De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een discussiestuk over kernbewapening

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een discussiestuk over kernbewapening

8 minuten leestijd

De Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk heeft een omvangrijk stuk laten verschijnen om de discussie over kernbewapening te stimuleren. De handreiking wil nog geen rapport zijn. Het Breed Moderamen heeft na tal van besprekingen dit stuk vastgesteld. Rapportering over de door dit stuk op gang gebrachte discussie moet de Synode helpen bij de bepaling van haar standpunt in 'deze zo moeilijke en dringende aangelegenheid'. Tien paragrafen verdeeld over 130 bladzijden vormen de inhoud van dit geschrift. Het is, voor zover ik kon nagaan, na 'Klare wijn' het langste stuk uit de laatste twintig jaar. Bescheidenheid past mij, als ik op verzoek.van de redactie enkele opmerkingen maak als kanttekeningen bij dit stuk.

Een stuk voor discussie

De Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk heeft een omvangrijk stuk laten verschijnen om de discussie over kernbewapening te stimuleren. De handreiking wil nog geen rapport zijn. Het Breed Moderamen heeft na tal van besprekingen dit stuk vastgesteld. Rapportering over de door dit stuk op gang gebrachte discussie moet de Synode helpen bij de bepaling van haar standpunt in 'deze zo moeilijke en dringende aangelegenheid'. Tien paragrafen verdeeld over 130 bladzijden vormen de inhoud van dit geschrift. Het is, voor zover ik kon nagaan, na 'Klare wijn' het langste stuk uit de laatste twintig jaar. Bescheidenheid past mij, als ik op verzoek.van de redactie enkele opmerkingen maak als kanttekeningen bij dit stuk.

De ernst en omvang van de dreiging van kernwapens wordt uitvoerig beschreven. Geen lezer kan zich onttrekken aan de zwaarte van de dreiging. Hij wordt met cijfers en feiten geïnformeerd over de dwaasheid van de opvoering van de kernbewapening. Tal van bladzijden zijn aan de indrukwekkende en tegelijk verbijsterende informatie gewijd. We treffen ook gegevens aan uit de geschiedenis van de onderhandelingen, over verdragen die gesloten zijn, maar niet gehouden werden. Politieke aspecten van het vraagstuk ontbreken niet.

Teneur van het rapport is, dat de gemeente van Christus zonder vrees moet durven leven. Wij moeten, verlost van alle vrees, bereid zijn om te verliezen wat men eigenlijk zo graag zou willen behouden. Zo'n levenshouding is het levende getuigenis aan de overheid dat een nieuwe weg moet worden ingeslagen naar een wereld die geen behoefte meer heeft aan massavernietigingswapens (blz. 121). Drijfveer tot handelen mag niet de angst zijn, doch moet de zekerheid zijn: er is toekomst; er is verzoening (blz. 124). Wij zijn verbondspartners in Gods keuze voor onze wereld. Wij mógen ons laten bemoedigen door kleine tekenen van heil. Het slot van het stuk bestaat uit de oproep om voor het leven te kiezen, door de Heere lief te hebben (Deut. 30 : 19, 20). Het is niet moeilijk uit dit slot de gedachte af te leiden, dat deze keus een klein teken van heil is, terwijl zij bestaat in het neen tegen de kernbewapening.

Het lijkt mij niet in strijd met de waarheid, dat de hier als noodzakelijk voorgestelde wijze van handelen ongeveer samenvalt met het standpunt van het IKV terzake van de kernbewapening. Als deze conclusie juist is, kan het IKV zich moeilijk een beter propagandamiddel voor zijn standpunt gewenst hebben dan dit discussiestuk. Ik ga niet voorbij aan het feit dat ook anderen dan de opstellers van het eerste concept, die uit de kringen van het IKV afkomstig zijn, zich hebben bezig gehouden met dit stuk. Wat er ook aan veranderd of bijgeschaafd is, de boodschap van het stuk, komt neer op het uitdragen van het IKVstandpunt met betrekking tot de kernbewapening.

De taak van de overheid

We dienen er wel op te letten dat het hier weergegeven argument ten diepste niet enkel de kernbewapening betreft, doch de oorlogvoering in haar algemeenheid. Doorslaggevend argument is immers de andere weg die de gemeente van Christus heeft te gaan, in vreesloosheid en met prijsgave van wat men eigenlijk wilde behouden. De gemeente weet immers dat er toekomst en verzoening is. Zou men vanuit deze wetenschap niet elke vorm van oorlog kunnen en zelfs moeten afwijzen? Mag men zich nog wel zo tegen een vijand verzetten als dat in de Tweede Wereldoorlog gebeurde, nu men uit het Evangelie weet, dat het anders kan, omdat het in Christus al anders is geworden? Dit lijkt mij het eerste punt voor de discussie. Zijn de hier gebruikte evangelische argumenten niet dezelfde als welke men voor élke vorm van pacifisme kan aanvoeren? Zijn ze steekhoudend? Betekent de instelling van de overheid niet juist, dat er mensen zijn die zich ondanks het Evangelie van verzoening blijven gedragen als tegenstanders van God en Zijn wet? Artikel 36 zegt, dat 'onze goede God uit oorzaak der verdorvenheid des menselijken geslachts koningen en overheden heeft verordend'. Helaas is deze verdorvenheid nog steeds een barre werkelijkheid waarmee gerekend moet worden. Tegen deze verdorvenheid, binnen onze grenzen en daarbuiten, moet de overheid haar onderdanen beschermen. Dat is de haar door God opgedragen taak. In de discussie over de grondslagen van de n dit stuk voorgedragen visie moet dan ook allereerst taak en reikwijdte van het overheidsambt aan de orde komen. Wat in het rapport het laatste is, lijkt mij in de discussie eis van de eerste punten te moeten zijn.

Het communisme als ideologie onderschat

Daar komt een tweede punt bij. Is het beeld dat van het communisme getekend wordt, in overeenstemmmg met de feiten? Zeker, de opvoering van bewapening aan communistische kant wordt duidelijk vermeld. Doch steeds weer is er een argument dat deze opvoering tegenover activiteiten van het westen noodzakelijk maakt. Op geen bladzijde kan ik de ideologische pretentie en bedreiging van het wereldcommunisme duidelijk beschreven vinden.

Helaas moet ik zeggen, dat de opstellers van dit stuk voor het ontbreken van deze benadering, zich kunnen beroepen op het rapport uit 1978 over het marxisme. Het marxisme heet daar niet even demonisch als het nazisme, maar een mengeling van leugen en waarheid. Op blz. 88 wordt aan deze woorden uit het rapport van 1978 herinnerd. Mijns inziens is dit niet de enige plaats, waar Barth zijn invloed in dit stuk vertoont. Barths opstelling ten aanzien van het communisme is een andere geweest dan ten opzichte van het nazisme. Voor een onderschatting van de imperialistische doelstelling van het communisme als greep naar de wereldheerschappij verwijs ik vooral naar bladzijde 85-88.

Tweede discussievraag lijkt mij die naar het atheïstisch karakter van het communisme, en de daaruit voortvloeiende, door propagandisten zo duidelijk beleden en door de praktijk in vier continenten bevestigde greep naar de macht, met terzijdestelling van elke andere overtuiging of staatsvorm. Overal waar het communisme de macht krijgt, wordt de kerk geknecht. Respect voor de mens heeft het nimmer betoond. Integendeel, de enkeling is nummer in dit systeem.

Zou het niet de moeite waard zijn zich te herinneren, hoe Van Ruler niet moede werd te zeggen dat de humaniteit alleen veilig is daar waar God als Schepper en Verlosser wordt beleden? Wat zal een atheïstische levensbeschouwing met de humaniteit? Atheïsme in een nachristelijke wereld weet met de humaniteit geen raad, zelfs al heeft het de mond er vol van. Het vervalt tot onmenselijkheid. De uittocht van zovelen uit het communistische paradijs Cuba - in het westen paradepaardje van een geslaagde communistische samenleving - moge de ogen doen opengaan. Zeker, Cuba gold nog als onaantastbaar voorbeeld van geslaagde communisering van de samenleving, toen dit stuk werd geschreven. De opstellers konden met dit demasqué van de humaniteit (de ontmaskering van de menselijkheid) nog niet rekenen. Doch Van Rulers erfenis was nog voldoende bekend en krachtig om in dit stuk op zijn minst in de overwegingen betrokken te worden. De discussie kan om Van Ruler in geen geval heen.

De vijand is een schepping van onze vrees

Tenslotte: de mythe dat de vijand produkt is van vrees van mensen. Juist dit argument sluit goed aan bij de aan het slot beleden hoop voor de toekomst. Hoop bevrijdt van vrees! Voor vrees is - zo schijnt het - geen reden. De vijand - in levende lijve - zien we in dit stuk nergens. In de Bijbel is zij ook nergens de grote dreiging (blz. 83). In de Bijbel is het grote probleem de vijandschap. Vijanden zijn door God verzoend. Vijandschap moeten we afleggen. We mogen haar niet voeden, laat staan door wapens sterk maken.

Nu lijkt mij het plaatje rond: vijanden zijn verzoend. Wie vreest heeft een vijand nodig om zijn vrees te bevestigen en te kunnen uitleven. De vrees brengt - zo parafraseer ik - de overwonnen vijand tot nieuw leven. Wie zo te werk gaat voedt de vijandschap in eigen hart. Deze moet echter juist afgelegd worden. De hoop voor de toekomst heeft - zo stelt het geschrift - toch echt wel een basis: zij berust op de afwezigheid van de echte vijand. Zij mag uitgaan van de zelfbeschuldiging dat eigen vrees het vijandsbeeld schept.

Deze gedachtengang is als projectietheorie bekend uit de geschriften van Freud. De theorie is echter volslagen ontoereikend om de feiten van 35 jaren communistisch expansionisme (uitbreidingsdrift) te verklaren. Hoeveel landen zijn er in deze jaren aan zijn honger naar macht ten prooi gevallen en door het westen in de steek gelaten? Zeer recent noemde Solsjenitsyn het getal van twintig. Waar blijft deze barre - en ik aarzel niet het te zeggen - beangstigende werkelijkheid? Ze is bij het politiek overzicht de grote afwezige. Is dat niet bewijs van verregaande eenzijdigheid? Moet men niet veeleer deze overal tastbare en doorwerkende eenzijdigheid tot voorwerp van discussie maken, dan dat men op basis van dit stuk discussieert?

De basis van het stuk zelf - theologisch, ideologisch, en feitelijk - lijkt mij voorwerp vanMiscussie. Pas dan kan men aan een discussie over het eigenlijke vraagstuk beginnen. Dit verlangen naar een discussie over de basis loopt parallel met een vraag aan het IKV: vanuit welke basis is het IKV bezig te werken? Via een discussie over de grondslagen van dit stuk zou dan tegelijk de ook door het IKV begeerde discussie over zijn eigen grondslag gevoerd kunnen worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een discussiestuk over kernbewapening

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's