Petrus
Soms viste hij, of liep zomaar wat rond
en keek afwezig, als men met hem praatte.
Hij voelde zich een deserteur, die 't front
op 't meest kritieke tijdstip had verlaten.
Hij wist wel dat de Heer was opgestaan,
maar hij kon van zijn vreugde niet doen blijken,
want in zijn oren kraaide nog die haan,
steeds zag hij Jezus' ogen naar zich kijken.
Zó lief te hebben, maar met zóveel pijn.
Zó te verlangen, en niet durven hopen.
Zo graag een goed soldaat te willen zijn
en weten dat je reeds bent weggelopen.
Wanneer hij met zijn vrienden in de boot
de Heiland ziet, die op hen staat te wachten,
waagt hij de sprong, op leven en op dood,
en feller kraait de haan in zijn gedachten.
Zijn handen beven, en 't onstuimig bloed
bruist als een wilde bergbeek naar zijn slapen.
Nog eenmaal kraait de haan, maar zwijgt voorgoed
bij 't woord van Jezus: Petrus, weid mijn schapen!
Enny IJskes-Kooger in: Een lied in de morgen (Uitgave Buijten en Schipperheijn)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1980
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1980
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's