Ethische benadering van literatuur
Anna Blaman, Simon Vestdijk, Marnix Gijsen, Willem Frederik Hermans, Maarten 't Hart... Het zijn slechts enkele namen uit het bonte palet van de Nederlandse literatuur van de 20e eeuw. Het zijn namen van auteurs die literair werk hebben geschreven - of nog schrijven - waarmee de leerlingen bij het voortgezet onderwijs ongetwijfeld in aanraking komen. Misschien zullen ze er zich voor een speciaalstudie zelfs zeer intens mee bezig (gaan) houden. Hier rijzen vele vragen bij ouders die hun kinderen een positief christelijke opvoeding willen geven, iets wat ze bij de doop voor God en Zijn gemeente ook in het openbaar hebben uitgesproken. Moet dat nu allemaal wel zo nodig bij het christelijk onderwijs? Mag het eigenlijk wel? Mag je kinderen van rond de 16 jaar in aanraking brengen met literatuur die bewust niet-christelijk is?
Anna Blaman, Simon Vestdijk, Marnix Gijsen, Willem Frederik Hermans, Maarten 't Hart... Het zijn slechts enkele namen uit het bonte palet van de Nederlandse literatuur van de 20e eeuw. Het zijn namen van auteurs die literair werk hebben geschreven - of nog schrijven - waarmee de leerlingen bij het voortgezet onderwijs ongetwijfeld in aanraking komen. Misschien zullen ze er zich voor een speciaalstudie zelfs zeer intens mee bezig (gaan) houden. Hier rijzen vele vragen bij ouders die hun kinderen een positief christelijke opvoeding willen geven, iets wat ze bij de doop voor God en Zijn gemeente ook in het openbaar hebben uitgesproken. Moet dat nu allemaal wel zo nodig bij het christelijk onderwijs? Mag het eigenlijk wel? Mag je kinderen van rond de 16 jaar in aanraking brengen met literatuur die bewust niet-christelijk is?
Geen negatie
Over deze kwestie heb ik reeds diverse malen in dit blad geschreven. Mijn visie - die ik graag herhaal - komt op het volgende neer. Literatuur is niet waardevrij: elk boek van een kunstenaar met de pen getuigt van een bepaalde visie op mens en wereld, op leven, dood en hiernamaals. En daarmee zitten we op ethisch terrein. Een boek geeft waarden door, bewust of onbewust, openlijk of versluierd. Als er sprake is van literatuur - in tegenstelling tot lectuur en vooral in tegenstelling tot leesvoer dan zijn die waarden verpakt op kunstzinnige wijze, in een verzorgde stijl, een voortreffelijke woordkeus, rake beelden en typeringen, een knappe compositie en een indringende karaktertekening. Juist die laatste aspecten maken een boek tot literatuur. Een flodderboek kun je negeren, maar literatuur heeft altijd kwaliteiten waar je niet om heen kunt. Dat maakt de taak van een leraar die positief christelijk onderwijs wil geven, niet gemakkelijk. Hij zal voor de werken die hij behandelt of voorschrijft zeker een bepaalde selectie toepassen: er verschijnt literatuur die, hoe knap ook geschreven, zó stuitend, bruut en verdorven is, dat deze op de les niet thuishoort. Maar dat houdt niet in dat er voor de hele moderne literatuur op de christelijke school geen plaats is. Algemeen vormend onderwijs houdt in dat leerlingen, die op weg zijn naar de volwassenheid, leren over de grenzen heen te kijken. Wat is er in deze wereld, met zijn vele niet-christelijke tendenzen, aan de hand? Hoe denkt de niet-christen? Wat kun je als christen van een niet-christen leren, zowel positief als negatief? Wat is liefde en wat is alleen maar seks? Wat is humanistisch en wat is christelijk? Wat is nietchristelijk en wat is bewust anti-christelijk? Deze vragen mag de christelijke school niet negeren en daarom mag ze ook de moderne literatuur niet omzeilen. Een leerling moet leren een levensvisie, neergelegd in een bepaalde thematiek, uit een boek te halen. Daarom, kort gezegd: wel selectie, maar geen negatie.
De wijze waarop
Van groot belang bij dit alles is niet alleen wat de docent aan de orde stelt, maar ook de wijze waarop. Het gaat niet alleen om het wat, maar nog meer om het hoe. Als een docent bij de analyse van een boek blijft steken in de vormaspecten en aan de boodschap voorbijgaat, doet hij zijn leerlingen tekort. We noemen dit wel de autonome benadering, waarbij ethische noties worden verwaarloosd. In het voortreffelijke boek Literatuur en ethiek ('s-Gravenhage 1977) lees ik het volgende:
‘We hopen dat het Christelijk Onderwijs in dezen zijn taak nog verstaat. Want een school waarin de leraar zich tevredenstelt met het onderzoeken van een letterkundig werk als een autonoom, op zich zelf staand geheel, ... doet te weinig.'
En iets verderop:
‘Het kunstwerk bevindt zich in onze cultuur. Het roept in zijn omgeving, het fluistert, het belijdt, het getuigt van een visie op de mens, waarden en normen, het vraagt om instemming of verwerping.'
Literatuuronderwijs dat met deze aspecten rekening houdt, is van grote waarde voor onze Jongeren. Het maakt kritisch, het leert onderscheiden, het leert kiezen, het leidt tot aanvaarden, gedeeltelijk aanvaarden - ook dat is mogelijk! - of afwijzen.
Ethische benadering in Uitgelezen
Aanleiding tot het bovenstaande is een boek dat thans op mijn bureau ligt en dat enige maanden geleden is verschenen. De titel is: Uitgelezen 4; reakties op boeken. In dit boek komen de volgende auteurs aan de orde: J. Bernlef, Louis Paul Boon, Hein de Bruin, Elisabeth Eybers, Herman Heyermans, Rutger Kopland, Cees Nooteboom, Jacob Pressor, C. Rijnsdorp, Theo Thijssen, Jacoba van Velde en Jacq. van der Waals. Van elke auteur wordt een overzichtelijke en goed leesbare beschrijving gegeven van leven, werk en levensbeschouwing. Elke scribent kreeg het verzoek het literaire werk niet alleen esthetisch, maar ook ethisch, vanuit zijn christenzijn, te benaderen.
Tussen de medewerkers onderling is qua 'ligging' nogal wat verschil en dit leidt uiteraard tot een grote variatie in benadering en uitwerking. Bij de bespreking van de delen 1, 2 en 3 heb ik naast positieve opmerkingen ook kritische geluiden laten horen. Maar het positieve overwoog, en dat geldt zeker ook voor Uitgelezen 4. Dit om twee redenen. In de eerste plaats omdat in de meeste bijdragen een eerlijke poging wordt gedaan om naast een meer objectieve benadering van het kunstwerk óók als christen te reageren op de boodschap van dat werk. Zo schrijft Douwe de Vries, om slechts één voorbeeld te geven, aan het slot van zijn bijdrage over J. Bernlef:
‘Het is een visie zonder hoop; wat de mens na dit leven overblijft, is niets dan een leegte. Daarom kan het soms, aldus Bernlefs visie, beter zijn dat de mens in een hopeloze situatie een eind aan zijn leven maakt, zoals verschillende hoofdfiguren in zijn werk dan ook inderdaad hebben gedaan...'
Deze confrontatie met het christelijke geloof komen we bijna nooit tegen in een weten-schappelijke studie. Daarom is het belangrijk dat jonge mensen voor een dieper gaande studie gebruik kunnen maken van een reeks als Uitgelezen.
Mijn tweede punt van waardering betreft het feit dat zoveel prot.-chr. auteurs aan bod komen. In Uitgelezen 4 bijvoorbeeld Hein de Bruin, C. Rijnsdorp en Jacqueline van der Waals. Tot de identiteit van de christelijke school behoort, naast kennismaking met andere levensbeschouwingen, zeer zeker ook dat juist voor deze auteurs plaats is in het literatuuronderwijs. Ik ken geen enkele andere reeks waarin aan prot.-chr. auteurs zo'n royale aandacht wordt geschonken. We mogen hiervoor het Chr. Lektuur Centrum - als afdeling van het Ned. Bibl. en Lectuur Centrum - bijzonder dankbaar zijn.
Hoe waarderen?
Het is jammer dat de christelijke dagbladpers in het naar waarde schatten van de reeks nogal tekort schiet. Trouw komt in een beoordeling van Uitgelezen 4 niet verder dan een vraagteken:
‘Maar dit alles neemt niet weg dat de basisopzet van het Christelijk Lectuur Centrum vragen oproept. Het is een beetje moeilijk de filosofie achter de methode van 'Uitgelezen' te ontdekken. Steeds vaker blijkt dat de medewerkers aan 'Uitgelezen' de door hen besproken auteurs willen begeleiden (of in de rede willen vallen) met een commentaar vanuit een christelijke levensbeschouwing. Maar de vraag is of dat kan? '
Mijn vraag aan Trouw is: Blijft u ook zo neutraal als het in de politiek gaat om zaken als kernwapens, middenschool, socialisme, e.d.? Het Reformatorisch Dagblad daarentegen nam n.a.v. Uitgelezen 3 indertijd een artikel op met de veelzeggende kop: 'Uitgelezen 3' biedt te weinig houvast voor jongeren. Ook al bleek in dit artikel uiteindelijk wel enige waardering, met een dergelijke kop erboven is het boek ten diepste afgewezen.
Trouw en Reformatorisch Dagblad: samen vertegenwoordigen ze twee vleugels binnen het protestantse volksdeel van Nederland. Het zal binnen het prot.-chr. onderwijs niet anders zijn. Wat voor de een te principieel is, is dat voor de ander te weinig!
Het zal de lezer duidelijk zijn dat ik de reeks Uitgelezen - waarvan de delen 1, 2 en 3 herdrukt zijn, een duidelijk bewijs voor het feit dat ze in een behoefte voorzien! - waardevol vind voor jonge mensen die zich met literatuur bezighouden. Ik sta er niet kritiekloos tegenover - met name in de delen 1 en 2 zijn sommige bijdragen wat te mager of te eenzijdig - , maar voor mij overweegt toch verre het positieve dat in de verschillende delen te vinden is. De reeks wil niet een aantal wetenschappelijke studies geven en maakt die dan ook niet overbodig. De opstellen in Uitgelezen kunnen we beschouwen als een soort aanvulling op die wetenschappelijke.studies. Ik denk dat jonge mensen die aanvulling hard nodig hebben. Tegen het Reformatorisch Dagblad zou ik willen zeggen: zelfs al is Uitgelezen voor u niet meer dan een half ei, dan is dit toch nog verre te verkiezen boven een lege dop? En vervolgens: wanneer komt u zelf met een heel ei?
In het Hervormd Weekblad van de Confessionele Vereniging schreef dr. C. Bezemer n.a.v. de reeks: '... het is alleen maar toe te juichen, dat uitgaven als deze ook nog verschijnen'. Waarvan acte!
Uitgelezen 4; reakties op boeken. Ned. Bibl. en Lektuur Centrum. 's-Gravenhage 1979, Paperback, ƒ 18, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's