De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In de schaduw van Hemelvaart

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de schaduw van Hemelvaart

8 minuten leestijd

'Gij zijt opgevaren in de hoogte: Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja ook de wederhorigen om bij U te wonen, o Heere God! Psalm 68 : 19

De tekst boven deze meditatie is een uiterst merkwaardige tekst. Onze Statenvertalers hebben het bestaan om door middel van de tussengevoegde en schuingedrukte woorden deze tekst precies het omgekeerde te laten zeggen van wat er eigenlijk stond en dan toch nog gelijk te hebben ook! Merkwaardig genoeg om dit met elkaar een ogenblik nader te bezien. Leest u mee in het Woord des Heeren? Zonder ons al te zeer te verdiepen in de historische achtergrond van deze psalm van David toch wel even dit. Door de geschiedenis van Hofni en Pinehas uit 1 Sam. 4 hebben we gewoonlijk de gedachte dat het meenemen van de ark in de strijd in alle gevallen ongeoorloofd was. Dat is echter niet het geval. De ark was gemaakt om meegenomen te kunnen worden. Er waren immers draagbomen aan. Zoals nu de ark met Israël was meegetrokken door de woestijn, door de Jordaan, rondom Jericho en zo verder het beloofde land binnen, zo is de ark ook in later tijd meegetrokken de strijd in (zieo.a. 1 Sam. 14 : 18; 2 Sam. 11 : 11; en 2 Sam. 15 : 25). Behoort het wellicht tot de zonde van Israël in 1 Sam. 4 dat ze de ark niet van meet af aan hebben meegenomen? Ze hebben het eerst zonder de Heere geprobeerd! Toen bleek dat het zonder de Heere niet ging, toen meenden ze de Heere te kunnen dwingen en ze voegden aan hun eerste zonde nog een tweede toe. Ze probeerden de ark als een soort tovermiddel te gebruiken. Ze handelden als de heidenen. De Filistijnen vrezen dan ook, als ze horen dat de ark is aangekomen (I Sam. 4 : 7, 8). Maar de Heere laat zich niet dwingen door een volk zonder bekering en geloof. De Heere, Die wil zich wel laten verbidden in een weg van verootmoediging. Een punt waard om onszelf eens mee te beproeven! Hoe vaak is ons bidden niet een pogen om de Heere naar onze hand te zetten? Is dat geen kwalijk bidden (Jak. 4 : 3). Hoe vaak beklagen we ons niet over de Heere omdat Hij het niet doet zoals wij het wel wilden zonder dat wij ons laten aanspreken tot bekering en geloof?

Wanneer nu de ark op een geoorloofde wijze in de strijd werd meegevoerd, dan was die ark voor Israël het teken van Gods tegenwoordig­heid. In de dagen van David werd dan de ark weer teruggebracht naar de plaats die David haar gegeven had: op de dorsvloer van Arauna de Jebusiet. Dat was dus een hooggelegen plaats. Dan kon het als een overwinningsjubel gezongen worden na de gewonnen strijd: 'Gij zijt opgevaren in de hoogte.'

Is het niet het beeld van Christus. Zoals de ark afdaalde in het aardse strijdgewoel, is zo Christus niet gekomen nederdalende uit het hemelse heiligdom om Zijn strijd op aarde te strijden. Na Zijn overwinning, vaart ook Hij op! Op Golgotha en de opstanding volgt de Hemelvaart. De kerk van het nieuwe verbond mag zingen: Gij zijt opgevaren in.de hoogte! Hij heeft de gevangenis gevangen genomen. Zonde, dood en hel heeft Hij overwonnen. Daarom mag aan de gevangenen vrijheid worden uitgeroepen en de gebondenen opening der gevangenis. Dan worden zondaren, gebonden met banden des doods, uitgeleid tot de vrijheid der kinderen Gods. Kent u dat geheim in uw leven al? We laten dit gedeelte van de tekst nu verder rusten om ons vooral te richten op die woorden 'Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen'.

Dat lijkt nogal een verschil: gaven nemen of gaven uitdelen! Dat is toch precies het omgekeerde? Wees niet te snel met uw oordeel! Want waar hebben de Statenvertalers die vrijmoedigheid vandaan gehaald? Ze hebben hetgeleerd vanPaulus. Die doet in Efeze 4 : 8 precies hetzelfde! Paulus schrijft daar: 'Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen en heeft de mensen gaven gegeven.' Het moet toch wel wat te betekenen hebben, dat de Heilige Geest ons zo onderwijst!

Christus neemt om te geven. Zo is toch de genade van Christus.

Hij kwam op de aarde onder de mensen om Zijn genade te verwerven, te verdienen. Dat heeft Hij gedaan in de weg van Zijn lijden en sterven. Daarmee heeft Hij de zaligheid voor Zijn kerk verworven. Op deze genade heeft Hij recht verkregen, want Hij heeft het verdiend. Daarom kan Hij het ook opeisen. Hij zegt tot Zijn Vader: Vader, Ik wil, dat waar Ik ben ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt' (Joh. 17 : 24). Hij eist het op. Hij neemt. Maar dat doet Hij niet voor Zichzelf. Hij had het ook voor Zichzelf niet nodig. Al wat Hij verworven heeft, wil Hij nu ook uitdelen aan anderen.

Kan dat? Kan Hij het aan iemand kwijt? Dat is geen vanzelfsprekende zaak. Van nature zijn we rijk en verrijkt. We menen aan geen ding gebrek te hebben. We zitten wel gevangen, maar we menen vrij te zijn. We menen goed te zijn, maar we zijn tot in de grond van ons bestaan verdorven. We menen 'mondige mensen' te zijn, maar we hebben ons uitgeleverd aan de slavernij van de satan. Is het licht van de Heilige Geest al eens ooit zo over ons leven gaan schijnen, dat we deze dingen ontdekt hebben? Het is de werkelijkheid van ons verzondigd bestaan.

Nu moet er met ons hetzelfde gebeuren als met een overwonnen volk. Dat moet aan de overwinnaar schatting betalen, zoals aan David vele overwonnen volkeren schatplichtig waren. Vele van de lezers zullen zich in deze dagen aan het begin van mei de Duitse bezetting nog wel herinneren. Toen moesten we ook van alles inleveren: fietsen en auto's, èn niet te vergeten de radiotoestellen! Het werd 'gevorderd'. Er werden gaven genomen. Alleen kregen we er toen niets voor terug.

Dat nu is bij Christus anders. Waar Hij door de werking van Zijn Geest beweegt om het onze te leren inleveren, daar neemt Hij om te kunnen geven. Hij neemt onze eigen gerechtigheid, onze hoogmoed, de liefde voor onszelf, deze wereld en de zonde. Hij neemt ook zo gaarne onze zonde en schuld. Kortom: mijn zoon, mijn dochter, geef Mij uw hart! Zo eist Hij alles op, niets uitgezonderd, ons gehele hart, onze gehele ziel, ons gehele verstand en al onze krachten. Doen we dat graag? Neen! Het moet ons genomen worden. Daarom herhaalt onze tekst het nog eens, dat we een wederspannig geslacht zijn. Het strekke ons tot vermaning, zo we onszelf nog zo slecht kennen, dat we menen, dat wij wel willen. Wat kennen we onszelf, indien we nog nooit ontdekten, dat het willen niet bij ons is. Het mag ons tot vertroosting zijn, zo we leerden kennen onze onmacht en onze onwil. Juist dan wil de Heere krachtdadig werken om onze wederspannigheid te overwinnen, om ons verstand te overtuigen en onze wil om te buigen. Dan schenkt Hij wederspannigen alles wat tot hun bekering en inlijving in Gods kerk nodig is!

Wat moet de Heere ons dan soms veel afnemen om ons op de knieën te krijgen. Dan moeten we veel slechte dingen leren verliezen, die tot de dienst der zonde behoren. Maar ook menigmaal moeten we leren loslaten allerlei zaken, die op zichzelf geen zonde zijn, maar waar ons hart zo aan kan gaan hangen, dat ze in ons leven een te grote plaats gaan innemen. Een plaats ten koste van de Heere. Dan bedrijven we afgoderij. Dat kunnen we doen evengoed met een geliefde als met ons geld en goed, evengoed met ons werk als met een liefhebberij. We moeten leren alles te verliezen om Christus' wil en wat we nog bezitten te bezitten als niet-bezittende. Wie leert dat zo maar? Toch wel geen mens. We leren het nooit als God het ons niet leert. Dat is geen uitvlucht. Dat is juist een weg en een mogelijkheid. Het is de enige mogelijkheid, dat Christus ons door Zijn Geest arm maakt, door het te nemen. Heeft Ü het Hem al eens ooit gevraagd om u arm te maken, opdat Hij u rijk make met Zijn genade?

Christus heeft immers van die heerlijke gaven weg te schenken, dat mag u heilig jaloers maken. Het zijn gaven tot der mensen troost zelfs vooreen wederhorig kroost! De gave van de vergeving, en die van de heiliging. Al die gaven van de Geest, Die het neemt uit Christus om te verlichten, om Christus in te lijven, om te lokken en te trekken, ook om te bevestigen en te verzekeren. Al wat u ontbreekt schenkt Hij zo gij het smeekt, mild en overvloedig! Kortom Hij schenkt zoveel, .dat het genoeg is om bij God te wonen! Zie welk een rijk God de Heere is: meer dan overvloedig om al uw gebrek te kunnen vervullen boven bidden en denken. Is deze God dan niet een God van zaligheid? Zoudt ge Hem dan niet met eerbied prijzen? Christus voer ten hemel op vol eer, opdat ook u Hem die eer zoudt waardig schatten!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

In de schaduw van Hemelvaart

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's