Passie en Pasen
Toen op 16 juli 1945 het atoombomexperiment plaats vond in de woestijn van New Mexico was de vertwijfelde reactie van Oppenheimer, die als fysicus zo'n groot aandeel heeft gehad in de ontdekking van de mogelijkheid tot het vormen van de waterstofbom: 'Ik ben de dood geworden, de vernieler van werelden.' De reactie van ene Bridgman was: 'als hier iemand schuld moest voelen dan is het God. Hij legde de feiten voor ons zoals ze zijn.'
Waarop Oppenheimer reageerde met: 'Wir Wissenschaftier sind in diese Jahren an dem Rand der Vermessenheit getreten. Wir haben die Sünde kennen gelernt.' (Wij wetenschapsbeoefenaren, zijn in deze jaren aan de rand van de vermetelheid getreden. Wij hebben de zonden leren kennen.)
***
Een heel ander geval: een theoloog schreef - ik meen dat het prof. dr. A. A. van Ruler was dat een goede jager, een eerzame slager en een gewetensvolle vivisectiepleger zich daarin onderscheiden van hun slechte collega's, dat zij in wat zij doen of wat hun beroep is het zuchten van de schepping horen.
Het ganse schepsel zucht en is in barensnood, zegt Romeinen 8. Daar gaat een kreun door de geschiedenis van de mensheid.
Er is en was het lijden van mens en dier, van de ganse schepping.
Ziekte en dood brachten lijden en leed. Dood en verderf werden gezaaid in de talloze oorlogen.
Mensen werden mensen tot een wolf. Geweld, uitbuiting, discriminatie zijn in de geschiedenis aan de orde van de dag. En vandaag zijn we - om met Oppenheimer te spreken - aan de grens van de vermetelheid gekomen. Wij zijn thans in staat om, met het kernwapenmateriaal dat in de wereld ligt opgetast, de wereld wel dertien keer te vernietigen. 'Ik ben de dood geworden, vernieler van werelden!'
Het Kruis
Midden in deze geschiedenis staat echter het Kruis. Dat Kruis is het centrum geworden van onze geschiedenis. Daar was lijden als géén ander lijden.
‘Mijn God ik roep des daags maar Gij antwoordt niet en des nachts en ik heb geen stilte' (Psalm 22 : 3). Hier balt zich al het leed en lijden van de wereld samen in de diepe klacht: Mijn God Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten.'
***
Prof. dr. H. Jonker zegt in zijn Passiestonden - jaren geleden gehouden in de Nieuwe Zijdskapel in Amsterdam - : 'Dit is de smart van een zwijgende God en een zwijgende hemel... En dan zeggen wij, dat de menselijke smart van een zwijgende God voor de Zoon Gods geworden is tot een weergaloze angst. Onze smarten zijn niets vergeleken, met wat Hij in de hof meemaakte.'
Dat laatste zegt ook Calvijn bij het zuchten van het ganse schepsel in Romeinen 8. Hij merkt namelijk op, dat het zuchten van de ganse schepping niet vruchteloos en zonder uitzicht is. De schepselen lijden toch ook niet zó 'dat zij zonder uitzicht te gronde gaan: zij zijn in arbeid als een barende vrouw, omdat een herstelling in betere toestand hen te wachten staat.'
***
Dat dit zo gezegd kan worden is vrucht van het Kruis. Ik citeer nog een keer prof. Jonker:
'Christus hangt aan het kruis. Op Golgotha komt de waarheid der wereldgeschiedenis openbaar. Op Golgotha concentreert zich de geschiedenis. Lijdensgeschiedenis is geprononceerde geschiedenis. Op Golgotha komt scherp en onverbiddelijk open wat in de gewone geschiedenis bedekt en verborgen blijft. Er ligt een sluier over de gewone geschiedenis. Daarom is het zo moeilijk tot het wezenlijke door te dringen. Maar op Golgotha wordt de sluier weggenomen, het masker afgerukt. Op Golgotha komt de duivel openbaar als duivel, de mens als mens. God als God. De duivel in zijn briesende vijandschap, de mens in zijn dodelijke zonde en God in zijn weergaloze liefde.'
Is het wonder, dat kunstenaars de eeuwen door telkens weer hebben gepoogd het diepe lijden van deze Ene Lijdende uit te beelden, in schilderij of gedicht?
Hoe is niet eindeloos verwoord en verbeeld het lijden van Christus, de aan het kruis genagelde, de aan het kruis gefixeerde (ge-crucifixeerde). Het is b.v. in alle weerzinwekkendheid geschilderd door Matthias Grünewald in de laat-middeleeuwen (Isenheimer-altaar). Het bloed hangt in strengen neer. De doornen prikken in het vlees. De open mond van de stervende Christus is zonder (ander) voorbeeld.
***
Maar één ding is door geen kunstenaar te verbeelden, te weten dat het daar ging om plaatsvervanging. 't Is al geschied om mijne zonden. Het Kruis is niet alleen maar symbool van menselijk lijden. Het is de plaats waar de toorn van God ontbrandde over de zonden, zodat daar 'genoegdoening' plaats vond en daardoor het diepste van het lijden en leed in de wereld ontrafeld, ontward en opgelost werd.
***
Zijn de wonden er om de zonden, Pasen glanst over het lijden heen! De overwinning op de dood en de machten is de vrucht der verzoening, het tenietmaken van de schuld van mensen tegenover God.
Daarom is het mogelijk ook het lijden te dragen en dan niet zo maar in doffe berusting te dragen maar het te dragen achter Christus aan. De Geest komt namelijk onze zwakheden mede te hulp, zegt Paulus, nadat hij over het zuchten van de ganse creatuur gesproken heeft. De Geest bemoedigt ons door te doen alsof Hij, mèt ons, onder de last gebukt gaat.
***
En het slot van Romeinen 8 loopt uit op de jubel.
'Ik houd het daarvoor, dat het lijden van deze tegenwoordige wereld niet te waarderen is tegen de heerlijkheid die aan ons zal worden geopenbaard.'
'Wij weten dat hun, die God liefhebben alle dingen medewerken ten goede, namelijk hun die naar Zijn voornemen geroepen zijn.' Zelfs het lijden is... ten goede. En Hij, Christus is de eerstgeborene onder vele broeders.
En tenslotte: 'Hij heeft ook Zijn eigen Zoon niet gespaard, hoe zal Hij ons ook mèt Hem niet alle dingen schenken? Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus, verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of zwaard? ' Dóór Hem, méér dan overwinnaars!
De levenspraktijk
Ik denk, dat een hoofdstuk als Romeinen 8, waarin Pasen óver de passie, de Opstanding óver het lijden heenglanst, ontelbaar velen in de geschiedenis heeft getroost en bemoedigd. Want de Heere is waarlijk opgestaan en daarom is het lijden van deze tegenwoordige wereld niet te waarderen tegen de heerlijkheid, die geopenbaard zal worden.
Ik herinner mij dat ds. J. van Sliedregt bij de begrafenis van ds.G. Boer zei: dit graf ligt open naar boven. Als een graf gesloten wordt ligt het toch open. Tot op de jongste dag. En Paulus plaatst ook andere vormen van lijden, namelijk verdrukking, benauwdheid, honger, gevaren en ook het zwaard in de lichtkring van de liefde van Christus. Over het Kruis heen gloort de morgen van de Opstanding. Dat wordt ook in benauwende levenssituaties ervaren, als er bijna geen uitzicht meer is: het wordt voor Gods kinderen nooit geheel donker meer. Daar staat de Opgestane Borg voor!
Ik begon dit stuk met een uitspraak van Oppenheimer. Wij - wetenschappers - hebben de zonde leren kennen. Dat komt inderdaad in de diepste zin openbaar in deze apocalyptische tijd, met.zijn massale vernietigingsmogelijkheden, die de mens zich eigen heeft gemaakt. Het is te begrijpen dat Oppenheimer daaronder in diep schuldbewustzijn gebukt ging. Die last mag echter niet alleen op zijn schouders drukken. Hij is een representant van de mensheid, die de gaven die hij ontving, namelijk om uit Gods schepping te halen wat er in zit (de mens is bijna goddelijk gemaakt; alles is onder zijn voeten gelegd; de mens mag heersen over de werken van Gods handen. Psalm 8), ook in het tegendeel, als door God bedoeld, kon gebruiken, namelijk ter vernietiging van de mensheid.
God zag al wat Hij gemaakt had en het was zeer goed. Maar de mensheid, keerde dat, wat God zo goed gemaakt had, tegen God en zichzelf.
Maar ook over deze zonde, die in onze tijd van wereldwijde en apocalyptische ernst is, glanst het licht van Pasen. Ook Oppenheimers zonde, om zo te zeggen, heeft niet het laatste woord. Ook daarin staat de verzoening. En ook vandaag zeggen we dat ook het zwaard - ook het atoomzwaard - ons niet scheiden kan van de liefde Gods in Christus Jezus.
Ook het lijden van déze tegenwoordige tijd is niet te waarderen tegen de heerlijkheid die zóu worden geopenbaard, dankzij Pasen. Ik eindig met opnieuw een citaat uit Jonkers passiestonden:
'Maar er behoeft geen angst te zijn voor de fatale druk op de knop, wij kunnen ontkomen om het met Hebreeën 2 te zeggen, mits wij ernst maken met het heil van deze doornenkoning. Want Christus is opgestaan. Hij is door de 'misère' heengegaan tot de 'grandeur' van de Paaskoning der overwinning. Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. De natuurwetenschap beslist niet over de toekomst van de mensheid. Aan de verhoogde Christus is het laatste woord gegeven. De nood van ons mens-zijn heeft Hij reeds gedragen, opdat Hij door de opstanding heen een nieuwe aarde, een nieuwe hemel, een vernieuwde mensheid zou oprichten. Dan zal de mens in zijn hoogste 'grandeur' schitteren. En daarom rondom Christus geen angst meer voor de toekomst. Het toekomstlied mag en moet in deze tijd van atoomsplitsing en aardsatellieten gezongen worden: 'Wij zullen de eerkroon dragen door U, door U alleen. Om het eeuwig welbehagen van een met doornen gekroonde koning.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1980
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1980
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's