De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

De bisschoppensynode - schijneenheid
De bisschoppensynode, in Rome gehouden, behoort tot het verleden. De uitwerking ervan is in genen dele verleden tijd. En de meningen over deze synode zijn verdeeld. In het blad De Tijd van 8 februari spreekt Ton Oostveen over een 'eenheid' als een kaartenhuis. Hij ziet een tegenstelling tussen de optimistische geluiden van de bisschoppen en de kritische reakties van velen in Nederland.

‘Wie nu de tamelijk opgetogen wijze, waarop de Nederlandse bisschoppen uit hun afzondering te voorschijn kwamen, vergelijkt met de vloed van kritische reacties in Nederland, moet zich wel afvragen wie er nu van lotje getikt is. Hoe kunnen mensen, die tot een en dezelfde geloofsgemeenschap heten te behoren, zo volstrekt van mening verschillen over de uitkomsten van de synode? De feiten die nu bekend zijn wekken beslist de indruk, dat juist de bij progressieve katholieken nogal populaire bisschoppen blijmoedig een aantal van hun standpunten bij het Vaticaan hebben ingeleverd. Het hiërarchisch-pyramidale kerkmodel is als alleenzaligmakend in de stukken terechtgekomen, de vanzelfsprekendheid van de verplichte koppeling van priesterschap en celibaat werd niet meer weersproken, de deur is opengezet voor de herindeling van het land in meer diocesen, met een drastische toetsing van de theologische opleidingen en een herinvoering van een soort van seminarie-systeem werd ingestemd en alle dankbetuigingen jegens de inzet van leken konden niet verhelen, dat zij op hun zeer bescheiden plaats werden gezet: aan de oude tegenstelling tussen het zogeheten sacramentele priesterschap van de ambtsdragers en het algemene priesterschap van alle gelovigen werd weer kracht van onverbiddelijkheid gegeven.

Tegenover dit zich volstrekt voegen naar de Romeinse kerkvisie door de 'progressieve' bisschoppen staan enkele, niet geheel uit te vlakken concessies van de kant van bisschop Gijsen van Roermond: hij moet voortaan wel heel sterke papieren hebben om zich nog los te maken van het gezamenlijk beleid van de bisschoppenconferentie, en hij keert weer terug in de gelederen van de Pauselijke Missiewerken, de Vastenactie en de Week voor de Nederlandse Missionarissen. Alle drie op het werven van geld gerichte organisaties overigens...

Waarom spreekt Oostveen van een schijneenheid? Naar zijn mening is in het rapport een statische kerkvisie aan bod gekomen dje in grote delen van de wereldkerk nog wordt aangehangen, terwijl de veel meer open dynamische, op de werkelijkheid van onze tijd en de maatschappelijke problematiek gerichte visie, zoals die in Nederland ontwikkeld is door progressieve stromingen, in Rome buiten de orde bleef en daarom ook niet weersproken werd. Zo kon er een schijneenheid ontstaan. Oostveen spreekt over 'de magie van de pauselijke aanwezigheid en indrukwekkend liturgisch vertoon', dat mede een verklaring vormt voor de eenheidsstemming. Maar hij komt tot de z.i. sombere conclusie dat de wortels van de ontreddering niet ter sprake zijn gekomen. Die wortel is namelijk dat in Nederland de ene kerkvrsie de andere niet meer verdraagt. Bij een voortgaande polarisatie zal de eenheid dan ook als een kaartenhuis in elkaar storten. Oostveen acht deze toedekking van de verschillen weinig hoopgevend en hoogst ongewenst.

Wie als reformatorisch christen deze interne discussie volgt, ontkomt niet aan de indruk dat de krisis in de Romana samenhangt met het feit dat deze kerk haar weg zoekt in een situatie die enerzijds bepaald wordt door de roomse traditie (leergezag, pauselijke onfeilbaarheid, priesterhierarchie) en anderzijds door een geloofsdenken waarbij de eigentijdse, met name maatschappelijke ontwikkelingen de leerinterpretaties bepalen. Geen wonder dat diegenen die voorstander zijn van een door de nieuwe theologie bepaalde oecumenische ontwikkeling de grootste moeite hebben met deze synode en haar een bedreiging achten voor het oecumenisch klimaat. De pauselijke besluiten betekenen immers dat er een rem gezet wordt op een door de nieuwe theologie bepaalde ontwikkeling. Maar het is de rem van de kerkelijke, papale en curiale traditie van het Rome in oude stijl. Daar ligt mijn moeite met deze synodeafloop. Bekrachtiging van de traditionele positie is immers nog niet hetzelfde als een terugkeer tot het Woord. Oostveen spreekt van twee kerkvisies: een traditioneel-roomse visie en een moderne, maatschappijkritische visie. Vanuit het reformatorisch belijden gezien is er een derde kerkvisie, nl. een, kerk die in leer, ambt en leven buigt onder het volstrekte gezag van de Schrift. De afloop van de bisschoppensynode en de daar genomen besluiten laten m.i. zien dat het conflict inzake de verhouding van Schrift en Kerk, zoals dat tussen Rome en de Reformatie bestaat, nog geenszins tot het verleden behoort. In dat licht zien we ook de oecumenische ontwikkeling. In vele commentaren is de vraag gesteld of deze geschaad is door de genomen besluiten. Ik zou liever zeggen: Deze ontwikkeling is alleen maar daarbij gebaat dat èn de Romana èn de protestantse kerken terugkeren tot de gehoorzaamheid aan de Christus der Schriften in een waarachtig door de Heilige Geest gewekt reveil.

De bisschoppensynode en de priesteropleiding
Een van de tere punten op deze synode was de kwestie van de priesteropleiding, de conflicten rondom de theologische hogescholen en de plaats van de gehuwde pastorale werkers. Hans Bronkhorst in hetzelfde nummer van De Tijd schrijft dat volgens art. 27 van het synodereglement als voorwaarden voor erkenning van de hogescholen en de faculteiten als priesteropleiding gesteld zijn: a. zij moeten de bisschoppen aanvaarden als leraren des geloofs en als bewakers van de orthodoxie; b. De bisschoppen kunnen hun gezag laten gelden bij benoemingen en ontslagen, inzake het programma en ten aanzien van de sfeer voor een celibataire levensstaat; c. De bisschoppen moeten de mogelijkheid hebben de situatie te regelen van de gehuwde priesterdocenten. Bronkhorst noemt dit een cryptisch zinnetje dat moeilijkheden kan geven. Betekent dit dat gehuwde priesterdocenten ontslagen zullen worden? Zullen ze dan niet in Amsterdam en elders op hevig verzet stuiten? Rex Brico in Elseviersweekhlad van 9 februari schrijft in een commentaar op deze kwestie het volgende:

Daarentegen werd het oordeel dat Paus en bisschoppen uitspraken over de Nederlandse priester­ opleiding en de pastorale werkers, zeer rijkelijk van normen voorzien, zo rijkelijk dat het zeer de vraag is of daaraan voldaan zal kunnen worden. Een commissie, bestaande uit de bisschoppen Willebrands, Ernst, Möller en Gijsen, zal er onder meer op moeten toezien dat de bestaande katholieke theologische hogescholen gaan voldoen aan de eisen van de Heilige Stoel. In de praktijk zal dat uitmonden in moeizame discussies over de rechtzinnigheid van het theologie-onderwijs en afvloeiing van de meer dan twintig gehuwde theologiedocenten. Uiteraard zal zo'n ingreep alleen kans van slagen hebben als de docenten en de studenten zelf bereid zullen zijn daartoe hun medewerking te verlenen. Lukt een dergelijke aanpassing echter niet, dan staat het zo goed als vast dat de bisschoppen gedwongen zullen worden deze hogescholen niet langer te erkennen als instituten voor priesteropleiding, waardoor hun subsidie vervalt en ze gevoeglijk kunnen sluiten.

Dit nu zou vergaande consequenties hebben voor de r-k kerk in Nederland: ten eerste zou er dan een seminarie a la Rolduc bij moeten komen, hetgeen eventuele aspiranten voor het priesterschap zou verplichten hun keuze te maken vóór ze aan hun theologiestudie beginnen; belangrijker is echter nog dat er geen pastorale werkers meer zouden kunnen worden opgeleid. Inzake deze hogescholen zijn de bisschoppen dus in een zeer lastig parket gebracht. Bisschop Möller: 'Ik vind het moeilijk daar iets over te zeggen. Van theologische hogescholen heb ik altijd al gevonden dat ze in overeenstemming zouden moeten zijn met de voorschriften van, en erkend door de Heilige Stoel. Evenals de posities van pastorale werkers, kunnen ze niet alleen afhangen van één of meer bisschoppen, op den duur is dat te zwak. Nu er op de synode begrip gegroeid is tussen de bisschoppen en de curie en tussen de Paus en ons, is het klimaat gunstig daar iets aan te doen. Want als we die zaak nog langer uitstellen, wordt zij alleen nog maar moeilijker op te lossen.' Maar de bisschoppen kunnen toch niet zo maar een groep docenten op straat zetten, evenmin als ze verder kunnen zonder theologische hogescholen...? mgr. Möller: 'Nee, dat kunnen we zeker niet. Zonder die hogescholen kunnen we ook geen catecheten opleiden en bovendien willen we geen Kerk met alleen maar seminaries. Maar we kunnen ook niet verder gaan met instituten die voortdurend overhoop liggen met de Heilige Stoel - dat werkt alleen maar polariserend en schokt het wederzijds vertrouwen."

Wie dit alles overziet, kan niet anders dan voorspellen dat de Nederlandse  kerkprovincie een zware tijd tegemoet gaat. Vooral als men bedenkt dat paus Johannes Paulus II vastbesloten lijkt orde op zaken te stellen en daarbij minder door de vingers lijkt te willen zien dan zijn voorganger Paulus VI.

Maar de r.-k. Nieuwtestamenticus prof. Ben Heinelsoet is op dit punt niet zo pessimistisch. Hij stelt in het genoemde artikel in De Tijd de vraag: Wat zouden de bisschoppen nu precies willen regelen? En hij is ondanks de problemen vol vertrouwen dat de theol. hogescholen de bedreigende bepalingen zullen overleven. Ook hieruit blijkt welke problemen de r.-k. visie op ambt, celibaat, priesterschap en hiërarchie met zich mee brengt in deze kerk die zich in eén stormachtige ontwikkeling bevindt.

Melbourne 1980
Van 12-25 mei 1980 zal in Melbourne opnieuw een wereldzendingsconferentie gehouden worden. Zo althans zijn de plannen die in een vergevorderd stadium van uitvoering zijn. Het zal de negende conferentie zijn in deze reeks, ditmaal onder het thema 'Uw Koninkrijk kome'. Dit thema ligt gezien het theologisch klimaat voor de hand. Het is ook een centraal bijbels thema. Maar de vraag is wel: welke uitwerking zal het krijgen. Een van de subthema's is: Goed nieuws voor de armen. De vraag is echter: Krijgt dit thema een horizontalistische, puur sociale vulling? Of wordt dit thema beheerst door de bijbelse gedachte dat Christus de Redder van zondaren is en dat we vanuit dit centrum over armoede en rijkdom moeten nadenken. Prof. dr. J. Verkuyl schrijft in het Geref. Weekblad van 8 februari hierover het volgende:

In alle tot nu toe verschenen vóórpublicaties wordt krachtig onderstreept dat het Evangelie van het Rijk Gods het Evangelie der armen is: 'Good news to the poor'. Daarmee wordt ongetwijfeld het grondmotief van het Evangelie van het Koninkrijk der hemelen weergegeven, zoals wij dat vinden in het Nieuwe Testament. Nieuwtestamentici hebben er in allerlei studies op gewezen, dat vooral in het begin van Jezus' prediking het Evangelie van het Koninkrijk Gods als het Evangelie der armen wordt aangeduid. Men denke aan de Zaligsprekingen bij Mattheüs en Lucas, aan het eerste optreden van Jezus in de synagoge van Nazareth (Lucas 4 : 18), aan Matth. 11:5, Lucas 7 : 22 enz. Zij wijzen er tevens op dat men voor het verstaan van die uitdrukking moet denken aan het hebreeuwse 'ani' en 'anaw', die in het Nieuwe Testament worden weergegeven met 'ptochos' (arme) of bij Mattheüs 'ptochos toi pneumati' (arme van geest).

Het heil van het Koninkrijk Gods is voor de armen. Dat begrip 'armen' is in het Nieuwe Testament zowel sociaal als religieus-ethisch bepaald. Het typerende van de 'anawim', in Jesaja 61 : 1 en Matth. 5 : 3 en 11 : 5 is, dat ze hun heil, hun bevrijding, hun verlossing geheel en al van God verwachten. 'Ze zijn, zoals H. Ridderbos het uiteenzet in 'De komst van het Koninkrijk' de dragers der heilsbelofte, omdat ze in tegenstelling met degenen die hun hoop op deze wereld gevestigd hebben het heil dat God aan zijn volk in het vooruitzicht gesteld heeft verwachten.' (pag. 171) ,

Als wij de evangeliën niet alleen in de beginfase, maar verder in hun ontwikkeling volgen en ook de Paulinische brieven lezen, dan krijgt dit 'Evangelie der armen' steeds diepere dimensies. Dan wordt de armoede van ons aller leven niet alleen ervaren in sociale of economische nood, niet alleen in onderdrukking door economische of politieke machten. Maar dan ligt de diepste nood, de diepste armoede in ons aller leven daarin, dat wij allen zondaren zijn en onderworpen aan de macht van zonde, demonen en dood en dat wij niet in staat zijn aan de duivelskring daarvan te ontkomen. Déze armoede, déze radeloosheid, déze hopeloosheid, déze geschonden relatie met God en de mensen is onze diepste nood. En daarin hebben we van onszelf, of van andere mensen niets te verwachten. Daarin kan alleen Jezus, de van God gekomene, ons helpen.

Als we het hebben over 'Good news to the poor' zullen we deze diepere dimensies van ons aller armoede niet mogen vergeten. De kern van het Evangelie van Jezus Christus ligt immers in het woord dat Jezus sprak aan het afscheidsmaal van de tollenaar Levi aan ons aller adres: Zij, die gezond zijn hebben geen geneesheer nodige maar zij, die ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering.' (Lucas 5 : 32)

In de pastorale brieven klinkt de echo van deze en van dergelijke uitspraken als de samenvatting en kern van het Evangelie door in de telkens herhaalde formule: Dit is een trouw woord en aller aanneming waard, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden (vgl. 1 Tim. 1 : 15, 3 : 1, 4 : 9; 2 Tim. 2:11, Titus 3 : 8 e.a.).

In die telkens herhaalde formule wordt het centrum van de oorspronkelijke boodschap van het Rijk weergegeven.

Jezus onderscheidt in dat woord, dat doorklinkt door en voor alle eeuwen, mensen anders dan wij gewoonlijk doen. Wij onderscheiden tussen vromen en goddelozen, trouwen en ontrouwen, christenen en heidenen, kerkelijken en buitenkerkelijken, materieel armen en materieel rijken. Maar Jezus onderscheidt anders dan wij.

Hij onderscheidt tussen schijnrechtvaardigen en zondaren, tussen schijngezonden en zieken. Hij is van oordeel dat wij allen ziek zijn tot de dood en dat onze 'gerechtigheid' voor God van generlei waarde is.

Wij hebben allen de arts nodig. Wij hebben allen Jezus nodig.

Dit woord uit Lucas 5, dat tot een vaste formule werd in de oud-christelijke kerk, is een opgestoken vinger voor allen die menen zonder de Verlosser en Bevrijder Jezus verlost te kunnen worden en die menen zonder deze geneesheer genezen te kunnen worden.

Dan komt Verkuyl tot een opmerkelijke conclusie. Hij schrijft namelijk de indruk te hebben dat dit aspect de laatste jaren te weinig aandacht heeft gekregen. 'Wij zijn zo bezig, zegt hij, met het aspect van de bevrijding uit onderdrukking, dat we de kern, nl. de begenadiging van goddelozen dreigen te verwaarlozen en te vergeten. Verkuyl is wel van oordeel dat in de voorbereidingsstukken van Melbourne dit geluid niet verzwegen wordt. Het is te hopen dat Melbourne dit bijbelse geluid ook voluit zal laten klinken. Immers het getuigenis dat het heil van boven komt, voor in zichzelf verloren mensen, is het woord dat onze arme wereld voor alle dingen nodig heeft. Overigens sluit dat de diakonale daad niet uit!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's