De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

V.U. tussen twee VUren

De herdenking van het honderdjarig bestaan van de Vrije Universiteit is aanleiding geweest om in een breed beraad zich te bezinnen op grondslag en doelstelling en het beleid ook voor de toekomst van deze onderwijsinstelling. Aan de VU is de naam van Abraham Kuyper verbonden. Veel is er binnen de V.U. en in de Geref. Kerken veranderd. Ook de visie op wetenschap en maatschappij is ingrijpend gewijzigd. En niet minder is vandaag de dag in geding: wat is christelijk académiaal onderwijs? In het V.U. Magazine van mei 1980 geven een aantal mensen hun commentaar op de vraag: Hoe nu verder na 100 jaar. Prof. dr. J. H. van Bemmel stelt met nadruk dat de V.U. opnieuw duidelijk dient te maken dat het Evangelie het enige antwoord is op alle God-loze machten.

De VU zou, bewuster dan in het verleden het geval was, jonge mensen moeten opleiden, die als christenen in politiek, wetenschap en cultuur verantwoordelijke posten kunnen bekleden. Indien nodig, dienen hiervoor aparte financiële middelen ter beschikking te komen.

De VU dient, meer gericht dan tot nu toe het geval was, studenten aan te trekken uit christelijke achtergrond die zich kunnen vinden in de doelstelling van de Universiteit. Er dient daartoe een betere afstemming en contact met ouders en scholen te komen.

De VU zou, sterker dan tot op heden, een plaats kunnen zijn, waar jonge mensen uit de derde wereld, met name van christelijke gemeenschappen, zich kunnen voorbereiden op verantwoordelijke posities in hun thuisland.

De medewerkers en studenten van de VU dienen hun taak te verstaan tegenover hun collega's en medestudenten, die nog onbekend zijn met de liefde van Christus. Tegenover allen, maar zeker tegenover hen, die nolens volens op de VU komen studeren, dienen wij 'tot verantwoording bereid' te zijn.

Verantwoording jegens hen die vanuit een andere levensbeschouwing komend toch aan de V.U. studeren. Ik meen de schrijver niet mis te verstaan als ik eruit opmaak dat voor Van Bemmel het getuigende element een plaats moet krijgen.

Betekent dat ook grenzen stellen? Een van de scribenten haakt in op het boekje van Verkuyl: Er zijn grenzen. Drs. D. Boer wil dat de V.U. niet die kant opgaat, maar echt een vrije universiteit wordt.

Hoe vrij is de Vrije Universiteit? Mij lijkt het een open vraag. Of liever: ik hoop dat het echt een open vraag is. Krijgt Verkuyl gelijk en zijn er voor het 'bijzonder onderwijs' tot en met de VU de grenzen, die hij aangeeft, dan heeft VU met een vrije universiteit weinig te maken en evenmin met de vrijheid van een christenmens. Maar de huidige doelstelling is ruimer, is in principe zo ruim als de vrijheid, die Jezus in praktijk bracht. Belijdt de VU metterdaad dat zij bestaat bij de gratie van Jezus Christus, dan valt er met recht en reden te hopen dat de weg naar een waarlijk vrije wetenschapsbeoefening wordt ingeslagen. (...)

Wat de VU echter te doen staat is het uitzicht op zo'n vrije universiteit te openen. In de universitaire wereld voort te gaan als het erom gaat de wetenschap van vooroordeel en eigenwijsheid te bevrijden. Niet de plaats waar nog taboes bestaan, die elders al zijn doorbroken, geen oord waar al zoiets als een beroepsverbod wordt gepraktizeerd als dat nog nergens gebeurt. Nee, precies omgekeerd! Aan de VU mag alles wat ertoe dient onze kennis van de werkelijkheid te vergroten en het menselijk bestaan te verrijken. Op de VU dienen de reglementen ertoe de vrije wetenschappelijke diskussie te bevorderen en niet om deze aan banden te leggen. Geen bolwerk van wat dan ook, maar een open stad, waartoe iedereen toegang heeft. Kortom: een Vrije Universiteit op weg naar de vrije universiteit, waar maar één beginsel heerst, dat van de vrijheid van en voor alle mensen.

De vraag kwam bij mij boven: welk vrijheidsbegrip wordt hier gehanteerd? Zeker, de school is de kerk niet. Maar christelijk onderwijs weet zich toch genormeerd door het Woord Gods. Het hier voorgedragen vrijheidsbeginsel doet nogal autonoom aan. Ik herken hier weinig van het beginsel van Kuyper die uit wilde gaan van de volstrekte heerschappij van Christus op alle terreinen van het leven.

Prof. mr. I. A. Diepenhorst stelt voorop dat een Christelijke universiteit instemming met haar overtuiging moet verlangen.

Wat de Vrije Universiteit bedreigt is dat zij die op het terrein der wetenschap en het Evangelie volstrekt ernst wil maken, niet langer genoeg steun vindt.

Over de remedie kan ik kort zijn. Meer leiding, niet van boven af, maar van binnen uit. Versterking van de verzwakte onderlinge band tussen de docenten, waartoe vanuit zijn positie de rectormagnificus kan bijdragen. Bij het onderwijs een volstrekt openhartige uiteenzetting van standpunten, een verwijzen ook naar mogelijke oplossingen om daar na te komen met een eigen keuze of voorshands te besluiten dat de zaken nog niet duidelijk zijn; het 'non liquet' siert de Christen-geleerde. Fantasie bij het verkopen van de universiteit aan de schare. Betere benutting van het Magazine (...) een interessanter inhoud voor Ad Valvas. Het verschaffen van aantrekkelijkheid aan de openbare vergaderingen en plechtigheden; wij zijn meesters in de stijfheid: een behoorlijk benutten der grote media. Het bevorderen van het elan. Haalt de Vrije Universiteit het jaar 2000? Met verzaking van ieder vereiste academische nederigheid antwoord ik: Neen, tenzij zij deze beschouwing ter harte neemt.

Het zal niet eenvoudig zijn deze wensen gestalte te geven als we lezen dat één vierde van dè studenten gereformeerd is, één vierde hervormd en de rest andersdenkend.

Het VVD kamerlid, mevr. Ginjaars is van mening dat de V.U. op twee gedachten hinkt: een eigen grondslag en een ruime toelating. Het laatste acht zij maatschappelijk vanzelfsprekend. Een strenger toelatingsbeleid zou volgens haar met de ontwikkeling van de samenleving in strijd zijn. Hier komt het typisch liberale standpunt om de hoek kijken. Wel dient gezegd dat ook de V.U. de storm van de secularisatie te verduren heeft. Van Riessen schrijft dat het proces van vervreemding van doelstelling moeilijk tekeren is. In elk geval is het goed dat zij die zich eensgeestes weten met grondslag en doelstelling voortdurend bezig zijn met de vraag naar de bijbelse opdracht binnen de poorten van de universiteit, tot dienst aan de Here God en de naaste.

Basisbeweging, waarheen?

Naar aanleiding van een besluit van een onlangs gehouden vergadering van de raad van de basisbeweging om geen lid te worden van de Raad van Kerken gaat prof. dr. J. Plomp in het Geref. Weekblad van 23 mei in op de vraag naar de verhouding tussen basisbeweging en kerk. Hij schrijft o.m.

Het verslag van de vergadering van de basis bewe­ging stemt in dit opzicht niet hoopvol. Wanneer daarin wordt gezegd dat de basisbeweging nooit een kerk wil worden zoals de kerken binnen de Raad van Kerken dat zijn, kan dat evengoed dienst doen als een argument tegen aansluiting (hoe dan ook) bij de bestaande kerken als tegen aansluiting (als lid) bij de Raad van Kerken. De basisbeweging is zeer op haar vrijheid gesteld en zal dus ook in dezen zelf haar eigen koers wel willen bepalen. Maar misschien is ze bereid toch nog naar een enkele waarschuwing te luisteren. Dat is dan deze: pas op dat u geen secte wordt!

Herbert Grundmann (overl. 1970), groot kenner van het middeleeuwse sectewezen, heeft er reeds jaren geleden op gewezen dat de orden en desecten in de middeleeuwen ontstaan zijn uit gemeenschappelijke religieuze en sociale motieven en impulsen. Maar dat de ene beweging een orde werd en de andere een secte, lag volgens hem aan de positieve dan wel negatieve opstelling van de beweging tegenover de kerk en omgekeerd van de kerk tegenover de beweging. Grundmann heeft zijn historisch goed onderbouwde stelling nimmer verloochend en zijn opvatting wordt tegenwoordig door de meesten die tot oordelen bevoegd zijn, gedeeld. En al heeft zijn stelling betrekking op ontwikkelingen in een verleden, het lijkt mij niet geforceerd er een waarschuwing voor ons in het heden aan te ontlenen. Als de basisgroepen neen zouden zeggen en blijven zeggen tegen de bestaande kerken, lopen ze m.i. gevaar monomaan en eenzijdig te worden. Men kan ook zeggen: sectarisch. Ze dreigen dan zó gefixeerd te worden door het eigene - eigen gedachten, eigen activiteiten enz. - dat ze blind worden voor wat daarbuiten gaande is. Ik vind het erg opmerkelijk in het slot, van het verslag van de vergadering van de raad van de basisbeweging te lezen, dat 'bleek hoe slecht veel raadsleden op de hoogte zijn van de activiteiten van de Raad van Kerken'. Trouwens, ook een andere passage, eerder in het verslag, is curieus: daar wordt gezegd dat men zijn agenda niet wil laten bepalen door de Raad van Kerken, want (zo meent men) dan moet men deelnemen aan discussies over de doop, gezamenlijke eucharistie/ avondmaalsviering en het ambt, kwesties die binnen de eigen groepen niet of nauwelijks meer spelen. Ik ken mensen die als zij dit lezen verzuchten: was het maar waar, dat over dit soort kwesties in de Raad van Kerken zo druk gediscussieerd wordt. Intussen wordt ook van de kerk een standpuntbepaling gevraagd. Zij zal moeten zeggen hoe ze over de basisbeweging denkt en welke houding zij tegenover deze wil innemen. En een en ander liefst niet in abstracto, vanuit de studeerkamer, maar in dialoog met de basisbeweging zelf, als dat kan. Of dat zal leiden tot erkenning van de basisgroep als een soort 'orde', zie ik op dit ogenblik nog niet. Enige jaren geleden heeft de kerkrechtsgeleerde Hans Dombois gepleit voor de orde als vierde gestalte van de kerk, naast en na de universele kerk, de landskerk en de plaatselijke kerk. In een bespreking van het boek van Dom'bois waarin deze zijn gevoelen had uiteengezet, heeft prof. Nauta daar toen als bezwaar tegen ingebracht dat van de kerk in de eerste drie gestalten alle christenen deel uit konden maken, maar niet van de orde. Die kreeg daardoor het karakter van een elitaire groep binnen de kerk en kon daarom met de andere gestalten onmogelijk op één lijn worden gesteld. Ik moet zeggen dat ik het hier nog steeds volkomen mee eens ben.

Plomp pleit voor een gesprek tussen kerk en basisgroep. Dat is op zich een goed ding, mits er wel een gespreksbasis is. Juist op dat punt gaan de wegen, naar ik vrees uiteen. Men kan zaken als ambt en kerk maar niet zonder meer opzij zetten als secundaire zaken. Juist binnen gereformeerd kerkelijk denken heeft de visie op ambt en kerk te maken met het hart van het belijden. Lopen vele basisbewegingen bovendien niet gevaar de geloofsgemeenschap te maken tot politieke actiegroep? Inderdaad, basisbeweging waarheen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's