De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Leven voor een Ander’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Leven voor een Ander’

7 minuten leestijd

Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet, alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen, waar gij niet wilt. Joh. 21 : 18

'Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u: toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet, alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen, waar gij niet wilt.' Joh. 21 : 18

De opstanding van Christus betekende voor Petrus en de andere apostelen een nieuw begin. Een begin vol wondere verrassing. Ze hadden het kunnen weten, dat Christus zou opstaan. Ze hebben het echter niet geweten. Christus had gezegd: 'Breekt deze tempel en in drie dagen zal Ik dezelve oprichten'. Dat zei Hij niet van de tempel in Jeruzalem, zoals de discipelen meenden, maar van de tempel van Zijn lichaam. Later schrijft Johannes daar met diepe schaamte over: 'als Hij was opgestaan van de doden, werden Zijn discipelen gedachtig, dat Hij dit tot hen gezegd had' (Joh. 2 : 22).

En dan zelfs na de opstanding en nadat de Heere hen één en andermaal verschenen was, zegt Petrus: 'Ik ga vissen'. De anderen gingen mee. Hoeveel mismoedigheid ligt in deze daad verborgen? Was er nog wel wat te wachten? Zouden ze hun oude beroep van visser maar weer niet opnemen?

Ze zijn niet op de goede weg. Ze vangen dan ook niets in die nacht. Dan, wat een wonder! dan verschijnt de Heere aan Zijn ongelovige discipelen. In het bijzonder richt Hij het woord tot Petrus.

Eerst ontvangt Petrus de tot drie maal toe herhaalde opdracht: 'weid Mijn lammeren, hoed Mijn schapen, weid Mijn schapen.' Voorwaar een nieuw begin. Maar zal het nu een weg worden van enkel voorspoed? Neen, Christus paait Zijn discipelen niet met valse beloften. 'Een ander zal u gorden en brengen waar ge niet wilt.' Petrus zal dit woord niet meteen in de volle omvang begrepen hebben. Maar in de weg, die God met hem ging, zal dit woord steeds dieper zijn geworden. Petrus zal het wel ontdekken, dat hij niet alleen met lammeren en schapen te doen krijgt, maar pok met bokken en zelfs met verscheurende wolven.

Is dit een woord alleen voor Petrus geweest? Zeker is voor hem op een heel bijzondere wijze dit woord vervuld. Hij stierf als bloedgetuige onder keizer Nero. Maar er is toch geen mens, die weet hoe zijn leven zal worden geleid. We hebben het toch niet in onze eigen hand.

De Ander

Eerst spreekt Christus daar over in heel algemene woorden: 'Een ander zal u gorden.' En is het niet de algemene ervaring wel van ieder mens. Vraag het maar eens aan iemand, die zoveel jaren is getrouwd: 'Ging het nu zoals u het zich had voorgesteld? ' Is heel het leven er niet vol van: het gaat anders, er is een ander! Wat wordt het dan rijk, wanneer we in ons leven mogen leren zien, bij het licht van Woord en Geest, dat het geen toeval of noodlot is. Niet de sterren zijn het die ons leven beheersen en niét de mèjisen die het ons aandoen. Maar God is Rechter, Die beslist. Die het al regeert. Wat moet het voor Petrus later een onnoemelijke troost en steun zijn geweest, dat aan het strand langs de Zee van Tiberias reeds in grote trekken zijn levensweg was uitgetekend. Kennen wij in ons leven die Ander? Neen, ik vraag niet of u wel eens hebt ervaren, dat het in uw leven anders ging, dan u verwachtte of hoopte. Daar weet ook de wereld wel van mee te praten. Maar, kent u de Ander, weet u van God, de Heere, Die uw leven leidt en regeert. En wilt u dat dan ook weten? Wilt u weten, dat ons leven geen product is van de omstandigheden en dat ook niet mag zijn.

Maar Wie is dan die Ander? In de woorden van onze tekst bedoelt Christus daar vooral Zichzelf mee. Hij zegt immers tegen Petrus: 'Volg Mij!' Hij is de Opgestane Heere, aan Wie gegeven is alle macht in hemel en aarde. Dat behoort bij de verheerlijking, die Hij van Zijn Vader ontvangt na de verwerving van Zijn zoen en kruis verdienste.

De Opgestane Heere, dat is de Teruggekeerde uit de dood. Hij heeft overwonnen al die machten der duisternis, die zich op ons leven kunnen storten: machten van zonde en twijfel, van aanvechting en smart.

De Opgestane Heere, dat is de Teruggekeerde tot zulke mensen als de discipelen waren. Mensen, die tegen de machten der duisternis niet opgewassen zijn. Mensen, die dat niet kunnen, maar, die het ten diepste ook niet willen, omdat ze niet anders willen dan zichzelf gorden, d.w.z. eigen wegen zoeken en kiezen. En wat komt er dan van terecht? Petrus wordt een verloochenaar. En die een visser van mensen moest zijn, wordt een onvruchtbare ploeteraar op het water, die niets vangt. Dan moet Petrus het leren om zijn handen uit te strekken, opdat een ander hem gorden zou. Wij moeten dat met Petrus leren. En wie leert het anders dan door de genade van Christus. Wie leert het anders dan in een weg van vallen en opstaan. Dan leren we het van de in Zijn trouw steeds weer tot ons terugkerende Christus door Zijn Geest om ons niet langer zelf te gorden maar ons te laten gorden.

Het gorden

Het is een beeld uit het oosten. De mensen droegen een lang neerhangend kleed. Om door dat kleed bij lopen of onder het werk niet gehinderd te worden, trok men het op door de gordel, die men om het middel had. Een eenvoudige handeling. Dat kan je toch zelf wel? Dat ging even gemakkelijk als wanneer wij zeggen: 'mijn jas kan ik zelf nog wel aankrijgen.' 'Dank u wel, maar u behoeft me niet te helpen.' Heeft u dat nooit gezegd? We spreken daar in alle ontdekkende eenvoud ons hart mee uit. Alle Adamskinderen zijn geboren doe-het-zelvers! Kijk, dat is nu het beeld van Petrus. Wat heeft hij er Zijn Meester dikwijls mee voor de voeten gelopen! Hij heeft het ook zo maar niet afgeleerd. Daar is een weg voor nodig, een bekeringsweg! Petrus had zijn karakter niet mee. Wie trouwens wel? En nu mag het waar zijn, dat bekering een mens geen ander karakter geeft, het wordt door genade wel gelouterd en omgebogen. Hoe ouder Petrus mag worden onder de bearbeiding van Gods genade hoe meer hij aan omstuimigheid verliest, maar hoe meer aan afhankelijkheid hij wint.

Zullen wij zo ook mogen Ieren? Ge zult het niet anders kunnen leren dan biddende: 'Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand, Uw goede Geest bestier mijn leven en leid' mij in een effen land'. Dat is leren de handen uit te strekken: biddende handen, machteloze handen. En dat wil de Heere ons Zelf nog leren! Vraag naar de Heere en naar Zijn sterkte. Dat is geen valse lijdelijkheid. Valse lijdelijkheid wil niet geholpen zijn. Maar dit is ontvankelijkheid, opdat Gods kracht in onze zwakheid vervuld worde. En waar gaat het dan heen?

De bestemming

'Ge zult gebracht worden, waar gij niet wilt', zegt Christus. Leren leven van genade is dat niet altijd een gebracht worden waar we niet willen zijn? Daar kan de Heere, Die alle dingen doet medewerken ten goede, allerlei omstandigheden voor gebruiken: ziekte, tegenslag, vervolging, zelfs (zoals voor Petrus) het martelaarschap. Wij weten niet wat er voor ons ligt en wat de Heere mogelijk in ons leven gebruiken wil. Zullen we dan leren de handen uit te strekken? Zo maar gaat het niet! Kijk nog maar eens naar Petrus. Nauwelijks heeft de Heere Jezus dit woord tot Petrus gesproken of hij begint zich weer met Johannes te bemoeien (vs. 20 en 21)! Wat zeggen we dan? Zeggen we: 'Maar Petrus toch!' Of herkennen we er iets van onszelf in? Leren volgen is voor een mens die zo graag voorop loopt een levenslange strijd. Daarin hangt het hier van ons af. De opgestane Heere keerde terug tot een kerk, die nog zoveel moest leren. Hij, Die Zijn Geest en genade op deze aarde ons liet, is toch nu niet anders. Uw leven is misschien een moeilijk leven. Maar zou Hij het u niet kunnen en willen leren? Dan zult ge uw handen uitstrekken en Hij zal het u leren om van Zijn genade alleen te leven in leven en in sterven beide.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

‘Leven voor een Ander’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's