Het wonder van Antiochië (1)
Handelingen 11 : 20-26
'En er waren enige Cyprische en Cyreneïsche mannen uit hen, welke te Antiochië gekomen zijnde, spraken tot de Grieks en, verkondigende de Heere Jezus. En de hand des Heeren was met hen, en een groot getal geloofde en bekeerde zich tot de Heere.' (Handelingen 11 : 20-26)
De spot van Pinksterdag was maar voorspel. Reaktie van mensen, reaktie van satan op de verkondiging van Gods grote werken.
Dit voorspel loopt dan ook uit op de grote tegenzet van satan; hij gaat tot de aanval over. Apostelen worden lastig gevallen. Gevangenisdeuren gaan achter hen dicht. Meerdere keren zelfs. Maar Christus regeert, houdt de leiding. Zo kan het worden herhaald in de eerste hoofdstukken van het boek Handelingen: de gevangenis in, de gevangenis uit...
De eerste geselslagen vallen. Maar het resultaat is een opnieuw vervuld worden met de heilige Geest; blijdschap over smaadheid om de naam van Christus.
Satan werpt het over een andere boeg! De ondergraving van het gemeenteleven van binnen uit. Een echtpaar van naam gebruikt hij daartoe. Twee mensen met wat geld; maar met nog veel meer eerzucht: Ananias en Saffira. Wie zich echter met de Waarheid meet, komt achter de waarheid: de zonde brengt de dood. Soms zomaar, opeens, in de kerkdienst. Samen één trouwdag, samen één sterfdag!
Maar dan slaat satan harder toe. Stefanus' getuigenis leidt tot zijn steniging. Stefanus, de eerste na Jezus...
De steen is echter nu pas goed aan het rollen gebracht. Een grote vervolging breekt los. Saulus verwoest de gemeente, die uit elkaar schijnt te spatten. De apostelen blijven op hun post, de rest van de gemeente zwermt uit naar andere streken.
O zeker, 'verkondigend het Woord', trekkend door stad en land. Maar Damascus siddert: Saulus is in aantocht! Wie zich bergen kan, berge zich.
Maar dan slaat de Heere weer toe. Niet dodend! De vervolger, verwoester wordt een smekend kind. En 't smekend kind wordt opgericht door Jezus, ingezet als de grote apostel onder de heidenen straks. Satans aanslag is misslag. Als één de verbreiding van het evangelie dient, dan is hét satan wel. Tegen wil en dank.
Aanvankelijk spreken de verstrooiden het Woord alleen tot de Joden. Dat laat zich verstaan. Eigen volk, eigen kring, 'van 't zelfde huis'. Joden wonen overal immers. Je struikelt er over, in Fenicië, op Cyprus, in Antiochië. En dus: werk genoeg aan de winkel. En we houden de roeping tot getuigen graag wat dicht bij huis. Niet té dichtbij natuurlijk! Tegen 'eigen' spreekt het zo moeilijk. Voor hen zegene God kerkdienst en katechisatie...
U moet toch eens overwegen, of u daar wel helemaal gerust op mag zijn. Wat zei het huwelijksformulier ook weer over 'helpen en bijstaan in alle dingen van het eeuwige leven'? In de heen-en-weer-beweging tussen man en vrouw, vrouw en man?
Wat beloofde u ook weer bij het doopvont met betrekking tot dat 'naar vermogen onderwijzen in dé leer van Christus'?
We gaan nu maar naar Antiochië. Of liever: de Verheerlijkte Christus gaat er heen. Hij hanteert er Woord en Geest.
Er zijn daar nl. enkele mannen uit Cyprus en Cyrene. Gevluchte pinksterkinderen uit Jeruzalem; dat is wellicht niet teveel gezégd. Pinksterkinderen! Daar brandt het vuur, is de vlam in geloof uitgeslagen naar Christus als het Lam. Dat haakt vast aan de Levende Heere. Zet ook in in de bedoeling van de Heere: Het loon van de Vader op Jezus' in bloed en tranen volbrachte werk zal Jood én heiden omvatten. Zijn loon - hun zaligheid. Eerst de Jood, dat wel. Maar ook de Griek, de heiden.
Enige mannen... in Antiochië! Na Rome en Alexandrië de derde wereldstad, met zo'n half miljoen inwoners. Een fraaie stad, toegegeven. Daar was alles aan gedaan.
Maar ook: een vuile stad, knooppunt van handel, bundeling van ongerechtigheid en zedeloosheid.
Enige mannen - een half miljoen...! Begin er maar niet aan, zo denkt u.
En toch: in Antiochië plaatst de Geest. De stad, waarvan Juvenalist (plm. 100 na Chr.) als Romeins dichter zegt: 'Van Antiochië stroomt het vuil naar Rome'. En Rome was heus wel wat gewend!
Wat is dat troostrijk. Geen stad te vuil, geen dorp te goddeloos, en... geen hart te slecht voor Jezus om er in te wonen.
Want: ook het vuil van Antiochië is op Golgotha gewroken.
Antiochië wordt hier voor 't eerst genoemd. Maar 't zal dé uitvalspoort van het christendom worden naar de heidenwereld!
De 'enige mannen' beginnen te spreken, te getuigen tot de heidenen in de stad. 'Evangeliserende de Heere Jezus'. Dat staat er. 'Evangeliseren': een goede boodschap, een goed gerucht van Jezus voortbrengen. Een goed woord van Hem, over Hem.
Werkt het wat uit? Let op! Dat goede Woord staat onder druk van Pinksteren. Onder hoge druk. Daarom is 'de hand van de Heere met hen'. De sterke rechterhand, die het volk van God in stand houdt. Tegelijk door Zijn daden de wereld van Antiochië doet beven.
We moeten ogen maar even goed uitwrijven nu, en oren goed spitsen: 'Enige mannen-en een groot getal geloofde, en bekeerde zich tot de Heere...'
Dat is gewoon om stil van te worden. Wie had dat gedacht! Het breekijzer van het Woord zet zich onder blinde, verloren levens in een wereldstad. Tilt mensen uit hun voegen, doet kantelen, en... doet rollen in Christus' opvangende, doorboorde handen.
Enige mannen - een groot getal...! Wat een verrassing voor deze enkele broeders.
Maar: hoe kónden ze eigenlijk aan dit karwei beginnen? Welk geheim schuilt daar achter? Ach, 't vuur brandde. En waar dit brandt.
Weten we, waar wijzelf vandaan komen. Gezocht, én... door de Heere gevonden! Dat was niet zo best! En dus: enkel wonder...
Maar dat geeft hoop voor ieder ander in ons hart. Misschien wel op een laatste steilte binnen eigen kring van het verbond, het gezin, de kinderen... Een laatste steilte, waar zelfs spreken niet meer mogelijk is. Maar met de greep van het geloof op de HEERE, en Zijn ontfermende hart: 'HEERE, gedenk Uw verbond...'
Ook in breder kring? Van de buurt, de kennissenkring, de mensen waar wij dagelijks mee werken? Of trok de Heere grenzen? Nee toch!
-Enige mannen - een groot getal!
Eén vader, waar 't in 't gezin fout gaat. Eén moeder, waar 't in geestelijk opzicht bergafwaarts gaat onder eigen dak.
Eén jongen op het werk, waar de Naam alleen als vloek bekend is. Eén meisje, dat alleen staat tussen scholieren, vriendinnen en collega's.
Maar in de Heere is kracht. Zie Antiochië. Want de Levende, de Opgestane heeft macht door Zijn Geest. En de hand van Zijn Vader is met Hem. En met de Zijnen...
'Gij zult Mijn getuigen zijn'. Dat woord nam Hij niet terug, maar omrandde het met Zijn getrouwe, zekere belofte.
Enige mannen - een groot getal. Hoeveel hebt u er al? Dat mag gevraagd, al is ons alles niet altijd bekend. Ging er door u al één in in het koninkrijk van God? Ik vraag niet veel.
Of: verhinderde u er misschien één om in te gaan in dat koninkrijk? Dat is dan wel onvoorstelbaar veel! En onherstelbaar...
Hier zoeken we voor ons beschuldigde hart nog maar enkele troost in de stamelende belijdenis, die wordt tot ootmoedig, fluisterend gebed: 'Maar bij U is vergeving...'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's