De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het arbeidsterrein van de vrouw (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het arbeidsterrein van de vrouw (1)

11 minuten leestijd

Van het Vrouwenberaad in Zeeland bereikte ons een discussiestuk voor huiskamergesprekken over 'Het arbeidsterrein van de vrouw'. Het stuk is van eind vorig jaar en bevat stof welke zeker ook in onze huiskamers besproken mag worden. Drie delen worden aangekondigd: A. De taak en plaats van de vrouw vroeger en nu. B. Beoordeling arbeid in gezin en samenleving. C. Recht op betaalde arbeid voor iedereen? Over de drie onderdelen willen we u, van kommentaar voorzien, informeren.

Van het Vrouwenberaad in Zeeland bereikte ons een discussiestuk voor huiskamergesprekken over 'Het arbeidsterrein van de vrouw'. Het stuk is van eind vorig jaar en bevat stof welke zeker ook in onze huiskamers besproken mag worden. Drie delen worden aangekondigd: A. De taak en plaats van de vrouw vroeger en nu. B. Beoordeling arbeid in gezin en samenleving. C. Recht op betaalde arbeid voor iedereen? Over de drie onderdelen willen we u, van kommentaar voorzien, informeren.

Vroeger en nu

Het gaat dus over de taak en plaats van de vrouw vroeger en nu. Eerst wordt stilgestaan bij wat in vroeger tijden van en over de vrouw is gezegd. De Griekse wijsgeer Aristoteles stelde de man als maatstaf voor het menselijke en de vrouw als de mislukte mannelijke geboorte. Thomas van Aquino uit zich in de 13e eeuw in dezelfde lijn en in 1595 werd in Wittemberg met 98 stellingen heftig gediscussieerd of vrouwen mensen zijn. Uit 1820 dateert het verhaal dat een vrouw vroeg: 'Waarom mogen wij niet lezen? ' met dit antwoord van haar vader: 'Omdat het uw zaak niet is. Bij de boeken deugt gij niet'.

Kommentaar: Op dit punt vallen we Aristoteles, Thomas van Aquino, Wittemberg en de vader uit 1820 helemaal af. Het is een onbijbels spreken over de vrouw. We zijn dan ook benieuwd wat onder de nu volgende 'Bijbelse noties' wordt gezegd.

Wat zegt de Bijbel over de plaats van de vrouw in de samenleving? Het volgende citeren we letterlijk: 'De Bijbel is hierover heel duidelijk en zegt, dat de man het hoofd van het gezin en de vrouw de man tot hulp bij het volbrengen van zijn taak is. Uit de Bijbel blijkt dat de Joodse, zowel als de Nieuw-Testamentische gezinsverhoudingen uitgesproken patriarchaal (man-vader oefent het gezag uit) waren. In de eerste aanleg heeft de Christelijke gemeente daar niets aan veranderd. De sociale structuren die het in de wereld waarin het ontstond aantrof, heeft het overgenomen en gehandhaafd. Eén van die structuren was de leefgemeenschap, waartoe man en vrouw met de kinderen, de slaven en de vrijen behoorden. Deze huis-of leefgemeenschap bepaalde het doen en laten van de mens. De man-vader staat in deze gemeenschap aan de top: zijn beslissingen zijn bepalend. Van de andere leden mag de man-vader gehoorzaamheid, onderdanigheid verwachten. De vrouw moet t.o.v. haar man een onderdanige houding aannemen (Ef. 5 : 22; Col. 3 : 18 e.v.). De man is 'het hoofd van de vrouw' (1 Cor. II : 3). Door velen wordt het hier geschetste beeld als hét beeld van de Nieuw-Testamentische ethiek gezien. Bovendien wordt aangenomen, dat de Nieuw-Testamentische ethiek voor alle tijde en plaatsen normatief is.'

Kommentaar: Heel wezenlijke dingen worden hier genoemd. Mijn bedenking heb ik tegen een al te vlot verbinden van de patriarchale gezinsverhoudingen met de sociale structuren van toen. De huis of leefgemeenschap, de gezinsgemeenschap zou dan in de wereld van toen wortelen. Nee, dat is niet waar. De gezinsgemeenschap wortelt in de openbaring Gods als grondgegeven van de schepping. Als gezegd wordt, dat de man-vader aan de top staat, dan wekt dat zo gezegd ook mijn weerzin. Als daarentegen gezegd wordt, dat man-vader van Godswege is aangesteld als hoofd van de vrouw en hoofd van het gezin dan klinkt dat heel anders. Als wordt opgemerkt 'In de eerste aanleg heeft de christelijke gemeente daar niets aan veranderd', mag je je dan ook nog afvragen wat de redenen toch wel geweest zijn dat er ten aanzien van de verhoudingen binnen het gezin niets veranderd werd? Er veranderde immers heel veel in de eerste christengemeente, maar dat niet! U begrijpt al waar het stuk naar toe wil? Veel te veel mensen zien het geschetste beeld als hèt beeld van de Nieuw-Testamentische ethiek. Ook denken zij dat deze ethiek voor alle tijden en plaatsen normatief is. U begrijpt het al... het stuk, dat hier voor ons ligt heeft een veel genuanceerder en een heel ander beeld van de Nieuw-Testamentische ethiek. Dat is niet voor alle tijden en plaatsen normatief, maar verandert mee met tijd en plaats. Wij willen best genuanceerd meedenken en ook rekenen met veranderingen van tijd en plaats, maar het mag ten enenmale niet ten koste gaan van het bijbelse beeld van het gezin, van de gezinsverhouding, van de vrouw in de samenleving. Laten we die norm, de bijbelse norm, in het volgende niet uit het oog verliezen. Laten we er samen over doorpraten en doordenken. Het is immers bedoeld tot huiskamergesprekken! Opdat we samen zoeken naar de bijbelse taak en plaats van de vrouw.

Na het slot van het hierboven letterlijk aangehaalde volgt: 'Hier is wel het één en ander tegenin te brengen. Men mag niet over het hoofd zien, dat er in het Nieuwe Testament andere lijnen aanwijsbaar zijn. In Christus worden alle sociale verschillen in een nieuwe ethiek geplaatst. Er ontstaat een nieuwe gemeenschap, waarin geen sprake meer is van Jood en Griek, van slaaf of vrije, van man of vrouw. Deze nieuwe in Christus gegeven verhoudingen maakt man en vrouw aan elkaar gelijkwaardig.'

Kommantaar: Hier wordt op een onverantwoorde wijze omgesprongen met Galaten 3 : 27, 28. Het gaat daar over de kindschapsverhouding tot God in Jezus Christus. De geestelijke gelijkwaardigheid van man en vrouw is daar aan de orde. Er is voor man en vrouw, voor dienstbare en vrije, voor Jood en Griek een vrije, zonder onderscheid, toegang in Christus tot God. Echter daarom blijft een man nog wel man en een vrouw nog wel vrouw. Er staat in het stuk nog dat man en vrouw 'gelijkwaardig' zijn in Christus. Op zichzelf staan we daar achter. We delen ook de opmerking dat onderdanigheid van de vrouw aan de man door Paulus wordt ontleend aan het Bijbelse gegeven dat Christus het Hoofd is van de Kerk. Maar wat moet je aan met: 'De onderdanigheid van de man aan de vrouw ontleent de apostel aan het Bijbelse gegeven van Christus' liefde voor de Kerk'? Ik dacht dat het daar ging om liefhebben en eren van de vrouw als het zwakkere vat. Maar kom, we willen verder luisteren.

Het stuk vervolgt: 'Christus brengt een nieuwe geest, een nieuwe levensvisie. Als wij - christenvrouwen - ons door die geest laten inspireren moeten wij de maatschappij wel veranderen. Die nieuwe geest is als het zuurdeeg, dat geleidelijk alles doordringt of als een mosterdzaadje, dat uitgroeit tot een boom'.
Kommentaar: Houdt die nieuwe levensvisie ook een nieuwe levensgemeenschap in en zo ja brengt het ons ook alternatieve vormen van samenleven? We moeten wel voorzichtig zijn om over inspiratie door de geest van Christus te spreken. Alsof wij, christenvrouwen, over de Heilige Geest beschikken. Ik mag toch aannemen dat de Heilige Geest bedoeld is? Als je het hebt over het zuurdeeg en het mosterdzaadje, dan moet je wel beseffen dat beiden in een gelijkenis van Jezus over het Koninkrijk Gods voorkomen (Lukas 13 : 18-21). Denken deze vrouwen soms door de maatschappij te veranderen onder genoemde inspiratie het Koninkrijk Gods te brengen? Het verbaast mij, dat deze nieuwe geest allen vreemd is geweest, die met Pinksteren in Hand. 2 vervuld waren van de Heilige Geest. Zou het ook kunnen zijn dat het meer om onze nieuwe levensvisie gaat, dan dat het iets gemeen heeft met Christus' nieuwe levensvisie. Een heel ander denken over man en vrouw komt hier immers naar voren. Vanuit deze invalshoek kan dan ook een aanval op het aloude huwelijksformulier niet uitblijven. Die moest komen. De daar voorkomende verhoudingen tussen man en vrouw zijn geheel achterhaald.

Wij lezen daar: 'Vastgesteld moet worden dat de kerkelijke huwelijksformulieren nog steeds vanuit een andere gedachte spreken. De man wordt erop aangesproken dat hij in zijn 'goddelijk beroep' arbeidt, de vrouw is blijkens het formulier kennelijk 'zonder beroep', zoals het ook nog altijd in de Burgerlijke Stand heet. Zij moet op haar huishouding goede acht geven.

Deze huwelijksleer correspondeert duidelijk met de situatie in het maatschappelijk leven: in de man-vrouw relatie, evenals in de ouderkind relatie. De man bepaalt de gedragslijn van het gezin. Hij heeft een doorslaggevende, beslissende stem. Maar aangezien hij niet alleen kan zijn, vindt hij in de vrouw een hulp, een aanvulling. Om hèm, om zijn leven draait het echter. Zij, de vrouw komt erbij. Het veld waarop de man zich beweegt is het beroep, de vrouw vindt haar arbeidsterrein thuis, in het gezin. Samenvattend kunnen wij zeggen dat in de kerkelijke huwelijksformulieren de manvrouw verhouding éénzijdig wordt bepaald. De werkterreinen van man en vrouw worden duidelijk gescheiden; voor de één het beroep, voor de ander het huishouden. De vrouw is in dit alles de sociaal minder weerbare. Zij vindt haar bescherming in het ouderlijk huis of in het huwelijk'.

Kommentaar: Laten we voorop stellen dat nergens in het formulier wordt gezegd dat de vrouw zonder beroep is. Haar werk is evenzeer goddelijk. Uiteraard veronderstelt het huwelijksformulier dat de man een werkkring buitenshuis heeft en dat de vrouw haar arbeidsterrein thuis en in het gezin vindt. Als van de vrouw gezegd wordt 'zonder beroep' te zijn, dan klinkt dat zo naar in de oren. Leggen we dan toch niet al te gemakkelijk wereldse maatstaven aan, alsof je pas wat bent als je een beroep uitoefent. Het kon wel eens eervoller zijn de plaats naast je man (en kinderen) verzorgend en dienend in te nemen, belangrijke taak en plaats met oog op de opbouw van de samenleving, bovenal gericht op het Koninkrijk Gods. Hoeveel vrouwen hebben niet heel veel betekend door man en kinderen leiding te geven. Om ze ook rust te geven. En het is ons bekend, dat de arbeid in een druk gezin zwaarder kan zijn dan van een man in zijn beroep. Wie telt de werkuren van een vrouw in het drukke gezin? Of moeten we van het stille heel kleine gezin uitgaan? Mag het huwelijksformulier er niet meer van uitgaan dat een gehuwde vrouw haar huishouden op de eerste en voornaamste plaats heeft staan? Dan moeten we zeker naar de situatie dat man en vrouw bij het huwen beiden in een 'goddelijk' beroep staan. Dan moeten er zeker niet te gauw kinderen komen. Daarvan uitgaande, dan is de vrouw ook werkend van huis. Man en vrouw moeten acht hebben op de huishouding. Laten we wel zijn, een man hoeft niet te denken dat zijn vrouw maar door moet gaan van vroeg tot laat en dat hij met de benen op de tafel kan gaan zitten om dat eens allemaal aan te zien. Het is een goede zaak als ook mannen leren hand-en spandiensten te verichten. Daar krijgen wij mannen niets van. Het drukt ons alleen op de feiten van de veelzijdige en veelomvattende vrouwenarbeid binnen het gezin. We zijn het pertinent oneens met de opmerking dat het in het huwelijksformulier alles om de man draait en dat de vrouw slechts een aanvulling is. Wie aandachtig het huwelijksformulier leest zal zeggen: Als je dat eruit haalt, dan ben je leugenachtig. Wel geven we toe, dat het huwelijksformulier uitgaat van de man, die werkt buitenshuis en de vrouw die voornamelijk werkt binnenshuis. Ook laten we bijbels staan dat de man het hoofd is van de vrouw. We komen daar later nog op terug als we de gezinsverhouding willen overdenken n.a.v. Kolossencen 3 : 18-20.

In het stuk lezen we verder: 'Merkwaardig is echter dat deze omschrijvingen in de huwelijksformulieren tot in de 20e eeuw zijn gehandhaafd. De sociale revolutie schijnt aan de kerken voorbijgegaan. De kerken handhaafden bij de huwelijksbevestiging hun opvatting over de patriarchale gezinsverhoudingen. Gelukkig valt er een kentering te bespeuren'.
Kommentaar: Meer dan een kentering, zouden we willen zeggen. Er wordt met het huwelijksformulier zeer onzorgvuldig omgesprongen. Vrije formuleringen worden her en der ingevoerd. De veranderde tijd en de andere situatie veranderen de huwelijksethiek. En wij veranderen mee. Ongemerkt worden we ook met onze gezinnen beïnvloed en door de tijdgeest besmet. Toch pleiten we voor een staan naar de grondnormen van de Schrift voor de verhouding van man en vrouw en voor de gezinsverhouding. Het moet bijbels onze overtuiging blijven dat de verantwoorde gezinsvorming één van de doeleinden in het huwelijk is. Man, vrouw en kinderen samen onderdanig aan God. Dat wordt bijbels in de praktijk gebracht door onderdanige vrouwen, liefdevolle mannen en gehoorzame kinderen. Het woord 'patriarchaal' valt dan weg. Over blijft een lied en het mag in de huiskamer gezongen worden: 'Waar liefde woont, gebiedt de Heer' Zijn zegen'.

(wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het arbeidsterrein van de vrouw (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's