De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

8 minuten leestijd

P. J. Roscam Abbing, J. Hendriks en Y. Schaaf: Gemeentediakonaat; (Prakt. Theol. Handb. nr. 45); Den Haag; uitg. Boekencentrum 1979; 96 blz.

Dit uiterst overzichtelijk opgezette boekje is bedoeld als een handleiding voor diakenen en gemeenteleden om te leren functioneren in het diakonaat. Er wordt duidelijk aangetoond, dat er ook in onze tijd, ver weg, maar zeker ook dichtbij, talloze mensen in de meest moeilijke omstandigheden leven en op hulp zijn aangewezen. De roeping van de gemeente diakonaal te leven wordt benadrukt. Gelukkig wordt er bij gezegd, dat het diakonale niet het enige aspect van het gemeente-zijn is. Een breed spectrum van mogelijkheden tot hulpverlening wordt aangewezen. Hoewel de eigen taak van de gemeente tot diakonaal handelen voorop staat, wordt sterk aangedrongen op samenwerking met andere, ook niet-christelijke of - kerkelijke dienstverlening. De vraag is, of de normen en doelstellingen van zulke andere organen wel zo parallel lopen met het diakonaal, als de schrijvers veronderstellen. Dat is bij JAC en Release zeker niet altijd het geval. Al lezend vraagt men zich ook wel eens af, waar de grenzen van het diakonaat liggen. In dit boekje is het diakonale veld vrijwel grenzeloos!

Toch raad ik elke diaken aan dit boekje te lezen. Men kan er veel uit leren, ook al is men het niet met alles eens. Het belangrijkste nut van dit boekje is wel, dat het beslist helpen kan een diakonaal programma op te zetten. Welke diakonie of gemeente heeft daar, als het goed is, geen behoefte aan?

ds. A. Romein

De knechtsgestalte van Christus; studies, aangeboden aan prof. dr. N. H. Ridderbos; uitg. J. H. Kok, Kampen 1978, ing. 351 pag.

Twintig collega's en oud-leerlingen van de bekende Kamper hoogleraar Herman Ridderbos boden hem bij zijn afscheid een fraaie bundel opstellen aan. Gezien de veelzijdigheid van prof. Ridderbos, die zich in tal van geschriften over de meest uiteenlopende onderwerpen heeft uitgelaten, is de veelkleurigheid van dit boek zeer terecht. Elk opstel heeft echter meer of minder verband met het in de titel weergegeven thema.

Sommige bijdragen zijn van een strikt vakmatige deskundigheid op exegetisch gebied, zoals die van T. Baarda, H. Baarlink, B. C. Lategan, I. J. en P. J. du Plessis. In deze opstellen valt bijzonder óp de aandacht voor en toepassing van de structurele analyses van de evangelieteksten, vooral bij de Zuidafrikaanse auteurs. De schikkingen en indelingen van zinnen en woorden, die deze analyses opleveren, zijn m.i. niet altijd vrij te pleiten van een zekere gekunsteldheid. Deze opstellen bevatten ook diepgaande vergelijkingen met teksten uit de joodse literatuur. Een prachtig voorbeeld daarvan is het opstel van J. C. de Moor over Jesaja 53, een onderzoek naar de messiaanse interpretaties van dit befaamde hoofdstuk in de Targumim. Hij komt op grond van deze vergelijkingen tot de conclusie, dat er tussen Targum en Nieuwe Testament ten aanzien van de messiaanse uitleg van het Oude Testament een vrijwel totale scheiding der wegen heeft plaatsgevonden, in het bijzonder waar het de interpretatie van de lijdende messias betreft. Bijzonder treffend vond ik het opstel van J. T. Bakker; 'In Christusverzoening als levensvorm'. Dit evenwichtige artikel, dat zich sterk oriënteert aan Calvijn, maar ook aan Noordmans, laat enerzijds onverlet het absolute moment van het eens en voorgoed voor ons volbrachte verzoeningswerk van Christus, wijst anderzijds daarop, dat juist de verzoening het leven vormt en openbreekt, 'zodat het een spiegel kan worden, waarin de genade Gods zich gaat weerkaatsen'.

Een belangwekkende bijdrage is die van H. E. Faber van der Meulen over de Zaligsprekingen bij Mattheüs en hun christologische relevantie. Van heel andere aard is het artikel van J. Plomp over de bij Voetius e.a. voorkomende spreuk Salus ecclesiae suprema lex: het heil der kerk is de hoogste wet. Hij acht het niet uitgesloten, dat deze uitspraak, met enige aanpassing, afkomstig is van Cicero; uitvoerig gaat Plomp in op het begrip 'aequitas' (billijkheid) in het klassiek-Romeinse en in het canonieke recht. Z.i. was ook voor Calvijn de 'aedificatio ecclesiae', de opbouw der kerk, althans waar het de kerkelijke wetten betreft, het synoniem van 'aequitas', en in deze lijn staat ook de gereformeerde canonieke traditie.

In zijn bijdrage Calvijn over Christus' worsteling in Gethsemane maakt A. D. R. Polman nog eens duidelijk, hoe de reformatoren Christus' worsteling beleden als een dragen van Gods verschrikkelijke toorn over onze zonden: En alle kritiek vandaag op hun concrete, plastische, realistische uitbeelding van dit staan voor en onder dit tribunaal Gods blijft gemeten aan het al of niet aanvaarden van dit geheimenis, dat Christus dit gericht Gods in onze plaats gedragen heeft.' G. Th. Rothuizen schijft in zijn overbekende stijl ovevKerk en Politiek. Eén proeve daaruit: Eens komen de laatsten het eerst. De fout van de zonen van Zebedeüs lijkt niet dat zij op tronen willen. Die zijn hen toegezegd (Matth. 19 : 28)! Maar dat zij er niet als laatsten het eerst bij willen zijn'.

Een uiterst waardevol opstel is dat van K. Runia over De dienstknechtgestalte van het ambt. Door de verworteling van het ambt in Christus is er het 'tegenover' van het ambt t.a.v. de gemeente, zonder dat er sprake is van 'simpele identiteit'. Runia grenst het gereformeerde ambtsdenken scherp af tegen oude en nieuwe rooms-katholieke ambtsopvattingen. Z.i. bevat het bisschoppelijk ambt als zodanig het element van gestructureerde macht en hoogheid, dat op gespannen \oet moet staan met de diakonale gestalte, die het ambt volgens de woorden van Christus zelf moet hebben. Maar ook schrijft hij dat geen enkele structuur qua talis de dienstknechtgestalte van het ambt garandeert. Die gestalte is immers vooral een zaak van innerlijke gezindheid.

K. A. Schippers schrijft een kritische bijdrage over 'Kerk voor anderen' als model. Het lijkt hem terecht weinig zinvol dit model te hanteren als niet eerst wordt overgegaan tot een pneumatische verdieping. E. de Vries schrijft over het'dienen'in de brieven van Paulus. B oeiend vond ik het opstel van C. van der Woude over de verzoeningsleer van Abaelardus. Hij vergelijkt deze niet alleen met b.v. Berhard van Clairveaux, maar ook met... Herman Ridderbos, die zich van Abaelardus onderscheidt door het plaatsvervangend en schulddelgend karakter van Christus' lijden opnieuw in het daglicht te stellen.

J. Wytzes' kundige opstel Christus patiens, Christus victor leidt ons in de lijdenspreken van Ambrosius.

G. van der Veere tenslotte geeft een bibliografisch overzicht van de belangrijkste publicaties van prof. Ridderbos en het is een ongelooflijk lange lijst van boeken en artikelen, verschenen in de periode tussen 1934 en 1978. Wie dit werk koopt en leest, zal zich verrijken. De vrienden van deze veelzijdige hoogleraar boden hem een bundel aan, hun leermeester waardig. Een bundel van gehalte!

A. Romein

Ds. J. van Amstel; Getraind... en wel? Sensitivity-training in het licht van de Bijbel; tweede druk; Stark-Texel 1979; geb. 127 blz.; ƒ 13, 75.

Ds. Van Amstel zegt in zijn Ten Geleide, dat hij dit boekje liever niet geschreven had. En dat laat zich verklaren vanuit het bittere verschijnsel dat niet alleen een groot deel van de Nederlandse maatschappij, maar ook een behoorlijk aantal kerkelijke leiders in de greep van de groepstraining zijn terecht gekomen. In een twaalftal hoofdstukken toetst de schrijver met name het Godsbeeld en het mensbeeld van de Bijbel aan wat daarvan in groepstraining en groepsdynamica terechtkomt. De uitslag is zeer negatief. En hij waarschuwt ons op allerlei punten. In de laatste hoofdstukken stelt hij, omdat het bij groepstraining binnen de kerken om een stuk semipastoraat gaat, er een meer Bijbelse visie op het pastoraat tegenover.

Ik heb veel bewondering voor het werk dat ds. Van Amstel verricht heeft, en zijn boek zal voor : mensen die in allerlei opleidingen, herscholingen en groepswerk met ST te maken hebben, een vademecum kunnen zijn. Toch heb ik enkele vragen Rogers wordt aangemerkt als de grote vader van ST en groepstraining en - therapie in het algemeen. Heeft dezelfde Rogers ons voor het pastorale twee-gesprek in zijn methode van counselling en spiegelen niet een 'methode' aan de hand gedaan welke, mits ontdaan van de mensgerichtheid die ze vooral in groepstherapie krijgt, ons toch van dienst kan njn? Zie het werk van Adolf Allwohn e.a. Verder: de PPL te Utrecht zou het karakter van (groepstraining dragen. Is dat wel zo? Of is de PPL toch veel meer omvattend dan dit alleen? En werken er ook niet Schriftgetrouwe christenen aan mee?

Een laatste vraag: op blz. 101-102 schrijft ds. Van Amstel over liefde in Bijbels licht. Hij neemt daarbij m.i. vooral zijn uitgangspunt in 1 Cor 13. Maar is het wezenlijke van de Bijbelse liefde niet, dat zij uitverkiezing is? Dat is me dunkt ook de eerste betekenis van de begrippen die de Bijbel zelf bezigt. En vandaaruit had ds. Van Amstel ook een invalspoort gehad naar wat de groepstraining onder 'pastoraat' verstaat.

Het boek van ds. Van Amstel verdient ons aller aandacht. Ik hoop dat na hem of dóór hem de vraag wat pastoraat nu methodisch wèl is, ook aan de orde zal komen. Een vervolg op Thurneysen of Adams. Want dat is wel nodig.

C. A. Tukker

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's