Hemelvaart
'... en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen'. (Lukas 24 : 50b)
Bij Bethanië raken begin en eind elkaar. Daar is de Olijfberg. Vanaf die plaats is de Heere uitgegaan om de schande van het kruis te dragen. Vanaf die plaats gaat Hij uit opdat Hij 'naar Zijn hemelse troon opklimmen zoude' (Calvijn). De Heere had de dienstknechtsgestalte aangenomen, nu kan Hij het spreken: 'Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde' (Matth. 28 : 17b).
De vernederde wordt verhoogd. Dat is voor allen die Hem vrezen, klein of groot, reden tot grote vreugde. Immers, wie met Hem verbonden is door de band van de liefde, wil niets anders dan dat Hij de eer ontvangt, verhoogd wordt. Daarom is Hemelvaart een dag van vreugde en dankbaarheid.
Maar ook bij de Hemelvaart blijkt duidelijk dat de Heere aan Zijn kinderen denkt. Evenmin als bij Zijn lijden en sterven, bij Zijn opstanding zijn Zijn kinderen uit Zijn hart en Zijn gedachten. Zelfs in Zijn bitter lijden bleek Zijn liefde tot de Zijnen uit het lijden zelf, maar ook door de woorden, gesproken vanaf het kruis. Na de opstanding zorgt de Heere er Zelf voor dat deze overwinning op dood en graf bekend wordt. Hij verschijnt aan de Zijnen.
Nu, bij Zijn hemelvaart gaat Hij wel van hen heen, maar Hij gaat zegenend van hen. We lezen vaak in het Woord Gods van een zegen. Daar is b.v. de zegen waarmee een aartsvader zijn kind(eren) zegent voor zijn dood. Maar vooral denken we nu aan de zegen die de priester gaf aan het volk na het offer in de tabernakel of tempel. Het offer wordt gebracht voor de zonden van volk en enkeling. Het bloed is gevloeid, het gebed kwam voor het aangezicht des Heeren. Nu treedt de priester naar buiten. Stil staat het volk te wachten totdat de oude woorden klinken: 'De Heere zegene u en hij behoede u...'
Na het offer de zegen. Hoe heerlijk is dat alles vervuld in onze Heere Jezus Christus! Wat een offer heeft Hij gebracht voor de Zijnen! Hoe zwaar en bitter was het lijden. Maar ook: van hoe grote waarde! Want de zegen wordt gegeven op grond van het offer. Nu de schuld is verzoend, komt de bewarende hand des Heeren.
Nadat de Heere het heiligdom van Golgotha is ingegaan heeft Hij op de allergrootste van alle Grote Verzoendagen de schuld geboet, de toorn des Vaders gestild. Nu komt daar Zijn zegen, dat wil zeggen: de verzoening, de vrede wordt meegedeeld, toegepast. Wat mag zo ook voor u die dit leest, Hemelvaart van grote betekenis zijn! Hij gaat zegenend heen!
Bovendien mogen wij zeggen dat deze zegen van de Heere Jezus Christus ook grote kracht heeft. Het is geen machteloos gebaar, een soort 'vrome wens' zonder woorden, maar er gaat grote kracht van uit. Want Hij Die zegent, is Dezelfde Die sprak van alle macht die Hem gegeven is. Zijn zegen is een werkende zegen, haast tastbaar aanwezig in de levens van Zijn discipelen, toen en nu.
Het verworven heil ligt in deze zegen: de vergeving der zonden en het eeuwige leven, de vrede met God door het bloed des kruises en de blijdschap des geloofs.
Daarom leest u ook in het vervolg: 'En zij (de discipelen) aanbaden Hem en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap'. Dat kan de wereld en de wereldse, onbekeerde mens niet begrijpen: hoe kun je blij zijn als er een Geliefde heen gaat? Dan kan er alleen maar gemis zijn en stromen de tranen, het hart is verscheurd door smart. Je kunt als onbekeerd mens niet verstaan de dingen van het Koninkrijk Gods, ook niet de Hemelvaart. Het wordt werkelijkheid, waar u het hebt geleerd, hoe nodig Zijn offer was voor uw zonde en ongerechtigheid. Waar u verslagen neerligt, onmachtig en schuldig in uzelf, daar wordt gezien: Zijn zegenende handen.
Zeker, de volheid van de heilsfeiten is met Hemelvaart nog niet bereikt, het moest nog Pinksteren worden. Maar iets van de glans van Pinksteren straalt vanaf de zegenende handen van de Middelaar. Daar komt nog iets bij. Hij vaart ten hemel terwijl Hij hen zegent. Al zegenend gaat Hij heen. Dat betekent: de zegen blijft, ook als hun oog Hem niet meer ziet. De zegen blijft in hun hart, in hun gedachten, bij hun terugkeer. Hij leeft om voor hen te bidden. Een zegenende Hogepriester is ook een biddende Hogepriester. Zij zijn, ook als de Heere verhoogd is, 'ter rechterhand Zijns hemelsen Vader', in Zijn gedachten, in Zijn hart.
Zo wordt Gods arme, bedroefde en verslagen volk vertroost, ook vandaag. Waar een verloren mens het uitspreekt: 'gedenk Mijner', daar is de grote Middelaar nog met Zijn zegen, met Zijn voorbidding. Dan wordt u door Zijn ze genende handen uitgetild boven alle zondenood en droefheid naar God, u wordt door Zijn handen gelegd aan het liefdevolle hart van de Vader, u mag een ogenblik thuis zijn. Wat kan ons dan nog schaden? Wie zal ons scheiden van de liefde Gods in Hem, onze Heere? Hij gaat heen van Zijn discipelen, maar in Zijn zegen ligt Zijn nabijheid.
Dan moet men wel discipel, leerling van Hem worden. De vijanden worden niet gezegend. Zij begeren Hem niet en weigeren het hart te geven aan de levende God. Bent u nog zoals u geboren bent, een ongelovig, een onbekeerd mens? Zoek toch de Heere en leef!
Hij wil ook u zo gaarne zegenen met Zijn Hogepriesterlijke zegen! Wee de mens die alle roepstemmen - lieflijk èn hard - van zich werpt. Maar zalig het volk dat niets anders wil zijn dan discipel. Voor hem mag gelden:
'Zo zal de heerlijkheid der vromen op 't luisterrijkst te voorschijn komen! Zo schenkt Gods goedheid hun begeren; lof zij de HEER der Heren' (Ps. 149 : 5)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's