Er zijn wel arbeiders maar de oogst is zo klein!
Evangelisatie zinloos?Bij Dabar-medewerkers bemerk ik nogal eens de volgende reaktie: Wat heeft mijn werk eigenlijk voor zin, ik zie helemaal geen resultaten? We zijn op de camping een prima crèche, houden de mensen fijn bezig, maar de eerste bekeerling moet ik nog tegenkomen. Veelal is deze gedachtengang reden om maar geen Dabar-werk meer te doen. Natuurlijk, iets waar je geen resultaat van ziet, dat bevredigt je niet, dat zou je haast zinloos noemen. Ik heb die neiging zelf ook. Je gehoorzaamt aan Gods zendingsopdracht, je stelt je in dienst van God, en dan zie je geen resultaat. Het arbeiden voor God heeft geen sukses. Vandaar als titel de ontkenning van Mattheüs 9 : 37: 'er zijn wel arbeiders, maar de oogst is zo klein'.
Het lijkt mij goed eerst iets over mijzelf te zeggen. Een naam alleen zegt zo weinig.
Ik ben 21 jaar. Sinds augustus 1978 studeer ik wiskunde in Leiden. Mijn doel is om leraar te worden. In de zomer van '77 deed ik voor het eerst mee met het Dabar-werk op de camping in Elburg. In '78 werkte ik in Woerden, en afgelopen zomer was ik teamleider in Wierden. Mijn motieven om evangelisatiewerk te doen hoop ik in de loop van dit artikel duidelijk te maken.
Evangelisatie zinloos?
Bij Dabar-medewerkers bemerk ik nogal eens de volgende reaktie: Wat heeft mijn werk eigenlijk voor zin, ik zie helemaal geen resultaten? We zijn op de camping een prima crèche, houden de mensen fijn bezig, maar de eerste bekeerling moet ik nog tegenkomen. Veelal is deze gedachtengang reden om maar geen Dabar-werk meer te doen. Natuurlijk, iets waar je geen resultaat van ziet, dat bevredigt je niet, dat zou je haast zinloos noemen. Ik heb die neiging zelf ook. Je gehoorzaamt aan Gods zendingsopdracht, je stelt je in dienst van God, en dan zie je geen resultaat. Het arbeiden voor God heeft geen sukses. Vandaar als titel de ontkenning van Mattheüs 9 : 37: 'er zijn wel arbeiders, maar de oogst is zo klein'.
Het geijkte antwoord op dit probleem is: 'Wij zaaien en God geeft de wasdom'. Vaak wordt deze uitspraak als een dooddoener ervaren of gebruikt. Het klinkt erg mooi, maar ik zou die wasdom wel eens willen zien.
Wat is evangelisatie?
Het is goed om eens te bekijken, wat nu eigenlijk evangelisatie is. In het boekje 'Zending in de moderne wereld' geeft John Stott hier enkele belangrijke en duidelijke aanwijzingen voor. Hij merkt op, dat de term 'evangelisatie' in het Nieuwe Testament meestal als een werkwoordsvorm voorkomt. Dat betekent, dat het met een handeling, met aktie te maken heeft. Evangeliseren is: het evangelie verkondigen, de goede boodschap vertellen. Evangelisatie is de proklamatie van het evangelie. Vertellen dat door het aanvaarden van Jezus' offer de verbroken relatie tussen God en mens hersteld kan worden. Dat is de opdracht. 'Gaat henen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen' (Mark. 16 : 15); er moet 'in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden' (Luk. 24 : 47); ' 'onderwijst al de volken' (Matth. 28 : 19).
Het gaat dus duidelijk om de aktie, en niet om het resultaat. De opdracht is: verkondigen van het evangelie, onafhankelijk van de resultaten.
Opdracht en doel
Hoe moeten we dan de bekering van mensen zien? In 2 Petrus 3 : 9 staat: 'De Heere (...) is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen'. En Paulus schrijft, dat God 'wil, dat alle mensen zalig worden en tot kennis der waarheid komen' (1 Tim. 2:4). Dat laat aan duidelijkheid niets te wensen over: Gods doel is, dat mensen zich bekeren. Daarom is evangelisatie ook een oproep: laat u met God verzoenen!'
Maar laten we niet de opdracht met de doelstelling verwarren. De opdracht is: de verkondiging van het Woord, en het doel: wat het Woord bij de mensen uitwerkt. We hopen, dat er mensen overtuigd worden. 'Wij bewegen de mensen tot het geloof' (2 Kor. 5:11). Maar ook al worden er geen mensen overtuigd, dan hebben we toch aan de opdracht te voldoen, om Christus te verkondigen. Natuurlijk zijn we niet onverschillig ten opzichte van de resultaten. Het is ons doel om Jezus Christus zó te presenteren, dat de mensen zich daardoor aangesproken voelen, en Hem als hun Verlosser aannemen. Alleen zijn wij het niet, die de uitkomst bepalen. Bij wie liggen de resultaten in veiliger handen dan bij onze almachtige God?
We zeiden al dat de uitwerking van ons evangelisatiewerk ons niet onverschillig is. Dat is ook een motief om je in te zetten. Wij weten dat het Gods wil is, dat alle mensen zalig worden. We weten ook, dat de Heere mensen wil gebruiken om het evangelie van Christus, te verbreiden. Je zou kunnen zeggen: we mogen Gods medearbeiders zijn. Als God je gebruikt, zou Hij dat voor niets doen, om je maar een beetje bezig te houden?
Praktijk
In de praktijk van het Dabar-werk is het wat moeilijk om vrucht te zien, omdat je na veertien dagen weer weg bent, en de mensen, die je gesproken hebt vaak niet meer ontmoet. Je kunt je afvragen wat je resultaat noemt. Noem je het resultaat als iemand zich bekeert, of is het ook al vrucht, als je de gelegenheid had om iemand de inhoud van het evangelie uit te leggen?
Ik herinner mij een gesprek met een campinggast, waarin deze erg werd aangesproken door het evangelie; niet door middel van mijn woorden, maar door de woorden, die hij zelf aanhaalde van een Dabar-medewerker, die hij twee jaar geleden had gehoord. Op dat moment zag ik de vrucht daarvan. Die Dabarmedewerker van twee jaar geleden wist toen niet, dat zijn woorden over 2 jaar nog eens door God gebruikt zouden worden. Als je aan zaaien denkt: verwacht je dat er na één dag al iets boven de grond komt? Als je voor God werkt, mag je erop vertrouwen, dat Hij er wel voor zorgt, dat jouw woorden terecht komen waar Hij ze wil hebben.
Identifikatie met de mensen
Deze redenering inag er niet toe leiden, dat we maar raak strooien met het zaad van het evangelie. God heeft ons niet voor niets een verstand gegeven. Hij vraagt van ons, dat we dat gebruiken, om verstandig te werk te gaan. Je kan je afvragen op welke manier de mensen het meest aangesproken worden. Een belangrijk principe hiervoor is: identificeer je met de mensen, die je bereiken wil. Ga naast ze staan, verplaats je in hun situatie. Paulus deed dat heel duidelijk (1 Kor. 9 : 20-22): 'En ik ben de Joden geworden als een Jood, opdat ik de Joden winnen zou; degenen, die onder de wet zijn, ben ik geworden als onder de wet zijnde, opdat ik degenen, die onder de wet zijn, winnen zou; degenen, die zonder de wet zijn, ben ik geworden als zonder de wet zijnde, (voor God nochtans zijnde niet zonder de wet, maar voor Christus onder de wet), opdat ik degenen, die zonder de wet zijn, winnen zou. Ik ben de zwakken geworden als een zwakke, opdat ik de zwakken winnen zou; allen ben ik alles geworden, opdat ik immers enigen behouden zou.' Jezus geeft dat voorbeeld ook: als Hij een tollenaar wil bereiken, komt Hij bij hem thuis, en eet met hem. Het campingwerk van Dabar is een goed voorbeeld. Als jongeren hebben we in de vakantie de meeste tijd om ons in te zetten voor evangelisatie. Mensen zijn dan op vakantie. Daarom zoeken we hen op op hun vakantiebestemming. Daarom steken we ook de handen uit de mouwen voor allerlei rekreatieve aktiviteiten, om ook daarin naast de vakantieganger te staan.
Eigen geestelijke opbouw
Je behoeft, om resultaat te zien, niet altijd naar de ander te kijken. Kijk ook eens bij jezelf. Het meedoen met evangelisatiewerk zal zeker ook bij jezelf vruchtdragen. Paulus ziet dat ook: 'en dit doe ik (evangeliseren) om des Evangelies wil, opdat ik hetzelve mede deelachtig zou worden'(1 Kor. 9 : 23). Ik heb dat zelf ook ervaren. Ik wist dat Jezus gestorven was voor zondaren om hen eeuwig leven te geven. Door mijn evangelisatiewerk heb ik geleerd om dit op mijzelf te betrekken. Dat doet mij denken aan een uitspraak, die ik onlangs op de radio hoorde: 'een gegeven in het evangelisatiewerk is, dat de evangelist zelf bekeerd wordt'. Door evangelisatiewerk te doen, geef je, menselijkerwijs gesproken God een kans om jou langs dié weg geestelijk op te bouwen. De vrucht van evangelisatiewerk kun je dus ook vinden in je eigen leven.
Belofte
Als je ophoudt met evangelisatiewerk, omdat je geen vrucht ziet, vind je dan je sukses niet belangrijker dan de eer van Christus? Het handelen ter ere van God hangt nauw samen met het gericht zijn op het behoud van je medemens (1 Kor. 10 : 31-33).
Vrucht dragen, bij een ander of bij jezelf, is een belofte, die geldt voor ieder die zich inzet voor het werk in Gods Koninkrijk. Ik moet denken aan een veel gezongen bijbellied bij het kinderwerk, de tekst van 1 Kor. 15 : 58: 'Weest standvastig, onwankelbaar, steeds overvloedig in het werk van de Heer, want uw arbeid zal niet vergeefs zijn in de Heere'. Ik weet dat, als ik de resultaten zelf in handen had, ik dan zeker reden had tot klagen. Ik doe evangelisatiewerk omdat God voor de vrucht zorgt. Gods Woord zal niet ledig tot Hem wederkeren, maar zal doen wat Hem behaagt (Jes. 55 : 11).
Wij zaaien, en God geeft dè wasdom!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's