Tekenen van de tijd
In korte tijd zijn de spanningen in de wereld enorm toegenomen. De koude oorlog is herleefd. De Russen vielen Afghanistan binnen. Iran houdt al langer, vanwege de woelingen daar, de wereld gespannen. Wat zal er in Joegoslavië gebeuren als Tito gestorven is?
In korte tijd zijn de spanningen in de wereld enorm toegenomen. De koude oorlog is herleefd. De Russen vielen Afghanistan binnen. Iran houdt al langer, vanwege de woelingen daar, de wereld gespannen. Wat zal er in Joegoslavië gebeuren als Tito gestorven is?
Gissingen zijn er aan alle kanten. Een opiniepeiling in de Verenigde Staten wees uit, dat verreweg het merendeel van de Amerikanen binnen enkele jaren een kernoorlog verwacht, met West-Europa als strijdtoneel. Brezjnev, de eerste man in Rusland, heeft al eerder gezegd, dat vóór 1985 West-Europa rijp is om in de handen van het communisme te vallen.
We moeten ons niet voorstellen wat er gebeuren kan en zal als de bom een keer zou barsten. We hebben zóveel krachten kunnen losmaken uit de schepping, dat we in staat zijn de aarde wel dertien keer te vernietigen. Waar moet het heen als de bewapening al maar doorgaat? Zal het nog in de hand te houden zijn? Al deze vragen komen boven, juist nu wereldwijd de politieke spanningen toenemen.
Dat in deze tijd juist ook het vraagstuk van de kernwapenen in de kerken zo centraal staat draagt er mede toe bij, dat we ons realiseren wat er gebeuren kan als een oorlog zou uitbreken. De andere kant is, dat óók de vraag opkomt wat er gebeuren zal als het communisme zijn greep op de volkeren uitbreidt.
Kortom, dreiging aan alle kanten. En verder: voorspellingen en prognoses. Niemand weet waar het heengaat. Tenzij we leven bij de Schriften, die ons altijd weer opwekken om de tekenen van de tijden te verstaan en in het hele wereldgebeuren op te merken de voetstappen van Christus, die wederkomt als deze geschiedenis haar voltooiing vindt.
Mattheüs 24
Zeer indringend wordt ons het 'teken van de toekomst' en van de voleinding van de wereld getekend in Mattheüs 24. Christus zegt Zijn discipelen duidelijk wat aan zijn komst zal voorafgaan.
Verleiders zullen er komen in de Naam van Christus. De wereld is er dunkt me al vol van. Er zullen oorlogen en geruchten van oorlogen zijn, zonder dat er nog het einde zijn zal. Onze tijd is ook vol van die geruchten. Maar ook nu zullen we er rekening mee moeten houden dat het mogelijk is dat 'nog het einde niet is'.
De kinderen Gods zullen aan verdrukking worden overgegeven. Ze zullen worden gedood, gehaat door de volkeren om de Naam van Christus (vers 9). Dat geldt vandaag nog niet concreet voor alle kinderen Gods. Het geldt hen, die thans onder het communisme zuchten. Het geldt nog niet ons, die in vrijheid en welvaart leven.
Als het over dit lijden, over deze verdrukking gaat permitteert Calvijn zich het woord eer. God bestemt degenen, die Hij verkiest, zegt hij, om het kruis te dragen, om zó het beeld van de Zoon gelijkvormig te zijn, maar 'toch vergunt Hij niet allen de eer van het bijzonder kenmerk te mogen dragen, dat in de vervolging van de zijde der vijanden van het evangelie gelegen is'. Wij hebben die 'eer' dus nog niet.
De ongerechtigheid, zo vervolgt Mattheüs 24, zal vermenigvuldigd worden en de liefde van velen zal verkouden. We zien het in alle duidelijkheid om ons heen. De mens wil vrij zijn, breekt daardoor uit in ongerechtigheid en wordt steeds liefdelozer voor de ander. En, zó gaat Mattheüs over naar 'de gruwel der verwoesting', waarvan door Daniël al is gesproken. De eindtijd wordt kennelijk gekenmerkt door een verdrukking zoals er niet is geweest vanaf het begin van de wereld. Als die dagen niet zouden worden bekort, géén vlees zou behouden worden. Maar ook dan, in zo'n tijd, worden we vermaand niet ons oor te lenen aan de valse christussen, aan de valse profeten.
Na dit alles, na de oorlogen en de geruchten ervan, na de toename van de ongerechtigheid, na de grote verdrukking en de gruwel der verwoesting, komt evenwel het teken van de Zoon des mensen. Hij komt op de wolken des hemels 'met grote kracht en heerlijkheid'. Dan worden de uitverkorenen bijeenvergaderd, van alle delen van de wereld. Dat is ook vandaag het rustpunt in de grote wereldspanningen, die zich thans voordoen. Hij komt, met kracht en heerlijkheid.
Waakzaam
Mattheüs sluit in dit op de apocalyptiek gerichte hoofdstuk af met op te roepen tot waakzaamheid. 'Waakt dan, want gij weet niet in welke ure uw Heere komen zal.'
Als we vandaag zien dat, gegeven de spanningen in het wereldgebeuren, velen tot paniekreacties of tot al te menselijke prognoses komen, dan mogen we als christenen het over een andere boeg gooien: die van de waakzaamheid, juist ook als het gaat om de valse profetie, om het opdringen van de machten, die zich juist in de eindtijd zullen breed maken. Meer dan beduchtheid voor oorlog zal voor de christen de beduchtheid voor de machten, die zich tegen Christus verheffen, kenmerkend moeten zijn. Tegen de oorlog kan men niet weerbaar zijn. Die komt, dood en verderf-zaaiend, óver ons. Maar tegen de machten, de ideologieën kunnen we weerbaar worden gemaakt, door innerlijke loutering, zodat we in staat zijn om met de wapenrusting van Efeze 6 gewapend, de pijlen van de boze (alle pijlen) te kunnen uitblussen.
We kunnen dat vooral omdat we weten mogen, dat Christus op het kruis de machten heeft overwonnen. Hij heeft erover getriumfeerd. Ze liggen aan de ketting. Ze mogen nog speelruimte hebben. Maar definitief vermogen ze niets meer. Ze hebben de kinderen Gods niet meer in de greep. Christus is Kurios, Heere over alles. Overwinnaar!
In een ogenblik
Menig mens bekruiptin deze tijd de vrees, dat de mens de elementen, die hijzelf heeft losgemaakt, namelijk in de atoomwapens, niet meer in de hand zal hebben. Zal de mens inderdaad in staat zijn zó de hand aan zichzelf te slaan, dat de mensheid door het gebruik van de kernwapens zal worden uitgeroeid? Zal de mens zélf dan het einde van de geschiedenis bepalen?
We belijden dat het God Zelf is, die de geschiedenis schrijft en deze brengt tot het door Hem bepaalde doel. Wij, mensen, zullen dus niet de geschiedenis voltooien. Ook al hebben wij mensen de mogelijkheid om een hele wereld en daarmee de mensheid te vernietigen en daarmee de geschiedenis te beëindigen: God zal het doen! Wij zullen allen veranderd worden in 'één punt des tijds', zegt de Corinthenbrief. In een ondeelbaar ogenblik, in een moment, waarop we alleen nog maar met de ogen kunnen knipperen, of zelfs dat niet meer. Het is de enige keer, dat in de Schrift het woord ondeelbaar, atomos, atoom wordt gebruikt. Zal de mensheid het eind van de geschiedenis dan zelf bepalen, door het losmaken van de elementen en van de atomen daarvan?
We belijden dat Hij Zijn engelen uitzenden zal, op de dag en de ure waarvan niemand weet. Dat mag ons een zekere ontspannenheid geven. We mogen de geschiedenis in Gods handen geven. God schrijft de geschiedenis. En in het centrum van de geschiedenis zijn de machten op het kruis onschadelijk gemaakt. Daarom mogen en kunnen wij, mèt onze kinderen, verder leven, met een perspectief dat de wereld niet kent. Een perspectief, dat verder reikt dan in de tijd, een perspectief, dat reikt tot in de eeuwigheid.
Met ons
‘Ziet ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld', zegt dezelfde Mattheüs, die ons in grote ernst de toekomst tekent. Dat kan alleen gezegd worden omdat Christus is Immanuël, God mèt ons!
Als we thans vrezen, dat machten over ons komen kunnen, die ons christelijke bestaan bedreigen zullen, dan hebben we aan dit woord houvast.
Prof. dr. A. A. van Ruler heeft eens gezegd, dat het tot het teken van de eindtijd zou kunnen behoren, dat we als christenen weer tot voor koningen en overheden worden gedaagd en dat we de belijdenis aangaande Christus met de dood zullen moeten bekopen. Ik eindig in deze maar met een woord van Calvijn:
‘Het was derhalve de stempel der echtheid op het Evangelie, dat de Apostelen onbevreesd voor de rechterstoel van koningen traden, en de naam van Christus daar vrijmoedig beleden. Hierom ook noemt Petrus zich een getuige van het lijden van Christus, waarvan hij de blijken bij zich omdroeg (1ste Brief, Hoofdst. 5:1). En Paulus stelt er, in het eerste hoofdstuk van de brief aan de Filippensen, zijn roem in, dat hij tot verantwoording des Evangelies gesteld is. Dit verdient dat men er vooral op lette, opdat degenen die God verwaardigt tot de grote eer verdedigers zijner waarheid te zijn, door geen schandelijke ontrouw aan de hun toevertrouwde zaak bevonden worden het geloof te verzaken.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's