De majesteit van Christus’ opstanding
Ik heb macht... het (leven) wederom te nemen. Joh. 10 : 18 (ged.)
Reeds het sterven van Christus aan het kruis op Golgotha was een sterven met macht. Ook aan het kruis toonde Hij Zich de Heere der heerlijkheid. Hij had macht het leven af te leggen. We mogen dan ook wel zeggen, dat Zijn verhoging niet pas begint met de opstanding. Reeds Zijn sterven toonde majesteit. De hoofdman merkte het op. Hier stierf een Rechtvaardige. Zo sterft geen misdadiger! Maar zie, nu heeft Hij ook macht het leven wederom te nemen.
Hij neemt het leven
Daarom zeggen wij. Hij staat op uit de doden. We kunnen over de opstanding spreken vanuit God de Vader en vanuit God de Heilige Geest. Dan zeggen wij, dat de Zoon wordt opgewekt. In de opstanding hecht de Vader het zegel van Zijn goedkeuring aan het offer van de Zoon. Het is een genoegzaam offer. Grotere aanbeveling van Christus en Zijn offer is niet denkbaar. Groter waarschuwing ook niet. Zouden we verwerpen, wat de Vader heeft goedgekeurd?
En zou dan de Heilige Geest, Die Christus uit de doden heeft opgewekt niet levend maken die van Christus zijn?
Maar gelijk nu de Vader het leven heeft in Zichzelve, alzo heeft Hij ook de Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelve (Joh. 5 : 26). Daarom heeft Hij het recht en de macht het leven wederom te nemen. Weet u wat dat zeggen wil? De Vader heeft Hem aangewezen. Het richt onze aandacht op de eeuwige bedoeling van de Vader om ons te wijzen op de zorg, die Hij had voor onze zaligheid. Die zorg toont Hij in het geven van Zijn eniggeboren Zoon. En Christus Zelf gekomen in gehoorzaamheid aan Zijn Vader bevestigt dat met de woorden 'Ik heb macht het leven wederom te nemen.' Ook Hij heeft geen ander oogmerk dan ons eeuwig welzijn te bevorderen. Wat ligt zo in de opstanding uitgedrukt de begeerte van een Drieënig God geen lust te hebben in onze dood, maar in onze bekering en ons leven! De Drieënig is de God des levens!
Christus geeft het leven
Christus geeft het leven We zeggen dat ook wel heel menselijk, dat een moeder aan een kind het leven heeft geschonken. Dat is waar wat het natuurlijke leven betreft. Maar tegelijk met het natuurlijke leven geven we aan onze kinderen de dood mee als vrucht van de erfzonde. Wij kunnen in ons leven tegen de dood al niet op, want wie is er die de slaap des doods niet slapen zal? Hoe zouden wij eenmaal gestorven zijnde ooit nog de dood te boven kunnen komen in eigen kracht? Wij zijn vanwege de zonde aan de dood onderworpen.
Maar nu staat er van Christus, dat Zijn liefde sterker is dan de dood! (Hooglied 8 : 6). Al heeft Hij het leven afgelegd, dan nog blijft het binnen Zijn bereik. Hij kan het weer aannemen. En Hij neemt het weer aan om voor anderen te zijn de bron van het leven. Hij is immers de Goede Herder. Die Zijn leven stelde voor Zijn schapen. Hij is de Levensvorst. Dat heeft Hij kennelijk getoond. Vandaar dat de Schrift er zoveel aan gelegen is om het feit van de opstanding te onderstrepen. Dat is geen werelds bewijs, maar een teken van Godswege. Een teken voor wie? Toch wel in het bijzonder voor ieder, die vanwege zijn zonde het leven niet meer bij zichzelve kan vinden. Het Paasfeest is bij uitstek een gelegenheid om onze doodsstaat te (leren) belijden! Leerden we dat als eens ooit, eerlijk gemaakt voor God? Wat zouden we dan naar het leven leren haken! Want alle ware zelfkennis, die uit de Heilige Geest is, loopt daarop uit. Het werkt een droefheid naar God. Het leert vragen naar God, de God des levens. Ach, wanneer? En wie naar het leven leert vragen behoeft niet zonder verwachting te zijn. Want in de opstanding van Christus wordt ons de genade Gods betuigd, opdat wij geloven zouden. Daartoe liet de Heilige Geest het alles door de apostel Johannes neerschrijven. Tot tweemaal toe herhaalt de apostel dat aan het slot van Zijn evangelie: deze dingen zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is Christus, de Zone Gods en opdat gij, gelovende, het leveh hebt in Zijn naam! U mag aan alles wanhopen wat van u zelf is. Dat behoort bij het nodige sterven aan onszelf. Dan gaat onze oude mens er aan. Maar u mag aan Christus niet wanhopen. Hij had macht het leven wederom te nemen. Hij heeft macht het u wederom te geven, opdat u zoudt opstaan uit de doden. Weet u wat de wedergeboorte is? Dat God ons door Zijn Geest en Woord leert te geloven in de Heere Jezus Christus. Dat is tot rechtvaardiging, d.w.z. dan leren we geloven in de vergeving van onze zonde. Het is ook tot vernieuwing want we leren te wandelen in nieuwheid des levens. Het geloof leert te leven uit de verge ving van de schuld der zonde, maar het leert ook te strijden tegen de macht van de zonde. U vindt dat maar grote zaken? Dat zijn het ook! Maar betuigt Christus nu juist daarom niet met zo'n grote nadruk: Ik heb macht...', opdat gij u met al uw machteloosheid op Hem zoudt leren verlaten? Heeft Hij niet verworven Zijn levendmakende Geest om doden levend te maken, om onmachtige zondaren op te wekken, om ingezonken gelovigen in de genade te vernieuwen. En is die Geest niet de Geest der genade en der gebeden. Hij wil er om gebeden zijn!
Christus bewaart het leven...
Als de Goede Herder weet Hij ook wat trouw is. De paasgeschiedenis toont het ons op overvloedige wijze. Hoe liet Christus Zijn discipelen achter bij Zijn sterven? Als een verstrooide kudde. Toen de Herder geslagen werd, werden de schapen verstrooid. Wat een armzalig hoopje mensen! Moest dat nu Zijn kerk zijn? Zie, nu gaat de Heere niet regelrecht van het graf de hemel binnen om verhoogd te worden aan de rechterhand Zijns Vaders. Eerst verblijft Hij nog 40 dagen bij Zijn verslagen kerk op aarde om haar op te richten en te bemoedigen, om haar ook bij vernieuwing de gave van de Heilige Geest te beloven. Hij overwint niet alleen hun twijfels aangaande de opstanding, Hij neemt ook weg de ergernis over het kruis. En daar mag u alles bijvoegen, wat u op het hart ligt, al uw bekommernis, al uw strijd en aanvechting, ook al uw zonde en schuld, en niet te vergeten uw kleingelovigheid en ongelovigheid. Hij heeft macht! Zeker het is waar, daar ligt een grote waarschuwing in, voor allen die Hem verwerpen. 'Vreest ’s Heeren macht en dient Zijn majesteit, eer u Zijn toorn verdelg'.' Maar wat ligt er dan een troost in voor alle machtelozen, die in zichzelf alleen maar meer de dood kunnen vinden. Wat is dit anders dan de bevestiging van Zijn belofte, dat bij God mogelijk is, wat bij u onmogelijk is.
Hebt u het u ooit afgevraagd: 'Zult Gij wonder doen aan de doden? ' Ja, de Heere doet wonderen en de doden zullen leven! Het gevierde paasfeest roept het u toe: Ontwaakt gij, die slaapt en staat op uit de doden; en Christus zal over u lichten!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's