De Heilige Schrift als Godsopenbaring (1)
De Heilige Schrift
Waarom moet de bijbel altijd het eerste en laatste woord spreken? Waarom heeft de Schrift in de Kerk zulk een uniek gezag?
Actualiteit
Het zal ongetwijfeld bij ieder instemming vinden, dat nu in De Waarheidsvriend een begin gemaakt wordt met een artikelenserie, die zich bezighoudt met de Heilige Schrift. Uiteraard zijn we in de kerk altijd daarmee bezig. In de verkondiging en het onderricht, in pastoraat en zendingsarbeid, altijd weer gaat het om door te geven wat de Schrift ons aan heil heeft geopenbaard. Ook de theologische arbeid vindt haar bron in de Schrift. En niet minder geldt dit van het kerkelijke gesprek. In dat licht bezien, kan ook van de voorlichting en de vorming van de gemeente, zoals dit o.a. in dit blad iedere week geschiedt, worden gezegd, dat zij zich bezighoudt rnet de Schrift.
Toch geldt dit dan alleen de inhoudelijke kant van de Schriftopenbaring. Datgene, wat de Schrift ons zegt, vraagt onze aandacht en bezinning. Die Schriftinhoud betreft zowel de leer als het leven, de kerk en de wereld in hun brede verbanden alsook het persoonlijk bestaan. Daardoor is er een nooit aflatende bezinning aan de gang, die altijd weer nieuwe vragen en nieuwe aspecten van het heil en de werkelijkheid plaatst in het licht van de Schrift. In feite is deze wijze van zich bezighouden met de Schrift de meest vruchtbare. Met de Schrift bezig zijn kan nooit op betere wijze gebeuren dan met de inhoud, de boodschap der Schrift bezig zijn.
Toch ontkomen wij dan niet aan de vraag, waar wij het motief vandaan halen, dat wij altijd weer naar die boodschap van de Schrift vragen, daarnaar luisteren en ons daardoor laten gezeggen. Waarom moet de bijbel altijd het eerste en laatste woord spreken? Waarom heeft de Schrift in de Kerk zulk een uniek gezag? Deze vraag is altijd wel gesteld, maar zij komt in onze tijd toch dringender naar voren dan ooit. Alleen al vanwege het feit, dat talloos velen zich niet (meer) door de Schrift laten leiden. Zij hebben andere gezagsorganen, of zij erkennen helemaal geen gezaghebbende stem meer, dan misschien die van henzelf. Het is dus steeds minder vanzelfsprekend, dat wij met de Schrift bezig zijn, en haar zo in ons leven en denken gezaghebbend centraal stellen. Daarom worden wij ook steeds duidelijker teruggeworpen op de vraag, waarom wij dit doen en blijven doen tegen alle tegenspraak in. Om op die vraag een antwoord te zoeken, is één van de redenen, waarom nu uitdrukkelijk de betekenis v.an de Schrift als zodanig hier aan de orde wordt gesteld.
Het gezag van de Schrift
Maar er zijn nog meer redenen. Voltrekt de bovengenoemde vraagstelling vooral zich op het breukvlak van geloof en ongeloof, de kerk eii de wereld om haar heen, er is nog een andere vraagstelling, die vooral binnen de kerk aan de orde komt. Deze richt zich niet zozeer op het 'dat' van het gezaghebbend spreken der Schrift, maar meer op het 'hoe'. Want christenen zijn het wel met elkaar eens, dat de Bijbel een unieke gezaghebbende plaats inneemt en dient in te nemen in het spreken en handelen van de christelijke gemeente. Maar daarmee is lang nog geen overeenstemming gekregen over de vraag 'hoe' dit gezag der Schrift functioneert en in hoeverre dit unieke spreken der Schrift voor ons gezaghebbend.is. Komen deze laatste vragen aan de orde, dan ontdekken wij een veelheid van meningen, die uitermate verwarrend kan werken. Vroeger hadden wij daar niet zoveel last van. Niet zozeer, omdat toen de verschillen niet bestonden, maar wel omdat toen de verschillende opvattingen zich vrij geïsoleerd van elkaar opstelden. In onze tijd echter kunnen de afgrenzingen steeds moeilijker worden volgehouden. De communicatie onder elkaar neemt toe, of wij het willen of niet, en daardoor intensiveert zich ook de uitwisseling der standpunten.
Vooral naar twee kanten zien wij dit zich.toespitsen. Aan de ene kant wordt het gezag van de Bijbel ernstig verzwakt, doordat men uitgaat van een tijd- en cultuurgebondenheid van de Bijbel. De Bijbel is een boek, dat ontstaan is in een bepaalde historische en culturele context. Die context beschouwt men als iets betrekkelijks. De geschiedenis is immers voortgegaan en nieuwe culturen zijn gevormd. Met name meent men, dat nu een nieuwe tijd is aangebroken en dat een nieuwe cultuur met nieuwe zedelijke en geestelijke waarden en vormen zich doet gelden. Men acht het dan ook noodzakelijk om de oude historische en culturele context van de Bijbel in te wisselen voor de hedendaagse. Dat blijkt ingrijpende gevolgen te hebben, vooral op ethisch terrein. Zedelijke houdingen en gedragingen, die in de Bijbel uitdrukkelijk worden afgewezen en gesteld onder het oordeel van God, worden nu aanvaardbaar geacht. En dat eveneens met een beroep op de Bijbel, waarvan de tijdgebonden vorm immers dient te worden aangepast aan de huidige situatie van mens en wereld. Dat dit een uiterst grote verwarring met zich meebrengt, juist ook binnen de kerk, laat zich horen. Er is zodoende immers geen beroep op de Schrift meer mogelijk, omdat ieder met die Schrift doet, naar dat het hem uitkomt.
Aan de andere kant zien wij echter ook een toespitsing in de richting van een onhistorisch, letterlijk en wettisch verstaan van de Schrift, die het christelijk leven insnoert in een harnas van voorschriften, waarbij het leven een gebonden leven wordt, dat niet meer kent de vreugde en vrijheid, die in Christus Jezus is. Men meent op deze wijze aan het onfeilbaar gezag van de Bijbel recht te doen, maar in feite gaat men niet minder willekeurig te werk. Sommige geboden houdt men krampachtig in ere. Vaak zijn dit geboden, die op zeer uitwendige dingen zijn gericht, zoals b.v. kleding en uiterlijk voorkomen. Maar andere geboden, die soms in hetzelfde hoofdstuk voorkomen, laat men zonder meer vallen. En andere aspecten van het leven, die in feite veel meer mogelijkheden bieden voor de mens om zijn natuurlijk bestaan de vrije loop te laten, zoals b.v. in het besteden van ons geld en het gebruiken van de middelen, laat men ongemoeid. Zo komen wij ook aan deze kant in aanraking met een eigenwillig Schriftgebruik en een interne Schriftkritiek ook al gaat het door onder het mom van Schriftgetrouwheid. Zo is naar beide kanten de verwarring groot. Het is dan ook geen wonder, dat steeds meerderen omtrent het omgaan met de Schrift in grote verlegenheid raken.
Vooral de jongeren ervaren dit héél direct en indringend. Op de scholen horen zij allerlei meningen, ook over de Schrift, verkondigen. Meningen, die vaak lijnrecht ingaan tegen wat zij als vertrouwde overtuiging van, huis uit hebben meegekregen. Dat dit hen niet zelden in grote verlegenheid en soms in een ingrijpende verwarring brengt, laat zilh horen. Dan is het wel belangrijk, dat opvoeders en begeleiders hen kunnen opvangen. Maar om dat verantwoord te doen, is nodig, dat er met enige kennis van zaken wordt gesproken, omdat, wanneer dit niet het geval is, de verwarring nog groter kan worden en soms zeer negatieve gevolgen kan hebben.
We zijn er dus van overtuigd, dat het onderwerp, dat nu is aangesneden, ook van grote betekenis is voor onze jongeren. En tegelijk ook voor hen, die ten opzichte van hen op enigerlei wijze verantwoordelijkheid dragen.
Een driestromenland
Wanneer wij om te beginnen een vluchtige verkenning doen van de situatie, waarin wij op dit ogenblik ons bevinden, wanneer het om de betekenis van de Bijbel gaat, ontdekken wij zoiets als een driestromenland. Drie stromingen namelijk doen zich aan ons voor. Om ze heel kort te typeren: a. De kritische, b. de fundamentalistische en c.de reformatorische benadering van de Schrift. We willen van alle drie een summiere aanduiding geven. De kritische manier van omgaan met de Schrift kent natuurlijk weer talloze variaties, waarbij het kritisch gehalte van zeer gering tot uiterst vergaand kan verschillen. Het gemeenschappelijke echter in dit uitgangspunt is, dat men afwijst, dat de Bijbel het onfeilbare Woord van God is, waarop geen kritiek mag worden geleverd. Kritiek dan verstaan als voortkomend vanuit wetenschappelijke kennis en vanuit een voortgang der geschiedenis en de ontwikkeling der mensheid. Men meent, dat de Bijbel zelf ook ontstaan is op een historische wijze, met de betrekkelijkheid, die dat met zich meebrengt. Daarom moet de Schrift historisch-kritisch worden benaderd en dat houdt in, dat de Schrift niet in alles het laatste, onfeilbare Woord heeft gesproken. Daarbij is het voor velen, die zo denken, toch buiten kijf, dat Gods Woord langs de weg van de Schrift tot ons komt. Het behoort volgens hem echter tot de altijd voortdurende theologische bezinning om de verhouding tussen die twee, Gods Woord en Heilige Schrift, te ontdekken en onder woorden te brengen.
De tweede stroming is de fundamentalistische. Zij staat lijnrecht tegenover de eerste. Zij gelooft onvoorwaardelijk, dat de Bijbel zelf het Woord van God is. Die twee worden volstrekt met elkaar vereenzelvigd. Daarom is de Bijbel ook van de eerste tot de laatste letter onfeilbaar, en hebben wij als gelovigen al onze gedachten en opvattingen aan die van de Bijbel te onderwerpen. Dat laatste geldt niet alleen ons geloof in de engere zin van het woord, maar ook b.v. onze wetenschap. Ook dan heeft de Bijbel als bron en norm volstrekt en volkomen gezag.
De derde stroming noemden wij de reformatorische. We moeten daaraan toevoegen, dat wij dan bedoelen de orthodox-reformatorische, zoals deze in de Belijdenisgeschriften van de kerken der Reformatie is vertolkt. Het merkwaardige is, dat het in dit geval niet zo gemakkelijk is, om deze manier van omgaan met de Schrift in enkele woorden te typeren. In ieder geval is het zo, dat zij haar plaats inneemt tussen de eerste en de tweede stroming in. Zij kan niet meegaan met de kritische Bijbelbeschouwing, omdat deze naar haar mening tekort doet aan het goddelijk gezag van de Schrift. Maar evenmin kan zij zich vinden in de fundamentalistische benadering, omdat zij meent, dat dan tekort wordt gedaan aan het concreet-historisch karakter van het Schriftgetuigenis, en zodoende ook aan de werkelijkheid van de Godsopenbaring. Hoe dan haar eigen weg daartussenin is, daarover willen de volgende artikelen licht verschaffen. Dat sluit direct al in, dat het niet zo maar met een handomdraai valt duidelijk te maken. We kiezen dus niet voor de kortste weg, die vaak wel de gemakkelijkste is, maar die in dit geval naar onze mening toch niet tot het juiste doel voert. Het ligt niet zo simpel als velen zouden willen. Ook al erkennen wij wel voluit de eenvoudigheid Gods en dus ook van de openbaring van God. Eenvoudigheid is echter iets anders dan simpelheid.
Behoefte aan duidelijkheid
Ik besef, dat we hiermee gelijk al een aantal mensen teleurstellen. Vooral vele jongeren hebben er behoefte aan om de vragen zo kort en direct mogelijk te beantwoorden. Ook ten opzichte van de Schrift. De Bijbel is Gods Woord. Daarmee uit. Ik kan me voorstellen, dat men om deze duidelijkheid verlegen is. Men kan dan gauw zich van een aantal lastige problemen ontdoen. We zien dan ook dat vele jongeren zich laten meenemen door de tweede stroming, die wij noemden. Dat lijkt op het eerste gezicht winst te zijn. En ik neem het ook niemand kwalijk, wanneer hij of zij hierdoor wordt aangesproken. Ik ben ervan overtuigd, dat dit veelal voortkomt uit een oprecht geloof in de waarheid van Gods Woord. Toch, nogmaals, maken wij de bocht dan te kort. En als wij dat doen, veroorzaken wij ongelukken, zowel bij anderen als bij onszelf. We moeten de juiste weg op de juiste wijze bewandelen. Dat kan nooit door een aantal moeilijke vragen te omzeilen en te negeren. - Dit kunnen wij wel een poosje volhouden, maar dan komen zij op een later moment met des te meer kracht op ons af.
Dus zal het om een eerlijke bezinning moeten gaan, waarbij wij wel enerzijds voluit belijden ons geloof in de Schriften, als zijnde het volstrekt betrouwbaar en gezaghebbende Woord van God, maar anderzijds ook oog hebben voor de vragen, ook de moeilijke vragen, die het lezen en het verstaan van de Schrift bij ons en bij anderen oproepen.
Om dat verantwoord te doen, moeten wij beginnen bij het begin. Dat begin ligt in het verstaan, wat het zeggen wil, dat God zich heeft geopenbaard. Want achter de Schrift ligt de werkelijkheid van de Godsopenbaring. Hoe verhouden die twee. Schrift en openbaring, nu zich tot elkaar? En wat wil dat op zichzelf zeggen, dat God zich heeft geopenbaard? Met die vragen gaan wij ons dus het eerst bezighouden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's