De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEVRIJD - maar ook vrij-gemaakt?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEVRIJD - maar ook vrij-gemaakt?

9 minuten leestijd

'O land, land, land!, hoor des Heeren woord!' Jer. 22 : 29

Vijf en dertig jaar geleden maakten de ouderen onder ons de laatste stuiptrekkingen mee van de bezettende macht van de Duitse overheerser, die ons in een knellende band had omsloten. Een band van gruwelijke tyrannie. Het, overgrote deel van deze 35 jaar werden wij bij de gratie Gods geregeerd onder het koningschap van Koningin Juliana, die nu de scepter zal overdragen aan haar dochter Beatrix. Reeds historisch zou dat meer dan overvloedig stof kunnen leveren voor een terugblik. Daarvoor is het echter hier niet de plaats. Nu gaat het om het licht van het Woord Gods over deze zaken.

Wij belijden, dat ook de geschiedenis der volkeren zich voltrekt onder de alles-bestierende invloed van de voorzienigheid Gods. Al is ons volk geen Israël met een geheel aparte plaats in Gods heilsgeschiedenis, ook de geschiedenis van ons volk heeft zich niet voltrokken en zal zich niet voltrekken buiten het beleid Gods. 'Beeft, gij volken, eert, eert Zijn hoog bestel!' Alle gebeurtenissen zijn opgenomen in het éne handelen Gods, dat ons uit het Woord van God voor altijd is verklaard. Dit geldt evenzeer het individuele leven als het leven der volkeren. Maar het is alleen recht te verstaan vanuit het geloof en de verbondenheid aan de dienst des Heeren. Tot welk een onbijbelse gedachten het spreken over de voorzienigheid Gods kaft leiden, zo het wordt losgemaakt van het persoonlijk geloof en de dienst des Heeren, heeft nu juist niemand anders dan Hitler getoond. Hij meende immers een bijzonder instrument van de Voorzienigheid te zijn. Ongetwijfeld is hij dat in al zijn verschrikking geweest. Maar dan niet in de zin van een zegen voor de mensheid. Hij wierp om zich heen de schaduw van de gruwzame dictatuur van de anti-christ, het beest uit de afgrond, die in het laatste der dagen staat te komen. En ook dan niet buiten het voorzienig bestel Gods om!

Maar dan blijft het waar: zo ooit dan geldt met het oog op Gods heilig voorzienig bestel voor een volk op nationale gedenkdagen het woord van onze tekst: O land, land, land! hoor des Heeren woord!

We mogen dit woord niet losmaken van het verband, waarin het in de Heilige Schrift wordt gesteld. Het is een profetie tegen het koningshuis van Juda, het huis van David. Het brengt ons aan het einde van de regeringsperiode van dit vorstenhuis. Jojachim, de voorlaatste koning, is aan de regering. Hij regeert slechts drie maanden. Dan wordt hij met zijn familie naar Babel in ballingschap gevoerd. Jeremia voorzegt hem die wegvoering. Nooit meer zal er een zoon uit zijn lendenen op de troon zitten. Al zal hij kinderen hebben, géén van hen zal als koning heersen. In dat opzicht is hij een kinderloos man (vs. 30). Uitleggers hebben nogal moeite met de hoofdstukken Jer. 20 t/m 23. Het lijkt een samenraapsel van losse stukken. Toch is er in ieder geval wel één lijn in te ontdekken: alles en iedereen blijft onder de maat van Gods recht. De priesters weten niet meer wat bidden is, de koningen bedrijven afgoderij, ja ook de profeet zelf, in de diepe ellende van zijn bestaan, komt er toe de dag van zijn geboorte te vervloeken (Jer. 20 : 14). Waartoe een kind van God al niet komen kan!

Wat moeten we met dit alles? Het hoofd schudden over Israël? Dat is het gemakkelijkste! Maar is ons daarvoor het Woord Gods gegeven? Ook deze Schrift is ons nuttig tot lering. Israël was rijk begenadigd. Ontelbaar waren de uitreddingen en zegeningen. Met recht mocht de Heere wel vragen: 'Wat is er meer te doen aan Mijn wijngaard, hetwelk Ik aan hen niet gedaan heb? ' (Jer. 5:4). Wij zijn Israël niet, maar we zijn wel rijk gezegend. Ons volk is in grote delen niet meer te rekenen tot de kerk en niet meer tot het volk des vérbonds. Maar hoe heeft de Heere gedragen en verdragen. Een bevrijd volk! Maar heeft ons volk de daden des Heeren opgemerk? Is de stem des Heeren gehoord? O land!, hoor des Heeren woord! Het wordt in onze tekst tot drie maal toe herhaald: land, land, land! Het is als de herhaalde hamerslagen van de smid op het ijzer. Zo hamert dit Woord Gods op het geweten. Het ging immers ook om een geweldige boodschap: vanwege Israels onbekeerlijkheid was nu het oordeel niet meer te keren! En ook de profeet kan zich niet boven zijn volk verheffen. Wordt ons hierin niet de weg gewezen? Ook als kerk behoeven we ons niet boven ons volk te verheffen. Is ons geestelijk leven zo bloeiend en overvloeiend? We zijn een bevrijd volk, maar heeft het ons geleid tot de vrijheid der kinderen Gods? Zijn wij vrijgemaakt van de dienst der zonde, van de slavernij van de satan om de Heere te dienen in nieuwheid des levens? Is er geen reden tot verootmoediging óok als we spreken mogen van genade in ons leven, omdat zelfs de allerheiligsten, als een Jeremia, nog maar een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid bezitten. Zijn we, zoals we vanavond hier bijeen zijn, geen mensen die naar de gemeenschappelijke belijdenis van onze kerk, de erfzonde belijden? Wanneer dat voor ons geen dode letter is, zullen we vanuit het ontdekkend werk van de Heilige Geest weten, wat verootmoediging is in dagen van nationale verbondenheid: 'O Heere bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten en bij onze vaders, omdat wij tegen u gezondigd hebben' (Dan. 9 : 8).

Dan zal het voor ons de grootste tegenvaller niet zijn, dat na 35 jaar bevrijding het allemaal nog niet zo meevalt. Wat is ons volk ontzonken aan de dienst des Heeren! Er is wel geen levensterrein te noemen of de gevolgen van het verlaten van de dienst des Heeren zijn aan te wijzen. We noemen slechts de vragen van leven en dood (abortus en euthanasie), de rondwarende geest van revolutie en geweld, het stellen van eigen normen tegenover die van God en Zijn Woord. 'Hoor des Heeren Woord!' Maar dan zal toch de grootste tegenvaller niet zijn dat de wereld zo slecht is en de mensen zo tegenvallen. Hoe meer we onszelf leren kennen bij het ontdekkend licht van de Heilige Geest, hoe meer we gaan zien dat.we ook zelf niet buiten de zonde staan. De Farizeeër kan zichzelf overeind houden met zijn eigen danklied: 'Heere, ik dank u, dat ik niet ben zoals al die anderen.' De ware discipel leert vragen: 'Ben ik het Heere? ' Wie in de weg der genade leert wat genade is, die gaat verstaan, dat we niet beter zijn. Het is genade anders te mogen zijn. Luther ontdekte in de genade van de rechtvaardiging van de goddeloze, dat het was en bleef: simul Justus, simul peccator, d.w.z. ook de begenadigde mens, die in Christus vergeving vindt, blijft nog een zondaar zolang hij in dit leven is. In dit genade-onderwijs sterft alle hoogmoed en zelfverheffing weg. Al is het een sterven, dat duurt tot onze laatste snik.

Door het oordeel van de ballingschap heen werd er uit Israël een rest behouden. Nooit meer zal een andere koning uit het huis van David op de troon zitten. Zerubbabel, na de ballingschap, is slechts stadhouder. Maar uit die ballingschap keerde een schamele rest terug om in Jeruzalem uit te zien naar de komst van de grote Davidszoon, de Rechtvaardige Spruit. Van Hem staat geschreven: de Heere onze gerechtigheid (Jer. 23 : 6). Hij is de hoop van zondaren, die zichzelf niet meer behouden kunnen. In Hem heeft de Heere die volkomen verlossing bereid van vergeving, heiliging en verheerlijking door het geloof alleen. Nooit maakt de Heere een mens met zijn zonde bekend om in de wanhoop te drijven. Dat is een werk van de satan, maar geen werk van God. De ware droefheid die uit God is, drijft uit tot Christus. Droefheid over persoonlijke zonden, maar ook over de zonden van ons volk.

Gelukkig een volk waarin nog gevonden worden bidders om de genade en de gerechtigheid Gods. Gelukkig een vorstenhuis met bidders om de troon. Nog gelukkiger zo ook het vostenhuis zelf niet vreemd is aan dit biddend leven. Gelukkig ieder mens, dié zich niet verheft maar in vernedering en ootmoed leert leven van genade: de Heere onze gerechtigheid, tot een bedekking van al onze ongerechtigheid en tot vernieuwing van ons leven. Dan is er toekomst! Of en welke toekomst er is voor ons volk en ons vorstenhuis? Het is ons niet gegeven daar in te zien. Dat is ook niet de enige toekomst. De kerk mag weten van een andere tóekomst. Christus is opgestaan, ten hemel gevaren en Hij is Zijn kerk voorgegaan om plaats te bereiden. Straks dan wordt deze wereld opgebroken. Dan vinden de koninkrijken der aarde hun einde. Maar het Koninkrijk van Christus dat is een Koninkrijk van alle eeuwen. Dat mag ons niet ontrouw maken aan onze roeping op aarde, zolang de Heere ons op onze post laat. Geen vlucht uit deze wereld! Daniël heeft zich ook in het verre Babel niet aan zijn verantwoordelijkheden onttrokken. Maar in Babel had hij een open venster naar Jeruzalem, verwachtende de stad welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.

Al zouden we het dan meemaken, dat de troon van Oranje wankelt, wanneer dat zou geschieden tot een oordeel over ons volk, ons vorstenhuis en onze kerk, dan nog blijft vast en onwankelbaar de troon van Christus! Welke vorsten ooit het aardrijk moge bevatten, wie hunner is bij Hem gelijk te schatten!

Hoor dan des Heeren Woord en kus de Zoon, Heere onze gerechtigheid!


* Overdenking uitgesproken op 29 april 1980 in een interkerkelijke gebedssamenkomst aan de vooravond van de troonswisseling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

BEVRIJD - maar ook vrij-gemaakt?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's