De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dankbaarheid en verantwoordelijkheid (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dankbaarheid en verantwoordelijkheid (1)

10 minuten leestijd

Ieder kan weten dat in de eerste eeuwen de christenen een minderheid vormden in de samenleving. Toch hebben zij veel betekend. In menig hoofdstuk van het Nieuwe Testament vinden wij uitlatingen van de apostelen over de wijze waarop christenen zich volgens hen in die situatie dienden te gedragen. Drijfveer in hun omgang met anderen vormde de liefde van en tot God. Zet die voorop en jaagt die na, zegt Paulus in zijn eerste brief aan de gemeente van Corinthe(l Cor. 14 : 1). De liefde is meer dan geloof en hoop (1 Cor. 13 : 13). Al spraken we alle talen van de mensen, al hadden we de gaven van de profetie, al gaven we al onze goederen aan de armen, al gaven we ons leven en we hadden de liefde niet, het baat ons niet, zegt dezelfde apostel (1 Cor. 13 : 1-3). Dat zijn indrukwekkende uitspraken aan het adres van christenen gedaan. Naar het mij voorkomt zullen we in ons kerkewerk, met name in de evangelisatie, hiermee sterk moeten rekenen. Deze gedachte breng ik naar voren als een eerste reaktie op de onthullende en alarmerende cijfers uit de enquête: Opnieuw: God in Nederland, waarover ik in de afgelopen maanden enkele artikelen schreef in dit blad.

Ieder kan weten dat in de eerste eeuwen de christenen een minderheid vormden in de samenleving. Toch hebben zij veel betekend. In menig hoofdstuk van het Nieuwe Testament vinden wij uitlatingen van de apostelen over de wijze waarop christenen zich volgens hen in die situatie dienden te gedragen. Drijfveer in hun omgang met anderen vormde de liefde van en tot God. Zet die voorop en jaagt die na, zegt Paulus in zijn eerste brief aan de gemeente van Corinthe(l Cor. 14 : 1). De liefde is meer dan geloof en hoop (1 Cor. 13 : 13). Al spraken we alle talen van de mensen, al hadden we de gaven van de profetie, al gaven we al onze goederen aan de armen, al gaven we ons leven en we hadden de liefde niet, het baat ons niet, zegt dezelfde apostel (1 Cor. 13 : 1-3). Dat zijn indrukwekkende uitspraken aan het adres van christenen gedaan. Naar het mij voorkomt zullen we in ons kerkewerk, met name in de evangelisatie, hiermee sterk moeten rekenen. Deze gedachte breng ik naar voren als een eerste reaktie op de onthullende en alarmerende cijfers uit de enquête: Opnieuw: God in Nederland, waarover ik in de afgelopen maanden enkele artikelen schreef in dit blad.

Over liefde en verkondiging

De apostel Paulus zegt dat de liefde van Christus hem dringt bij het vervullen van zijn taak (2 Cor. 5 : 14). Dat is toch geen kleinigheid. Hij dringt aan op geloof en bekering. Hij doet dat in het voetspoor van zijn Meester die gekomen is om het verlorene te zoeken en te behouden (Luc. 19 : 10). Christus leeft immers in hem (Gal. 2 : 20). Christus heeft Zich voor hem overgegeven, hem liefgehad. Door deze liefde is Paulus overweldigd. De liefde van Christus wordt in Paulus hoorbaar en zichtbaar. Deze liefde reikt ver, tot aan het einde der aarde. Op grond hiervan reikt ook de actie-radius van de gemeente ver. De gemeente wordt aangespoord in deze liefde te wandelen (Ef. 5:2). Zij wordt vermaand in Zijn liefde te blijven (Joh. 15 : 9).

Wie in Zijn liefde blijft draagt veel vrucht (Joh. 15:5). Dat is de bedoeling, want het verheerlijkt God en daartoe leven we toch (Joh. 15 : 8). In kort bestek heb ik enkele woorden uit de Schrift waarin het gaat om liefde tot God, elkaar (als christenen) en tot de ander (niet-christenen), naar voren gebracht. Indien u de moeite neemt in een concordantie na te zoeken hoeveel teksten er nog meer in de Bijbel staan om het bovengezegde te ondersteunen, zult u verbaasd zijn. De liefde van Christus dringt ons... (2 Cor. 5 : 14); allen... ben ik alles... (1 Cor. 9 : 22) geworden om er enigen te behouden. Dit is werkelijk grenzenloos evangeliseren door de liefde van Christus.

Voorbeelden

Waar in liefde wordt geleefd, heiligt men het leven (1 P. 3 : 8, 15 en 4 : 8-19). Op een zeker moment geeft Paulus vanuit zijn eigen leven en werken aan wat dat betekent voor de verkondiging van het Evangelie. Zijn manier van leven, zijn offerbereidheid en zijn zorg hebben de Thessalonicenzen ervan overtuigd dat de woorden die hij sprak niet zomaar mensenwoorden waren, maar woorden van God (1 Thes. 2 ; 13). Paulus was geen pluimstrijker, niet gierig, zocht geen eer van mensen, viel een ander niet lastig, was vriendelijk en goed voor de mensen zoals ouders dat zijn voor hun kinderen (gelukkig komt dat naast alle huwelijksnood ook nog voor in onze tijd). Paulus deelde aan de mensen niet alleen het Evangelie mee, maar gaf zichzelf aan hen omdat hij van hen hield (vgl. 1 Thes. 2 : 1-12).

Het verband tussen geloof en gedrag is overal terug te vinden in de christelijke literatuur, zowel in de Bijbel als in de kerk-en zendingsgeschiedenis. Hoeveel mensen zullen er niet door oprechte vriendschap gewonnen zijn voor het christelijk geloof? Onlangs hoorde ik Patrick Sookhdeo (voorheen Moslim) spreken over zijn overgang tot het christelijk geloof. Hij zei dat de liefde van christenen voor hem - ook op het moment dat hij de boodschap van de Schrift nog afwees - van doorslaggevende betekenis was geweest. Dit voorbeeld is met tal van andere uit de praktijk aan te vullen. Horen mensen in onze woorden, woorden van God? En zien zij in ons gedrag, de hand van God?

Een weg om te gaan

Zoals boven aangegeven is dit artikel bedoeld als een handwijzer voor kerkewerk (en evangelisatie in het bijzonder) nu, mede naar aanleiding van genoemde enquête.

Hierboven heb ik Petrus al geciteerd, die zegt dat leven in liefde, het leven heiligt. Maar hij zegt er ook bij dat dan het lijden om de hoek komt kijken. En dat valt niet mee. Je kunt er bij omkomen (1 Petrus 5 : 8). Er staat in dat verband zelfs dat het oordeel bij het huis van God begint. Dat is aangrijpend. Dit gegeven stelt ons voor de indringende vraag of ons persoonlijk en gemeentelijk leven wel rust in en gevoed wordt door de liefde van Christus. Met andere woorden gezegd: Hoe staat het met ons eigen geloof, dat naar een woord van Paulus door de liefde werkt (Gal. 5 : 6)? We zien binnen de kerken de ontkerstening voortschrijden. Weliswaar valt men niet ineens volledig af van het christelijk geloof, maar de vervaging is duidelijk. Diegenen, die meeleven, die bewust meeleven worden hier op hun taak gewezen. Dikwijls lezen we dat broeders met alle mogelijke middelen elkaar terecht dienen te wijzen (2 Thes. 3 : 15; Jac. 5 : 19, 20; 1 Petrus 4 : 8; e.a.). Nu vereist het omgaan met hen, die dreigen af te vallen grote liefde, gebed, inzicht, zorg, tact, geduld, invoelend vermogen en trouw. We zullen veel moeten leren, moeten blijven leren. Hoe gaan we om met mensen in onze direkte omgeving? Al spraken we alle talen, al gaven we alles weg, al profeteerden we... en we hadden de liefde niet, wat dan nog. De liefde zoekt zichzelf niet..., maar de ander. Uit de enquête blijkt dat kerk en ambtsdragers niet erg in trek zijn. Zijn wij wel een gemeenschap die in liefde leeft en een geloof belijdt dat door deze liefde werkt, waar aantrekkingskracht vanuit gaat? Of gaat het ons om ons gelijk, om onze kerk, om onze groep. Al hebben we gelijk, maar we hebben de liefde niet, wat dan? Al hebben we gelijk, wil dat niet zeggen dat we in het geloof staan dat door de liefde werkt. Nu is het volgens de Schrift altijd zo dat diegene wiens ogen geopend zijn voor bepaalde zaken, geroepen wordt voorop te gaan. Gelovigen wachten het niet af op anderen, neen zij gaan voorop. Wie beter weet, dient beter dan anderen te handelen. Dat legt een grote verantwoordelijkheid op onze schouders. Laten we orde op zaken stellen in ons leven, in onze gemeenten, in onze kerk(en). Over welke liefde ging het ook al weer? Wat was de drijfveer van Paulus in zijn werk? Hij die mij heeft liefgehad. Zich voor mij gaf, leeft in mij door Zijn Geest (Gal. 2 : 20). Alles is in het Nieuwe Testament gericht op Christus, de gekruisigde voor onze zonden, die leeft. Met de relatie tot Hem staat of valt alles. Het Rijk van God komt immers in de weg van een persoonlijke, ons hele leven rakende bekering in onze wereld binnen. In prediking, catechese, pastoraat en kringwerk zal deze bezinning op onszelf en op het leven van de gemeente waarin we leven, aan de orde moeten worden gesteld, niet vrijblijvend maar op de wijze van het apostolische vermaan.

Konkrete toepassingen

Laten we allen beginnen met na te denken over onze, natuurlijke, spontane en andere bestaande relaties. Wanneer we als meelevende gemeenteleden, zowel ambtsdragers als alle overige leden, deze eens zouden optellen komen we tot een respectabel aantal. Ik denk aan bezoekadressen, familieverhoudingen, onze kennissenkring, onze buren, relaties op werk en school en vele andere kontakten. Hoe zouden we deze bestaande relaties kunnen verdiepen en vullen? Het is beter via bestaande relaties te werken dan deze geforceerd aan te gaan. Binnen onze relaties treffen we allerlei mensen aan: niet-gelovigen, wel-gelovigen, twijfelaars, agressieven, bedachtzamen, vriendelijke en onaardige mensen, jongeren en ouderen, ontwikkelden en minder-ontwikkelden. Zo kunnen we doorgaan. Nu geldt weliswaar voor ieder hetzelfde Evangelie, maar niet iedereen verkeert in dezelfde situatie. Het is nodig met deze situatie te rekenen. Denkt u maar eens aan de verschillen in de gesprekken van de Heere Jezus met Nicodemus en de Samaritaanse vrouw (Joh. 3 en 4). Let u er eens op waarmee de Heere begint en hoe het afloopt. De eerste kwam na lang overwegen tot geloof, de andere snel. Niet in alle gesprekken gaat het over het komen tot het geloof, er zijn ook gesprekken door middel waarvan we elkaar helpen in konkrete levenssituaties. Deze hulp staat ook niet los van ons leven vanuit het Evangelie en een schriftuurlijke visie op mens en maatschappij. Welk een variaties doen zich in onze gesprekken voor in de omgang met hen, die op ons pad verkeren. En hoe gevarieerd is ons hulpbetoon metterdaad ook niet. En jegens de een stel je je anders op dan tegenover de ander. Zonder enige twijfel zullen we veel moeten luisteren om verantwoord te kunnen spreken en handelen. Over en weer is er dan veel om van te leren. Ongetwijfeld zullen we meer dan vluchtig van de Schriften en de situaties kennis moeten nemen om als christenen werkelijk te kunnen funktioneren. We zullen elkaar daarbij ook kunnen helpen omdat er bij alle variaties ook veel gemeenschappelijke vragen leven. Kort gezegd wil dit zeggen: de gemeenteleden zullen tot alle goed werk toegerust moeten worden, wil het innerlijk verval niet voortgaan. Alleen dan komt er een keer ten goede als we naar de Schriften luisteren en er naar leren handelen, als we geloven in en leven met Hem van Wie de Bijbel spreekt. We zullen elkaar weer in liefde moeten leren dienen met woord en daad. Wellicht kan dit gegeven praktisch worden aangepakt door binnen de gemeente ons in groepen, op kringen of in onze gezinnen af te vragen hoe het met onze relaties is gesteld, wat er bij het nadenken daarover voor de dag komt en hoe wij zouden moeten handelen. De zaken die boven komen kunnen mogelijk ook met elkaar worden besproken. Wat bevordert dat de gemeenschap! Als we samen onze armoede bekennen en samen een weg zoeken in het Woord van God. Het bindt samen als we weten het van één en dezelfde Heiland te mogen verwachten. Laten we ons niet altijd groot houden voor elkaar. Als we tot onszelf komen (Lk. 15 : 17) kunnen we samen naar de Vader gaan (Lk. 15 : 20).

Uiteraard zijn er tal van zaken, die persoonlijk getint zijn, die niet in het openbaar kunnen worden besproken. Maar dat neemt niet weg dat er dan nog genoeg over zijn waarover wel te spreken valt.

De apostel Paulus zegt dat we op onszelf moeten letten en op de leer en dat we daarin moeten volharden. En als je dat doet wordt je eigen geloof gesterkt en zal de zegen daarvan afstralen op anderen (1 Tim. 4 : 16). Evangeliseren begint met orde op zaken te stellen bij onszelf. Daarna gaan we naar buiten. Vanzelfsprekend komt het eerste niet klaar en het tweede ook niet. Er is een wisselwerking tussen het een en het ander. Naarmate er meer geloof is en wij in een proces van dagelijkse bekering betrokken raken, zal er ook nieuw leven voor het oog van anderen openbaar komen. Anders gezegd: erdieping naar binnen, geeft werf-kracht naar buiten.

In dit artikel begon ik met enkele praktische zaken te noemen voor het leven van de gemeente. Het slotartikel zal gaan over het werken naar buiten, mede naar aanleiding van de enquête: Opnieuw: God in Nederland.

Het artikel heet: Dankbaarheid en verantwoordelijkheid. Christenen leven onder elkaar en naar buiten dankbaar op grond van het hun verkondigde en door hen geloofde Evangelie. Tevens verantwoordelijk voor elkaar en de anderen. Dit alles komt voort uit het unieke perspectief dat ons het Evangelie van de gekruisigde Christus, die de Overwinnaar van dood, schuld en machten is, biedt.

De woorden dankbaarheid en verantwoordelijkheid waren voor de christenen uit de eerste eeuwen belangrijke zendingsmotieven. Met weinigen betekenden zij veel. Al verkeren wij in een minderheidspositie, de Heere is Dezelfde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dankbaarheid en verantwoordelijkheid (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's