De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Discussie over kernbewapening

In het blad Opbouw is in de afgelopen weken een indringende discussie gevoerd tussen Goudzwaard en De Jong over het vraagstuk van de kernbewapening. Drs. H. de Jong opende de reeks artikelen met een weergave van een door hem gehouden preek waarin de kernbewapening gesteld werd in het kader van het afnemend besef van verantwoordelijkheid jegens God en de naaste, het dreigend nihilisme onder jongeren. Niet zozeer afschaffing van kernwapens moet het parool zijn, aldus De Jong, maar een verantwoordelijk beheer in dg voortgaande ontwikkeHng. De leus: Help de kernwapens de wereld uit, acht hij oppervlakkig. Wij blijven dan toch weer steken in de kritiek op de dingen en stoten niet door tot de verandering van mensen.

Vragen van Goudzwaard

Goudzwaard heeft in deze discussie o.a. enkele vragen gesteld over de door De Jong ingenomen positie. Over de jeugd merkt Goudzwaard op:

Terecht merk je op, dat in onze tijd de jongeren graag naar de ogen wordt gezien. Het oordeel van ouderen wordt vaak geminacht - iets wat Oswald Sprengler eens een typisch kenmerk van een ondergaande cultuur noemde (in zijn boek over de ondergang van het Avondland). In onze tijd wordt het beginsel van de wetteloosheid meer openbaar; het zijn wellicht de 'laatste dagen' waarvan Paulus spreekt in II Tim. 3 ('Weet wel dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekend, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, onmatig, onhandelbaar).

Kan je echter de caesuur, de scheiding, zo scherp leggen bij de nu opgroeiende jongere generatie als je in je preek doet? In het laatste boek van het Oude Testament, waar óók over de laatste dagen wordt gesproken, en van de terugkeer van Elia voordat de grote en geduchte dag van de Heer komt, wordt door de profeet een niet toevallige volgorde gekozen: 'Hij - dat is: Elia - zal het hart van de vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban'. Dat het hart van de vaders teruggevoerd wordt naar het hart van de kinderen, gaat voorop. Wanneer vele jongeren van onze tijd diep geraakt zijn door de nood en het onrecht in onze samenleving, dichtbij en veraf, en over het gemak waarmee soms ouderen over kernbewapening spreken, en persoonlijk soms een sobere levensstijl bewust verkiezen boven ons materialisme en onze prestatiedwang - moet dan het hart van de ouderen niet allereerst worden bekeerd, en zich openstellen voor juist vee|. wat bij hedendaagse jongeren leeft?

Wat behelst de verantwoordelijkheid? Dwingt deze niet tot een afzien van kernwapens:

Het omgaan met atoomwapens verbind je, dacht ik, terecht met het motief van de verantwoordelijkheid. En ik ben het geheel met je eens, dat we te maken krijgen met dingen die een steeds grotere verantwoordelijkheid van ons eisen. En het verantwoordelijkheidsbesef groeit daar zeker niet parallel mee, het neemt eerder af dan toe.

In 'verantwoordelijkheid' zit het woord 'antwoord'. Dat sluit wel in de eerste plaats het antwoord geven aan God in, het willen luisteren naar de normen die Hij in Zijn Woord en Zijn Schepping aan mensen en volken, ook in hun onderling sa­ menleven stelt. Maar hier juist zit ook voor mij bij het omgaan met de huidige wapentechnologie de pijn.

Ben je het niet met mij eens, dat die ontwikkeling van de wapentechnologie is verzelfstandigd, op zichzelf is komen te staan, buiten de vraag naar een mogelijk gerechtvaardigde inzet van die wapens om? Is het nog ooit met de normen van de Heer te rijmen, dat het vermogen om de wereld meervoudig te vernietigen - immers, wat is daarvan de zin? - in onze tijd verder wordt verhoogd van het veertigvoudige tot het vijftigvoudige? Dat is toch een misbruik van datgene, wat in deze wereld ons door God is toevertrouwd?

Daaraan koppelt zich onmiddellijk de vraag, of het in zo'n volstrekt scheefgegroeide situatie niet juist een uiting van diepe verantwoordelijkheid kan zijn, een verdere ontwikkeling van deze wapentechnologie te pogen stop te zetten, en de wanprodukten van deze hoogmoed van menselijke kennis te weigeren in ons arsenaal van onze gerechtvaardigde verdedigingsmiddelen. Je zegt zelf terecht: 'De dingen dreigen ons boven het hoofd te groeien. Maar zij doen dat slechts in zoverre wij dat toelaten'. Maar mijn vraag is dan: wat laten wij juist in deze dagen toe, wanneer we instemming zouden betuigen met nog verdergaande stappen op het bewapeningspad? Juist door naar een meer verantwoorde keuze van onze verdedigingsmiddelen te gaan, zouden we er blijk van geven dat de mens inderdaad niet onder, maar boven de dingen is gesteld. En zou de lijn ook niet moeten worden doorgetrokken - dat in sommige tijden dienst-weigeren een meer verantwoorde beslissing kan zijn dan dienst-nemen? Is daarin je oordeel misschien niet te vlot, te lichtvaardig - juist omdat het zo algemeen is gesteld?

Verantwoordelijk beheer

In zijn antwoord merkt De Jong op dat hij uitgaat van het gegeven dat het atoomwapen niet meer weg te denken is uit de wereld, noch als werkelijkheid, noch als mogelijkheid. Het kan er alleen nog maar om gaan dit wapen te beheersen. Beslissend is dan: wie is de mens die geroepen wordt tot beheersing? Achter veel verzet tegen de bewapening ziet De Jong een humanistisch-optimistische mensbeschouwing. Men gelooft in afspraken van de goede mens. Een humanistisch idealisme breekt juist het verantwoordelijkheidsbesef af. Wat is het alternatief? Verantwoordelijkheidsbesef dat zich sterk maakt in God. Dat impliceert geen afschaffing, maar een verantwoordelijk gebruik maken van de moderne bewapeping.

Die nood is ons gezien de politieke situatie opgelegd. Maar heiligt het doel (verzet tegen de communistische ideologie) het middel van het atoomzwaard? De Jong acht dit een onjuiste vraagstelling. 'Hadden we enkel te doen met een foute ideologie dan zou het enige afdoende en ook geoorloofde middel ertegen een geestelijke weerbaarheid wezen. Maar wij staan tegenover een tot de tanden gewapende ideologie. En dat maakt behalve een geestelijke weerbaarheid ook een materiële weerbaarheid nodig.' Mag een land zijn vrijheid niet verdedigen tegenover een totalitaire ideologie? Tenzij de verdediger zelf onzeker is ten aanzien van die vrijheid. En daar wringt voor De Jong de schoen. Het Westen is onzeker geworden over zijn vrijheid die in feite hol, leeg en loos is. En inderdaad als die uitholling van de vrijheid doorgaat, waarvoor zou je je dan nog verdedigen? De beslissing valt op levensbeschouwelijk vlak en niet ten aanzien van de moraal inzake de verdedigingsmiddelen. De Jong toetst verdedigingsmiddelen op hun doelmatigheid in de strijd tegen een goddeloze ideologie die gewapenderhand zich wil vestigen.

Toch weet ook De Jong dat er tussen slaan en terugslaan geen automatisme zit. 'Het moet mogelijk zijn, dat men in of vanuit het Westen met conventionele wapenen een goede zaak verdedigt, dwars door de vijandelijke bedreiging met het uiterste heen, en dat dan als de vijand z'n bedreiging ten uitvoer legt, het Westen afziet van terugslaan, enkel omdat men op 't allerlaatste ogenblik terugschrikt voor de verantwoordelijkheid van een wereldvernietiging of om een andere reden die van hier uit niet is te voorzien.' Hier kan het vertrouwen op God dan wel eens een beslissende rol spelen.

Ten aanzien van de dienstweigering respecteert De Jong gewetensbezwaren, maar kritiseert hij - m.i. terecht - de politieke kleur die dienstweigering in toenemende mate gaat krijgen. Men wil wel sociale uitkeringen incasseren maar weigert dienst omdat men het Westerse stelsel waardeloos vindt. Dat gaat niet aan: wel de lusten, maar niet de lasten. Het is duidelijk dat De Jong een andere positie inneemt ten aanzien van de kernwapens dan Goudzwaard hoewel beiden hun aarzelingen kennen en beiden diep doordrongen zijn van het verval van onze cultuur. Het is niet eenvoudig hier een beslissing te nemen. Wie is niet geneigd nu eens de ene dan weer de andere scribent bij te vallen? Het is ook verheugend dat de discussie nu eens uit het slop 'voor of tegen het IKV' gehaald wordt. Verzanden we daarin dan komt de eigenlijke kwestie niet meer ter sprake. Persoonlijk neig ik naar de visie van De Jong. Ik vind deze reëler - bijbels reëler - bijbels reëeler dan de wat idealistische, maar overigens sympathieke visie van Goudzwaard. De wijze waarop onlangs het GPV kritiek uitte op Goudzwaard bij monde van Verbrugh vond ik onjuist. Zo kun je als christenen niet met elkaar omgaan. Wij zullen de vragen van Goudzwaard niet mogen wegwuiven omdat zulke gewetensvragen niet gesteld mogen worden. Veel van wat hij zegt treft me diep. Tegelijk meen ik wel dat zijn beroep op de Bergrede te weinig er mee rekent dat de Bergrede geen politiek program is.

Kernwapens en cultuur

Dat het probleem niet los te zien is van de gehele ontwikkeling van onze cultuur heeft prof. dr. E. Schuurman laten zien in zijn bijdrage in Opbouw van 18 april. Schuurman schrijft o.a.:

We verkeerden in de zekerheid dat aan de groei van materiële vooruitgang geen eind zou kunnen komen, en dat die ontwikkeling als zodanig een goede ontwikkeling was. Niet alleen is het eind ervan nu in zicht, maar ook worden de dreigingen en verwoestende werking ervan ons steeds duidelijker. Voorbeelden liggen hier voor het grijpen: kernenergie, computertechniek, grondstoffencrisis, milieuverwoesting, biotechniek, experimenteren met genetisch materiaal, telecommunicatie enz. Deze problemen kwamen vroeger niet voor. Juist vanwege de nieuwheid van deze problemen kunnen we ten aanzien van onze kultuur zeggen, dat we in een (betrekkelijk) kwalitatief andere situatie zijn terecht gekomen. Dat blijkt wel in het bijzonder daaruit, dat wij zonder enige ervaring tegenover de nieuwe problemen staan en we daarom in grote onzekerheid verkeren over het omgaan met en het zoeken van een oplossing voor de nieuwe problemen en dreigingen. Het enige wat voor de hand schijnt te liggen is de noodzaak om de uit de hand gelopen ontwikkeling van wetenschap en techniek met een sterke politieke macht weer in juiste banen te leiden. En dan nog blijven kultuurrampen dreigen.

Een andere ontwikkeling in onze kuituur verdient evenzeer aandacht. Dat betreft vooral de problemen in het klein. Zij lijken wel de keerzijde van de grote problemen te zijn: abortus provocatus, groeiend aantal echtscheidingen, alternatieve samenlevingen, burgerlijke ongehoorzaamheid, ongebondenheid, ontevredenheid, vervreemding, verveling, grote psychische nood enz. Gezien vanuit deze problemen lijkt het erop dat onze kuituur in ontbinding is. Deze ontbinding heeft echter een andere eigenschap dan de grote dreigingen. De grote dreigingen schijnen door politieke macht onder de knie te krijgen te zijn - althans die pretentie voert men - , de problemen van de mens daarentegen schijnen bij een groeiende technokratie eerder toe-dan af te nemen.

Nodig is volgens Schuurman een integrale visie op onze cultuur. We pakken vaak één probleem aan b.v. abortus, dat kunnen we nog overzien, maar vegeten dat economische vraagstukken van wereldafmeting daarmee verbonden zijn.

Voor het ontwikkelen van een integrale bijbelse visie op onze kultuur is allereerst noodzakelijk dat we inzien, dat aan die kuituur een hoofdmotief ten grondslag ligt, dat zich in alle sektoren van die kuituur uitwerkt. Sinds de Renaissance, de opkomst van de moderne filosofie en de filosofie van de Aufklarung en sinds het begin van de industriële ontwikkeling heeft zich een materialistische gezindheid van het Westen meester gemaakt. Bijbelse woorden als 'schepping', 'zonde', 'verlossing', 'toekomst' en 'geloof' werden steeds meer van hun bijbelse inhoud beroofd en gevuld met de pretenties van de mens, die eerste en laatste woorden aan zichzelf voorbehoudt. De christelijke toekomstverwachting is in dat proces ingeruild voor een materialistische, technische heilsverwachting, Daarom zijn wetenschap en moderne techniek ook tot zo'n ongekende bloei gekomen. Daarom ook had men geen aandacht voor de weg waarlangs en voor de weg waarop deze wetenschappelijk-technische ontwikkeling tot stand kwam. Men staarde zich slechts blind op de resultaten die tot stand werden gebracht. Voor de destructieve kracht - een gevolg van de wetteloosheid van deze ontwikkeling - had men vaak helemaal geen oog.

Het is een goede zaak dat Opbouw op zo'n hoogstaande en indringende wijze de vraagstukken aan de orde stelt. Wie zal een oplossing pretenderen? Wie komt niet onder de indruk van de angstaanjagende afmetingen van deze bewapeningsproblematiek. Tegelijk dient gezegd te worden dat juist de kerk in deze tijd niet op het vlak van de politieke partij moet spreken maar de gemeenteleden, ja heel ons volk moet confronteren met het bijbels getuigenis aangaande de laatste dingen. Anders gezegd: Nodig is een profetische doorlichting van onze tijd vanuit Gods Woord. En bijbelse profetie roept altijd op tot bekering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's