De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

11 minuten leestijd

Dr. L. Praamsma: De kerk van alle tijden. Verkenningen in het landschap van de kerkgeschiedenis. Deel 1. Wever, Franeker. 373 blz. Intekenprijs gebonden ƒ 49, 50.

Al sinds lang bestond er behoefte aan een wetenschappelijk verantwoorde en toch goed leesbaar geschreven kerkgeschiedenis. Die mogen wij nu, tot onze vreugde, aankondigen.

Voor ons ligt het eerste deel van een 'werk dat in totaal vier delen zal omvatten, en in de loop van ongeveer twee jaren zal verschijnen. Dit eerste deel gaat over de oude kerk en over de kerk der middeleeuwen. De schrijver van deze nieuwe kerkgeschiedenis is dr. L. Praamsma. Op het onderwerp 'Abraham Kuyper als kerkhistoricus' is hij indertijd gepromoveerd. Hij was gedurende 23 jaren predikant in de Geref. Kerken in Nederland, daarna was hij predikant in Canada.

Reeds uit dit eerste deel blijkt hoezeer ds. Praamsma op de hoogte is niet alleen van de Nederlandse kerkhistorische literatuur maar ook van de Engelse. Dat op zich is al winst.

Praamsma heeft zich in de strijd die de laatste jaren gestreden is binnen de Geref. Kerken doen kennen als een man die bij de Belijdenis wil blijven. In dit boek is dat ook merkbaar. Het is weliswaar zo objectief mogelijk geschreven, maar toch blijft de mening van de auteur niet steeds verborgen. Hij verzet zich dan tegen allerlei vormen van modernisme en neo-modernisme. Behalve dat kunnen wij zeggen dat de stijl waarin dit boek geschreven is bijzonder prettig leesbaar is. Wever heeft een kerkgeschiedenis willen uitgeven in een even boeiende stijl als die van Algra, die de vaderlandse geschiedenis beschreef. Ik meen dat hem dat gelukt is. Dit is juist wat wij voor onze gezinnen, onze verenigingen en ook onze cursussen begeren. Er staan in het boek ook heel wat afbeeldingen. Het is woord én beeld. De tekst is herhaaldelijk onderbroken door een of ander fraai citaat, ook dat waarderen wij.

Een paar dingen riepen bij mij bedenkingen op. Op blz. 105 worden de Puriteinen en dan nog wel in een verband waarin zij niet thuishoren afgedaan met een versje van de roomse Anton van Duinkerken; dat had niet zó gedaan mogen worden.

Verder, ik vrees - maar in hoeverre die vrees gerechtvaardigd is zal uit de volgende delen moeten blijken - dat de auteur een kuyperiaanse aversie heeft tegen élke theocratie, ook die van art. 36 NGB. Als hij zegt dat de Schrift leert dat de overheden niet een speciale positie in de kerk mogen innemen, dan vraag ik mij af: Wat bedoelt u daar precies mee? (blz. 238). De Schrift spreekt toch ook over de overheden als 'voedsterheren' enz. van de kerk (Jes. 49 : 23)?

Deze kritische opmerkingen nemen intussen niet weg mijn vreugde over de verschijning van dit boek. Het is mijn wens dat het in handen van velen zal komen en gelezen zal worden. Wij zien met verlangen uit naar de volgende delen.

K. Exalto

Ds. Donald MacFarlane: Uit het leven en nagelaten werken van ds. Donald MacDonald. Uitgave Kool, Veenendaal. 254 pag. Prijs ƒ 29, 95.

Ds. MacDonald was één van de vaders van de Pree Presbyterian Church van Schotland. Deze kerk kwam tot stand in 1893 na een afscheiding van de Free Church, nadat in deze laatst genoemde kerk belijdenis en grondslag ingrijpend veranderd werden. Ds. MacDonald èn ook ds. MacFarlane scheidden zich met een groep ouderlingen, studenten en lidmaten van de Free Church af. Ds. C. Smits schrijft in zijn voorwoord op dit boek dat deze kerk met name in het noordelijk deel van Schotland is te vinden. Ds. MacDonald was zijn leven lang predikant in Shieldaig, Ross-shire. Het eerste deel van het boek bestaat uit een levensbeschrijving van ds. MacDonald. Hij werd geboren in 1825 en overleed in 1901. Zijn jeugd, zijn bekering, zijn werk als onderwijzer en zendeling, zijn studie voor predikant en zijn arbeid in Shieldaig komen aan de orde. Ook zijn laatste ziekte en levenseinde worden verteld. Men komt onder de indruk van de eenvoud van leven, van de diepe innige vroomheid en totale overgave aan de Koning der kerk in het leven van deze Schotse prediker, van de vastberadenheid waarmee hij zijn kerkelijke weg ging. Kenmerkend voor zoveel Schotten, vóór hem en na hem, is het onbeperkte aanbod van Gods vrije genade in Christus. Het tweede deel van dit geschrift bestaat uit aantekeningen van preken en toespraken, meest door ds. MacDonald zelf gehouden. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de exegese niet de sterkste kant uitmaakt van deze preken. De gelijkenis van de barmhartige Samaritaan b.v. wordt allegorisch uitgelegd en dat kan naar mijn overtuiging niet, wil je de Schrift niet in een keurslijf persen waar hij niet in kan gaan. Wel munten de preken uit door een sterk geestelijk en levend getuigen van het heil in Christus. Ze zijn allesbehalve dor en leerstellig. Integendeel, het is Geest en leven. Een scheut chiliasme trof ik ook aan in een preek over de dorre doodsbeenderen. Trouwens, dat is ten dele kenmerkend voor het geestelijk klimaat waarin ook deze knecht Gods leefde en arbeidde. Het doet weldadig aan en is misschien wel bijbels te noemen. Voor liefhebbers zeer aanbevolen. De moeite van het kennisnemen meer dan waard.

J.M.

Ds. G. Zomer e.a.: Komende in heerlijkheid. 224 pag. Prijs R.B.-serie ƒ 14, - . Los ƒ 19, 90. Uitgave Oosterbaan & Le Cointre b.v. Goes.

In het Ten Geleide bij deze uitgave schrijft ds. G. Zomer dat met het verschijnen van dit deel een trilogie voltooid is over het komen van onze Heere Jezus Christus in de wereld. Dan weet u meteen wat de hoofdinhoud is van dit boek. De medewerkers zijn allen Vrijgemaakt Gereformeerde predikanten, onder wie één hoogleraar, prof. dr. L. Doekes. Uitgaande van een Schriftdeel wordt door ieder een aspect van het komen van Christus in de wereld aan de orde gesteld. Dat wordt zeer uitvoerig en grondig gedaan. Het spreken van de Schrift over deze zaken is maatgevend voor elke scribent. Opvallend in vrijgemaakte kring is altijd het sterk objectieve spreken over het heil in Christus. Alles wordt verder sterk op de kerk betrokken. En bij 'kerk' denkt men dan vooral aan eigen 'vrijgemaakte' kerk. Althans, zo komt het al lezend, op me over. Vuurbang is men in vrijgemaakte kring ook voor wat wij onder 'bevinding' verstaan, voor wat men daar dan direkt 'subjectivisme' of 'mysticisme' noemt. Voor dit laatste denk ik vooral aan de bijdrage van ds. D. Berghuis over 'De Geest van het leven in Christus Jezus'. Hij behandelt Romeinen 8 in dit hoofdstuk. Hij verwijt dan rechtse kringen dat men 'wedergeboorte door de Geest meer acht dan het geloof in Christus, je moet daar bevinding van hebben, een bijzondere belevenis op grond waarvan je kunt zeggen: nu heeft de Heilige Geest me krachtdadig bekeerd' (pag. 122).

Dat is op z'n minst ongelukkig uitgedrukt en getuigt niet van echt geluisterd te hebben naar wat men in bedoelde kring met bevinding, met de noodzaak van de wedergeboorte en bekering en persoonlijk geloof bedoelt. Alles wordt trouwens zozeer betrokken op het heilshistorische, op wat Christus heeft verworven, dat de toepassing en de toeëigening van het heil in het denken van deze scribent naar mijn inzicht helemaal onder tafel verdwijnt. Wil men trouwens in vrijgemaakte kring wel weten van een persoonlijke bekering, vernieuwing, wedergeboorte? Of is in de Doop alles gegeven, zo je maar gelooft? Maar hoe kom je dan aan dat geloof? Is lid zijn van de meest zuivere kerk op aarde dan toch niet vanzelf een garantie, althans in zekere zin, dat het goed is met elk van de leden van deze kerk? Het zijn zomaar vragen die bij me boven kwamen na het lezen van deze bundel opstellen. Het boek is uitstekend uitgegeven en is spotgoedkoop bovendien.

J.M.

De eredienst. Door dr. L. Brink. Uitgegeven door het Boelcencentrum te 's Gravenhage 1979. Prijs ƒ 12, 90. Bij 10 exemplaren en meer ƒ 10, 50.

Dit boekje van 102 bladzijden heeft als ondertitel: liturgische catechese. Het doel omschrijft de auteur in de inleiding, als het geven van die stof aan de belijdeniscatechisanten (en wellicht ook aan 'gewone' catechisanten), die zij nodig hebben om straks als mondige gemeenteleden bewust en actief aan de eredienst te kunnen deelnemen. Na een hoofdstuk over de kerk en de eredienst komt het hoofdgedeelte, namelijk een bespreking van de orde van de hoofddienst. Daarna volgt een bespreking van de sacramenten en andere liturgische onderdelen, zoals de doopdienst, de huwelijksinzegening, het getijdengebed, de huisdienst, het kerkelijk jaar.

Mooi is de gedachte om op deze wijze de liturgie en de kerkdienst aan de orde te stellen op de catechisatie, al vragen we ons wel af, of er op de belijdeniscatechisatie niet veel meer ter sprake dient te komen. Met de inhoud heb ik moeite. De schrijver gaat m.i. veel meer uit van de Rooms Katholieke traditie, dan van het liturgisch erfgoed van de Reformatie. Dat trekt in alles door. In de terminologie, in onderdelen van de dienst (zoals gebed voor de ontslapenen), maar met name ook in de plaats en betekenis, die aan de prediking wordt toegekend (blz. 30-33). Is niet de prediking het hart van de kerkdienst? In dit boekje valt veel meer de nadruk op het sacrament. Ik acht dit onjuist. Ook de ontkoppeling onderricht en liturgie deel ik niet. De gemeente, die de liturgie van dit boekje viert, is een verloste verbondsgemeente. Nu is de gemeente zeker verbondsgemeente, maar zij staan veel meer in de spanning van de verbondsoproep tot bekering dan in deze liturgische catechese tot uiting komt. Dat we deze kritische opmerkingen maken betekent niet, dat we niet onder de indruk zijn van het vele materiaal, dat dit boekje aandraagt, met een schat aan liturgische gegevens, voor ieder gemeentelid toegankelijk.

W. Verboom

Bijbelse Kernwoorden. Door dr. R. Bijlsma. Uitgegeven door J. H. Kok, Kampen, 1978. Prijs ƒ 17, 90.

Dit boek is het derde deel in de serie over 'De gemeente van Christus nu', van de hand van dr. R. Bijlsma.

Het telt 158 bladzijden en bespreekt voor het godsdienstonderwijs op de middelbare scholen en scholen voor opleiding van onderwijsgevenden 25 kernwoorden uit de Bijbel, namelijk: arm zijn, bekering, dienst, evangelie, geloven, genade, gerechtigheid, hoop, koninkrijk van God, leven, licht, liefde, macht en almacht, mensenzoon, tijd en eeuwigheid, verbond, verzoening, volk, vrede, waarheid, water, wereld, wet, woord en ziel.

Dit boek voorziet duidelijk in een behoefte, namelijk om op korte eenvoudige wijze de Bijbelse begrippen voor onze tijd uit te leggen. Het uitgangspunt van dit boek, om in onze tijd te luisteren naar wat de Schrift over allerlei zaken zegt, onderstrepen we van harte. Het werpt een dam op tegen wat de autonome mens zegt, die de Schrift naar zijn hand zet.

Belangrijk vind ik ook, dat de schrijver uit gaat van de éénheid van de Schrift en deze niet opoffert aan een opsplitsing in allerlei afzonderlijke eenheden. Enkele begrippen zijn erg mooi behandeld, zoals genade en waarheid. Zij bieden een goed handvat om in gesprek te komen over het wezenlijke van Bijbelse grondgedachten. Toch heb ik enkele vragen bij dit boek. Ik ga daarbij uit van het feit, dat het kernwoord 'zonde' niet wordt behandeld. Dat speelt m.i. door in heel het boek. Zo mis ik bij geloof: de ernst van het ongeloof en bij leven, de waarheid van de dood als bezoldiging der zonde en bij licht, de ernst van de duisternis, die meer is dan afwezigheid van licht. Juist vanuit deze achtergrond zou het plaatsvervangend werk van Christus meer zijn gaan oplichten. Bij gerechtigheid: Christus is in onze plaats Degene, die gerechtigheid opbrengt en bij verzoening en wet: idem.

Was het geen winst geweest, als Bijlsma de lijnen naar de gereformeerde belijdenis van de Kerk had doorgetrokken? Kun je verkiezing en verwerping benaderen (c.q. afwijzen) vanuit het begrip liefde? Is hier niet de vrijmacht van God in het geding? Is de gereformeerde belijdenis over Gods almacht een dogmatische constructie? En spreekt de belijdenis niet veel duidelijker over de verhouding Woord Gods- Openbaring en de Bijbel als Boek, dan hier gebeurt? Ik ben van mening, dat je niet over Bijbelse kernbegrippen kunt spreken, zonder de belijdenis van de Kerk er bij te betrekken. Is er geen schone harmonie tussen beide? Is het geen hoge taak om dat aan de scholieren en P.A. studenten mee te geven?

Hoewel ik deze opmerkingen maak, blijft staan, dat dit boek goede diensten kan bewijzen voor allen, die zich willen verdiepen in de kernzaken van het christelijk geloof. Laat dan vooral in de didaktische vormgeving van de les, de lijn naar de belijdenis oplichten.

W. Verboom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's