Evangelieverkondiging in de eerste eeuwen (3)
Verschillende onderzoekers van de antieke wereld hebben erop gewezen hoe vreemd de bijbelse bekeringsoproep is aan de denkwereld van de Griek en de Romein. Ook Green legt daar in zijn boek dat we hier bespreken, nadruk op.Hij noemt drie oorzaken op.
Bekering
Verschillende onderzoekers van de antieke wereld hebben erop gewezen hoe vreemd de bijbelse bekeringsoproep is aan de denkwereld van de Griek en de Romein. Ook Green legt daar in zijn boek dat we hier bespreken, nadruk op.
Hij noemt drie oorzaken op. Vooreerst zag de hellenistische mens geloof niet als vereiste voor de cultus, als de traditionele offers maar gebracht werden. In de tweede plaats werd de ethiek, dus liet levensgedrag losgemaakt van de godsdienst. Geloof en levensgedrag werden gescheiden. Ten derde zien we hoe de antieke mens vreemd stond tegenover de exclusieve eisen die de kerk stelde aan haar bekeerlingen vanwege de band die de gelovige bindt aan Christus, zijn Heere en Meester. Heidense godsdiensten vroegen wel verering, rnaar ze waren niet exclusief, in die zin dat ze totale toewijding vroegen.
Bekering als verandering van geloof, levensgedrag en eredienst was vreemd aan de mentaliteit van de grieks-romeinse wereld. Tegen die achtergrond moeten we nu de prediking van bekering en geloof plaatsen die de apostelen en hun navolgers brachten in de Naam van Jezus Christus.
Hoe kwam iemand tot bekering. Het voornaamste antwoord op die vraag is: Door Geest en Woord. Die beslissende omkeer in berouw en geloof kreeg een zichtbaar teken en zegel, in de doop. De dopeling kwam in een nieuwe gemeenschap, kreeg deel aan het heilswerk van Christus, en werd geroepen tot een nieuw leven. Dat verband is vastgehouden ook toen in de tweede eeuw onschriftuurlijke gedachten over de doop inslopen. Green geeft over de doopopvattingen en praktijken boeiende voorbeelden.
Green gaat ook in op de bezwaren die moderne mensen aandragen tegen de oproep tot bekering, als zou deze niet nodig zijn, ofte emotioneel geladen zijn. Tegelijk laat hij zien hoe de kerk, als ze gehoorzaam wil blijven aan haar Koning, deze oproep niet mag verzwijgen. Maar al roept het Evangelie mensen tot een beslissing, het is geen emotionele overgave. Hier komt het aspect van de leer in het vizier. De apostelen waren ook leraars.
Hoe werd nu de gewone man voor Christus gewonnen? Green geeft daarvan op blz. 184 vv. een aantal voorbeelden. Hij vertelt van denkers die in het christelijk geloof de ware filosofie ontdekten, rust ontvingen in hun zoeken naar de waarheid, van anderen die tot geloof in Christus kwamen door hun verlangen naar bevrijding uit de machten van het noodlot, uit de machten van de schuld. Het zijn aangrijpende getuigenissen die ons spreken van de kracht van Gods Geest en de rijkdom van het Evangelie.
De diepe verandering die over hen kwam toen ze Christus leerden kennen, raakte hun verstand, hun geweten, hun wil en hun hele leven.
De Evangelisten
Wat waren het voor mensen die in die eerste eeuwen het Evangelie brachten? Allereerst valt te denken aan hen die ambtelijk daartoe geroepen waren: de apostelen, de oudsten en evangelisten. Daar waren de profeten die gedreven door de Geest de blijde boodschap brachten. Ook de gewone ambtsdragers waren aktief in het missionaire werk. Ook mogen we de kleine groep theologen en filosofen niet vergeten. Deze filosoof-evangelisten schuwden het debat met hun heidense tegenstanders niet. Catechetenscholen golden als zendingsposten. 'Wij belijden dat wij alle mensen willen instrueren met het Woord van God, ook al verkiest Celsus dat niet te geloven' zegt Origenes. Daarnaast moeten genoemd worden de officieuze zendelingen, het grote leger mannen en vrouwen die in hun werk, onderweg, temidden van hun vrienden en collega's het Evangelie verder vertelden. Celsus, de beruchte christenbestrijder en tegenstander van Origenes laat dat in zijn sarkastische uitlatingen zijns ondanks toch horen, hoe er van de eenvoudige christen werfkracht uitging.
Opmerkelijk is ook de grote rol die de vrouw speelde in de verbreiding van het Evangelie. Ook de martelaarsakten geven menig voorbeeld van een toewijding en bereidheid tot het martelaarschap.
Het voorbeeld van deze getuigen, de onderlinge gemeenschap, de blijdschap en een volharding, de vernieuwing van hun denken... dat alles werkte aanstekelijk.
Methoden en motieven
Ik moet het helaas bij enkele aanduidingen laten, in de hoop dat ik u nieuwsgierig maak zodat u zelf dit rijke boek ter hand gaat nemen. Green gaat ook uitvoerig in op de zendingsmethoden. Hij noemt de synagogeprediking, de straatprediking, de profetische prediking en het onderwijs. Groot is de waarde van de prediking. Origenes noemt predikers de 'pijlen van God'. Hun prediking droeg een getuigend karakter.
Naast de prediking was ook de huisevangelisatie belangrijk. Het huis en het gezin heeft in de eerste eeuwen een belangrijke rol gespeeld in de uitbreiding van het christelijk geloof. Het huisgezin telde naast gezinsleden ook de slaven en bedienden, alsmede de vertrouwde vrienden. Green noemt het een van de bolwerken van de grieks-romeinse samenleving (blz. 241). De eerste christelijke samenkomsten vonden plaats in de huizen. Vaak kwam één van de twee partners in een huwelijk tot geloof en werd daarmee tot een getuige in de kring van gezin, familie en omgeving.
Ook via persoonlijke ontmoetingen is het Evangelie doorgegeven en zijn er mensen tot geloof gekomen. En niet te vergeten de zendingsliteratuur was een mogelijkheid om het Evangelie te brengen. Boeiende bladzijden wijdt de schrijver aan de oud-christelijke apologeten die van hun geloof verantwoording aflegden tegenover het heidense denken. Wat dreef nu al deze mannen en vrouwen? Wat motiveerde hen? Green noemt in hoofdstuk 9 drie hoofdmotieven: een gevoel van dankbaarheid voor het wonder van Gods liefde die zij ervaren hadden. Liefdevolle dankbaarheid was een krachtig motief tot getuigenis en dienstbetoon.
In de tweede plaats kende men verantwoordelijkheidsbesef tegenover God en de naaste om te leven overeenkomstig hun belijdenis. Christenen wisten dat ze eenmaal rekenschap moesten afleggen. Zeker, dat tendeerde in de tweede eeuw naar een moralistische opvatting waarbij loon en straf zo'n nadruk krijgen dat de christelijke gehoorzaamheid als verdienste gezien wordt. Niettemin was dit verantwoordelijkheidsbesef een krachtige stimulans tot getuigen.
In de derde plaats wist men dat mensen buiten Christus verloren waren. Bezorgdheid voor het eeuwig wel en wee van hun medemensen dreef hen. Een man als de strijdlustige Tertullianus kon de mensen smeken berouw te hebben met het oog op het komende oordeel.
Naast de methoden en de motieven vragen ook de strategieën onze aandacht. We moeten dit niet verkeerd verstaan. Grotendeels werd de verbreiding bewerkstelligd door het persoonlijk getuigenis en geschiedde dus spontaan, maar niettemin ging men weloverwogen te werk.
Geografische faktoren schijnen meegesproken te hebben bij de vormgeving van de christelijke zending. Men had, hoe eenvoudig ook, toch ook een plan. Men wist: Ook God is een God van orde.
Voorts moeten we niet vergeten hoezeer men doordrongen was van het strategisch belang van de steden als knooppunten van de cultuur. Paulus bevond zich bij voorkeur in de centra van de antieke wereld.
Green attendeert ons erop dat hoewel de kerk vele armen telde, slaven, paria's en vrouwen, ze toch ook rijke en geleerde mensen en mensen met invloed zocht te bereiken.
Zo ging men voort met het Evangelie in de verwachting van Jezus' wederkomst. En het geheim van hun zending? De liefde van Christus drong hen. Opvallend is dat men massa-evangelisatie vermeed. Green is van, mening.dat men beducht was voor oppervlakkigheid en emotionaliteit. Massabewegingen hebben vaak als gevolg dat heidense denkbeelden de kerk binnensluipen.
Toen en vandaag
Ik hoop dat ik erin geslaagd ben u te laten zien hoe belangrijk dit boek is. De weg van de jonge kerk was omringd door gevaren. Daarin is de kerk van de eerste eeuwen voor ons een baken. Green noemt b.v. het gevaar van de gnostiek waarbij het Evangelie misvormd wordt alsmede de onvruchtbare polemieken van kerkvaders met de Joden.
Maar dat alles mag ons niet doen vergeten dat we in onze tijd er goed aan doen te rade te gaan met de getuigenissen uit de eerste eeuwen. De eerste christenen wisten Wie ze predikten. Hun verkondiging was een veelkleurige verkondiging, een aanstekelijk getuigenis.
Ook waren zij gegrepen door de verwachting van de komst van Gods Rijk. Op blz. 320 accentueert Green terecht de samenhang tussen eschatologie en zending.
Hun woorden werden onderstreept door hun aanstekelijke levenswandel, hun blijdschap en geloofsmoed, hun enthousiasme en liefde. Schort het daar vaak niet aan in onze tijd? Dreigen we door twist en kerkscheuring, modetheologie en valse leringen onszelf niet af te snijden van de bron? Geldt vandaag nog wat Green schrijft: Het ongeloof zag in het christendom een levensstijl en bovenal een stervensstijl die nergens anders te vinden was'? Green's boek is een rijk gedocumenteerd en bewogen boek. De vertaling laat hier en daar te wensen over. Maar deze 'schoonheidsfoutjes' nemen we graag op de koop toe.
Ik wens het een ruime lezerskring toe. Want ook vandaag de dag vragen zending en evangelisatie onze aandacht. Wanneer we bepaalde zendingsvisies-en methoden afwijzen als strijdig met het Evangelie, zullen we daarnaast positief moeten laten zien waar het dan wel om gaat, en moet gaan.
Nog eenmaal Michael Green: 'Met al onze zendingstechniek en evangelisatiemethoden zullen we niet veel bereiken tenzij het kerkelijk leven van onze tijd totaal vernieuwd wordt zodat de taak om het evangelie uit te dragen weer gezien wordt als een taak die op de schouders van elk gedoopt christen rust, en geloofwaardig wordt gemaakt door een levenswijze die anders en veel rijker is dan alles wat het ongeloof kan laten zien. De mensen geloven niet dat de christenen een blijde boodschap hebben voor de wereld, totdat ze bemerken dat bisschoppen en bakkers, professoren van de universiteit en huisvrouwen, buschauffeurs en straatpredikers er allemaal vol van zijn en haar door willen geven, hoe verschillend hun methoden ook mogen zijn' (blz. 319).
Moge dit appèl gehoord worden en moge Gods Geest ons toerusten tot deze dienst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's