Boekbespreking
H. H. Grosheide, Israël na de ballingschap, Religieuze stromingen in de eerste eeuwen na de ballingschap, Verkenning en bezinning, 13e jaargang, nr. 2. Kok, Kampen 1979. Prijs per nummer ƒ 3, 75; Abonnement voor vier nummers per jaar ƒ 13, 50.
De schrijver behandelt een periode die nogal eens aan onze aandacht ontgaat, nl. de tijd van Ezra-Nehemia en de profeten Haggai en Zacharia. Twee partijen signaleert Grosheide, nl. een 'rekkelijke' groepering, die zich tegen afzondering verzette, weinig bezwaar maakte tegen contacten met Samaritanen en gemengde huwelijken, en die we vooral onder de priesteradel moeten zoeken. Daarnaast een theocratische stroming die nadruk legde op het volk als de heilige, apart gezette gemeente, geroepen tot een leven naar de wet van God, in fel verzet tegen het gemengde huwelijk, maar met een positieve instelling tegenover de perzische overheid. Deze groep kende geen politiek-messiaanse idealen, al vallen bij Haggai en Zacharia wel eschatologische geluiden te horen. In geen geval moeten deze revolutionair verstaan worden.
De brochure is van belang voor het verstaan van het Jodendom in de tijd tussen O.T. en N.T. De kleine omvang brengt met zich mee dat de schrijver verschillende dingen wel aanduidt, maar niet uitwerkt, zoals de relatie tussen eschatologie en apokalyptiek, alsmede de betrekking tot de latere partijen in Israël. Ook hadden we graag iets gehoord inzake de vraag in hoeverre Ezra en Nehemia lijnen uit de voor-exilische profetie, doorgetrokken hebben.
Maar niettemin zijn we de auteur dankbaar voor deze heldere, lezenswaardige brochure. De serie als geheel mag er zijn, en verdient onze aandacht.
W. R. V. d. Zee, De dood is van gisteren, de Bijbel over de laatste dingen, 124 blz. Prijs ƒ 14, 90 Boekencentrum 's-Gravenhage 1979.
Dit boek valt in drie delen uiteen. In een eerste deel worden een aantal opmerkingen gemaakt over leven en dood in de Bijbel, zoals de dood in het O.T.; kent het O.T. een leven na de dood? , de opstanding van Christus, doop en dood, de opstanding des vleses en het eeuwig leven.
Deel II bevat een aantal hoofdstukken over de Openbaring van Johannes, terwijl in een derde deel iets gezegd wordt over de begrafenisliturgie, en o.a. enkele gebeden zijn opgenomen.
Het boekje is, zoals we dat van de schrijver gewend zijn, vlot en helder geschreven, in een stijl die nodigt tot lezen. Meerdere malen verrast de schrijver ons door zijn opmerkingen. Vooral het middendeel over de Openbaring is verhelderend en verrijkend. Toch heb ik wel een aantal vragen. Terecht beklemtoont de schrijver het feit dat Israël geleden heeft om de dood en deze als verschrikking ervaren heeft. De ernst van het sterven moet niet verdoezeld worden door een heidens onsterfelijkheidsgeloof. Maar toch betreur ik het dat de schrijver nauwelijks aandacht schenkt aan Ps. 49 en 73, aan Job 19 : 25-27. Is er alleen maar aan de rand de hoop op de opstanding? Is er toch ook niet het belijden dat de Here de Zijnen vasthoudt ook door de dood heen? De schrijver huldigt de barthiaanse visie op de dood en doet m.i. toch wat tekort aan de wijze waarop Genesis 2 en 3 verband leggen tussen zonde en dood. Het wordt even genoemd, maar tegelijk wordt gezegd: Niet de dood zelf is een vreemd element in het verhaal van God en de mensen'. Kan men dit in het licht van de Genesishoofdstukken volhouden?
Moeite heb ik ook met de visie van Van der Zee op het gericht en het eeuwig oordeel. De schrijver beweegt zich hier in de lijn van Berkhof. Betekent 'eeuwig' alleen maar van een totaal ^ndere kwaliteit? Wat moet ik aan met Joh. 3 : 36. Kan men met een beroep op Exodus 20 : 2 de woorden over de helse smart wegexegetiseren? Komt de schrijver toch niet op gespannen voet met het belijden van de kerk der eeuwen op dit punt? M.i. geeft hij hier teveel, toe aan de nieuwe theologie.
Het is geen eenvoudig onderwerp dat de schrijver aan de orde stelt. Het grijpt diep in in de werkelijkheid van eike dag. Elke pastor weet hoe zorgvuldig we juist als het gaat over leven en sterven, onze woorden hebben te kiezen. Bij alle bezwaren die ik tegen de hier voorgedragen visie heb, moet ik toch zeggen dat ik de pastorale toon waarop de auteur schrijft erg gewaardeerd heb. En zoals gezegd, meerdere malen wordt de lezer getroffen door fijnzinnige opmerkingen.
A. N.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's