De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In de wereld gezonden èn de wereld verlaten!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de wereld gezonden èn de wereld verlaten!

11 minuten leestijd

We worden - zegt ons doopformulier - in de doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dat betekent dat wij God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 'aanhangen, betrouwen en liefhebben', van ganser harte, van ganser ziele en van ganser gemoede zelfs, en dat we 'de wereld verlaten, onze oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen'.

We worden - zegt ons doopformulier - in de doop vermaand en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dat betekent dat wij God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest 'aanhangen, betrouwen en liefhebben', van ganser harte, van ganser ziele en van ganser gemoede zelfs, en dat we 'de wereld verlaten, onze oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen'.

De wereld verlaten! Dat kan niet letterlijk bedoeld zijn. Daarvoor is de Bijbel te vol van de opdracht om als christenen in de wereld te gaan en te staan, in de dienst van God, overeenkomstig de roeping. Maar we staan wèl voor de roeping om bij ons zijn en leven in de wereld er tóch geen deel aan te hebben, namelijk aan de geest dezer wereld, die vijandig is aan God.

Wie vandaag belijdenis doet, doet dat in de wereld van vandaag. Hij wordt ook in de wereld gezonden en moet toch, desalniettemin de wereld verlaten.

Christus' komst in de wereld. Als het om het heil gaat, dat in Christus verschenen is, dan worden in de Schrift vaak alle akkoorden open getrokken om juist het wereldwijde van dat heil, dat bereid is, te onderstrepen.

'Alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve maar het eeuwige leven hebbe' (Joh. 3 : 16). 'Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld opdat Hij de wereld veroordelen zou maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden' (Joh. 3 : 17, id. Joh. 12 : 47). Christus wordt de Zaligmaker der wereld genoemd (Joh. 4 : 42). Hij wordt genoemd het Brood uit de hemel, 'Die aan de wereld het leven geeft' (Joh. 6 : 33). Hij wordt zelfs de verzoening voor de gehele wereld genoemd (1 Joh. 2 : 2).

Het is met name Johannes, de discipel die Jezus lief had, de apostel der liefde, die niet aflatend dit aspect van de wereld, waarin het Licht verschenen is en waarin het Brood is neergedaald en die daarmee in de lichtkring van het heil gekomen is, zo sterk benadrukt. Zó lief had God de wereld... Een wereld verloren in schuld en nood en dood. Maar desalniettemin Gods wereld, uit Zijn scheppende handen voortgekomen en daarom, ook na de zondeval niet prijsgegeven aan alleen maar de machten der duisternis; maar doorstraald van het licht van het hoog-heilig evangelie.

Uitgezonden
In navolging van Christus worden de zijnen zo intussen ook gezonden in de wereld. 'Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld - zegt Christus - alzo heb ik hen ook in de wereld gezonden' (Joh. 17 : 18).

De opdracht luidt om uit te gaan in de gehele wereld om het evangelie aan alle kreaturen te prediken (Mare. 16 : 15). En Christus zegt ook: 'gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende kan niet verborgen zijn'. Zo spreekt ook Paulus van het schijnen als lichten in de wereld (Fil. 2 : 15). En Mattheüs spreekt over het zaad, dat door de Zoon des mensen wordt uitgestrooid (het zaad door 'een mens' genomen overigens): en de akker is... de wereld!

Wat is deze roeping van Christuswege om uit te gaan in de wereld, om het zaad te zaaien en om dragers van het licht te zijn tegelijk ook voluit belofte, door de eeuwen heen, tot vandaag.

Een handjevol vissers ging de wereld in. Gemeenten werden gesticht. Mensen kwamen tot het licht om zélf ook van het licht te getuigen. Ook in ons land kwam de Geest aan het Woord, via 'de man op het peerd', Willibrord. En tot vandaag is ook hier de boodschap doorgegeven en - in de zending - ook weer uitgedragen de wereld in.

Dat ook vandaag jonge mensen belijdenis des geloofs afleggen, mogen is vrucht van het zaad, dat twintig eeuwen terug gestrooid ging worden in de akker van de wereld.

En ook vandaag geldt de roeping om in de wereld het goede zaad te zaaien, om van het licht te getuigen in woord en daad. De akker is de wereld! In bedrijf en beroep, in onderwijs en politiek, in krant en omroep, in zending en evangelisatie, in kunst en literatuur zal het licht moeten en mogen worden verder gedragen.

Wie vandaag geroepen wordt tot het belijden van de Naam belijdt die Naam allereerst tegenover God zelf, dan óók in het midden der gemeente, maar tenslotte óók in de wereld, waarin we geroepen zijn tot arbeid en dienstbetoon .

Maar deze roeping wordt omkranst door de belofte. 'Ziet Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld.' En: 'Zoals de Vader Mij gezonden heeft zend Ik ook u.'

De keerzijde
Maar hoezeer de Schrift het heil ook op de wereld, op de ganse creatuur betrekt en hoezeer er dus ook de roeping, mèt de belofte, ligt voor de christen om de Naam in de wereld te belijden, er is ook in de Schrift de keerzijde. Jezus zegt tot Zijn discipelen 'Zij zullen u uit de synagoge werpen; ja, de ure komt dat een ieder die u zal doden, zal menen Gode een dienst te doen' (Joh. 16 : 2). 'De wereld heeft ze gehaat, omdat ze van de wereld niet zijn', zegt Hij (Joh. 17 : 14). 'In de wereld zult Gij verdrukking hebben', zegt Hij óók, al voegt Hij er direct aan toe moed te houden, omdat Hij de wereld overwonnen heeft. En weer op een andere plaats zegt Christus: 'Indien u de wereld haat, zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft...' De wereld haat de Zijnen omdat ze uit de wereld zijn uitverkoren (Joh. 15 : 18, 19).

Het gold ten diepste en allereerst Christus Zelf: 'Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt en de wereld heeft Hem niet gekend.'

En daarom zegt Jezus ook weer, in het Hogepriesterlijk Gebed, dat als het er op aan komt, hoezeer Hij ook vóór de wereld gekomen is en hoezeer Hij ook de wereld op het oog heeft in Zijn liefde, dat Hij niet voor de wereld bidt maar voor degenen, die Hem van de Vader zijn gegeven (Joh. 17 : 9).

Ook dit alles is door de eeuwen heen waar gebleken en gebleven. Hoe reëel is de verdrukking geweest voor de gezanten Gods, die in de wereld zijn gezonden. Apostelen werden martelaren.

Petrus: onder keizer Nero omgekeerd gekruisigd!
Johannes: op Patmos verbannen; medegenoot in de verdrukking (Openb. 1:9). Bonifatius bij Dokkum vermoord.
Zendeling van de Loosdrecht onder de Toraja's gevallen; maar wèl als een zaad, dat in de akker viel en dat tot vandaag veelvuldig vrucht mocht dragen.
Christenen achter het ijzeren gordijn: verdrukt vanwege de Naam.

Een wie vandaag de Naam belijdt zal ook nu de haat van de vrome en van de goddeloze wereld op beslissende momenten ondervinden, in woorden, gebaren, blikken, daden, beslissingen.

In de wereld verdrukking... maar hebt goede moed. Ik heb de (godevijandige) wereld overwonnen.

Onbesmet bewaard
De wereld heeft - tenslotte - in de Schrift óók het aspect van het demonische, het van God afvallige en aan God vijandige. De wereld is ook het terrein, waar de machten werken, die van God en Christus aftrekken. De wereld is zo óók een bedreiging voor de christen wanneer hij zich daarmee afgeeft, wanneer hij zich daaraan verslingert, wanneer hij daarin opgaat.

De christen mag de wereld wel gebruiken maar niet misbruiken, want de gedaante dezer wereld gaat voorbij (1 Kor. 1 : 31).

We worden opgeroepen dezer wereld niet gelijkvormig te worden maar veranderd te worden door de vernieuwing van ons gemoed (Rom. 12 : 2).

De zuivere en onbevlekte godsdienst bestaat mede in het zich ombesmet bewaren van de wereld (Jak. I : 27).

En de vriendschap der wereld is vijandschap jegens God (Jak. 4:4).

In het hoofdstuk waarin de apostel Johannes Jezus een 'verzoening der gehele wereld' noemt spreekt dezelfde apostel ervan de wereld niet lief te hebben noch wat in de wereld is, want als iemand de wereld lief heeft, de liefde van de Vader is niet in hem (1 Joh. 2 : 15).

Wie op grond van het ruime spreken over de verzoening zou besluiten tot een soort algemene verzoening moet door deze schriftplaats wel gecorrigeerd worden. Willen we tot het volk Gods behoren dan worden we getrokken uit de wereld, dan moeten we breken mèt de wereld, in haar van God afgevallen hoedanigheid.

Paulus zegt dan ook in de brief aan de Galaten, dat Christus zich gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader (Gal. 1 : 4). In diezelfde brief zegt Paulus, dat hij alléén wil roemen in het Kruis van Christus, door welke de wereld hém gekruisigd is en hij der wereld (Gal. 6 : 14).

Maar ook dit alles, het gevaar namelijk van het wereldgelijkvormige leven, mag niet doen besluiten tot wereldmijding maar moet voeren tot levensheiliging in de wereld.

De Zoon des mensen zaait het goede zaad, te weten de kinderen van het koninkrijk en het onkruid wordt gevormd door de kinderen van de boze (Matth. 13 : 38). Maar onkruid en tarwe moeten wèl samen opgroeien tot de dag van de oogst.

Er zijn telkens weer de voorbeelden dat mensen de tegenwoordige wereld, met Demas (2 Tim. 4 : 10), lief krijgen. Maar zelfs als Paulus schrijft over de zedeloosheid in de gemeente van Corinthe en hij zegt, dat de christenen zich niet mogen vermengen met de hoereerders dan weet hij tóch, dat men zich niet aan het wereldleven onttrekken kan. 'Want anders zoudt gij moeten uit de wereld gaan', zegt hij (1 Kor. 5 : 10).

Wel in de wereld, niet van de wereld
Het is een bekende uitdrukking: 'wel in de wereld, niet van de wereld.' Daarmee is toch op bijbelse wijze het christenleven gekenmerkt. Een christen zal in zijn stijl van leven onderscheiden zijn van de wereld. Hij zal de wereld niet gelijkvormig zijn. Dat is vandaag niet zo eenvoudig. Vroeger, toen het leven geïsoleerder was, was het méér mogelijk dan nu om de grenzen te bepalen. Vandaag, nu het leven mobieler is, nu de communicatiemedia dingen, die vroeger ver weg waren, dichtbij brengen, nu vooral ook de welvaart zijn tol eist, gegeven de daardoor openstaande mogelijkheden om ons de nodige dingen te permit­teren, zijn de gevaren van wereldgelijkvormigheid groter dan ooit. De gemeente is vandaag mede betrokken in het geweldige proces van secularisatie dat zich voltrekt.

En toch, voor hen die vandaag belijdenis doen - zo goed als voor hen die het eerder deden - staan de bijbelse vermaningen, die we hierboven gaven, voluit overeind. We zijn ook vandaag geroepen zó te leven, dat we onderscheiden zijn van de wereld. En als de grenzen vandaag zozeer vervagen dan zullen we als christenen ons temeer uit de omgeving van het grensgebied moeten houden willen we geen grenzen gepasseerd zijn voor we het weten. 'Waar is de grens? ', wordt vaak gevraagd. Welnu, waar dat vandaag ook bij allerlei nieuwe verschijnselen, die zich aandienen, geldt is misschien de beste raad, die al een oude raad is: in twijfelachtige zaken: afstand houden!

Maar belijdenis doen is ook hierin een bewuste keuze: God dienen óf de wereld. Dat komt uit in politieke keuze, in keuze voor de bladen, die we lezen, in het beleven van de zondag, in de recreatie, in het omgaan met elkaar, in opstelling in ethische vragen, omdat het leven zich voltrekt coram Deo, voor het Aangezicht Gods.

Een wettisch leven is dit intussen niet. Want als Paulus opwekt om de wereld niet gelijkvormig te zijn dan laat hij dit voorafgaan door de opwekking om onze lichamen, dat is heel ons bestaan, te stellen tot een 'Gode welbehaaglijke offerande, welke is onze redelijke godsdienst' (Rom. 12 : 1). De liefde van God wekt wederliefde tot Hem en dat komt openbaar in het leven doordat Hij vrijwillig gediend wordt en de wereld ons gekruist wordt.

Op deze wijze is de christenheid door de geschiedenis getrokken, levend in de wereld en toch niet zijnde van de wereld. Enerzijds met de roeping om in de wereld getuigenis te geven van het heil, dat in Christus voor de wereld is verschenen, anderzijds apart gezet, geheiligd, afgezonderd, niet deelhebbend aan de géést van de wereld. En vaak heeft de christenheid het getuigenis aangaande de naam met het martelaarschap moeten bekopen. Verwondert u niet, mijn broeders, zo de wereld u haat, zegt Johannes (l Joh. 3 : 13).

Maar het loon van het martelaarschap, wat het loon is op het getuige-zijn is de heerlijkheid. Daarvan zegt het bekende Te Deum:

U looft de apostelschaar in heerlijkheid, o Heer,
profeten, martelaars vermelden daar uw eer.
Door heel uw kerk wordt steeds, daar boven, hier beneden,
in strijd en zegepraal, uw grote naam beleden.
Zij looft, o Vader, U, oneindig in vermogen,
onpeilbaar in verstand, onmeetbaar in meêdogen!

V. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

In de wereld gezonden èn de wereld verlaten!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's