De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opnieuw: God in Nederland (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opnieuw: God in Nederland (6)

8 minuten leestijd

In dit artikel gaan we in op verschillen tussen de kerken onderling zoals deze in de enquête aan het licht getreden zijn. Ook zullen we letten op hen dié niet bij een kerk aangesloten zijn en hun mening vergelijken met die van kerkelijk aangeslotenen.

In dit artikel gaan we in op verschillen tussen de kerken onderling zoals deze in de enquête aan het licht getreden zijn. Ook zullen we letten op hen dié niet bij een kerk aangesloten zijn en hun mening vergelijken met die van kerkelijk aangeslotenen.

Zingeving van het leven
Ten aanzien van het gezin als zingeving van het leven blijken er nauwelijks verschillen te bestaan tussen de kerken onderling en tussen kerkelijken en buitenkerkelijken.

Hetzelfde geldt als men materiële welvaart, een goede maatschappelijke instelling, het hebben van goede relaties of een goede gezondheid, de belangrijkste zingeving van het leven vindt.

Een groot verschil treedt er aan de dag als godsdienst en kerk de belangrijkste zingeving van het leven vormen. Voor deze zingeving kiest 38% van de Gereformeerden tegen 4% van de Rooms Katholieken en 11% van de Hervormden.

Gereformeerd denkende mensen zijn kennelijk veel sterker op godsdienst en kerk gericht dan anderen.

De belangrijkste waarden van het leven
Voor Rooms Katholieken zijn de vijf belangrijkste waarden van het leven (in volgorde van belangrijkheid): gezondheid, gelukkig zijn, vrede, liefde en eerlijkheid; voor Hervormden is het de volgende rij: gezondheid, gelukkig zijn, vrede, liefde, verdraagzaamheid; voor Gereformeerden: godsdienstigheid, gezondheid, liefde, verdraagzaamheid, gelukkig zijn; voor buitenkerkelijken: gezondheid, gelukkig zijn, vrede, liefde en eerlijkheid.

Norm voor beoordeling van goed en kwaad
Het 'geloof' is voor 41 % van de Gereformeerden norm aan de hand waarvan goed en kwaad wordt vastgesteld, bij Rooms Katholieken is dat 10% en bij Hervormden 16%. Katholieken noemen 'het geweten' in dit opzicht dikwijls, de norm (42%); onder Gereformeerden is dat 33%.

‘Opvoeding' is bij buitenkerkelijken vaak de norm (28%), 20% van de Hervormden vindt dat ook zo, tegen slechts 7% van de Gereformeerden.

Raadslieden
In geval van grote problemen gaat 35% van de Rooms Katholieken naar een vriend, 20% naar de kapelaan of pastoor, 19% naar een arts; voor Hervormden zijn de cijfers resp.:29, 26, 20%; voor Gereformeerden:25, 55, 4%; voor buitenkerkelijken:47% naar een vriend en 21% naar een arts. Sinds 1966 is 28% van de Katholieken minder geneigd om de pastoor om raad te vragen. Onder Hervormden is 20% minder geneigd naar de dominee te gaan dan in 1966.

Ook hier blijken Gereformeerden nog een heel afwijkend gedragspatroon te hebben in vergelijking met andere groepen van onze samenleving.

Welke betekenis heeft het geloof voor kerkelijken en buitenkerkelijken?
Het is van belang na te gaan welke betekenis het geloof heeft onder de mensen. Iemand kan wel zeggen 'gelovig' te zijn, maar als dat geloof weinig betekent, kunnen we ons afvragen welke waarde we dan nog aan dat 'gelovig' zijn moeten toekennen.

Als we aan kerkelijken en buitenkerkelijken vragen in hoeverre het geloof bijdraagt tot het bereiken van de belangrijkste levenswaarde vinden we de volgende cijfers: voor 71% van de Gereformeerden draagt het christelijk geloof 'veel' bij tot het bereiken van de belangrijkste levenswaarde; voor slechts 30% van de Rooms' Katholieken geldt dat; voor Hervormden is het 42%. Voor 23% van de Gereformeerden draagt het geloof hiertoe 'iets' bij; voor Rooms Katholieken is dat 359^, voor Hervormden 25%.

Voor 5% van de Gereformeerden draagt het geloof 'niets' bij in dit opzicht, voor Rooms Katholieken 347r en voor Hervormden 31%. Van de buitenkerkelijken vindt 64% dat er geen verband is tussen geloof en het bereiken van de voornaamste waarde van het leven. 29% van hen vindt dat het geloof'iets of veel hieraan bijdraagt. Vooral dit laatste percentage is opmerkelijk. Daaruit maken wij op dat velen buiten de kerken (nog of weer) bezig zijn met het christelijk geloof en de betekenis daarvan voor hun leven. Slechts 4% van de buitenkerkelijken vindt dat het geloof 'tegenwerkt'.

Uit bovenstaande gegevens blijkt dat de betrokkenheid op het geloof onder de Gereformeerden het hoogst is en onder Rooms Katholieken het laagst. Wanneer wij menen dat het geloof de wortel is van waaruit we alleen kunnen leven, dan zien we hoezeer het leven van de kerken uitgehold is.

Neemt de invloed van de kerk af of toe?
63% van de Rooms Katholieken gelooft dat de invloed van het geloof afneemt in onze tijd; 66% van de Hervormden denkt er zo over en 84% van de Gereformeerden. 65% van de Rooms Katholieken vindt deze ontwikkeling ongunstig, 78% van de Hervormden en 91% van de Gereformeerden.

72% van de buitenkerkelijken vindt dat de invloed van het geloof afneemt, maar slechts 38% van hen acht dat gunstig.

Hoe denken kerkelijken en buitenkerkelijken over hun eigen geloof?
Van de Rooms Katholieken acht 64% zich 'beslist gelovig', van de Hervormden 50%, van de Gereformeerden 78%, van de buitenkerkelijken 15%.

4% van de Rooms Katholieken acht zich 'beslist niet gelovig', 4% van de Hervormden, 2% van de Gereformeerden en 43% van de onkerkelijken. De rest zit er tussen in.

Het is opvallend dat er onder buitenkerkelijken veel mensen zijn die zich beslist of een beetje gelovig noemen. Hervormden zijn het minst zeker van hun geloof.

Is er concurrentie tussen kerken, groepen en stromingen?
In de enquête werd gevraagd of men nieuwe groepen en stromingen kende en of men zich verwant voelde, zich niet verwaht vond of tegen deze groepen en stromingen zich keerde.

De Jehova's Getuigen en Het Leger des Heils kende iedereen. Tegen de Jehova's Getuigen keren zich 56% van de Rooms Katholieken, 57% van de Hervormden, 54% van de Gereformeerden en 59% van de buitenkerkelijken. Tegen het Leger des Heils keren zich maar enkele procenten, resp.:3, 1, 3 en 4%. Met yoga 1, 3 voelde zich 13% van de Rooms Katholieken, 12% van de Hervormden, 8% van de Gereformeerden en 26% van de buitenkerkelijken; het verzet tegen yoga leeft voor resp.:12, 17, 22 en 8%.

Naast yoga hebben TM en het humanisme veel invloed in de kerken. Verwant waren (in de steeds aangehouden volgorde) resp.: met TM, 10, 5, 2 en 15%, tegen TM, 23; 49, 58 en 21%; met het humanisme, 23, 24, 13 en 42%, tegen 11, 20, 26 en 7%.

Yoga, TM en het humanisme hebben de meeste negatieve invloed op de kerken, althans wanneer we werken vanuit de Bijbel en de belijdenissen van onze kerk. Overigens valt het op dat verreweg de meeste kerkdijken zich niet verwant achten met allerlei nieuwe groepen en stromingen, maar zich er ook niet tegen Heren.

Het geloof in een persoonlijk God onder kerkelijken
Van de Rooms Katholieken gelooft thans 36% in een persoonlijk God (1966:60%), van de Hervormden nu 54% (1966:65%), van de Gereformeerden nu 91% (1966:95%), van de buitenkerkelijken nu 10% (1966:11%).

Het geloof in Christus als Zoon van God onder kerkelijken
In de periode van 1966 tot 1979 liep onder Rooms Katholieken het geloof in Jezus Christus als de Zoon van God, terug van 70 naar47%; onder Hervormden, van 73 tot 63%; onder Gereformeerden, van 96% tot 92%; onder buitenkerkelijken geloofde in 1966 13% dat Jezus Christus de Zoon van God is, nu 16%.

Wanneer deze gegevens in een grafiek worden vastgelegd is daaraan duidelijk de voortschrijdende ontkerstening binnen de kerken af te lezen.

Opvoeding en kerklidmaatschap
Verreweg de meesten van hen, die thans bij een kerkgenootschap aangesloten zijn, zijn. binnen die kerk opgevoed.

Van de buitenkerkelijken heeft drie vijfde een kerkelijke achtergrond, twee vijfde dus niet. Aan dit laatste getal is de graad van ontkerstening wellicht wat af te lezen, hoewel er in de laatste groep ook weer mensen zijn, die zich bezig houden met het geloof in God. Betrekkelijk weinigen wisselen van kerk. Dit komt nog het meeste voor tussen Hervormden en Gereformeerden.

Kerkbezoek door kerkelijken
Het regelmatig kerkbezoek liep in vergelijking met 1966 onder Rooms Katholieken terug van 86 tot 52%, onder Hervormden van ongeveer 47 tot 42%, onder Gereformeerden van 95 tot 86%.

Als deze sterke tendens zich zou doorzetten zal er van kerkelijke strukturen in tal van gemeenten niet veel overblijven. Een dringende herbezinning op dit punt is daarom nodig.

Zijn kerkelijken tevreden over hun ambtsdragers?
Van de Rooms Katholieken acht 46% de ambtsdragers voor hun taak berekend, van de Hervormden 38%, van de Gereformeerden 48%(in 1966 resp. 55, 50en 58%). Opvallend is dat van alle kerkgenootschappen ongeveer 90% vindt dat de ambtsdragers niet gemist kunnen worden.

Weinigen achten de ambtsdragers helemaal ongeschikt; een groot percentage vindt hen ten dele geschikt.

Waarover moeten er volgens kerkelijken kerkelijke uitspraken komen?
57% van de Rooms Katholieken vindt dat er over apartheid een uitspraak van de kerk moet komen; 67% van de Hervormden en 68% van de Gereformeerden (van buitenkerkelijken 55%).

Ten aanzien van de atoombewapening liggen de cijfers als volgt:48, 61, 51, 44%; inzake abortus resp.:51, 62, 69 en 33%; over actieve euthanasie:51, 54, 48 en 39%. Andere onderwerpen blijven bij de hier genoemde min of meer achter.

Kerkelijken en hun politieke keuze
Voor het CDA kiest 45% van de Rooms Katholieken, 45%/ van de Hervormden, 59% van de Gereformeerden en 6%-van de buitenkerkelijken. Voor de PvdA liggen de cijfers als volgt:17, 17, 2 en 45%; voor de VVD, 6, 9, 2 en 8%; voor D'66, 6, 7, 3 en 9%; voor kleine rechtse partijen, 2, 5, 15 en 1%; voor kleine linkse partijen, 1, 1, 2 en 7%.

Slotwoord
In dit artikel hebt u nogmaals een groot aantal cijfers onder ogen gekregen. Wellicht kunt u zich daarmee enigszins oriënteren. Het blijft moeilijk cijfers te interpreteren. Daarover zal in de komende jaren zeker veel gesproken worden. De een vindt de cijfers alarmerend, de ander ziet er zelfs nog iets goeds in. Maar hoe we het ook keren of wenden, vast staat wel dat het Godsgeloof en de kerkelijke betrokkenheid sterk afneemt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Opnieuw: God in Nederland (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's