De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De beeldende kunst laat doopvont niet ongemoeid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De beeldende kunst laat doopvont niet ongemoeid

3 minuten leestijd

Omstreeks de elfde eeuw wordt de doopvont voor het eerst aangetroffen. In die tijd geraakte de gewoonte de dopeling onder te dompelen langzamerhand buiten gebruik.

Voor de doopvont en het doopbekken zijn door de eeuwen daarna steeds de duurzaamste materialen toegepast, zoals natuursteen, edele metalen en fraaie houtsoorten.

Romaans

In de Romaanse periode (1000-1200) werd veel natuursteen gebruikt. De doopvont werd direct op de vloer aangebracht, voorzien van een voetstuk dan wel op een zuilvoet geplaatst. In vele gevallen werden zij versierd met afbeeldingen van mensenhoofden en/of dierekoppen en plante-ornamenten, alles vrij onbeholpen van techniek en uitdrukking.

Een voorbeeld uit deze periode is de doopvont in de Lebuïnuskerk te Deventer. Te Hoogwoud rust het vat op een pijlervormig voetstuk versierd met koppen. In Hattem is de doopvont geplaatst op dierepoten en versierd met primitieve planteranken. De doopvont te Horst tenslotte is zowel voorzien van maskers als akanthusranken.

Gothiek

Meer en meer wordt vervolgens de doopvont in de christelijke kerken een liturgisch meubel, dat dient tot bewaring van het doopwater. In de gothiek (1200-1500) vindt de kunstnijverheid een ruime toepassing in het kerkinterieur. De doopvonten - veelal vervaardigd door edelsmeden - zijn voorzien van uitbeeldingen die betrekking hebben op bijbelse gebeurtenissen. Een voorbeeld daarvan vinden wij in de St. Janskerk te Den Bosch. Dit koperen doopvont werd door Aert van Maastricht in 1492 vervaardigd. Uit 1527 is de doopvont in de Walburgiskerk te Zutphen, wegende 1400 kg en vervaardigd door Gielis van Eynde.

In dit verband sprak Busken Huet in zijn cultuur-en kunsthistorische studie 'Het land van Rembrandt' over: gevaarten, waarvan de spits hoger reikt dan de klankborden der preekstoelen. Deze karakteristiek is zonder meer overtrokken. Wel worden uit deze periode nog doopvonten aangetroffen, waarvan de vormgeving voorzichtig gezegd wat merkwaardig aandoet.

Renaissance

De Grote Kerk te Breda bezit een koperen doopvont in de vroeg-Renaissancestijl. In Renaissance-stijl (1550-1625) staat in de St. Maartenskerk te Venlo, eveneens een koperen doopvont, in de jaren 1619-1621 vervaardigd door Herman de Potgieter.

Centrale plaats

In de na-oorlogse jaren heeft een vernieuwd liturgisch bewustzijn tot een opleving van de beeldende kunst in kerken bijgedragen. Daarbij wordt ook grote zorg besteed aan de doopvonten.

In de protestantse kerken waar vaste doopvonten reeds na de Hervorming zelden voorkwamen en veelal gebruik werd gemaakt van sobere schalen of bekkens, krijgt de doopvont een meer centrale plaats. De toenemende belangstelling voor beeldende kunst laat ook de doopvont niet ongemoeid.

Na de sobere periode, wordt opnieuw de doopvont voorzien van een passende vormgeving. Talrijke voorbeelden getuigen hiervan in onze protestantse kerken. In de r.k. kerken verdwijnen gaandeweg de afzonderlijke doopkapellen en krijgt ook hier de doopvont een meer centrale plaats in de grote kerkruimte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De beeldende kunst laat doopvont niet ongemoeid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's