De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Dr. J. J. Buskes

Op 9 maart overleed op 80-jarige leeftijd de bekende predikant en theoloog, dr. J. J. Buskes. Meer dan 50 jaar heeft hij zijn plaats ingenomen in het kerkelijk leven, eerst als Geref. predikant, daarna als predikant binnen Hersteld verband en daarna als Hervormd predikant. Daarnaast heeft hij zich bewogen op maatschappelijk, sociaal en politiek terrein. In woord en geschrifte toonde hij zich een veelzijdig man, begaafd spreker en schrijver, een theoloog van formaat die op vele terreinen thuis was.

Naar aanleiding van zijn heengaan is in verschillende bladen over zijn persoon en zijn werk, zijn plaats in kerk en theologie geschreven. Dat is geen wonder want bij vele belangrijke zaken in het kerkelijk leven was hij betrokken. Men denke aan het conflict-Geelkerken in de Geref. Kerken, aan de strijd tegen het nationaal-socialisme, aan de confrontatie met het communisme. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Buskes zich gemengd in de discussie rondom de verzoening, de vragen van oorlog en vrede, vragen die hem trouwens ook voor Wereldoorlog II al indringend bezig hielden, de kwestie van de sociale gerechtigheid. Tot in hoge ouderdom toe bleef hij spreken en schrijven. Zo verschenen er enkele jaren terug in Trouw scherpe artikelen over de beweging Christenen voor het Socialisme wier beweging Buskes afwees.

In het Geref. Weekblad van 14 maart schrijft prof. dr. H. N. Ridderbos over hem:

Hij was een gepatenteerde dwarsligger en liep met name heilige huisjes graag omver. Daar stoot je vele mensen mee af en dat is op zichzelf nog niet zo'n deugd. Het bizondere was wel, dat hij niet het rancuneuze had van vele (de meeste? ) dwarsliggers. Hij was niet negatief. Hij riep 'Hoerah voor het leven'. Hij had iets hartverwarmends, want zijn motieven waren evangelisch. Hij had scherpe, soms bijtende kritiek op de kerk. Hij liet zich door geen kerkrecht de wet voorschrijven. Hij zei, dat geen kerk hem zijn ambt ooit kon ontnemen, omdat hij zich door Jezus Christus geroepen wist. Het laatste was stellig waar, maar het eerste niet. Hij heeft gefulmineerd tegen het 'oude' establishment van de Geref. Kerken, waarmee hij tijdens de Geelkerkenkwestie in frontale botsing kwam. Maar hij is altijd blijven getuigen van zijn binding aan de gereformeerde religie, waarin hij in die kerken was opgevoed en later ook onderwezen - 'je kunt van minder komaf wezen!' zei hij dan graag - en hij is de band blijven zoeken met allen in die kerken aan wie hij zich in dat geloof verbonden wist, ook al gingen ze andere wegen dan hij. Hij was niet alleen bereid tot verzoening, maar ook dankbaar als een kind, toen eindelijk in 1968, nadat de synode van de Geref. Kerken de daarvoor nodige herzienings-beslissing had genomen, voor hem in de kerk van A'dam-Zuid op zo royaal mogelijke wijze de kansel weer werd geopend. Want zo was hij: fel en strijdlustig, maar nooit verbitterd.

Het is een merkwaardige zaak dat de man die in de twintiger jaren in conflict kwam met de Geref. kerken, later juist in die kerken veel gehoor kreeg. Prof. Runia noemt als oorzaken daarvoor in zijn artikel in het Centraal Weekblad van 15 maart:

In de eerste plaats denk ik aan het feit, dat onze eigen kring nogal wat veranderd is. We zijn zelf veel meer in de richting van Buskes opgeschoven. Maar daar komt in de tweede plaats ook bij, dat in bepaalde opzichten de richting van Buskes' kritiek veranderde. Terwijl hij zich vroeger vooral keerde tegen het farizeïsme, dat hij in orthodoxe kring meende te ontdekken, keerde hij zich nu (vanuit hetzelfde evangelie) tegen tendensen die hij al evenzeer bedreigend vond. Toen hij meende een uitholling van het christelijk karakter van het chr. onderwijs te ontdekken, begon Buskes met hetzelfde elan, waarmee hij vroeger de zelfverzekerdheid kritiseerde, voor het evangelisch gehalte van het onderwijs te vechten.

Hoezeer hij ook tot het einde van zijn leven een voorstander van het democratisch socialisme bleef, had hij toch scherpe kritiek op de beweging Christenen voor het Socialisme, omdat hij vond dat hier het christelijk geloof en het socialisme te veel geïdentificeerd werden. Door deze opstelling werd Buskes door veel mensen, die vroeger erg kritisch tegenover hem stonden, eerder als medestander dan als tegenstander gezien. Toch weigerde hij tot aan het einde toe zich in een bepaald hokje te laten opsluiten. Hij bleef een man die telkens weer, vanuit zijn visie op het evangelie, op verrassende wijze zijn eigen weg ging.

Wie over Buskes schrijft, dient ook melding te maken van zijn politieke keuze voor de doorbraak en de P.v.d.A. Wie de autobiografie Hoera voor het leven leest, ontdekt hoe deze keus geen modegril was, maar verbonden bleek met Buskes' (barthiaanse) visie op de reikwijdte van de verzoening.

In een kort woord ter nagedachtenis in De Reformatie wijst prof dr. C. Trimp erop hoe Schilder en Buskes beiden op hun wijze in conflict kwamen met de Geref. kerken:

Toen hij student was aan de Vrije Universiteit stierven A. Kuyper en H. Bavinck, resp. in 1920 en 1921; in de gereformeerde kerken begonnen het traditionalisme en het epigonisme zich door te zetten. Daaraan heeft Buskes zich terecht geërgerd, omdat hij reeds vroeg de starheid en machteloosheid daarvan doorzag. Datzelfde was het geval met zijn iets oudere tijdgenoot K. Schilder, die in 1914 predikant geworden was.

Toch gingen hun wegen radicaal uiteen: het synodebesluit van Assen-1926 inzake de betrouwbaarheid van de Schrift werd het beslissende breekpunt. De mateloze kritiek van Buskes daarop kan ieder nog nalezen in oude jaargangen van het weekblad Woord en Geest - destijds de spreekbuis van de kerken in 'hersteld verband'. Buskes kon in 'Assen-1926' niet anders zien dan de overwinning van een star en conservatief confessionalisme, dat door de hiërarchen van de Vrije Universiteit aan de kerk was opgelegd.

Toen werd hij in plaats van reformator van de kerk de agitator van de 'doorbraak' en dat zette hem op de weg-terug naar de Nederlandse Hervormde Kerk. Buskes is sindsdien de man van het bekwaam verdedigde alternatief: geen confessionele doorgaande reformatie, maar progressieve deconfessionalisering van het christelijk leven in Nederland.

Voor de oorlog wisten velen zich niet te onttrekken aan de betovering van Karl Barth en het pacifisme van de C.D.U. en vlak na de oorlog kwam de doorbraak-brochure van de zeven hervormde predikanten van Amsterdam (Wat bezielt ze? ), die als een sterke stimulans in de richting van de Partij van de Arbeid heeft gewerkt. Aan beide gesignaleerde verschijnselen is de naam van Buskes onverbrekelijk verbonden.

In het geheel van de Geref. gezindte is Buskes ook meermalen bezig geweest met de Geref. Bond. Vooral sinds het verschijnen van het Getuigenis is de kritiek van Buskes op de Bond scherp geweest. Persoonlijk heeft me dit altijd bevreemd en ook pijn gedaan, omdat ik nog altijd meen dat Buskes in zijn verdediging van door het Getuigenis aangevallen theologen het toch opnam voor een vorm van theologie die met zijn eigen prediking op gespannen voet staat. Het zou de moeite waard zijn om in een geschiedenis van de Ned. Hervormde Kerk bij de behandeling van de twintigste  eeuw een en ander eens te analyseren. Heeft de invloed van de theologie van Barth hier toch een beslissende rol gespeeld, met name in een verschil van visie op de betekenis van de toeëigening van het heil en het werk van de Heilige Geest?

Waardering en respect voor de wijze waarop Buskes zijn plaats in de kerk heeft ingenomen sluiten niet uit, dat we zijn stellingname ten opzichte van het Getuigenis en zijn politieke visie betreuren.

Temeer, omdat we in zijn bestrijding van de ideologie van fascisme en communisme, in zijn kritiek op het geruchtmakende artikel van prof. Smits over de verzoening, in zijn pastoraal geschreven boek 'Waarheid en leugen aan het ziekbed', in zijn preken en dagboeken hem hebben leren kennen en herkennen als een prediker en theoloog voor wie het Evangelie van de heilsfeiten van kruis en opstanding centraal stond en die zich menig maal niet schaamde publiekelijk getuigenis af te leggen van de belijdenis van de rechtvaardiging van de goddeloze. Ik herinner me een zinsnede in een van zijn vele artikelen: 'Prediken we nog een evangelie waarover we ons in de lijn van Rom. 1:16 niet behoeven te schamen?' Dat was een indringende vraag aan het adres van een modernistische vernieuwingstheologie.
Een vraag die door Buskes gesteld werd niet maar voor de aardigheid of terwille van de discussie, maar omdat dit hem hoog zat dat het onversneden Evangelie van het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt in de kerk zou blijven klinken. Zoiets geeft bij alle verschil , toch een stuk herkenning en verbondenheid. Kerk en theologie doen er m.i. goed aan over de gehele lengte en breedte ook in deze tijd zich die vraag van Buskes opnieuw te stellen.

Feministische theologie

In Hervormd Nederland van 15 maart schrijft Noortje van Oostveen een nogal zorgelijk artikel over de toekomst van feministische theologen. Zij zouden in hun publicatiemogelijkheden beperkt zijn, terwijl boeken van iemand als Corrie ten Boom een oplage van meer dan honderdduizend halen. De universitaire wereld zou niet openstaan voor het theologisch werk van vrouwen die vraagtekens zetten achter geaccepteerde methoden. Ik citeer uit dit artikel:

Cynthia Wedel, één van de presidenten van de Wereldraad van Kerken, stelt dat er nauwelijks belangstelling is beurzen beschikbaar te stellen voor onderzoek op het terrein van onderwerpen die met vrouwen hebben te maken. De belangrijkste oorzaak is niet eens slechte wil; dergelijke onderwerpen passen nu eenmaal niet binnen de vastgestelde categorieën. Volgens de gevestigde categorieën stellen veel vrouwen vragen die geen vragen zijn en ze verleggen grenzen naar 'niet-bestaande' terreinen van onderzoek. En zolang het vrouwen ontbreekt aan geld om studie en onderzoek te volbrengen, is het voor hen ook moeilijk te publiceren.

Er is nog een ironisch feit dat remmend werkt op de ontwikkeling van feministisch-theologische studie. Veel jonge vrouwen die nu de universiteiten bevolken en zelf de spits van de strijd om de ruimere mogelijkheden voor vrouwen niet hebben meegemaakt, willen helemaal niets te maken hebben met de vrouwenbeweging. Zij accepteren maar al te graag een traditioneel mannelijk theologisch bewustzijn.

In Amerika beleefde de feministische theologie haar grote bloei. Voor veel mensen in Europa was het werk van bijvoorbeeld Letty Russell zelfs hun eerste kennismaking met theologiseren vanuit feministisch perspectief. Toch geven de oplagecijfers van Amerikaanse vrouwelijke theologen weinig reden te spreken van een groeiende groep belangstellenden. De tijd waarin het onderwerp geweldig 'in' was lijkt alweer voorbij. En dat terwijl of juist omdat de structureel remmende factoren niet zijn weggenomen. Nederland geeft eenzelfde beeld te zien. Catharina Halkes is nog steeds de enige (rooms-katholieke) vrouw met een leeropdracht voor feministische theologie en de positie van de vrouw in de kerk.

Mijnerzijds slechts enkele korte opmerkingen. Zou datgene waar mevr. Van Oostveen op wijst ook te maken kunnen hebben met het feit dat een theologie die zo weinig wortelt in de Schriften, maar meer ontsproten is aan het eigentijds denken, toch tot de voorbijgaande verschijnselen behoort. En zou het aanslaan van de publicaties van Corrie ten Boom omgekeerd niet samenhangen met het feit dat zij een boodschap brengt die geput is uit het hart van het Evangelie.

Men versta mij goed: Bezinning op taak en plaats van de vrouw in de chr. gemeente in de samenleving kan een goede zaak zijn. Aandacht voor de plaats van de vrouw in de Schrift kan soms verrassende ontdekkingen opleveren. Maar dat is wat anders dan een feministische theologie die meer put uit religieuze en maatschappelijke ervaringen dan uit de Schriften. Dat aan zo'n theologie kennelijk toch niet zo'n behoefte bestaat is - in tegenstelling tot de scribente in Hervormd Nederland - voor mij eerder een verheugend dan een zorgelijk verschijnsel. Kennelijk zijn velen toch te nuchter dan dat men zich op sleeptouw laat nemen door de modetheologie van het moment.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's