De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De inwoning van de Geest

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De inwoning van de Geest

8 minuten leestijd

Dat ook Pinksteren thuishoort in de rij der christelijke feestdagen zal niet licht betwist of aangevochten worden. Het rijtje is ons van jongsaf bekend: Kerstfeest, Paasfeest en ook Pinksterfeest. Daar tussenin zetten wij dan nog de Hemelvaartsdag.

Dat ook Pinksteren thuishoort in de rij der christelijke feestdagen zal niet licht betwist of aangevochten worden. Het rijtje is ons van jongsaf bekend: Kerstfeest, Paasfeest en ook Pinksterfeest. Daar tussenin zetten wij dan nog de Hemelvaartsdag.

In het leven van de gemeente krijgt het Kerstfeest gewoonlijk de meeste nadruk. Voor het gevoel betekent het bovenstaande rijtje een neergang in betekenis, en staat dus het Kerstfeest bovenaan en is het Pinksterfeest het minst belangrijk.

Men kan het echter ook omkeren, en dan wordt het Pinksterfeest het belangrijkste christelijke feest.

Ik weet niet of het zin heeft om zo te handelen, op de een of op de andere wijze. Elk van de christelijke feesten heeft namelijk zijn geheel eigen waarde en betekenis.

Maar dan mag men in ieder geval het Pinksterfeest niet onderwaarderen, het niet zien als zou het maar een feest van minder betekenis zijn.

Op elk der drie grote feesten gedenken wij een heilsfeit. Een onherhaalbaar en onherroepelijk heilsfeit. Een gebeuren dat maar eenmaal heeft plaatsgevonden en ook maar eenmaal kan plaatsvinden.

Wanneer wij dit stellen snijdt het mes naar twee kanten. Naar de kant van degenen die beweren dat het pinkstergebeuren zich eindeloos dient te herhalen en die dan ook al hun activiteit daarop toeleggen, waarbij dan vooral gedacht wordt aan de bijzondere gaven van Pinksteren; maar ook naar de kant van hen die alles zozeer trekken in htt subjectieve vlak dat zij het objectieve feit van Pinksteren niet tot haar recht kunnen laten komen, en dat komt in eigen kring nogal eens voor.

Wat wij in dit artikel doen is niet meer dan een enkel lijntje trekken. Maar moge het een kleine indruk geven van de betekenis van het heilsfeit dat wij straks weer hopen te herdenken.

Wij zetten dan in bij Jezus' leven op aarde. Door de Geest is Hij ontvangen in Maria's schoot, gezalfd bij zijn doop, geleid in de woestijn. Door de Geest predikte Hij het Evangelie (Luk. 4, 14), genas Hij zieken en wierp Hij onreine geesten uit (Mt. 12, 28). Hij was vol van de Heilige Geest (Luk. 4, 1) en volbracht al zijn werk door Zijn kracht, want God was met Hem (Hd. 10, 38). Door de Geest gaf Hij zich over in de dood (Hebr. 9, 14) en werd Hij in de opstanding krachtiglijk bewezen de Zoon van God té zijn (Rom. 1, 3). In de 40 dagen die er verliepen tussen zijn opstanding en zijn hemelvaart, gaf Hij bevelen aan zijn discipelen door de Heilige Geest (Hand. 1, 3). En bij de hemelvaart, waarin Hij alle engelen, machten en krachten zich onderdanig maakte (Ef. 4, 8; 1 Petr. 3, 22), is Hij de Heilige Geest met al zijn gaven tenvolle deelachtig geworden. Deze inbezitneming van de Heilige Geest door Christus, zegt H. Bavinck (G.D. III.563) is zo volstrekt, dat Paulus in 2 Kor. 3, 17 kan zeggen, dat de Heere, en dat is Christus als de verhoogde Heere, de Geest is. Daarmee wil Paulus het onderscheid tussen beide niet uitwissen, maar bij de hemelvaart is de Heilige Geest in zulk een mate het eigendom van Christus geworden, dat deze zelf als de Geest kan worden aangeduid. De Geest van de Vader is geworden de Geest van Christus, die nu ook in de bedeling des heils van Vader en Zoon beide uitgaat. In zijn verhoging is Christus geworden tot een levendmakende Geest (1 Kor. 15, 45).

In de gemeente

Tegen deze achtergrond moet men het Pinkstergebeuren zien. Dan zal duidelijk worden waarom de uitstorting van de Heilige Geest de éérste werkzaamheid van Christus is geweest, na zijn verhoging. De Geest die Hij nu zelf tenvolle ontvangen heeft, wil Hij ook aan zijn gemeente mededelen. Vóór de hemelvaart was de Heilige Geest er nog niet, zegt de Schrift (Joh. 7, 39), want Christus was nog niet verheerlijkt. Daarmee kan niet bedoeld zijn dat de Heilige Geest vóór de verheerlijking van Christus nog niet bestond, en ook niet dat de discipelen vóór de Pinksterdag niet wisten dat er een Heilige Geest bestond, maar er is mee bedoeld dat pas na de hemelvaart de Geest in zijn gemeente als in een tempel is gaan wonen. Sindsdien kunnen wij spreken over de inwoning van de Geest! En daarom is de uitstorting van de Heilige Geest, die wij op Pinksteren herdenken, na de schepping en vleeswording het derde grote werk Gods.

Hier nog een citaat uit Bavinck: 'Evenals de Zone Gods wel meermalen in de dagen des Ouden Testaments op aarde verscheen, doch eerst bij de ontvangenis in Maria's schoot de menselijke natuur zich ter woning verkoos, zo was er ook vroeger wel allerlei werkzaamheid en gave des Heiligen Geestes; maar eerst op de Pinksterdag maakt Hij de gemeente tot zijn tempel, dien Hij voortdurend heiligt en opbouwt en nimmermeer verlaat' (a.w. 566). Zo kan men dus met recht spreken van een inwoning van de Heilige Geest in de gemeente. Sinds de eerste Pinksterdag.

Consequenties

En dit te stellen heeft niet weinig consequenties. Bij Bavinck vindt men daar helaas weinig over. Wijzelf zien de nu volgende:

1. Pinksteren is onherhaalbaar. Immers, de heilsfeiten kunnen nimmer ongedaan gemaakt worden. Christus' geboorte kan niet ongedaan worden gemaakt, zijn opstanding uit de doden ook niet; en evenmin de inwoning van de Geest in de gemeente. Dit hebben onze vaderen ook beleden in de Heidelbergse Catechismus. Zondag 18, waar staat dat Christus naar zijn Godheid, genade en Geest nimmermeer van ons zal wijken. Met als gevolg dat de christen op de vraag: Wat gelooft gij van 'de Heilige Geest'? kan antwoorden: dat Hij mij troost en eeuwiglijk bij mij blijft (Zondag 20). Hier ligt voor de kerk van alle eeuwen een ware troost. Het is eens Pinksteren geweest! Dat blijft staan ook al is het in de kerk menigmaal droevig gesteld, en al moet er geklaagd worden over de 'geesteloosheid'.

Niet altijd is dat voldoende in acht genomen. De secten hebben altijd de kerk aangeklaagd vanwege haar dorheid, doodsheid, geesteloosheid. Dat bemerken wij ook heden nog. Ook uit de z.g. 'evangelische' hoek worden deze klachten steeds gehoord. Gisteren nog las ik uit die hoek: De Kerk bereikt de jeugd niet meer! (R.D. 6 mei). De Labadisten, 3 eeuwen geleden, zeiden al ongeveer hetzelfde. Zij hadden wèl de Geest. Maar heel hun beweging liep op niets uit. En de kerk is er nog steeds. Dank zij Pinksteren!

Ook sommige mannen van de Nadere Reformatie hebben niet altijd voldoende, soms onder labadistische invloed, het heilsfeit van Pinksteren weten te waarderen. En dan bleef men steken in de klachten. Al bleef het merendeel van hen, gelukkig, wel in de kerk, omdat zij huiverig waren voor de secte. Het eenmalige van Pinksteren mag ons troosten. Kerk en Geest zijn voor eeuwig met elkaar verbonden. De kerk is de tempel, de Geest woont in haar.

Het Woord ertussen

Dat wil intussen niet zeggen, dat kerk en Geest samenvallen. Dat zou rooms zijn. Het Woord staat er tussen. En naar dat Woord zal de kerk , hebben te spreken en te leven.

Waar dat niet het geval is, kan de Geest zich terugtrekken. En dat gebeurt ook. Hier ligt onze verantwoordelijkheid. Maar dat betekent niet, dat Hij geheel wijkt. Er mag steeds een beroep gedaan worden op Pinksteren.

2. Door de inwoning van Pinksteren leidt de gemeente een eigen bestaan. Deze inwoner bepaalt het hele aanzien van het huis. De gemeente is tempel van de Heilige Geest.

Hierdoor is de kerk wezenlijk onderscheiden van het Jodendom. Elke vermenging van kerk en synagoge, zoals heden zo vaak gebruikelijk, is in feite een loochening van Pinksteren. Synagoge en kerk staan naast en tegenover elkaar. De Geest maakt scheiding. Hij constitueerde een nieuw volk, al is het geboren in de schoot van het Jodendom. Pinksteren was de 'vervulling' van het joodse pinksterfeest (Hand. 2, 1). Wij zijn christenen, geen hele of halve joden. Wij laten de joden in hun waarde, maar willen aan de heilsdaden van Christus niet tekort doen.

Door Pinksteren, de inwoning van de Geest, is de gemeente ook afgegrensd van de wereld. Men mag kerk en wereld niet vermengen of ineen doen vloeien. De gemeente heeft een geheel eigen bestaan. Zij is een tempel, temidden van een wereld die de Geest mist. Alles in die tempel moet ingericht zijn naar het gerief van de Bewoner. De eerste zorg van de leden van de kerk moet zijn de Geest te behagen. Hij schrijft de dagorde en de agenda voor en niet de wereld. Waar men dat omkeert, loochent men de betekenis van Pinksteren.

3. Wij mogen het in de kerk zoeken. Al heeft zij nog zoveel gebreken. Al lijkt het buiten haar alles veel levendiger en geestelijker te zijn dan in haar. Wat trouwens maar schijn is. Al staat in het huis van de Kerk veel niet op z'n plaats, al staat zelfs veel op z'n kop, het blijft toch de woning van de Geest. Dan is niet onze opdracht afscheiding maar hervorming.

Pinksteren geeft een opdracht naar buiten, maar ook naar binnen. Naar buiten - nieuwe inwoners zoeken. Ja, want ook in de zending moet het gaan om de kerk, en niet om wat men tegenwoordig noemt het Rijk. Voetius zag het zendingswerk als het 'planten van kerken' (plantatio ecclesiarum), en daarin deed hij recht aan Pinksteren. Maar ook naar binnen - de kerk hervormen, opdat het huis geschikt zal mogen zijn, en steeds geschikter zal mogen worden, voor de Geest, de eigenlijke Bewoner.

Kortom, de inwoning van de Geest, dank zij Pinksteren, is een troost èn opdracht.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De inwoning van de Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's