De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onbetamelijk gedrag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onbetamelijk gedrag

Pastorale overwegingen

6 minuten leestijd

Als het over de belijdenisgeschriften gaat, moeten we bedenken, dat onze vaderen stonden aan een dubbel front. Daar was de strijd tegen Rome, met haar leergezag, pauselijke bevelen, menselijke instellingen boven het Woord van God. Daar was evenzeer de strijd tegen de wederdopers de doperse radicalen, met hun inwendig licht. Paulus staat ook aan twee fronten, als hij op 'de gedekte hoofden' wijst.

Een strijd aan twee fronten

Als het over de belijdenisgeschriften gaat, moeten we bedenken, dat onze vaderen stonden aan een dubbel front. Daar was de strijd tegen Rome, met haar leergezag, pauselijke bevelen, menselijke instellingen boven het Woord van God. Daar was evenzeer de strijd tegen de wederdopers de doperse radicalen, met hun inwendig licht. Paulus staat ook aan twee fronten, als hij op 'de gedekte hoofden' wijst. Aan de ene kant moest hij de Korintische vrouwelijke gemeenteleden die in hun emancipatiedrift te hard van stapel liepen, aanpakken. Maar evengoed moest hij ingaan tegen de gedachte, als zou een vrouw minderwaardig zijn. Wordt door herscheppende genade, van God de scheppingsordening gehandhaafd, dan komt ook de vrouw op de juiste plaats te staan, dan wordt haar eer beschermd, dan blinkt haar gratie uit. Beslissend is tenslotte en voor de man en voor de vrouw, dat zij 'in den Heere' zijn, in Zijn levensgemeenschap mogen staan en in de door Hem bepaalde sfeer leven. In die kring komen beiden voor, zonder dat het verschil tussen beiden wordt weggenomen. Zij kunnen en mogen beiden, zonder onderscheid in de verheerlijkte Christus zijn, omdat ook beiden, als man en vrouw mens zijn. De vrouw is uit de man geschapen, zo heeft de Heere het gewild. Maar... de man is ook weer op zijn beurt uit de vrouw, want wie van de jongens en mannen worden niet uit een vrouw, uit hun eigen moeder, geboren? Alleen van Adam zelf geldt dit natuurlijk niet. Maar overigens is dit woord op alle mensen van toepassing. Maar de hoofdzaak is, dat goed verstaan wordt, dat al wat geschapen is, uit God is. Hij gaf het aanzijn aan alles, openbaarde ook Zijn heerlijke bedoelingen, die door de zonde zijn veronachtzaamd en gemist. Wat een voorrecht, indien man en vrouw, jongen en meisje ook persoonlijk door genade onder het liefelijke juk van de Heere Jezus zich bevinden. Zijn dienst is een liefdedienst. De dienst der wereld is een slavendienst. Ook de moderne emancipatiegedachte maakt van een vrouw een slavin. Er 'moet' zoveel zo nodig. In Christus mag alles. Want in Hem kunnen we met alles nooit anders dan de Heere bedoelen. Gewaagd en toch bijbels is de stelling: de Kerk, als Kerk, mag alles, de wereld mag niets.

Nu ook een beroep op het gezond verstand

Nog al eens wordt gezegd: laat toch je gezond verstand eens spreken. Nu is ons verstand wel door de zonde verduisterd, maar we mochten in en ondanks de diepe val ons redelijk verstand nog behouden. Bovendien: er is verstand met goddelijk licht bestraald. Vragen we maar veel daarom. Maar de apostel brengt ook bij het vraagstuk van de gepaste kleding in de samenkomsten van de gemeente 'het gezond verstand' ter sprake. Oordeelt gij onder uzelven, zo lees ik in vers 14. Eerst plaatste de apostel zich op het standpunt van de genade in Christus. Daarna bezag hij de zaak bij het licht van Gods scheppingsordening. Nu spreekt hij als een verstandig, nuchter denkend mens. Niet zo hoog loopt deze zaak, dat hij alles ermee laat staan of vallen, maar hij acht deze ook allerminst onverschillig. Het is geen gemakkelijk volkje daar in Korinthe. Trouwens, domme mensen zijn vaak nog hoogmoedig en eigenwijs. Nu poogt hij hen vatbaar te laten zijn voor verstandig inzicht en gedrag. Als dan de gemeente denkt, dat zij zoveel weet en zoveel in haar mars heeft, nu, laat zij dan haar natuurlijk gevoel en verstandig inzicht laten spreken. Wat is nu passend en betamelijk? Wat is nu netjes? Neen, we doen niet mee met hen, die zo ongeveer denken dat christelijk vooral fatsoenlijk is. Maar er zijn nu eenmaal dingen, die men niet doet, die dwaas en laagbij-de-grond zijn. Dat zijn geen dingen, die absoluut-verboden zijn en grote schuld over de ziel brengen, neen, dat zijn gewone zaken, die aan de orde zijn. Uit het oogpunt van goede stijl en beschaafde manieren doet men dat niet, namelijk met ongedekt hoofd bidden, in de gemeentesamenkomsten: Daarmee onteert men zichzelf en de Heere.

Wat 'men' zegt dan beslissend?

Nu hoor ik een meisje of vrouw laatdunkend, misschien wat geprikkeld zeggen: 'Ja als ik ook al moet rekening houden met wat men zegt, dan is het eind zoek. Ieder staat toch voor zichzelf.' Ik begin met u gelijk te geven. Tenminste, u hebt een beetje gelijk. Het komt op het persoonlijke aan voor de Heere. Ik hoop, dat u meer bekommerd bent om het oordeel van God dan om de mening van mensen. En dan ben ik er ook niet bang voor, dat u verkeerd gaat. Want aan de andere kant weet u dan ook, dat u niet alleen staat. U woont in een hele gemeente en gemeenschap. U komt naar Gods huis met anderen. Leeft een christenvrouw en - meisje alleen maar voor zichzelf? Als de Heere in ons werkt, zien we dan ook niet naar anderen? Letten we dan niet op hetgeen van een ander is? Dan zijn we toch niet zelfzuchtig? Dan denken we zeker bij voorbaat niet: 'ik weet het alleen, en zoals ik doe, zo moet het, daar heeft een ander niets mee te maken.' Als wij voor onszelf in bepaalde dingen niet eens zoveel kwaad zien, maar we weten, dat we anderen pijn doen, dat we Gods kinderen bezeren, dan doen we het niet. Nu pleit ik niet voor, en dat zou gemakkelijk kunnen gebeuren, een onderlinge dictatuur. Maar we geven niet graag oorzaak tot ergernis. Het geloofsleven ligt ook in dat opzicht teer. Destijds ging een dominee lopen, toen hij in een naburige gemeente preken moest, hij liet de fiets, meer had hij niet, thuis. Sommigen vonden dat overdreven. Hij zei: 'ja, vrienden, ik weet, dat mijn Vader het goed vindt, maar om mijn broers laat ik het'. Daar zit wel wat in. Niet een benepen en benauwd leventje, maar in christelijke vrijheid hebben we toch band ook met de anderen uit het heilig gezin. En dan kunnen die kinderen het ons wel eens lastig maken, toch houden we van hen. We hebben hen lief omdat ze uit God geboren zijn. Dan behoeven we niet met hun rare nukken mee te doen, dan doen we hen anderzijds ook niet opzettelijk pijn. Intussen wacht er nog een aspect op behandeling. Ik moet nog schrijven over de, neen, schrikt u niet, de 'langharigen'.

Mannen met lang haar en vrouwen met lang haar. Oneer en eer. Daarover de volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Onbetamelijk gedrag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's