De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het zelfgetuigenis van de Schrift (2)

Bekijk het origineel

Het zelfgetuigenis van de Schrift (2)

De Heilige Schrift

9 minuten leestijd

Er staat geschrevenDe God die Zijn Woord spreekt, is tevens de-God die Zijn Woord schrijft. Dat getuigt de Schrift)op enkele plaatsen zelf. De Wet en de geboden heeft de Heere naar Zijn eigen zeggen geschreven om Zijn volk te onderwijzen (Ex. 24 : 12). Dit gegeven ten aanzien van de Wet komt steeds terug. In Exodus 31 : 18 wordt gezegd dat 'de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven zijn met de vinger Gods'. Een hoofdstuk verder is het dan: En diezelfde tafelen waren Gods werk; het geschrift was ook Gods geschrift zelf, in de tafelen gegraveerd' (Ex. 32 : 16). En na de verbreking van het verbond door Israël is de Heere bereid tot verbondsvernieuwing: Houw u twee stenen tafelen, gelijk de eerste waren, zo zal Ik op de tafelen schrijven dezelfde woorden...'(Ex. 34 : I). En als de Wet herhaald wordt, keert de verwijzing naar het schrijven Gods steeds terug (zie o.a. Deut. 4 : 13, 5 : 22).

Er staat geschreven

De God die Zijn Woord spreekt, is tevens de-God die Zijn Woord schrijft. Dat getuigt de Schrift)op enkele plaatsen zelf. De Wet en de geboden heeft de Heere naar Zijn eigen zeggen geschreven om Zijn volk te onderwijzen (Ex. 24 : 12). Dit gegeven ten aanzien van de Wet komt steeds terug. In Exodus 31 : 18 wordt gezegd dat 'de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven zijn met de vinger Gods'. Een hoofdstuk verder is het dan: En diezelfde tafelen waren Gods werk; het geschrift was ook Gods geschrift zelf, in de tafelen gegraveerd' (Ex. 32 : 16). En na de verbreking van het verbond door Israël is de Heere bereid tot verbondsvernieuwing: Houw u twee stenen tafelen, gelijk de eerste waren, zo zal Ik op de tafelen schrijven dezelfde woorden...'(Ex. 34 : I). En als de Wet herhaald wordt, keert de verwijzing naar het schrijven Gods steeds terug (zie o.a. Deut. 4 : 13, 5 : 22).

Hoe we ons een en ander hebben voor te stellen, kunnen we in dit verband achterwege laten. Wel blijkt uit deze weergave dat Israël zich er van bewust was dat ook de geschreven Wet goddelijk van afkomst en daarom van goddelijk gezag was. Schrijven is niet minder dan zeggen. Meerdere malen geeft God bevel Zijn daden op te schrijven (zie b.v. Ex. 17 : 14). De wandelingen van Israël door de woestijn moeten opgeschreven worden (Num. 33 : 2). Ook de profeten krijgen bevel zekere woorden op te schrijven (Jes. 8 : 1; 30 : 8). Daar zit dan de uitdrukkelijke wens achter dat het geschrevene eeuwig gedacht blijve! Jeremia krijgt bevel de woorden Gods op te schrijven (30 : 2). En u weet dat Jeremia zelfs de beschikking had over een secretaris, Baruch (zie hoofdstuk 36 o.a.). In hun spreken, maar evenzeer in hun schrijven of dicteren werden deze Godsmannen door de Geest van God geleid. Hun woorden waren daarom woorden Gods. Gods woorden en der profeten woorden vallen soms helemaal samen, of klinken door elkaar heen.

De geschreven Thora hebben de profeten gekend. Ze beroepen er zich voortdurend op in hun profetieën. Ze herinneren er het volk aan. Ze geven er soms een eigentijdse, actuele interpretatie aan. Maar steeds is duidelijk dat de geschreven Thora gezag bezit in Itet profetisch getuigenis. Mozes is een autoriteit onder de profeten. Trouwens, ook de psalmdichters hebben Mozes gekend. Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend, de kinderen Israels Zijn daden (Ps. 103 : 7). God gafvia Mozes aan Zijn volk verordeningen, inzettingen, geboden, regels die blijvend geldig zijn. ,

Geschrevene heeft gezag

Ons bleek reeds dat het Woord Gods niet devalueert, zodra het geschreven vorm aanneemt. Uit een en ander blijkt verder dat de geschriften van het Oude Testament, zodra ze ontstonden ook gezag hadden. De wetten Gods werden in het heiligdom bewaard. Daar waar God woonde en troonde, daar bevond zich ook de geschreven en door de jaren heen bewaarde wet. Als Jozua vlak voor zijn heengaan het verbond tussen God en Israël vernieuwt, dan wordt deze hernieuwde keuze van Israël in het wetboek erbij geschreven (Jozua 24 : 26). En als Samuel het recht van het koningschap uiteen zet, dan schrijft hij dat in een boek en legt het voor het aangezicht des Heeren (1 Sam 10 : 25). Ook lezen we dat liederen, psalmen en spreuken schriftelijk vastgelegd werden bewaard.

Uit een en ander concluderen we dat de geschreven wetten en ordeningen, spreuken en psalmen voor het Israël van toen goddelijk gezag hadden. Wet, psalmen en profeten zijn instanties die met gezag bekleed zijn. Niet het gezag van hoog gekwalificeerde mensen, maar eerder omdat hun woorden van God waren, op Zijn bevel opgeschreven. De rollen van wet en profeten waren niet eerbied-waardig vanwege ouderdom of uit antiquarisch oogpunt, maar omdat het geloof van Israël verstond: alzo spreekt tot ons do.Heere, hierin horen we Gods eigen stem. Dat dit laatste niet te hoog gegrepen is, blijkt ons nog het meest uit het volgende.

Jezus en het geschreven Woord

Uit veel blijkt dat onze Heere Jezus Christus groot gezag heeft toegekend aan de schriften van het Oude Verbond. Wet, Psalmen en Profeten waren Jezus' Bijbel. Ze vormden het Woord waaruit Hij leefde en waarnaar Hij zich richtte.. Zijn voedsel was het de wil van de Vader te doen. En dat voedsel moet Hij mede gezocht hebben in de woorden Gods. Dit Woord had gezag in Jezus' leven. 'Onderzoekt de Schriften... die zijn het, die van Mij getuigen' (Joh. 5 : 39). In Nazareth leest hij Jesaja's woorden en erkent dan vrijmoedig: 'Heden is deze Schrift in uw oren vervuld' (Luk. 4 : 21). In de lijdensaankondigingen laat Jezus doorschemeren dat Zijn lijden en sterven reeds in het Oude Testament ligt aangewezen en aangeduid. Hem overkomt geen vreemde zaak. De Emmaüsgangers krijgen uit de mond van Mozes en al de profeten te horen dat de Christus alzo moest lijden en in Zijn heerlijkheid ingaan (Luk. 24 : 26-27). In de psalmen hoort Jezus Zijn lijdenslied zingen.

Oude en Nieuwe Testament

Afgezien van de invloed die de eigentijdse exegese van het Oude Testament heeft gehad op de Nieuwtestamentische schrijvers, blijkt toch het grote gezag dat men in het Nieuwe Testament aan het Oude Testament toekent. Met name in de Evangeliën merken we een sterk actualiserende gezag-aandragende interpretatie van het Oude Testament. Door Jezus Zelf ('heden deze Schrift in uw oren vervuld'). En op voorgang van Jezus zelf heeft ook de Nieuwtestamentische gemeente de geschiedenissen van het Oude Testament gelezen als voorafschaduwingen en vingerwijzingen naar een heil dat pas in volkomenheid in de gekruisigde en verrezen Christus verschenen is. Paulus wijst in zijn indringende verkondiging van de grote heilsdaden in Christus steeds naar de achtergrond daarvan in de Schriften. Vanuit het Oude Testament stuwt het heen naar het Nieuwe in Christus door God vervuld. De gemeente van Christus leeft in het door God vervulde heden van het in Zijn belofte aangekondigde heil. Het is één lijn die door heel de Schrift loopt. Het gaat in Oud en Nieuw Testament om één zelfde Godswoord en Godsdaad. Gods toekomst waarover het in Wet en profeten reeds ging, is nu in Christus aangebroken.

Samengevat

Al het vorige bijeen gezet, dan blijkt de doorgaande lijn in het getuigenis dat de Schrift van zichzelf geeft: u hebt hier te maken met Gods Woord. Zeker, het menselijke is daarbij niet iets vreemds. De aandacht voor de menselijke factor in de Schrift wil hierdoor niet weggemoffeld zijn. Toch blijft staan: de Schriften getuigen van God! Ze verkondigen ons Zijn grote daden. Ze verkondigen ons Zijn grote heil in Jezus Christus. Dit Zelfgetuigenis van de Schrift brengt ons dan tot het volgende waarover we in dit kader meestal plegen te spreken: de autopistie van de Schrift.

Autopistie

Dit voor u wellicht vreemde woord, wil zoveel zeggen als: de Schrift is geloofwaardig in zich zelf en vanuit zichzelf. Geen instantie naast de Schrift, geen gezagsorgaan buiten de Schrift hoeft er zorg voor te dragen dat de Schrift aan haar gezag komt. Dat gezag heeft de Schrift in zichzelf en vanuit zichzelf. Dat gezag brengt de Schrift zelf met zich mee. Calvijn gebruikt het woord in zijn griekse vorm in zijn Institutie. '... Dat de Schrift haar geloofwaardigheid in zichzelf heeft en niet onderworpen mag worden aan bewijsvoering en redenering...' Inst. 1, 5, 7. Het is van belang er erg in te hebben diat Calvijn het woord 'autopistos' gebruikt en kiest in een bepaalde afgrenzing van zijn opvatting tegenover die van Rome in zijn dagen. Daar had de kerk de rol van richteres over de Schrift op zich genomen. Het was de Roomse leer dat het gezag van de Schrift alleen maar door de kerk kan worden gegarandeerd. Maar dat kan nooit, want de kerk is immers gebouwd op het fundament van apostelen en profeten. En als de leer van de apostelen en de profeten het fundament van de kerk is, dan moet die leer reeds alle zekerheid bezitten vóór de kerk er is. De kerk wordt daarom geboren uit het Woord en wordt vervolgens gedragen door het Woord. En daarom rust de Schrift nimmer op het gezag van de kerk. De Schrift is autopistos, ze bezit autopistie. Het hoogste bewijs van haar waarheid ontleent de Schrift aan het feit dat het God zélf is die in en dopr haar tot ons spreekt. 'De Schrift heeft daarom haar geloofwaardigheid in zichzelf. Of, anders gezegd: zij bezit een onmiddellijke zelf-evidentie als Woord van

God. Haar goddelijkheid en waarachtigheid stralen op heldere wijze van haar uit en dringen zich als zodanig met grote, kracht aan de mensen op' (C. Veenhof in: Zicht op Calvijn, pag. 65).

Schrift en kerk

Dat wil intussen niet zeggen dat de kerk geen roeping zou hebben te vervullen tegenover de Schrift (zie bij H. Bavinck, Ger. Dogm. I, pag. 425 vv.). Het getuigenis van de kerk is van erg veel belang inzake de geloofwaardigheid van de Schrift. 'Voor elk mensch is de kerk de leidsvrouw tot de Schrift' (H. Bavinck a.w.). Veel geciteerd is in dit verband de uitspraak van Augustinus dat de kerk hem door haar gezag had bewogen de Schrift te geloven. Ook ondervond Augustinus in dagen van strijd en twijfel veel steun tot het geloven in de Schrift bij de kerk. Als een sterke macht greep ze hem steeds aan en leidde hem steeds weer heen tot de Schrift. Daarmee wil echter niet gezegd zijn dat het gezag van de Schrift afhangt van de kerk of dat de kerk de laatste en diepste grond is van het geloof. Wel kunnen we met Augustinus mee voelen in zijn erkennen van de waarde en de steun die de kerk geeft aan het geloof. In de Schrift ontmoeten we de wolk van getuigen. Zij zijn er tot bemoediging en tot aanmoediging. Maar dat is nog heel wat anders dan wanneer ik van mijn kerk afhankelijk zou zijn of de Schrift gezag heeft, ja dan nee. En van welke aard dat gezag dan is, welk gezag ik aan de Schrift zou moeten toekennen. Dat zou een hopeloze zaak zijn, zeker in onze dagen. Immers, wat blijft er in onze tijd meestal nog van het gezag van de Schrift over? Iemand schreef eens: men past in onze dagen de filtertechniek toe op het Woord Gods. Alleen datgene wordt nog als Woord Gods aanvaard, wat door de filter van het denken van de mens van nu heen kan en wat door de filter van zijn gevoelens en verlangens is heen gegaan.

Daarom: de Schrift is voor haar gezag niet afhankelijk van wat de kerk haar voor gezag toekent. Ze draagt haar gezag in zichzelf. Deze Goddelijke Schriften hebben daarvan het bewijs bij zichzelf (art. 5 NGB). De Schrift bewijst zichzelf. Ze straalt haar goddelijkheid uit. Door haar inoud en door haar vorm, door haar kracht en door haar werking handhaaft ze haar goddelijke oorsprong.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het zelfgetuigenis van de Schrift (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's