Het zelfgetuigenis van de Schrift (4)
De Heilige Schrift
Komt het genoemde getuigenis van de Heilige Geest ook in het zelfgetuigenis van de Schrift ter sprake? Reikt de Schrift ook zelf de gegevens aan die er toe hebben geleid dat men het innerlijk getuigenis van de Heilige Geest noodzakelijk achtte voor een levend Schriftgeloof? Kortom: is er een Schriftbewijs voor het getuigenis van de Geest? Ons antwoord is: zeer beslist wel!
Getuigenis van de Geest in de Schrift
Komt het genoemde getuigenis van de Heilige Geest ook in het zelfgetuigenis van de Schrift ter sprake? Reikt de Schrift ook zelf de gegevens aan die er toe hebben geleid dat men het innerlijk getuigenis van de Heilige Geest noodzakelijk achtte voor een levend Schriftgeloof? Kortom: is er een Schriftbewijs voor het getuigenis van de Geest? Ons antwoord is: zeer beslist wel!
Als kerntekst voor dit belijden aangaande de noodzaak van het getuigenis des Geestes zou te noemen zijn:1 Corinthe 2 : 14. 'Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden'. Ook in de tweede Corinthebrief vinden we uitspraken die het noodzakelijk verlichtend en onthullend werk van de Heilige Geest ter sprake brengen. We kunnen denken aan 2 Corinthe 3. Wat betreft het rechte verstaan van het Oude Testament, daarvan schrijft de apostel dat er voor de Joden een deksel op hun hart ligt telkens wanneer Mozes gelezen wordt. Pas wanneer het tot de Heere zal zijn bekeerd, zal het deksel worden weggenomen. Want de Heere is de Geest en waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid (2 Corinthe 3 : 14-17). En een hoofdstuk verder (2 Corinthe 4) heeft Paulus het er over dat het Evangelie bedekt is in hen die verloren gaan. Bedoeld zijn de ongelovigen die als kenmerk dragen: in hen heeft de god van deze eeuw de zinnen verblind. Daardoor zien zij het heerlijk licht van het Evangelie van Christus niet (2 Corinthe 4 : 3-5). Hoe is dus de situatie bij een mens vóór de verlichting door de Geest? Hij heeft een deksel op zijn hart. Dat duidt er op dat het hart toegesloten is. Bekering is nodig. Het deksel moet worden weggenomen. Dat doet de Geest. Die neemt de gebondenheid van het hart in onverstand weg en bewerkt de vrijheid als vrucht van het verstaan van het Woord. Of, zoals Paulus het een hoofdstuk verder schrijft, het Evangelie is bedekt omdat de zinnen verblind zijn door de god van deze bedeling. Dat duidt op blindheid voor het Evangelie van Christus. Hèm zien we niet in het Woord.
Wat is daarom nodig? Dat schrijft de apostel dan even verder. 'Want God Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus' (2 Corinthe 4:6). Verlichting is noodzakelijk. Dat is een Godsdaad. Als het ware een nieuwe schepping. In de Schrift draagt daarom de Geest de naam van de levendmaker, de levenwekker. Jezus kondigt de Geest ook zo aan. Als Die zal gekomen zijn, dan zal Hij u alles leren. Hij zal in de waarheid leiden. Toekomende dingen zal Hij verkondigen. Hij zal komen om Christus te verheerlijken. Hij zal de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. Hij neemt het deksel van het hart weg. Hij ontsluit ons oog zodat we in het Woord Gods in Christus leren aanschouwen. Hij richt onze blik geheel en al op Christus. Hij opent het verstand Hij is dan ook de Geest der wijsheid en des verstands.
Geest èn Woord
Duidelijk ligt het in de Schrift ook dat de Geest geen nieuwe openbaringen schenkt naast het Woord. Het is niet zo dat de Heilige Geest op twee manieren spreekt. Eerst door het Woord, via de Bijbel. Maar dan vervolgens ook nog apart, bijzonder, opvallend anders dan door de Bijbel. En dat zou dan dat innerlijk getuigenis van de Geest zijn. Nee, dat zou een grondig misverstand zijn. De hier gesuggereerde voorstelling kom je weleens tegen. Niet zo uitgebalanceerd misschien als hier gedaan. Maar wel ondergronds, ongeformuleerd, onbewust. Het eerste spreken van de Heilige Geest is dan maar tweederangs, betrekkelijk, voorlopig, letterlijk vóór-lopig, vooruitlopend op het eigenlijke spreken van de Heilige Geest. De Schrift wordt in dit denkkader verlaagt tot een dode letter. Spreken door de Geest is dan pas het eigenlijke. God moet in je hart spreken, liefst regelrecht. Maar zo spreekt de Heilige Geest niet. En dat is het innerlijk getuigenis van de Heilige Geest persé niet. Zó spreekt het zelfgetuigenis van de Schrift nergens over de getuigende Geest. Zo wat Hij gehoord zal hebben, zal Hij spreken (Johannes 16 : 13). De Geest getuigt in het hart nooit los van het Woord. Hij spreekt niet iets nieuws. Hij zegt het wel nieuw. Hij actualiseert het spreken van Christus. Het Woord, toen en daar gesproken, wordt tot een Woord hier en nu. Wat Hij gehoord zal hebben. De Heilige Geest is wel genoemd de eerste en de beste Hoorder van het Woord. Hij geeft het Woord in het hart en brengt het daar tot vruchtbaarheid.
Hoe dan?
Bekend is in de Bijbel het spraakgebruik dat de Geest een nieuw hart schept en een nieuwe geest werkt (Ezech. 36 : 26-27). De Geest schept in ons het orgaan waardoor het Woord verstaan wordt en waardoor Christus in het hart ontvangen wordt. Het voornaamste werk van de Geest is daarom het geloof.
Daarmee voegt de Heilige Geest niet iets toe aan de Schrift zelf. De Heilige Geest schrijft geen aanhangsel bij de Schrift. Nee, Hij verzegelt de inhoud van het Woord in de harten van de gelovigen. Immers, Hij schept het orgaan waarmee wij, die eertijds blind waren, het licht dat straalt in de Schrift gaan zien. De Canones van Dordt zeggen het aldus. God laat het Evangelie prediken. Hij verlicht door de Heilige Geest vervolgens het verstand. Dat doet mij het Evangelie recht verstaan en geeft mij het vermogen te onderscheiden die dingen die van de Geest van God zijn. Maar dan dringt de Geest verder door tot in de binnenste delen van de mens met zijn krachtig wederbarende werking. De Canones omschrijven dat werk van de Geest dan o.a. als volgt: Hij opent het hart dat gesloten is. Hij vermurwt dat hard is. Hij besnijdt dat onbesneden is enz. (DLhfdst. 3 par. 11 vv.).
Geest en gezag
Zó krijgt èn houdt het Woord gezag over mijn leven. Maar u verstaat intussen wel dat dat gezag nooit daarom een leeg gezag kan zijn. Een gezag zo zonder meer. Zeggen dat je de Schrift gelooft van kaft tot kaft, van Genesis tot Openbaring maar niet de God van het Woord, de Christus der Schriften zeggen te kennen, is een onmogelijkheid. Dat kan wel degelijk lijken en stoer rechtzinnig klinken, maar in werkelijkheid zijn we dan juist vijanden van de Schrift. Immers, de Schrift is één voortklinkend appèl tot bekering! Eén aandringende oproep tot geloof in Christus! En de Schrift krijgt pas werkelijk gezag over u en over mij, wanneer ik door de overmacht van de Heilige Geest voor dat Woord ben gevallen en de Geest in mij het orgaan schept zodat de God van het Woord alle zeggenschap verkrijgt over mijn hart en leven. Een 'boek-geloof' is geen waar geloof. De Heilige Geest getuigt immers voortdurend van Christus. 'Die zal Mij verheerlijken.' En dat doet Hij ook als Hij het Woord gezag verleent in mijn hart.
Geest en leven
Duidelijk is tenslotte dat we het genoemde innerlijk getuigenis van de Geest nooit kunnen loskoppelen van het genadewerk van de Geest (A. D. R. Polman). Het getuigenis van de Geest dat de Schrift gezag verleent in mijn hart, heeft een plaats in de bemiddeling en uitdeling van het heil. We staan niet tegenover de Bijbel zoals de Mohammedanen staan tegenover de Koran. Dan zou de Bijbel alleen maar een heilig boek zijn waar we niet aan mogen komen en wat ons innerlijk totaal niet raakt. Zo hebben velen intussen wel de Bijbel in huis en hand. We zeggen: de Heilige Schrift is Gods Woord. We willen van geen kritiek op de Schrift weten. Maar we missen het centrale: het getuigenis van de Geest dat deze schriften van God zijn (zie art. 5 NGB). Echt Schriftgeloof is zo niet. Dat is niet iets van traditie of overlevering. Maar vrucht van de overtuigende werking van de Geest. Pas dan wordt de Bijbel Gods Woord in ons en tot ons. Dat was de Bijbel van te voren al wel. Maar wij waren er doof en blind voor. Dat neemt de Geest weg. Hij maakt mij horende en ziende. Hij neemt de bedekking van mijn hart weg. De schellen vallen van mijn ogen. Ik ga Christus zien in het gewaad van Zijn Woord. Ik hoor het hart van Vader kloppen (Polman). Ik beluister de stem van de Goede Herder. En hoe meer de Geest mij doet delen in de gunst Gods om Christus' wil, des te vaster raak ik er van overtuigd dat de Schriften, alle zes en zestig boeken tesamen, van God zijn.
De Geest verlicht èn bezegelt. Verlicht tot het aanschouwen van het heil in de Schrift. Bezegelt het kindschap Gods. Het gevolg daarvan is: ik geloof nu niet meer de waarheid van de Schrift uit kracht van opvoeding of traditie, maar ik heb het via de Geest nu zelf uit Gods mond gehoord. Ik weet het zeker dat de Schrift ons van God geschonken is.
Tot deze overwegingen brengt ons het zelfgetuigenis van de Schrift.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's