Verbi divini minister
V.d.m. Met deze drie letters hebben sinds jaar en dag dienaren van de kerk uitdrukking gegeven aan hun hoge roeping om verkondigers van het Woord van God te zijn: dienaren van het Goddelijk Woord. Het bevestigingsformulier voor de bevestiging van predikanten zegt: 'Het herdersambt is een heerlijk werk, nademaal zo grote dingen daardoor uitgericht worden.' Inderdaad een hoge roeping en een heerlijk werk is het om dienaar van het Goddelijk Woord te zijn.' Gans noodzakelijk om de mensen ter zaligheid te brengen' (aldus het bevestigingsformulier).
Over dit herdersambt is veel geschreven. En wanneer ook ik in enkele artikelen over dit onderwerp ga schrijven, doe ik dat in de wetenschap, dat anderen vóór mij beter onder woorden hebben gebracht, wat ik onze lezers, mijn mededienaren des Woords en de theologische studenten vooral, op het hart zou willen binden. Het is dan ook niet mijn bedoeling uitputtend over de roeping en taak van een predikant te schrijven (wie zou dat kunnen trouwens? ). Het gaat er slechts om enkele dingen naar voren te halen, die een hart onder de riem zouden kunnen betekenen voor hen, die in onze tijd het toch ook zo moeilijke werk van een dienaar des Woords hebben te verrichten. En het gaat er bovenal om onze aanstaande dienaren des Woords wat te helpen bij de vele praktische problemen, die zich vaak op-doen, wanneer zij in het ambt komen te staan. En bij dat laatste denk ik zeer speciaal aan de zorgen rondom het probleem van het zgn. kandidatenoverschot.
Een koninklijke onderscheiding
Maar laat ik mogen beginnen met iets te zeggen over het ambt van een verbi divini minister in het algemeen. Nogmaals: een hoge roeping en een heerlijk werk. Wie ertoe door God geroepen wordt, is meer dan koninklijk onderscheiden. Hij mag dan immers als een ambassadeur van Gods heil bemiddelen tussen de hoge God en de mens. In prediking en katechese, in pastoraat en zo veel meer. Als het waar is, dat 's mensen bestemming ligt in de 'gloria Dei' (de lof van God), waar vindt dat dan heerlijker gestalte dan in de man, die in Gods Naam zijn mond mag opendoen over de diepste geheimen van 's Heeren verborgen omgang? En als het waar is, dat Jezus Christus met Zijn kruis en in Zijn opstanding Gods hooggeroemde Zoon is, in Wie God alles terugkreeg van 's mensen kant, wat Hij van die mens verlangde, is het dan niet tegelijk ook waar, dat men zeer bevoorrecht is, als men Jezus Christus en Die gekruisigd prediken mag? Nog één keer: als het waar is, dat geen sterveling gelukkig wordt, wanneer hij zonder God en zonder hoop in de wereld leeft en als het waar is dat ons hoogste geluk ligt in de vrede met God en dat ons leven pas zinvol wordt, wanneer wij op alle terreinen van het leven voor de eer van onze God opkomen, dan noem ik die man, die het herdersambt bekleedt en mensen de weg mag wijzen naar hun eeuwige bestemming, een gezegend mens. 'Het herderswerk is een heerlijk werk, nademaal zo grote dingen daardoor uitgericht worden.' Ja, zo is het.
De apostel Paulus sprak over de schrik des Heeren, die hem bewooa en de liefde van Christus, die hem dreef. 'Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bade: ij bidden van Christuswege: Laat U met God verzoenen' (2 Kor. 5 : 20). Dat zij ook de drijfkracht van ieder, die naar het hoge en heerlijke ambt van herder en leraar staat. Hij zie toe, dat hij hiertoe en zo door God geroepen is. 'Want hoe zullen wij prediken, indien wij niet gezonden worden' (Rom. 10 : 15a). Hij zie toe, dat de schrik des Heeren en de liefde van Christus hem in hart en nieren ligt. En hij zie toe, dat hij wandelt in de weg van het apostolisch getuigenis, waarop de kerk is gefundeerd.
Wee mij, indien...
Daarmee is al meteen ook de geweldige verantwoordelijkheid van het ambt van dienaar des Woords aangegeven. Hij heeft zich te verantwoorden tegenover God en de gewetens der mensen. En als God Zelf dan ook niet door Zijn Geest bekwaamde die Hij roept, wie zou er aan beginnen en wie zou het volhouden? Daar komt bij, dat het zeker in onze tijd niet gemakkelijk is om het Woord der verzoening over te dragen. De dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben, staan gedurig ter diskussie. En de moderne mens dingt duizendkeer af op het getrouwe Woord van onze God. Bovendien wordt het leven hoe langer hoe gecompliceerder; de zorgen en spanningen van mensen, die leven tegen het jaar 2000 aan, zijn onvoorstelbaar groot. Het zal zeker nu waar zijn, wat Augustinus eens schreef: 'Ik zou kunnen zeggen: 'Wat heb ik er aan de mensen te vervelen? de bozen te zeggen: doet dat niet, doet dat wèl, houdt daarmee op? - Hoe komt het, dat ik mij verantwoordelijk voel voor anderen? ' Het is het Evangelie, dat mij schrik aanjaagt. Als het erop aankomt om vrij te zijn van beslommeringen, daar is geen mens meer op gesteld dan ik. Want niets is beter, niets is zoeter dan het doorvorsen van de Goddelijke schatten, ver van alle rumoer. Maar altijd weer preken, disputeren, berispen, stichten, voor iedereen klaar staan - dat is een grote last, een zware druk, een afmattend werk. Wie zou zich daaraan niet willen onttrekken? Maar het Evangelie jaagt mij schrik aan.'
Verbi divini minister zijn: het lijkt meer het werk van een engel dan van een mens. Ja, maar God roept mensen totdat werk, 'mensjes uit het stof verrezen' (Calvijn). En zo is het goed. Zo is het een voortreffelijk werk. Zo kan het hartstochtelijk begeerd worden. Een dienaar des woords heeft eens gezegd, toen hij dacht te moeten sterven: 'Heere, geef mij mijn bediening terug; want ik kan zonder haar niet leven'.
Geoefend in godsvrucht
Verbi divini minister-zijn. Dienen met het Woord. Dienen in Gods huis, de kerk. Het is een aanbevelenswaardige zaak. En ik acht het daarom ook een wonder van God, als de begeerte om de Heere te dienen in dit voortreffelijke ambt niet wegsterft in de kerk. Ze zijn er gekomen, tientallen jonge mensen, uit het hart van de gemeente, opgekweekt door biddende ouders en trouwe pastores, die de nood der kerk en de nood der prediking onder de aandacht brachten van de jongeren der gemeente. Ze zijn er gekomen: jonge mensen, maar ook ouderen, die ondanks de drukkende zorgen van een gezin en de lange af te leggen weg van de theologische studie met heel hun bestaan haken naar het 'heerlijk ambt' van dienaar des Woords. De velden zijn wit om te oogsten. En kunnen, we eigenlijk ooit wel zeggen, als het gaat over arbeiders in 's Heeren wijngaard: We hebben er te veel? ' Wie het ambt van een opziener begeert, begeert een treffelijk werk' (1 Tim. 3 : 1). En laat die begeerte maar getest en gestaafd worden door die lange weg van oefening gedurende de theologische studie. De voorbereiding op het ambtelijk werk kan niet degelijk en grondig genoeg worden aangepakt. En dat dan in die tijd bijzonder de gemeenten haar aanstaande dienaren des Woords maar een warm hart toedragen. Laat ze hen biddend dragen. Laat ze hen opkweken in de vreze des Heeren, zodat ze echte kinderen der gemeente blijven, geworteld in een warme vroomheid en in praktijk van godzaligheid. Zij moeten er tegen kunnen, als ze straks in het ambt staan. En waarmee kunnen zij straks beter dienen in de kerk der vaderen, die op zoveel plaatsen en op zoveel wijzen aan de reformatorische leer ontgroeid is, dan met een bediening, waarover de gloed van hartelijke godsvrucht ligt?
Luther, Voetius, Spener, Hoedemaker
Ik wil deze inleidende opmerkingen over de dienaar des Woords nog wat afronden door enkele uitspraken te noemen van theologen, die ons bekend zijn ook om hun grote liefde voor het ambt. Ik denk aan Luther. Hij heeft eens gezegd: 'Wat ik in de theologie vermag, dat weet ik daar vandaan, dat ik geloof, dat Christus alleen de Heere is, van Wie de heilige Schrift spreekt. Ik heb het niet van de grammatika en ook niet van mijn kennis van het Hebreeuws. Dat kan men ook zien aan de oud-vaders, zoals Bernard en Augustinus; als zij van Christus spreken, hoe liefelijk is dan hun leer, maar als Christus er buiten valt, is hun leer mij zo koud als ijs of sneeuw'. En Voetius zei in zijn inauguratie (over wetenschap met godsvrucht verbonden) tegen de theologie-studenten: 'O zonen der profeten, kandidaten tot de heilige dienst-, het is Uw plicht met alle macht de oorlog te verklaren aan de begeerte der jeugd, de aanhitsingen tot ondeugden, de verlokselen der wereld, het verkeren bij drinkgelagen en in kroegen, de ontijdige tabakzuigerijen, dronkenschappen en dobbelarijen, de onbetamelijke kluchtspelen en het rondslenteren langs de straten; al welke zaken niets anders zijn dan een verspillen van de kostbare tijd tot de studie. Het is Uw roeping door Uw voorbeeld te tonen, dat het Evangelie, waarover gij dagelijks spreekt en denkt, dat gij ziet en hoort, waarlijk een innerlijke kracht heeft...' Philipp Jakob Spener (Duitse piëtist - , 17de eeuw) zegt in zijn boekje 'Pia desideria' (vrome wensen) tegen de theologie-studenten: 'Laat ons gedenken, dat eenmaal niet gevraagd zal worden, hoe geleerd wij zijn geweest en (deze geleerdheid) aan de wereld voorgelegd hebben, in welke gunst der mensen we hebben geleefd en die hebben weten te behouden; hoe hoge vlucht onze eer genomen heeft en welk een grote naam wij in de wereld nagelaten hebben, hoeveel wij voor de onzen aan schatten van aardse goederen hebben verzameld en daarmee de vloek over ons gehaald hebben, maar hoe trouw en met welk een eenvoudig hart we het, Rijk Gods hebben getracht te bevorderen, met welk een reine en godzalige leer als ook waardig voorbeeld, in versmading der wereld. zelfverloochening, opnemen van het kruis en navolging van onze Heiland wij de stichting van onze toehoorders gezocht hebben, met welk een ijver wij ons niet slechts tegen de dwalingen, maar ook tegen de goddeloosheid des levens verzet hebben, met welk een volharding en vreugde wij de daarom door de openlijk goddeloze wereld of valse broeders georganiseerde vervolging of ongemak gedragen en onze God in zulk lijden geprezen hebben'.
Tenslotte een woord van Ph. J. Hoedemaker tot zijn studenten: 'Jongelieden, wat wenst gij? Theologie studeren en predikant worden? Weet dan dit: een godgeleerde wordt in de school wel gevormd, maar niet geboren. De waarheid, waarin gij onderwijs zult ontvangen, is 'tot de godzaligheid'. Daarin vindt zij haar einddoel, haar rustpunt, haar vrucht. Indien zij niet aan Uw hart geheiligd wordt, dan is de bediening, die gij zoekt, U een last, een strik en een oordeel. Een last, omdat gij het geloof, het leven, de hope der gemeente niet delende, evenwel geroepen zult zijn, haar voor te gaan in het Woord naar de troon der genade, op de weg der zaligheid. Een strik, omdat het zoveel gevaar meebrengt voor zelfbedrog en werktuigelijkheid. Voor huichelarij en heiligschennis, zelfbedoeling en zelfbehagen. Een oordeel, omdat de waarheid verhardt, wie ze niet vertedert, verblindt, wie ze niet verlicht, veroordeelt, wie ze niet vrijspreekt'.
C. den Boer
-----------------------------------------------------------------------------------------------
Op donderdag 21 februari 11. refereerde ds. C. den Boer op de jaarlijkse ontmoetingsmiddag van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met theologische studenten over het thema 'Waar blijven we? ' een thema dat was gekozen met het oog op het 'candidatenoverschot', dat langzaam maar zeker in Hervormd Gereformeerde Kring bezig is te ontstaan. De belangstelling voor deze ontmoeting was bijzonder groot. Meer dan 160 studenten woonden de bijeenkomst bij. Ds. Den Boer heeft zijn referaat van die middag - gegeven ook de bespreking, die er op volgde - uitgebreid en bijgewerkt en het zo voor plaatsing in ons blad geschikt gemaakt, opdat ook de gemeente op de hoogte kan. zijn van ontwikkelingen, die zich voltrekken. Deze artikelen zijn ook diepgaand besproken binnen de kring van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en mogen derhalve ook worden gezien als neerslag van bezinning, die regelmatig in het hoofdbestuur heeft plaats gevonden. Dat laat de persoonlijke verantwoordelijkheid, die de schrijver uiteraard voor deze artikelen draagt, onverlet. We hopen dat op deze wijze verdere bezinning op gang komt ten aanzien van de roeping, die we als hervormdgereformeerde gemeenten terzake van het beroepingswerk met al wat daaraan verbonden is.
De redactie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's