De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Hervormde Kerk in de Graafschap Bentheim (2)

Bekijk het origineel

De Hervormde Kerk in de Graafschap Bentheim (2)

10 minuten leestijd

Wat bleef

Gelukkig greep de Afscheiding niet zo sterk om zich heen als in Nederland. Dit komt waarschijnlijk door het feit, dat in de Graafschap de gereformeerde leer toch beter bewaard gebleven was. Opvallend is ook, dat niet één predikant met de Afscheiding meeging, ook niet alle oefenaars. Een groot deel bleef trouw. In 1863 werd het 300-jarig bestaan van de Heidelbergse Catechismus door de classis in alle gemeenten herdacht. Dit leidde er, toe, dat omstreeks 1870 overal weer de Heidelbergse Catechismus catechisatieboek was en de Katerbergse Katechismus slechts hier en daar nog hulpdiensten verrichtte.

Aap het einde van de 19e eeuw wordt ook de invloed van Kohlbrügge merkbaar. De eerste predikant, die deze lijn vertegenwoordigde, was J. J. Langen in Nordhorn (1879). Al spoedig komen er meer. Van de Afscheiding en haar theologie wilden ze weinig weten. Daar zagen zij voor alles het vrome vlees gekoesterd worden. Vooral in de Beneden-Graafschap neemt hun invloed snel toe. Een der bekendste is pastor Schumacher, afkomstig uit Elberfeid, predikant in Laar (1906-1911), daarna in Uelsen tot zijn dood (1950). Gedurende deze tijd was hij de belangrijkste man in de Beneden-Graafschap, met zijn maandblad 'Biblische Zeugnisse'. Preken en verhandelingen, die nog altijd de moeite van het lezen waard zijn. Aangezien hij ook vloeiend Nederlands sprak, was hij ook vaak in Nederland, schreef in 'Onder eigen Vaandel' en was o.a. bevriend met prof. Haitjema. Schumacher en de zijnen stonden wel erg radicaal Kohlbrüggianisme voor. Wel haast overal zagen ze de vrome mens in zijn werkheiligheid zich breed maken, zowel op de gezelschappen als in het maatschappelijk leven. Zending, diakonie, maatschappelijke hulp enz., alles wezen ze af. Een en ander leidde regelmatig tot conflicten met de broeders van de Boven-Graafschap, die veel meer een praktisch - piëtistisch - christendom voorstonden en zeer geëngageerd waren voor de zending. Wie Schumacher leest, ontmoet overal de geest van Kohlbrügge, vaak een hyper-Kohlbrügge, net als in de geschriften van Paul Geyser en in Em. Felke's Catechismusverklaring. Het bracht de kerk niet in alle opzichten voordeel. Toch moet gezegd worden, dat deze predikanten de gemeenten weer uit het liberale slop haalden en bij het Woord brachten. Hun invloed is nog steeds merkbaar.

De Evangelische Reformatorische Kirche von Nordwestdeutschland

In 1866 ging het Koninkrijk Hannover verloren aan Pruisen. Zo kwam de Graafschap onder Pruisische heerschappij. In 1882 werden alle gereformeerde gemeenten in Nedersachsen bijeengebracht in één Gereformeerde Kerk, de Evangelische Reformatorische Kirche von Nordwestdeutschland. Vanaf dat moment vormen de Graafschapper gemeenten een 'Bezirk' van deze landskerk. De opperkerkeraad werd opgeheven, ervoor in de plaats kwam een door de bezirksynode gekozen moderamen (Bezirkskirchenrat). De classis kreeg een andere funktie.

Behalve de Graafschap omvat deze landskerk de Reformatorische Gemeinden in Oost-Friesland (ontstaan door het werk van a Lasco, met Emden als middelpunt), de gemeenten rond Lingen (bij wier ontstaan Willem van Oranje nog betrokken was) en enige meer verstrooide gemeenten, alles bij elkaar ca 110 gemeenten. Elk Bezirk heeft jaarlijks een bezirksynode, de verschillende synoden kiezen de afgevaardigden voor de generale synode, die (vroeger in Aurich) in Leer bijeenkomt. Aan het hoofd staat geen bisschop, maar een Landessuperintendent. Deze predikant is de enige vrijgestelde predikant en vervult eigenlijk de rol van secretaris-generaal.

Deze kerk is nu bijna 100 jaar oud. In deze tijd heeft ze echt geleerd, samen kerk te zijn. De moeilijkste tijd is waarschijnlijk wel de oorlogstijd geweest. In deze jaren verkoos de kerkleiding, weliswaar onder protest, de staat trouw te blijven. Een grote minderheid van predikanten beijverde zich, de kerk als geheel voor de Bekenntnisbewegung (belijdenisbeweging) te winnen. Dit mislukte, helaas. In de dertiger jaren werd ten huize van Schumacher in Uelsen onder leiding van Karl Barth het zogenaamde Uelsener Protokol opgesteld, waarin de kerk duidelijk stelling nam tegenover de 'Duitse christenen' en het nazisme.

Maar funktioneren deed het op het hoogste niveau nauwelijks. Ook de Kohlbrüggianen, met hun radicale afkeer van alles wat op menselijke inzet leek, steunden in feite de status quo, al waren ze bepaald geen 'Duitse christenen'. Na de oorlog werd dan ook een geheel nieuwe kerkleiding gekozen.

Lidkerk der EKD

Na de oorlog kwam de Evangelische Kirche in Deutschland (EKD) tot stand, een soort fusie van alle evangelische landskerken in de BRD. Wie in Duitsland op vakantie gaat, kent, bij het binnenrijden van dorp of stad, de bekende borden met 'EvangelischerGottesdienst'. Deze EKD bestaat echter vooral uit Lutherse en 'Unierte' (verenigde) kerken, slechts twee kleine landskerken zijn nog gereformeerd, nl. die van Noordwestduitsland en die van Lippe-Detmold. De invloed der gereformeerde richting is dus klein. Omgekeerd is de lutherse invloed op de gereformeerde kerken groot. In Nedersachsen zetelt een van de grootste lutherse Landskerken, de Hannoverse Landskerk met 8 miljoen leden. De druk van deze 8 miljoen op ca. 200.000 gereformeerden is vanzelf groot. Het liefst zou de Hannoverse kerk de kleine gereformeerde kerk onder haar hoede nemen als gereformeerde classis. Zover kwam het gelukkig niet, daarmee zou de gereformeerde identiteit geheel verloren gaan.

Alle gereformeerde gemeenten hebben zich verenigd in de Reformierte Bund. Deze Bond brengt een blad uit voor gereformeerde theologie in brede zin. Ook heeft ze enige leerstoelen aan theologische fakulteiten.

Volkskerk

De Reformatorische Landeskirche von NWD is een echte volkskerk. Niemand is 'ongelovig' of 'onkerkelijk'. Iedereen behoort bij een kerk. En dan niet alleen op papier. Ieder 'papieren lid' betaalt nl., net als de anderen, automatisch zijn kerkbelasting, waardoor het instituut kerk overeind kan blijven, salarissen betaald, kerken gerestaureerd, pastorieën gebouwd. Voor Nederlandse kerkvoogden een heel aantrekkelijke toestand. Maar dit heeft ook zijn schaduwkanten. Toch is vrijwel niemand bereid deze 'gouden koorde' tussen staat en kerk door te knippen. Daardoor zou nl. veel sociaal werk ineenstorten en zou de kerk haar diensten niet meer kunnen aanbieden aan heel het volk.

Het volk staat nl. nog erg positief tegenover de kerk. Gedoopt is vrijwel iedereen. Bijna alle jongeren bezoeken trouw de catechisatie, totdat ze hun belijdenis afleggen (gekonfirmiert worden). Vooral bij huwelijk en begrafenis handhaaft de toga zich nog erg goed. Zo zou meer te noemen zijn, waar de kerk aktief is en wordt gevraagd, waar ze in Nederland allang buiten spel staat. Over het algemeen gezien, kan gezegd worden, dat het Duitse volk (nog) veel 'religiöser' is dan het Nederlandse volk. Wie nooit veel opgehad heeft met een volkskerk, haalt waarschijnlijk hierbij zijn neus op en telt alleen het kerkbezoek. Dat is inderdaad in de BRD niet groot. In de Graafschap heel redelijk, in Oost-Friesland helaas jammerlijk laag. Daartegenover staat, dat wij in Nederland grote groepen van hervormden allang kwijt zijn, hen nauwelijks meer bereiken kunnen met het evangelie, terwijl in deze volkskerk ze allemaal nog meetellen en min of meer open staan voor het Evangelie.

Domineeskerk

In deze kerk is de predikant verreweg de belangrijkste persoon. De kerkeraad staat hem weliswaar terzijde, maar heeft sterk het gevoel een lagere clerus te vormen. Tegenspraak of kritiek wordt zelden gehoord. De predikant staat dan ook in hoog aanzien. Dat kan voor een dominee wel eens aangenaam zijn, het betekent echter ook, dat bijna heel het kerkelijk werk op hem rust: van jeugdwerk tot bejaardenzorg, ziekenbezoek en huisbezoek, kerkeraad, diakonie en kerkvoogdij. De kerk, dat is de dominee.

Eén en ander is historisch te verklaren. Aangezien altijd al een zeker hiërarchisch element in de kerkstruktuur aanwezig was, heeft zich dat doorgezet op gemeenteniveau. Wat de graaf was in de Graafschap, was (en is vaak) de predikant in zijn gemeente.

In de laatste jaren worden de ouderlingen zich wel steeds meer bewust, dat ze een geestelijk ambt dragen, maar inhoud wordt er doorgaans nog weinig aan gegeven. Het onderscheid blijft: theologen en leken! Een en ander brengt met zich mee, dat deze 'lekeh' ook in de synode weinig inbreng hebben. Ten slotte is het opvallend, dat predikanten maar heel weinig van gemeente wisselen.

Eenheid en verscheidenheid

Net als in Nederland bestaat er een grote verscheidenheid onder de predikanten in theologie en prediking, hoewel in de Reformatorische Landeskirche de uitersten niet zover van elkaar liggen als in Nederland. In de liturgie zijn allen erg eenvoudig. Hoewel in de laatste jaren welhaast elke gemeente haar eigen orde van dienst heeft gecreëerd, meestal komt het op hetzelfde neer: zingen, bidden en preken. In deze kerk maakt niemand veel werk van de liturgie (dat is blijkbaar typisch luthers). In veel gevallen wordt slechts 3 keer gezongen. Dat is zelfs voor Nederlandse hervormd-gereformeerden een beetje karig.

In de prediking, is er meer onderscheid. Aan de ene kant de meer politieke, maatschappij-kritische prediking, aan de andere kant de evangelikalische, geloof wekkende prediking, en de middengroep, die beide probeert te verbinden. Over de hele linie kan niet gezegd worden, dat er erg fris, inspirerend, diepgravend in de Schrift, gepreekt wordt. Waarschijnlijk wordt er bij de opleiding niet genoeg aan gedaan, mogelijk heeft men zelf ook maar zelden een goede preek gehoord.

Ondanks deze verschillen, bestaan er geen modaliteiten. Hoewel men als predikanten onderling wel weet, waar men theologisch 'gelegerd' is, dit leidde nooit tot oprichting van een vereniging of het vormen van een richting. Voor iedere predikant staat elke kansel open. Verder loopt haast niemand zijn eigen predikant achterna, ook zijn er geen kerkelijke richtingsbladen. Waarschijnlijk is de kerk daarvoor ook te klein, en is men beducht voor een herhaling van de Afscheiding. Belangrijker is het feit, dat bij alle predikanten de wil bestaat elkaar vast te houden en naar elkaar te luisteren. Dat brengt dan toch ook weer een sterke eenheid, al is deze eenheid wel eens wat kleurloos. Ook de Belijdenisbeweging Geen Ander Evangelie slaat weinig aan in de Graafschap. Daarvoor is de Graafschap waarschijnlijk te gereformeerd en de Belijdenis Beweging te veel piëtistisch-luthers gekleurd. Opvallend is tenslotte, dat de golven van kerkverlating deze landskerk geheel onberoerd lieten. Vrijwel niemand zei zijn lidmaatschap op.

Tenslotte

Deze kerk, zo zal duidelijk zijn, heeft nog veel, waarvoor men dankbaar zijn kan, maar er is ook reden tot zorg. Tot voor kort rustte het gemeenteleven eigenlijk op drie zuilen: belijdenis doen bij 18 jaar, huisbezoek en de catechismuspreek.

Alle drie staan min of meer onder druk. De catechismuspreek viel in veel gevallen weg of werd verlegd naar 's morgens 08.45 uur. Onder druk van de lutheranen werd de leeftijd van belijdenis doen vaak verlaagd. Het doorlopend huisbezoek is voor de predikanten vaak onmogelijk geworden, terwijl ouderlingen daarvoor nog niet rijp zijn. Het Gezangboek bevat weliswaar een prachtig Psalter, berijmd door Matth. Jorissen, maar de Psalmen komen op de achtergrond. De Kohlbrüggianen lieten meestal alleen maar psalmen zingen, vandaar dat in de Beneden-Graafschap de psalmen nog erg geliefd zijn. In de andere gemeenten kent men vaak alleen de bekendste psalmen nog.

Jammer is, dat er zo weinig contact is tussen de Nederlandse Hervormde Kerk en deze kleine gereformeerde landskerk, terwijl wij toch zo dicht bij elkaar liggen. De Reformatorische Landeskirche oriënteert zich vooral op Hannover. Zowel voor de Nederlandse Hervormde Kerk als ook voor de Reformatorische Landeskirche zou een intensiever contact heel heilzaam kunnen zijn. Vroeger was er veel grensverkeer, nu nauwelijks meer, nu ontmoet men elkaar alleen binnen de Wereldbond van Hervormde Kerken. Mogelijk dat in een toekomstig Europa beide kerken meer op elkaar aangewezen raken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Hervormde Kerk in de Graafschap Bentheim (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 mei 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's