De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dag van luister en ontluistering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dag van luister en ontluistering

9 minuten leestijd

In tweeëndertig jaar tijd is in onze samenleving veel veranderd. Verliep de dag van de troonsbestijging van koningin Juliana in 1948 in vrede en rust, de dag van de inhuldiging van H.M. koningin Beatrix zal diep in ons geheugen gegrift blijven als een dag van ontluistering, bij alle luister, die er was. De anarchistische krachten zijn in de afgelopen jaren in toenemende mate losgekomen en Amsterdam krijgt zo langzamerhand wereldnaam als het gaat om wanorde en ongeregeldheden, centrum als het geworden is van malafide groepen, subversieve bewegingen en diep ontspoorde jongeren.

Maar allereerst verdient toch, bij al dit ontluisterende dat er was, onze aandacht het luisterrijke gebeuren, met name in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, waar H.M. koningin Beatrix werd ingehuldigd en waar ze de eed op de grondwet aflegde. Op talloos velen heeft dat een onuitwisbare indruk gemaakt.

De nieuwe vorstin sprak 'op de drempel van de nieuwe tijd'. Haar woorden zijn niet zonder ontroering aangehoord. Daarbij is voor ons in hoge mate bepalend geweest, dat zij, op de drempel van deze nieuwe tijd, waarvan buiten de kerk de symptomen zichtbaar en hoorbaar waren, niet geschroomd heeft de Naam des Heeren uitdrukkelijk te noemen, en wel herhaaldelijk te noemen.

We hebben de laatste jaren discussies gevoerd over de bede in de troonrede. Daarbij ging het om een vaste formule, waarvoor we, denkend vanuit de theocratie, terecht opkwamen. Maar het uitspreken van de Naam moet méér zijn dan een formule. Het heeft ons diep getroffen hoe één en ander maal door de nieuwe koningin is uitgesproken, dat de geschonken kracht en de te verwachten zegen van God zijn en dat zij met zoveel woorden aansloot bij het wezenlijke van ons volkslied, waarin zij haar geloof vertolkt zag: 'mijn schild ende betrouwen, zijt gij o God mijn Heer.'

Hiermee plaatste Beatrix zich in de grootste traditie van ons volk, waarin dat 'schild' zo'n diepe betekenis heeft gehad ook in de diepten van ons volksbestaan. Ze sprak over dit 'schild', terwijl buiten de kerk een cordon van politieagenten, gewapend met andere schilden, het plein rondom de dokwerker schoonveegde van rebellerende jongeren.

Voorbede

Er is opgeroepen vanuit de kerken om voorbede te doen op de zondag vooraf of op de vooravond van de laatste koninginnedag met Juliana als koningin. Die voorbede hééft plaats gevonden. Er is gebeden tot de God van hemel en aarde voor de nieuwe vorstin, óók om een belijden van de Naam bij haar hoge verantwoordelijkheid als vorstin. Die Naam is door haar beleden. Daarvoor danken we God. En voor beide kamers der Staten Generaal, waar 85 leden hun trouw aan de vorstin met een 'dat beloof ik' bevestigden werd door de koningin de oude, indrukwekkende formule uitgesproken 'zo waarlijk helpe mij God almachtig'. Dit alles achten we een groot goed. Ook de vorstin kan er immers toe overgaan te beloven inplaats van haar afhankelijkheid van Godalmachtig uit te spreken?

Ik geloof te mogen zeggen, dat Beatrix met haar eerste woord tot overheid en volk de harten van velen, die ook dankzij de verbinding in de geschiedenis tussen de kerk en het Oranjehuis een diepe liefde voor het koningshuis hebben, heeft ingenomen. Wij voor ons kunnen niet in minimaliserende of afdingende zin spreken over het uitspreken en belijden van de Naam des Heeren. We achten dit in deze tijd van Godsverachting en Godsverzaking hoog. Daarom temeer zal er de vurige voorbede voor de koningin zijn in de samenkomsten van de gemeente, óók als er in de nu komende tijd dingen zouden geschieden die teleurstellen. In het uitspreken van de Naam ligt de directe band met de gemeente, waar wekelijks de voorbede, ook de politieke voorbede geschiedt. En het besef zal leven, dat ook vorsten zondaren zijn; ook zij die de Naam op de lippen nemen. Ook de hooggeroemde Vader des Vaderlands was zondaar en dat is in de concrete gang van zijn leven gebleken, ondalnks het Verbond dat hij sloot met de Potentaat der Potentaten. Hij was geen heilige. Hij zou in onze tijd de gram wellicht hebben opgelopen van velen die hem nu, na eeuwen zo hogelijk prijzen.

De nood van de wereld

Koningin Beatrix zette haar toespraak intussen ook in de context van de eigen tijd. Ze sprak ook over de toenemende dreiging in de wereld, over de mogelijkheid van vernietiging van het menselijk bestaan door krachten, die de mens zelf losmaakte. Ze sprak over de nood van de vele misdeelden, van de misdeelde volkeren in de wereld.

In déze tijd van dreiging en nood treedt zij aan. Zij treedt ook aan in een tijd van toenemende economische spanningen in eigen land én van toenemende onrust en onlusten. Een tijd van krakers en protesteerders. Een tijd ook waarin velen - al is het gelukkig nog een duidelijke minderheid - niet meer haar gezag als vorstin willen erkennen, zelfs geen énkel gezag willen erkennen. Daarom was de aansluiting bij het volkslied zo bemoedigend. Zó mogen we vanuit de kerk van Christus, vanuit de gemeente des Heeren ook haar bemoedigen. Zij zal het niet gemakkelijker krijgen dan haar moeder, ook al is ze wel 'voorbereid voor haar taak'.

Ontluisterend

We kunnen er intussen niet omheen iets te zeggen van de beschamende en ontluisterende gebeurtenissen buiten de kerk in Amsterdam. Je zult maar in Amsterdam wonen; je zult zéker maar dicht bij de Dam wonen, denk je, als je de ravage ziet, die overbleef na het vandalisme van de 'autonomen', van de het-recht-in-eigen-hand-nemenden, van de anarchisten, die geen God en geen meester dulden. In de rellen, plunderingen en vernietigingen kwam de rebellerende mens in zijn ware aard aan het licht, kwam aan het licht de mens die totaal losgelaten is en geen normen meer heeft. De keien, die uit de straat werden getrokken, waren evenzovele tekenen van toenemende verwording van onze samenleving.

Toch past hier deernis allereerst. Deernis met een generatie, die op zo'n vlak van leven terecht is gekomen, die slechts 'geluk' vindt in protest, opstand, vernieling, plundering. Deze hele zaak had niets meer met de inhuldiging op zich te maken. De diepste driften van een losgeslagen volk kwamen los.

Het mag voor de gemeente Gods temeer een reden zijn om zich met vuur en ijver in te zetten voor het brengen van het evangelie, zelfs aan deze zonen van verloren zonen. Hier ligt het arbeidsveld van b.v. 'Tot heil des volks', de vereniging van ds. Jan de Liefde, die al 150 jaar lang zich beweegt onder dit volksdeel. Hier baat geen pistool tegenover keistenen.

Elk pistoolschot roept méér keistenen op. Met respect denken we aan de Amsterdamse politie, die, hóe ook geroepen om de orde te handhaven, met gevaar van eigen leven, de ingetogenheid opbracht om niet nóg meer geweld op te roepen dan reeds opgeroepen was. Dat er meer agenten slachtoffer werden dan oproerkraaiers is tekenend. Maar bij nóg meer geweld zouden ongetwijfeld nog meer agenten gedupeerd zijn geweest en zouden wellicht ook levens geëist zijn. In een samenleving van oprukkende anarchie staat de overheid intussen voor de hachelijke opdracht te bepalen waar haar grenzen liggen ten aanzien van het zelf uitoefenen van geweld. Ze draagt het zwaard niet te vergeefs. Hoe lang moet zij het dragen en wanneer moet zij het hanteren? Dat is een dringende vraag.

Wortels

Intussen is de vraag van belang, waar de wortels liggen van wat zich nu in onze samenleving voordoet. Ten diepste is het een proces van losweking van de levende God, die mens en samenleving draagt. De geest van de Franse revolutie 'vrijheid, gelijkheid en broederschap, ' en 'geen God en geen meester' staat op gespannen voet met die vrijheid, die vrijheid des Geestes is en die gebonden is aan normen, aan het gebod Gods dat ten leven is. Toen op schrille wijze aan het licht kwam, bij de inhuldiging in de Nieuwe Kerk, hoe het merendeel, het overgrote deel zelfs van de 'belovers' in de beide parlementen in de hoek van de P.v.d.A. zaten realiseerde ik me dat hier ten principale de wortel ligt. Socialisme, dat zich losmaakt van de belijdenis van de Naam, brengt ten diepste voor de mensen geen verbetering van hun bestaan - hoezeer het ook die pretentie voert - maar doet hun bestaan opgaan én dan ook ondergaan in hef hier en nu en vindt tenslotte alleen maar aansluiting bij ontwikkelingen, die zich nu eenmaal in de samenleving voordoen. En waar dan de een halt houdt, gaat de ander verder.

Het is veelzeggend, dat de VARA zo'n kwalijke rol heeft gespeeld bij de rellen die zich voordeden. Door een alternatief programma te geven, waarbij verslaggeving van gebeurtenissen in de kerk en buiten de kerk elkaar afwisselden - en vraag dan niet hóe èn vanuit de kerk en van buiten de kerk werd gecommentarieerd - heeft de VARA zijn ware gezicht getoond. Er kunnen bestuursverklaringen achteraf komen, maar de VARA toonde een gezicht van anti-monarchie en pro-revolutie.

Het is achteraf ontkend. De VARA wijst de rellen af. Maar men dient wél te bedenken, dat als de rellen er niet geweest waren, ze door de VARA-reporters wél waren opgeroepen. Het is de verloederde wijze, waarop journalistiek bedreven wordt, waardoor groepen als die zich nu in Amsterdam breed maakten - de autonomen! - kansen krijgen in de samenleving. Hitler heeft door de media de macht gegrepen. Zo worden thans aan anarchistische groepen door de media kansen geboden om hun invloed te versterken en hun effekt te bewerken in de samenleving.

Met gemengde gevoelens

We maakten een koninginnedag van luister en ontluistering mee. Luister, die we niet allereerst zien in de stijl die er was, maar die we vooral willen zien in de aansluiting, die er was bij onze historie, onze geschiedenis, waarin ons vorstenhuis zo duidelijk mét de kerk, mét de religie verweven was. Maar ook ontluistering, dankzij die krachten, die ons volksbestel willen losweken van zijn geschiedenis, die een andere samenleving, of moeten we zeggen geen samen-léving beogen? Daarom was het een dag van gemengde gevoelens. Maar de dankbaarheid overheerst, dat ook in deze tijd de band tussen vorstenhuis én volk bestendigd bleef.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Dag van luister en ontluistering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's