De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heinrich Bullinger over de bekering (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heinrich Bullinger over de bekering (2)

9 minuten leestijd

Geen systeem
Wij hebben in een vorig artikel reeds beluisterd, dat Bullinger in zijn preek over de bekering, de predikanten vermaand heeft tot voorzichtigheid. Hij waarschuwde hen voor het hanteren van een strak systeem van Wet en Evangelie. Het is niet alleen de Wet die de mensen verootmoedigt en vernedert, ook het Evangelie doet dat.

Bullinger heeft hiermee zeker niet de prediking van de Wet geheel terzijde willen schuiven. Hij zegt zelf, in de al genoemde Sermoen, dat hij die prediking zeer prijst. Maar tegelijk moet gezegd worden, dat hij een open oog heeft gehad voor de gevaren, en met name het gevaar van de mensen te brengen tot wanhoop. Het is veelzeggend dat hij meerdere keren in zijn Huisboek daar voor waarschuwt. Het is dan ook waarlijk niet zonder betekenis dat deze zelfde Bullinger in een van zijn andere geschriften, in verband met de bekering, alleen maar het Evangelie en in het geheel niet de Wet noemt. En dat is dan nog wel in een belijdenisgeschrift. Bullinger is nl. de auteur van de Confessio Helvetica Posterior (Tweede Zwitserse belijdenis) van het jaar 1566. Het is nu niet onze bedoeling de betekenis van deze Belijdenis hier te schetsen. Wij wijzen alleen maar op de inhoud van caput 14 waarboven staat: Over 's mensen bekering. Al dadelijk in dit hoofdstuk legt Bullinger een relatie tussen het Evangelie en de bekering. En dan zegt hij: 'Onder bekering verstaan wij een innerlijke vernieuwing van de zondige mens, die gewerkt wordt door de prediking van het Evangelie en de Heilige Geest, en die in een waar geloof wordt aanvaard, zodat de zondige mens zijn aangeboren verdorvenheid en al zijn zonden, van welke het Woord Gods hem beschuldigt, belijdt, daarover van harte leed draagt, ze voor God niet alleen maar beweent en met veel schaamte toegeeft maar ook, ijverig naar verbetering strevend, voortdurend verlangt naar onschuld en deugd, waarin hij zich dan ook gedurende alle dagen van zijn leven nauwgezet oefent'. (E. F. K. Muller, Bekenntnisschriften, S. 188)

Bij deze beschrijving - men zou kunnen zeggen: definitie - van de bekering plaatsen wij de volgende kanttekeningen. De bekering zet Bullinger hier dus geheel op rekening van het Evangelie, en hij verbindt de prediking van het Evangelie èn de Heilige Geest. De Heilige Geest maakt gebruik van de prediking en zo komen mensen tot bekering.

Vervolgens, hij verbindt aan de bekering ook het geloof. Het is door het geloof, zegt hij, dat dit werk van de Geest in de prediking van het Evangelie wordt aanvaard. Het is er verre van dat Bullinger geloof en bekering van elkaar zou hebben gescheiden, of aan het geloof in de bekering slechts een secundaire of een pas later er bijkomende plaats zou hebben toegekend. Wij hopen in een volgend artikel op de verhouding van geloof en bekering bij Bullinger nog terug te komen.

Dan, de bekering is bij Bullinger niet slechts een eenmalig gebeuren. Zij strekt zich uit over al de levensdagen van de christen. Zeker, zij moet een begin hebben, maar het is typerend voor Bullinger én voor alle grote hervormers uit de 16e eeuw dat zij geen opzettelijke aandacht schenken aan dat begin. In al wat zij over de bekering zeggen, gaat het over één ongedeelde bekering. Het is pas in de tijd na de Reformatie dat men zich is gaan bezighouden met het begin, en toen ook onderscheid is gaan maken tussen een eerste bekering en de dagelijkse bekering. De belangstelling is toen verschoven van het wezen der zaak naar de weg er maar toe en naar wat er geschiedt in de mens zélf.

Tot slot, de bekering is bij Bullinger, blijkens deze definitie, zowel innerlijk als uiterlijk. Zij is een innerlijke vernieuwing van de mens, maar zij uit zich ook, zij openbaart zich naar buiten in een hartelijk berouw over de zonden en een ijverig streven naar verbetering.

Vooral dat laatste, het streven naar verbetering, heeft voor Bullinger behoord tot het wezen van de bekering. En voor Calvijn geldt hetzelfde. Zozeer, dat beide niet van bekering wilden spreken als zij dit streven naar verbetering misten. De toetssteen der bekering ligt in haar vruchten. De vrucht van het streven naar verbetering is het bewijs van de echtheid der bekering. Anders is er sprake van een onwaarachtige bekering.

Functie van de Wet
Het is in dit verband zinvol om eens extra naar voren te brengen wat Bullinger, elders in zijn Huisboek, gezegd heeft over de Wet en over het berouw.

Evenals Calvijn gedaan heeft, heeft ook Bullinger gesproken overeen drieërlei functie van de Wet. Het eerste en voornaamste werk van de Wet, zegt hij, is alle mensen te overtuigen, dat zij aan de zonden onderworpen zijn en door hun eigen schuld kinderen des doods zijn (folio 117c). De Wet verdoemt alle mensen, zij openbaart de zonden (folio 117d).

Maar onmiddellijk hierop laat Bullinger een waarschuwing horen. Zij dwalen ernstig, zegt hij, 'die hierbij blijven staan en (in hun leven) geen ander gebruik en nut van de Wet vertonen, en niet verder komen, alsof Mozes en de Wet niet anders deden dan alleen maar doden'. Het is waar, het voornaamste werk van de Wet is de zonde ontdekken - , waar dan het Evangelie tegenover staat, maar men bedenke dat Mozes niet alleen maar getracht heeft te wonden, maar ook te genezen, niet door eigen kracht, maar door de mensen te brengen tot Hem die de gebrokenen van hart verbindt en al hun wonden geneest; en dat is Christus! Christus is het die door de dienst van Mozes werkt! (folio 118a).

Het kenmerkende van deze uitspraken ligt vooral in het accent dat gelegd wordt. Allerminst wil Bullinger weten van een verzelfstandigd gebruik van de Wet. Hij wil dat de Wet in de prediking gericht zal zijn op Christus. En zelfs gaat hij zo ver dat hij de dienst der Wet geheel legt in de handen van Christus. Immers, hij zegt 'die door Mozes' dienst werkt'.

De Wet komt tot rust in Christus! Als zij ons daar maar brengt; dat is het waar op het aankomt! De Wet is er in deze functie niet om haarzelf, maar om Hém, om de mens te brengen tot Hem. De Wet is ons gegeven, zegt Bullinger, als een weg tot Christus. Op zijn wijze heeft Mozes Christus verkondigd en in Christus het leven (I 18b).

Het berouw
En nu dan over het berouw. Het is geheel in overeenstemming met hetgeen wij zojuist aanhaalden uit Bullinger over de functie van de Wet wanneer wij hem meer dan eens in zijn Sermoenen horen zeggen, dat het berouw op zich niet te hoog mag worden aangeslagen. Immers, zij heeft haar doel niet in zichzelf. De kennis der zonden, zegt hij, is geen middel om genade en vergeving van zonden te ontvangen; evenmin als de kennis van het ziekzijn een remedie of medicijn tegen de ziekte is (I60d).

Bullinger tracht de waarheid hiervan nog eens extra aan te tonen, door te verwijzen naar de verdoemden in de hel. Zij kennen en belijden hun zonden, evenwel: dat maakt hen niet zalig.

De boetvaardigheid, aldus Bullinger, al is zij nog zo groot, maakt ons Gode niet aangenaam. Neen, wie zich waarlijk mishaagt die zoek Christus, de Medicijnmeester. Die toont God 'zijn wonden en begeert met Hem als met zijn allerliefste Vader verzoend te worden' (160a).

Het is dus een verkeerd gebruik van de Wet als zij ons van God vervreemdt, als zij ons van Christus weerhoudt, als zij ons niet brengt bij onze 'allerliefste Vader'. En daarom, zegt Bullinger, de boetvaardige grijpt Christus aan, en gelooft dat hij Gode behaagt, niet door zijn berouw, maar door zijn geloof!

En daarom wil Bullinger dat de dienaren des Woords de harten der mensen die zich tot God bekeren willen, versterken en bekrachtigen. En hoe moeten zij dat dan doen? Hij zegt: met bijbelteksten die spreken van de vergeving der zonden, opdat zij niet zullen wanhopen (161a).

Al in een eerdere Sermoen heeft Bullinger hetzelfde gezegd. Hij stelt daar vast dat de Heere in de verkondiging van het Evangelie, bekering en geloof eist (155d). De verkondiging van Christus en van de apostelen was hierop gericht, 'dat ieder tot zichzelf zou inkeren en belijden dat hij alle rechtvaardigheid mist, en dat hij van nature een kind des toorns, des doods en der verdoemenis is'; maar dan volgt: 'Niet dat deze kennis van de zonden uit zichzelf ons Gode aangenaam maakt of de vergeving der zonden en het eeuwige leven verdient, maar omdat zij op haar wijze het hart van de mens voorbereidt op het geloof in Christus; ja, om Christus Zelf, die onze gerechtigheid is, aan te nemen' (156a).

Bekering is hier: tot zichzelf inkeren, het belijden van onze zonden en ellende - , én: daarin niet blijven steken. Maar waar het op aankomt, is het geloof in Christus. Zonder geloof kunnen wij God niet behagen. Ook niet met ons berouw. 'Die de kwaal van hun ziel gevoelen en van harte belijden dat zij zondaren zijn en alle gerechtigheid missen, en geen vertrouwen hebben op hun verdiensten en op hun eigen kracht, lopen haastig tot Christus. En wanneer dat gebeurt, dan biedt Christus in het Evangelie Zichzelf aan hen aan, hen belovende vergeving van zonden en het eeuwige leven, omdat Hij gekomen is de zieken te genezen en de zondaren zalig te maken' (156a).

Het mag ons niet ontgaan dat Bullinger het woord 'haastig' gebruikt. Een haastig gaan tot Christus, dat begeerde hij. Hoe eerder wij berouwvol tot Christus gaan, des te eerder heeft de Wet haar werk bij ons gedaan. Niets ligt in de mens, ook niet in zijn berouw, alles ligt in Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Heinrich Bullinger over de bekering (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's