De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Koningin bij de Gratie Gods

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Koningin bij de Gratie Gods

Bij de troonswisseling

17 minuten leestijd

Nog enkele dagen en het koningschap van H.M. koningin Juliana loopt ten einde. Op haar één en zeventigste verjaardag zal ze de kroon overdragen aan Beatrix, in de fraai gerestaureerde Nieuwe Kerk te Amsterdam. We verheugen er ons over, dat zij zolang het koningschap heeft mogen bekleden en dat bij haar vertrek als vorstin het koningschap ook verder gecontinueerd wordt, doordat Beatrix haar mag opvolgen. Er waren de afgelopen jaren ook tegenkrachten tegen het koningschap en ze zijn er tot vandaag. Ze zullen zich, als de tekenen niet bedriegen, ook laten gelden op de dag van de troonswisseling. We kunnen alleen maar de wens uitspreken, dat de overdracht van de kroon op waardige wijze zal verlopen en dat ook onder de nieuwe koningin de orde in ons volksbestel bestendigd zal blijven.

Nog enkele dagen en het koningschap van H.M. koningin Juliana loopt ten einde. Op haar één en zeventigste verjaardag zal ze de kroon overdragen aan Beatrix, in de fraai gerestaureerde Nieuwe Kerk te Amsterdam. We verheugen er ons over, dat zij zolang het koningschap heeft mogen bekleden en dat bij haar vertrek als vorstin het koningschap ook verder gecontinueerd wordt, doordat Beatrix haar mag opvolgen. Er waren de afgelopen jaren ook tegenkrachten tegen het koningschap en ze zijn er tot vandaag. Ze zullen zich, als de tekenen niet bedriegen, ook laten gelden op de dag van de troonswisseling. We kunnen alleen maar de wens uitspreken, dat de overdracht van de kroon op waardige wijze zal verlopen en dat ook onder de nieuwe koningin de orde in ons volksbestel bestendigd zal blijven. Het zal ongetwijfeld voor H.M. koningin Beatrix nog weer anders en wellicht ook moeilijker worden om in een tijd, waarin gezag niet vanzelfsprekend is maar als het ware persoonlijk moet worden waar gemaakt, aan het hoofd van onze staat te staan. Maar er zijn gelukkig ook vandaag nog de velen, die uit diep gewortelde overtuiging het 'vreest God, eert de koning' willen laten gelden, waarbij overigens het vrezen van God het eren van de koning te boven gaat en ook de uitoefening van het koningschap kritisch doet toetsen. Ook H.M. koningin Beatrix mag rekenen op de voorbede binnen de christelijke gemeente, zoals die voorbede er ook was voor haar moeder en voor allen, die eerder de kroon in ons land droegen. Ook aan de vooravond van de troonswisseling zal er allerwegen deze voorbede zijn. Daarin zal de diepste kracht ook voor de uitoefening van het koningschap worden gevonden. Dat te beseffen zal ook voor de nieuwe koningin van grote betekenis zijn. Nog immer is er gelukkig de band van het vorstenhuis aan de kerk, hetgeen blijkt bij geboorten en huwelijk en bij andere hoogtijdagen. We mogen de wens uitspreken, dat het betrokken zijn bij de christelijke gemeente niet alleen een zaak is van de hoogtijdagen maar vooral een zaak mag zijn, waarin het hele hart meekomt. Ook dat zal en mag een plaats hebben in de voorbede in de gemeente. Als van de gemeente geldt vreest God, eert de koning, dan zijn vorsten zélf niet van die vermaning om God te vrezen uitgesloten. Alleen een koningschap, uitgeoefend in de vreze Gods zal werkelijk dienstbaar zijn aan volk en samenleving en zal zegen te wachten hebben.

Voor het laatst zal H. M. koningin Juliana zich als koningin tot het volk richten op 30 april a.s. en voor het eerst zal Beatrix dit dan als koningin doen. Vele malen, op kritieke momenten in ons volksbestaan en bij hoogtepunten in ons nationaal bestel, heeft H.M. koningin Juliana zich tot het volk gericht. 'Mijn toespraken maak ik altijd zelf', zei ze kort voor haar zilveren regeringsjubileum, 'behalve de troonrede’.

Bij haar toespraken werd telkens weer de saambindende functie van de vorstin ervaren. We menen er goed aan te doen uit de vele toespraken, die zij hield, hier kort iets weer te geven om in herinnering te roepen wat Juliana als vorstin betekende in ons land en om daarop met respect terug te zien.

31 augustus 1940

In het eerste oorlogsjaar, op de verjaardag van haar moeder brengt prinses Juliana haar gevoelens onder woorden in een radiotoespraak:

‘(...) het is op haar uitdrukkelijke wens geweest, dat ik mij met onze kinderen naar Canada heb begeven. Hoe zwaar de scheiding haar ook mocht vallen, haar gedachten gingen allereerst uit naar de toekomst van het vaderland. Volkomen helder zag zij van meet af aan, dat kinderen, die eens met Gods wil geroepen mogen worden om de verantwoordelijkheid van Oranje te dragen, voor de materiële en geestelijke gevaren van het oorlogsgeweld gevrijwaard moesten blijven. De prijs, die dit besluit haar persoonlijk kostte, heeft zij niet geteld.

Zoals talloze Nederlandse moeders zich voor het vaderland een scheiding, ja, in vele gevallen het verlies van kinderen getroost hebben, zo heeft zij zich in het uur der grootste eenzaamheid, de scheiding van dochter en kleinkinderen getroost; en zo wil ook ik pogen dat te doen met de scheiding van mijn lieve man; en dat met te meer bereidheid, nu door hem te missen, ik mijn moeder in haar zware taak door hem gesteund weet.’

1943

In 1943 na de geboorte van prinses Margriet:

‘Hoe blij en hoe gelukkig wij ook zijn met ons nieuwe dochtertje, steeds drukkender wordt het gevoel, niet in het vaderland te zijn, en er te delen in de grote offers, die daar door een zo groot aantal gebracht worden voor recht, vrijheid en vaderland. Wij hebben dit kind dan ook willen wijden tot een hulde aan hen, die strijden, en aan de nagedachtenis van hen, voor wie de strijd reeds voltooid is.(...)

In deze strijd, waarin miljoenen hun leven, vaak hun jonge leven, hebben gegeven, vraagt men zich dikwijls af: wat is één onzer, een enkele mens, waard? Maar dan verrijst aan de andere kant het bewustzijn, dat ons is verzekerd, dat zelfs de haren van ons hoofd alle zijn geteld, en dat wij het licht der wereld, het zout der aarde zijn. Dit wordt in Nederland zo sterk als maar ergens gevoeld. En zo wordt het fundament gelegd voor de betere toekomst, waarvoor wij alles willen overhebben.

‘Ja, zij zullen Zich vervullen. Deze tijden van geluk! Deez' ellenden gaan volenden; En verpletterd wordt het juk’.

6 september 1948

Bij de inhuldiging als koningin in de Nieuwe Kerk te Amsterdam:

‘Sedert eergisteren ben ik geroepen tot een taak, die zó zwaar is, dat niemand die zich daarin ook maar een ogenblik heeft ingedacht, haar zou begeren, maar ook zó mooi, dat ik alleen maar zeggen kan: wie ben ik, dat ik dit doen mag? (...) Ons volk is zeer onderscheiden naar godsdienst en wereldbeschouwing. De Staten-Generaal geven daarvan weerspiegeling en kennen, om met Willem van Oranje te spreken: 'die gelegenheyt des lands ende de humeuren van de ingesetenen het best'. Het is daarom aan hen te verwezenlijken die eenheid in verscheidenheid, het in eendracht behartigen van 's lands belang.

Zo dadelijk zal ik mijn eed afleggen in honderd jaar oude bewoordingen. Daarbij zal mij voor ogen staan het zinnebeeld, waarmede ik de regering van mijn moeder kenmerkte en dat voor mij het wezen van het Nederlandse koningschap weergeeft: de rots te midden der woelige baren.

Leden der Staten-Generaal, te zamen zullen wij werken voor het heil van Nederland en het Rijk. Moge God onze arbeid zegenen.'

Kerstmis 1949

In de Kersttoespraak voor de radio in 1949 gaat H.M. de koningin in op de souvereiniteitsoverdracht van Indonesië.

'De dag na kerstmis zal een zeer bijzondere voor ons zijn, want dan zal een eeuwenoude band van een ander, edeler maaksel worden dan tevoren. In het verleden zijn bij ons, Nederlanders, aspiraties van velerlei soort werkzaam geweest in Indonesië. Eigenbelang en naastenliefde zonden wij erheen. En zij, die hun beste krachten gaven en geven voor dat land en dat volk, voelen zich soms onzeker, of er thans dankbaar om voortzetting van hun levenswerk zal worden gevraagd, of dat het, met de ondank van de pas mondig ge wordene, zal worden terzijde geschoven. Toch bouwt een samenleving altijd voort op het werk van hen, die de ander, en niet zichzelf zochten, die recht door zee en moedig waren, want zij zijn steeds het zout der aarde gebleken, zelfs al scheen het ook, dat hun werk vergeefs was.('...)

Maar voor wij beginnen, doen we goed, deze laatste dagen, voor de grote stap gedaan wordt, in onszelf te keren en stil te worden. Wij, die gewend waren leiding te geven, worden tenslotte zelf weer geleid door een hogere leiding. Laten we eens bedenken, wat een kleine visjes wij zijn in de grote stroom der historie, zwemmend stroom op, stroom af, maar vaag beseffend wat de school, waartoe wij behoren, gaat doen. En buiten de wil van deze hogere leiding gaat er toch niet ook maar één van deze kleinste visjes verloren.’

Watersnood 1953

Als Nederland op 1 februari 1953 getroffen wordt door de grote watersnoodramp, die 1800 levens eiste spreekt de koningin ook het volk toe:

‘Nederland is niet alleen het kind van de rekening geworden op het punt van de doorbraak van zijn dijken, maar het heeft ook als een kind het hoogste gebod gevolgd van de naastenliefde - ons door Christus gegeven. Die alle leed doorleden heeft en kent.

Zelfs onze superieur ontwikkelde techniek was machteloos de ramp op het kritieke moment af te wenden. Zij moest het opgeven tegenover wat ons lot moest zijn, en dus toch nooit met mensenmacht te keren is.

Maar, op het kritieke moment, waar materiële hulp niet kon worden aangewend werd de geestkracht van de mens opgeroepen. De doorbraak van de dijken riep, daartegen in, een springvloed op van medeleven met elkander. De eendracht uit de oorlogstijd, was plotseling weer paraat. Dit hief ons volk in eens op boven alle afscheidingen en ieder compromis der samenleving uit.(...)’

Twintig jaar na de watersnood (3 februari 1973) wordt in een herdenkingsdienst te Oude Tonge, dat zo zwaar getroffen werd, een persoonlijke boodschap voorgelezen van H.M. de koningin door de commissaris van Zeeland, mr. J. van Aartsen:

‘Ik leef met u mee in uw gevoelens bij uw terugblik naar de onheilsnacht en - dagen van 20 jaar geleden en bij het herdenken van uw doden. Ook denk ik met ontroering en dankbaarheid aan de eensgezinde hulp uit ons land en de wereldwijde bijstand die de rampgebieden mochten ontvangen. Daardoor kon herstel komen en zelfs de grondslag voor een verbetering in menig opzicht worden gelegd. Het is een geruststellende gedachte, dat verhoogde dijken nu uw veiligheid, naar menselijke berekening, waarborgen of zullen waarborgen. Moge de moed waarmee u, onder Gods leiding, het leven temidden van de rampspoed toch weer hebt opgenomen ons een voorbeeld blijven.'

Beatrix 18 jaar

Op 25 februari 1956 spreekt de koningin bij een diner met o.a. de leden van de regering, Beatrix toe met het oog op haar achttiende verjaardag.

‘Lieve Trix, achttien jaar is nog een heel jonge leeftijd. Men is gelukkig al wel volwassen, maar gelukkig nog niet meerderjarig, laat staan stemgerechtigd.

Je grootmoeder, hier tot mijn grote vreugde aanwezig, was met achttien jaar reeds tot het koningschap geroepen, en zij was er door je overgrootmoeder op eminente wijze toe voorbereid. Voor haar was geen jong-zijn of plezier weggelegd. Vijftig jaren, waaronder ondenkbare zware, heeft zij het land gediend, en pas daarna kon zij haar persoonlijke neigingen volgen, die zich behalve op haar kunst, vooral richtten op het heil der mensheid in al zijn ruimte en diepte.

Jij en ik kunnen nooit genoeg dankbaarheid opbrengen voor haar groot voorbeeld.(...)

Ik ben eens heimelijk heel ontroerd geweest - dat was toen je je padvindstersgelofte aflegde, die was: God en je land te dienen. Je beloofde dat toen met echte ernst, en ik dacht aan wat misschien eens jouw taak zou zijn. Je hoeft daar niet bevreesd voor te zijn, want die is wél zwaar, maar nog meer: mooi.

Naast eigenschappen, die je daarbij in de weg zouden zitten, heb je er nog meer, die je daarbij zouden helpen. Bovenal heb je een zeer persoonlijk en zuiver gevoel voor wat recht, en voor wat jouw plicht is. Vorm het zó, dat het a.h.w. de weegschaal voor je wordt, waarop je kunt afwegen wat van belang is en wat niet. Moge daarbij het hogere belang steeds zwaarder voor je wegen dan het lagere, en tenslotte de doorslag geven. Zo handelende zul je een standpunt innemen van waaruit je blik op 't leven zich dagelijks kan verruimen, en van waaruitje kunt leren zien, wat er in de wereld en in ons land goed is en positief.'

Kwestie Hofmans

Ook hooggeplaatsten hebben hun levensproblemen. In 1956 ontstond veel rumoer over het feit, dat mevrouw Hofmans, een gebedsgenezeres, werd ingeschakeld om te trachten het gezichtsvermogen van prinses Christina te verbeteren. In haar Kerstboodschap van dat jaar gaat de koningin in op bejegeningen, die haar daarover ten deel vielen:

'Er is geen groter smart dan te zien hoe het kwaad, het onrecht, zijn beloop heeft, zoals wij dit op allerlei wijze in het nu aflopende jaar hebben zien gebeuren. Waarom b.v. vallen sommige mensen iemand aan langs slinkse wegen, met onware beweringen? Waarom b.v. trachten zij een wig te drijven tussen een man en een vrouw, in vergeefse pogingen tot het vernietigen van een diep gewortelde eenheid? Waarom valt men daarbij nog anderen aan, dan degenen die men op 't oog heeft? Kan men aan diegene dan niet zelf eerlijk rechtstreeks schrijven, wanneer men zulke bezwaren voelt aangaande diens persoonlijke houding, dat men meent dat die persoon ze bepaald weten moet? Ook ik heb dit ervaren. Wat bezielt zulke mensen dan toch, wat zijn hun eigenlijke drijfveren? Maar heb ookik soms het recht niet, te trachten mijzelf te zijn?

Laat ons dan in donkere tijd ons meer dan ooit aaneensluiten als bewuste mensen, die duidelijk voelen wat er op aankomt en wat niet. Wij leven in een tijd, die ons meer dan ooit laat zien de ernst van het er op of er onder.

Vooral wie in Gods leiding gelooft, ziet in dat het niet voor niets is, wanneer Gods smeltkroes staat op een zo heet vuur als waarvan de thans levende geslachten kunnen getuigen.'

Kerst 1958

In de Kersttoespraak van 1958 wees de vorstin op het betrekkelijke van het aardse koningschap:

'Het kindeke Jezus was een tijdgenoot van keizer Augustus, in wiens handen de ganse macht van de toen bekende wereld was geconcentreerd, en die nog bovendien pretendeerde Goddelijke macht te bezitten ook. Maar Augustus is verdwenen en niemand raakt er meer ontsteld door al zijn macht. Men bekommert zich niet meer om het spoor, dat zijn leven in de geschiedenis trok.

Jezus Christus daarentegen is er altijd, en Zijn leven op aarde liet tot in lengte van dagen een spoor van heilige onrust bij de mensen na. Het begrip van wat deugt en wat niet deugt, het besef van wat verkeerd en wat rechtvaardig is, dat vergezelt ons vooraltijd.'

Het overlijden van Wilhelmina

Op 28 november 1962 komt het levenseinde van prinses Wilhelmina. In de Kerstrede van 25 december gedenkt de koningin haar als volgt:

'Op de omslag van haar boek koos zij, als embleem van haar leven, de uitbeelding van het Saevis tranquillus in undis (veilig temidden der wilde golven). In Gods leiding veilig.

Zo was zij: volledig in de Wereld, maar vrij, want zij voelde zich niet van de wereld.

Moeder was een voortrekker. Ze streed in het eerste gelid, met een felheid van overtuiging die ze steeds beheerste, en met grote vastberadenheid. Het is bijvoorbeeld een stille wens van haar geweest haar leven in oorlogstijd voor haar land te mogen offeren. Maar dit werd niet van haar gevraagd. Van 1940 tot 45 werd zij geroepen, de steun te zijn, met haar woord, voor hen van wie dat wel gevraagd ging worden.(...)

Tenslotte, naarmate haar hoge ouderdom haar steeds meer aan banden legde, verlangde moeder ook sterker naar het einde van haar aardse bestaan, en dieper, op haar eigen duidelijke en reële manier, naar het eeuwige leven.

Dit bleek uit haar begrafenis: haar laatste stralende boodschap.

Op dit Kerstfeest kan ik niet beter doen dan enkele delen voor te lezen van een Kerstrede, eens door moeder in intieme kring gehouden, die ik dezer dagen terugvond. Dezelfde tekst als bij haar begrafenis leidde ook hierbij de vlucht van haar gedachten.

Zij zeide: 'Wat gaat er niet ieder jaar door ons hart en hoofd, als wij, tegen het naderend Kerstfeest, het Kerstevangelie horen voorlezen. ledere keer opnieuw is het zo rijk, zo onuitputtelijk en zouden wij er zoveel over kunnen en willen zeggen. De samenvatting van alles zijn des Heren eigen woorden: 'Ik ben met u, al de dagen, tot de voleinding der wereld.'

'Ik ben met u' is voor ons de zekerheid, dat wij, achter deze wereld der zienlijke dingen, een verborgen leven hebben, waarvan Hij het leven is. 'Ik ben met u', - dat zegt Hij tot ons allen tesamen, en tot ieder persoonlijk.

Dat is een feit, iets ontzaglijk heerlijks, en tevens zo diep ernstig, dat wij er ons ternauwernood geheel rekenschap van kunnen geven. Wij hopen, wij trachten te geloven, dat Hij bij ons is, in onze hoogst gestemde ogenblikken ervaren wij er iets van, doch, dat Hij tegenwoordig is, en dat voortdurend, ieder ogenblik van ons leven, even werkelijk, ja nog wezenlijker, dan onze naasten waarmede wij omgaan en die wij elke dag zien - daarvoor wanen wij Hem te ver weg.(...)

Prinses Beatrix verloofd

Op 28 juni 1965 maakt de koningin de verloving van Beatrix met de Duitse diplomaat Claus von Amsberg bekend:

'Hoewel Claus, zoals ook zijn familie, volstrekt tegen het Nazi-regime gekant is geweest, waren beide jongemensen, evenals wij zelf, zich heel duidelijk de twijfels en zelfs de weerstanden bewust, die hun verloving bij menigeen kon oproepen, in het bijzonder bij hen, die de oorlog hebben doorleefd. Toch hebben zij uiteindelijk gemeend, de bezwaren niet te mogen laten opwegen tegen hun liefde.

Zij weten immers, vooruit te moeten zien. Zij zijn zich bewust van de opdracht te streven naar de toekomst van begrip en samenwerking. Zij willen hun leven richten op een samenleving, die steeds positiever naar een Europees en een wereldverband toegroeit.

Wij verwachten, dat onze aanstaande schoonzoon, door zijn persoonlijkheid, voor Beatrix een grote steun zal zijn in haar vaak veeleisende leven - ook dan, wanneer zij eens geroepen wordt mij op te volgen - naar wij hopen pas in een verre toekomst.'

31 januari 1980

En tenslotte de aankondiging van de troonwisseling op 31 januari 1980:

Het is op deze avond dat ik alle Nederlanders een mededeling wil doen. Deze avond van de verjaardag van onze dochter Beatrix.

Bij iedereen die oud wordt doet vroeger of later het nuchtere feit zich voor dat de krachten gaan afne­ men en dat zo iemand zijn taak niet meer kan volbrengen als voorheen. Dan komt er een moment dat het ook niet meer verantwoord is, die langer uit te oefenen.

Zo voel ik dat voor mij het ogenblik nadert mijn taak als uw Koningin neer te leggen. Mijn opvolgster, onze dochter Beatrix, is tot het overnemen daarvan goed voorbereid en ze zei deze aanvaarden. In overleg met haar hoop ik af te treden op 30 april a.s. op mijn verjaardag. Mijn dochter en ik zijn ons bewust dat deze schikking veranderingen moet meebrengen in onze vele afspraken in de loop van dit jaar en we zullen trachten daarvoor goede oplossingen te vinden.

Ik wil vanavond volstaan met deze zakelijke mededelingen. Ik voel dat ik een juiste beslissing heb genomen en ik hoop dat u er begrip voor zult hebben. Wij blijven in uw midden, mijn man en ik hopen de voldoening te mogen ervaren om ons in de toekomst nog enigszins nuttig te kunnen maken in onze samenleving.

Het is nu nog niet het moment om uiting te geven aan de gevoelens die in mij leven en daarom zou ik mij willen beperken tot de nuchtere zakelijkheid alleen. Al wat ik wil vragen is: na mijn aftreden uw steun en vertrouwen te geven aan uw nieuwe Koningin.

We zeggen van harte bij de troonswisseling: Leve de Koningin! Bij de Gratie Gods! Nog enkele dagen voor Juliana, na woensdag D.V. voor Beatrix.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Koningin bij de Gratie Gods

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's