Gezinsvorming: vraag en antwoord
Vanuit de huisartsenpraktijk
Het is werkelijk ongelooflijk, wat ik de laatste weken te horen en te zien heb gekregen. Niet ongelooflijk was het aantal reakties, want het is mij vanuit de dagelijkse praktijk genoegzaam bekend dat gezinsvorming en pilproblematiek voor bijna iedereen een persoonlijk vraagstuk is, wél ongelooflijk was de inhoud van de reakties. Daarmee bedoel ik de tegenstrijdigheid ervan.
Hoewel ik de vorige keer aankondigde te zullen schrijven over onze jeugd en de pil, leek het me toch beter eerst even te reageren op de vele brieven, die me bereikten, naar aanleiding van de vorige artikelen.
Het is werkelijk ongelooflijk, wat ik de laatste weken te horen en te zien heb gekregen. Niet ongelooflijk was het aantal reakties, want het is mij vanuit de dagelijkse praktijk genoegzaam bekend dat gezinsvorming en pilproblematiek voor bijna iedereen een persoonlijk vraagstuk is, wél ongelooflijk was de inhoud van de reakties. Daarmee bedoel ik de tegenstrijdigheid ervan.
Wat voor de éne broeder of zuster doodzonde is, wordt door de ander serieus overwogen. Wat de één maar onzin vindt, lijkt de ander broodnodig.
Jong en oud liet van zich horen, van een verloofd paar tot een mevrouw van 84 jaar! Ernst en luim wisselden elkaar af. De éne keer moest je je hoofd schudden, de andere keer je buikspieren vasthouden van het lachen. Nu is dit allemaal niets bijzonders in het leven van een huisarts, contrastrijker leven bestaat er haast niet. En toch, en toch...
Is het niet bedenkelijk dat er inzake het onderwerp 'gezinsvorming' zoveel hoofden zoveel zinnen zijn? Of je nu voor je eigen praktijk (die niet uit louter christenen bestaat, verre van dat) staat te praten, of voor een select gezelschap als de abonnees van de Waarheidsvriend zit te schrijven, het is toch wel opmerkelijk dat de vragen en antwoorden die je krijgt inhoudelijk niet zoveel verschillen. Het is zonder meer een feit, dat ieder, ook in kerkelijke kring, er het zijne van denkt, zonder dat men aan wie dan ook verantwoording denkt te moeten afleggen. De gezinsvorming, en de sexualiteit in het algemeen, lijkt voor velen een gebied, dat afgegrendeld is van de rest van hun leven. Het bordje 'Verboden Toegang' staat ervoor. Wat zich achter dat bordje afspeelt, gaat niemand aan.
Dat is in zekere zin terecht, wat een zaak tussen man en vrouw is, duldt geen pottenkijkers, maar dat bedoel ik ook niet te zeggen. Het gaat erom, dat door velen het bordje Verboden Toegang ook wordt opgericht voor God. Over deze zaken heeft God geen zeggenschap . Als er problemen zijn op het gebied van sexualiteit en gezinsvorming, dan vragen ze zich niet af wat God nu eigenlijk bedoeld heeft, maar gaan ze spoorslags met geestelijke blinddoeken voor om raad bij de dokter. Ik denk, dat men God over deze enerzijds moeilijke zaken niets durft te vragen, omdat men Hem voor deze anderzijds wondermooie zaken nooit heeft durven danken!
Er dreigt, ook in de reakties, steeds spraakverwarring op te treden. Door de verschillende waardering van de sexualiteit in verhouding tot het geestelijk leven, kreeg ik twee tegenstrijdige geluiden te horen.
De één vond mijn artikelen inhoudelijk wel goed, maar vond ze niet passen in de Waarheidsvriend, ze waren wellicht te medisch, te praktisch en derhalve niet geschikt voor een kerkblad, dat een meer geestelijke meditatieve inhoud dient te hebben. Dat bezwaar kan ik ten dele aanvoelen, ik heb steeds getracht niet al te vaktechnisch te worden, maar ik kon er juist vanwege de wantoestanden onder ons (denk aan het juist onder ons veelvuldig gebruik van het spiraaltje) echt niet om heen. Toch vind ik dat er achter een dergelijke reaktie ook een denkfout zit, namelijk de steeds terugkerende misvatting dat gezinsvorming en sexualiteit een medische aangelegenheid is. Dat is dan alleen bij medische complicaties het geval, anders niet. Dat heb ik in de artikelen over 'dominees en dokters' proberen aan te tonen om vervolgens te zeggen dat 'gezinsvorming een geloofszaak' is. Maar om daar te eindigen moet je wel eerst bij de grond beginnen, en dat is dan de praktijk van alle dag, die alleen aan de individu in kwestie én aan de huisarts bekend is. Ik heb dan ook na de diverse reakties sterk de indruk, dat ik voor velen zaken en handelingen boven water heb gehaald, die vóór die tijd voor onkundigen helaas, en voor kundigen 'gelukkig' onder water zijn gebleven. Dat riep voor de éne groep schuldgevoelens op, voor de ander onrust, daar ben ik me diep van bewust. Maar daarom kun je zoiets toch niet verzwijgen, 'om de lieve vrede wil'? Om enige informatie over conceptie en anticonceptie kun je dan toch niet heen? En daar heb je dan een medicus voor nodig misschien. Nu moet ik toegeven dat een medicus beroepshalve veel zaken gemakkelijk met naam en toenaam noemt, waar een 'leek' nauwelijks over durft te praten. Dat geeft vaak een schokeffect, het geluid op zich al. En toch heb ik sterk de indruk dat reakties als bovengenoemde voortkomen uit een angst (of valse schaamte? ), dat een levensgebied opengebroken wordt, bespreekbaar wordt, waar vroeger het bordje 'Verboden Toegang' stond.
Dan breken we dat gebied niet open op de provocerende manier van de huidige persmedia, maar dan zijn we slechts bezig om het reeds verloren, duistere, 'stiekeme' terrein terug te winnen van de diverse machten en invloeden dezer eeuw. De inhoud was daarom niet medisch bedoeld, wel onthullend, en dat is even wennen.
De auteur was wel medisch, dat wel, maar dat gaat misschien snel veranderen. Uit diverse contacten met predikanten heb ik een levendige belangstelling en daadwerkelijke betrokkenheid opgemerkt. Dat zal hopelijk in het pastoraat merkbaar worden. En mogelijk wordt in de toekomst de onderhavige problematiek in de Waarheidsvriend besproken onder de 'pastorale overwegingen'.
Nu nog vinden velen het te ver gaan voor een kerkblad. Daarom was het opmerkelijk dat er een volkomen andersklinkende reaktie was. Ik zou niet ver genoeg gegaan zijn, ik had aan de éne kant het 'onaanvaardbaar' uitgesproken over bijvoorbeeld het spiraaltje, zonder direkt aan de andere kant een alternatief te bieden. Ik had dan wel twee artikeltjes laten volgen met de titel: 'Wat dan wel?', maar het was toch eigenlijk niet bevredigend om de mensen met een paar boekjes naar huis te sturen. Ik had zelf moeten doorstoten, want veel mensen onder ons hebben de moed niet om deze boekjes in de boekhandel te gaan halen. U ziet hoe verschillend de meningen zijn. Toch geloof ik, dat bij het vervullen van de wens van deze laatste broeder de eerste recht van spreken zou krijgen. Wat de drempel vrees betreft voor het kopen van de aanbevolen boeken, dat doet me denken aan dezelfde schroom bij de drogist bij het vragen naar condooms. Daar varen de postorderbedrijven wel bij en als ik de vele advertenties van de onder ons bekende boekhandelaren zie in de onder ons evenzo bekende bladen, dan geloof ik dat dit probleem eenvoudig te ondervangen is.
Dat daarmee velen toch met problemen zijn blijven zitten, wil ik niet ontkennen. Zo heb ik van vele zijden gehoord dat verontruste vrouwen, die in onwetendheid en op doktersadvies een spiraaltje hadden, naar hun huisarts of gynaecoloog zijn gestapt en, in dezelfde zin als ik heb beschreven, hun bezwaren op tafel hebben gelegd, en tot hun stomme verbazing te horen kregen, dat dat allemaal verzinsels of leugens zijn. Het spiraaltje zou volgens hen wél anticonceptief werken, en als de specialist het zegt, wie durft die dan tegen te spreken? Zo zijn er velen toch in de kou blijven staan. De medische autoriteit heeft gesproken, basta. En toch kan ik al deze mensen zeggen dat deze medici wetenschappelijk gezien geen been hebben om op te staan, ze hebben alleen misbruik van hun macht gemaakt. Nog niet zo lang geleden was ik op een vergadering van het Nederlands Artsen Verbond, waar gesproken werd over de 'reageerbuisbaby', en waar de discussie zich toespitste op het wel of niet mogen experimenteren met de bevruchte eicel. Waarbij één van de meest vooraanstaande gynaecologen (progressief, geen lid van het Ned. Artsen Verbond) zich afvroeg waar wij ons zo druk over maakten, want het spiraaltje accepteerden we toch ook? Waarbij deze hoogleraar in de gynaecologie dus direkt toegaf dat bij het gebruik van het spiraaltje er sprake is of kan zijn van een bevruchte eicel! Waarvan akte.
Het zijn echter niet alleen doktoren, die op pragmatische gronden, de miniabortieve werking van het spiraaltje ontkennen, maar ook velen onder ons.
Velen vinden het spreken over de principiële grens van conceptie hetzelfde als 'spijkers op laag water zoeken'. Ze vinden het onbelangrijk wat er zich op celniveau in hun lichaam afspeelt, ze vinden alleen het resultaat belangrijk en doorslaggevend, namelijk het feit dat ze niet zwanger worden. Dat telt, en verder geen gezeur! En ze proberen met medische argumenten de onschadelijkheid van het spiraaltje aan te tonen, de medische veiligheid is toch immers veel belangrijker dan de ethische aanvaardbaarheid? Bij deze mensen heerst de techniek over de ethiek, en dat is het omgekeerde van wat God bedoelt. Dat wil ik de volgende keer, mede aan de hand van andere reakties, verder uitleggen.
Als één zelfs bevruchte eicel voor hen niet telt, wat doen ze dan met bijbelteksten als bijvoorbeeld: 'één dag is bij God als duizend dagen' en 'de haren uws hoofds zijn alle geteld'?
P.S. Als een volgend artikel wel eens even op zich laat wachten, komt dat door drukke praktijkwerkzaamheden. Dat dokters het altijd druk hebben, is niet alleen een onmisbare smoes, maar ook wel eens een keiharde realiteit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's