Om der engelen wil
Pastorale overwegingen
Als Paulus aan de gemeente van Korinthe schrijft over 'de macht op het hoofd van de vrouw om der engelen wil', dan is het niet ondienstig, om over de engelen en de samenkomsten van de gemeente eens iets te schrijven.
Geen aparte engelenleer
Als Paulus aan de gemeente van Korinthe schrijft over 'de macht op het hoofd van de vrouw om der engelen wil', dan is het niet ondienstig, om over de engelen en de samenkomsten van de gemeente eens iets te schrijven. Trouwens, dat werd u ook toegezegd. Nu is het van belang vast te stellen, dat de Reformatie geen angelo-logie, geen aparte leer over de engelen heeft ontwikkeld. Zeker zal dat te maken hebben met de rooms-katholieke gedachten over de engelen. U weet, dat Rome gelooft, dat ieder zijn eigen engelbewaarder heeft - iets, dat we niet op de Schrift kunnen gronden. Bovendien is het raadzaam, alweer volgens Rome, om bij gevaar de engelbewaarder aan te roepen en niet te onteren. De gebedsformule luidde 'engel van God, die mijn bewaarder zijt, aan wie ik door de goddelijke goedheid ben toevertrouwd, verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij, amen'. We kunnen daarin niets anders zien dan een stuk afgoderij. Wat wordt de heerlijkheid en de bediening van de Middelaar Gods en der mensen hierdoor veronachtzaamd. Evenmin als de engelenleer werd ontwikkeld in de reformatorische theologie werd het verplichte vasten in de praktijk beoefend. Om het schandelijk misbruik, denk aan de uitspattingen van het carnaval, viel dat eigenlijk uit het kerkelijk leven weg. Al is het in de Nadere Reformatie, denk aan Lodensteijn, wel beoefend, doch niet als verplicht en als een verdienste. Niettemin kunnen Gods kinderen toch ook wel eens te weinig aan de engelen denken. In de Heidelberger dienen ze bij de uitleg van de derde bede in de hemel als voorbeeld voor de kerk op aarde! Eenmaal zal der engelentong en der mensenmond zich eenparig vinden in de ongestoorde lofzang op de deugden van God Drieënig.
Maar nu toch de engelen
De engelen hebben toch een bijzondere plaats en taak van onze God en Schepper gekregen. Hun dienst wordt met grote eer vermeld. Waren zij niet degenen, die de gave en overdracht van de heilige wet Gods aan Mozes hebben bemiddeld? Worden zij als gedienstige geesten niet uitgezonden terwille van hen, die de zaligheid zullen beërven? Hebben de kleinen niet hun engelen, die altijd het aangezicht Gods zien? Zongen zij niet in de morgenstond van de schepping de lof van de Schepper als de morgensterren. Waren ze niet ook getuigen van de toebereiding van de vrouw uit een van de ribben van de man? Nu heeft men, als het om de engelen gaat bij de eredienst, wel eens gedacht aan de voorgangers van de gemeenten. Dat zou ondertussen heel opmerkelijk en uitzonderlijk zijn, omdat nergens elders Paulus deze benaming voor ambtsdragers bezigt, tegenover bijvoorbeeld Johannes in de Openbaring. En daar komt bij, dat Paulus in dit hoofdstuk met geen woord eigenlijk over de ambtsdragers schrijft; dan moeten wij hen er ook maar niet bijslepen, vindt u wel? Neen, we kunnen met vrijmoedigheid stellen, dat de engelen hartelijk meeleven met het wel en wee van Gods gemeente op aarde, zeker met de openbare samenkomst der gemeente. Zeerzeker zal de apostel ook de engelen ter sprake brengen om niet teveel nadruk op de plaats van de man te leggen. Als de engelen zo meeleven en zo graag in de gemeente zien de erkenning van Gods rechten, dan valt het de christenvrouw zeker gemakkelijker met gedekt hoofd te komen in Gods huis. Want zegt u nu eens eerlijk, welke gelovige vrouw zou de engelen dat genoegen niet willen bereiden? Wijlen ds. Doornenbal merkte eens schertsend en met een ondertoon van ernst op, dat iemand meende, dat hij in het geheel geen verstand van goede of kwade geesten had in de gemeente en haar erediensten. Maar dat liet hij niet op zich zitten! En terecht, ook de boze geesten ook de duivelen zijn in de kerk aanwezig en wat grijpen ze al niet aan om in verwarring te brengen.
De engelen zijn niet onverschillig
In dit verband is nog te bedenken, dat wijlen ds. v. d. Ent Braat in het boek 'In Antwoord' opmerkt, dat in de samenkomsten van de gemeente de heilige engelen van God tegenwoordig zijn als wachters over de zeden en over de eerbaarheid. Een vrouw en een meisje, die daar blootshoofds verschijnen, en aanwezig zijn, en derhalve niet naar de eerbaarheid handelen, moeten zich voor Gods engelen schamen. De heilige engelen worden dan door ons bedroefd. Misschien, dat we niet eens wisten, dat het zo behoorde. Best mogelijk. Dan weten we het nu. Dan kunnen we het ook veranderen. Alleen, het is nog wel een heel verschil, of men een aanwijzing uit de Heilige Schrift als een gebod en als een regel heel slaafs opvolgt, dan wel dat men vraagt wat de heerlijke en geestelijke bedoeling is, om dan die bedoeling ook op geestelijke wijze naar buiten te laten komen. Dan voelen we juist, dat wij er uit onszelf geen recht verstand van hebben. De Heilige Geest leidde ons. Anders is het bij alle korrektheid en stiptheid nog eeuwig mis!
Ik had er behoefte aan deze woorden nog maar eens door te geven, van een inmiddels ontslapen dienstknecht, die ik zeer heb hoog geacht, maar die in dit opzicht zo eerlijk en liefdevol en recht op de vrouw af sprak. Niet betweterig, bedilzuchtig, uit de hoogte, maar door de liefde gedreven. En als we dat samen verstaan en pogen na te jagen, dan is ook deze zaak toch niet zo moeilijk meer. Ik denk ook, dat onze vrouwen en meisjes, evenals zij in de dagen van Paulus, nog eerder iets zullen doen of laten terwille van de engelen, aan wie het niet onverschillig is, hoe gemeenteleden zich gedragen en kleden, dan om hun eigen mannen zelfs. Raakte Paulus daarmede niet een heel gevoelige snaar? Volgende keer dan nog maar wat verder gesproken en gedacht aan de hand van 1 Korinthe 11. Want we zijn nog niet geheel klaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's