze nood leert roepen, en wie echt honger heeft kan wel vragen. Al uiterst verzwakt kon hij de woorden stamelen: 'Zalig zijn die treuren, want zij zullen vertroost worden' en 'Wie U aanroept in de nood...' Het was niet moeilijk hem bij te staan, want er was méér.

Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Weet u waar er een licht voor hem opging? Gewoon in de kerkdienst. Soms, soms. Dan ging het Woord voor hem open in al zijn beminnenswaardigheid. Hoe levenslustig hij ook was, dan was één dag in dat huis hem meer dan duizend elders. Hij kon citeren uit een preek, zo diep en zo teder dat de prediker het niet herkende. U zult zeggen dat hij mee had zitten preken. Zeker. Maar als de Heere belooft dat onder de bediening van het Woord de bedauwing van de Geest zal komen, zou Hij dat dan niet gedaan hebben aan deze dorstige ziel? Zou dat te wonderlijk zijn? Nee toch?

De heer Smit als gemeentelid! Het is hem in zijn woonplaats vaak moeilijk gevallen, maar al die jaren door heeft hij de gemeente gedragen ondanks veel bezwaren. Er zijn wel mensen om kleinere dingen uit de kerk weggebleven. Wanneer er ook maar iets geestverwants te ontwaren viel, iets dat de waarheid inriep, dan kortbij dat opgetogen erkennen met de gave van de bewondering.

Er waren veel schijnbare tegenstellingen in hem. Een man van strakke principes, onkreukbaar, rechtlijnig, niet soepel, een steile bonder, en tegelijkertijd ruim en mild, het grote groot ziend en het kleine klein. Een streng gezicht en afgemeten houding, correct, stijfjes, maar daarachter ging een grote verlegenheid schuil, een vriendelijke, eenvoudige man, die hield van gezelligheid, vriendschap, een spelletje doen. Een secure, ongemakkelijke chef, over wie ze op zijn afdeling op de Kema ongetwijfeld anecdotes in huis hebben, en een vrijgezel-op-leeftijd die opfleurde wanneer tijdens zijn ziekte de buurkinderen bij hem kwamen of een mooie kaart voor hem hadden geschreven. Hij was niet zo eenzaam als men wel eens dacht: hij had veel goede vrienden, die hem trouw bleven bezoeken. En over eenvoud gesproken: een intellectueel, ingenieur en man van taalkundige gaven, maar als je afscheid nam na gebeden te hebben, zei hij eens: 'Dat doet mij toch zo goed, zo'n eenvoudig gebed.'

In zijn laatste nood had hij een kinderlijk verlangen naar bemoediging die niet van mensen komt. 'Die mijn woord hoort en gelooft Hem die Mij gezonden heeft...?'  (Johannes 5 : 24). Hóórt gij dat woord, Gerrit Bastiaan Smit? Geloofsbelijdenis opnieuw. Hoor: die heeft het eeuwige leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven. Toen hij streed met de laatste vijand, was het Jezus alleen bij wie leven is en bij wie de gezegenden verbaasd zullen staan omdat het zo helemaal door Hem alleen is, om het eeuwig welbeha­gen. Dan gebeurde het wel, diezelfde dag nog, dat hij je liet roepen en zei: Zeg het nog eens. 'Dat is het geslacht dergenen die naar Hem vragen. Dat is Jakob. Wie Hem aanroept...'

Nu is hij gestorven. Bij sommige ernstige christenen leeft na iemands dood de bange vraag: 'Heeft hij nog iets gezegd?' Zij menen, in hun zorg om anderen en om zichzelf, dat een stervende, wil hij behouden zijn, eerst nog moet kunnen getuigen van een persoonlijke openbaring. Geloof dat toch niet! Als het daarop aankwam, waar staat dan iets over het zalig heengaan van Petrus, Johannes en Jacobus? De Heere kan best iets extra geven, maar Hij hoeft niets. Wat een mens voelt of zegt, ach wat een ongewisheid als daar zijn heil aan hing! Geloof het toch niet! Er is bij God geen eindexamen. Hij is geen onpartijdig examinator. Rechter is de Redder die zich voor ons heeft overgegeven en die vóór ons is. Hij heeft een arme zondaar niet een indruk van zijn genade gegeven en heeft hem niet dat verlangen ingegeven dat in geen hart is opgeklommen om hem dan alles af te pakken. Arm en naakt komen ze voor de poort en ze hebben niets volbracht, maar de Heere, die is zo getrouw als sterk en zal zijn werk voor hen volenden.

Een hoogtepunt. Misschien wel hét hoogetepunt. God weet het. Onze broeder, zwak ten dode, greep naar ieder genademiddel dat gegeven is en vroeg met groot verlangen naar het Heilig Avondmaal, en de dag daarop, de zondag voor zijn sterven, zijn ouderling De Graaff en ik het sacrament met hem komen vieren. Nog nooit heb ik iemand zó verkwikt gezien door de tekenen van Christus' lichaam en bloed. Die uitbundigheid, die hem bijbleef tot zijn dood, was vreemd en nieuw bij hem. Het gebed voor de bediening luidde, uit deze psalm: 'Verheug de ziel van uw knecht' en dat is gebeurd. Zo waarachtig als wij dit brood eten en drinken uit de beker, zo waarachtig heeft Hij zijn licht en waarheid neergezonden. Gunst oneindig groot. Zelfs een bange ziel zal gereder opklimmen omdat die gunst daar wacht. Dan ga ik op tot Gods altaren.

Na de begrafenis zijn deze woorden uit de dienst in de Bethlehemkerk opgeschreven tot uitlegging van een psalmwoord, tot bemoediging van wie naar heil verlangen. 'De gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn.'

P. H. de Pree

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gunst oneindig groot

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's