Terugblik op Melbourne (1)
De conferentie van Melbourne stond vooral stil bij het centrale thema uit het Onze Vader: 'Uw Koninkrijk kome'.
Vorige maand, om precies te zijn van 12 tot en met 24 mei, vond in de Australische stad Melbourne de negende zendingsconferentie van de Wereldraad van Kerken (Commissie voor Wereldzending en Evangelisatie) plaats. Deze conferentie was een vervolg op de eerdere zendingsconferenties van Mexico (1963) en Bangkok (1973) en trok ook een aantal theologische lijnen uit de zestiger en zeventiger jaren krachtig door. Stond Bangkok nog vooral stil bij het thema van het heil (salvation), waarbij ook het begrip 'bevrijding' een belangrijke plaats kreeg, de conferentie van Melbourne stond vooral stil bij het centrale thema uit het Onze Vader: 'Uw Koninkrijk kome'. De theologie van het Koninkrijk nam dus in Melbourne een centrale plaats in. Uit de verschillende subthema's of 'sekties' bleek wel dat het centrale thema gekoppeld werd aan de theologie van de bevrijding en de theologie van het kruis.
De vier sekties waren:1. Het Goede Nieuws aan de Armen; 2. Het Koninkrijk Gods en de Worsteling der Mensen; 3. Het Getuigenis der Kerk met betrekking tot het Koninkrijk en 4. De Uitdaging van de Gekruisigde Christus aan de Menselijke Machten.
In Bangkok werd geconstateerd: 'Daarom zien wij in de strijd voor economische gerech tigheid, politieke en culturele vernieuwing elementen van de totale bevrijding (liberation) van de wereld door de zending van God.' Melbourne zegt dit Bangkok na, maar plaatst de strijd voor de betere wereld veel sterker in de context van de doorwerking van Gods Koninkrijk. Zoals Emilio Castro, de direkteur van de Commissie voor Wereldzending en Evangelisatie, het uitdrukte: 'Het Evangelie van het Koninkrijk is niet ons privé bezit waarvan we naar willekeur afstand kunnen doen. Het hoort hen toe tot wie het gericht is. Het behoort hen toe die buiten de kerk staan. Ik heb niet het recht daarover altijd te blijven zwijgen. Integendeel, ik moet voortdurend zoeken naar betere wegen om het op de juiste wijze te verkondigen...' De verkondiging van het Evangelie van het Koninkrijk sluit in de aansluiting bij dat Koninkrijk, de deelname" aan de worsteling ervan. Evangelisatie wordt dan revolutionaire betrokkenheid, bekering wordt een verandering van onze praktijk en ons geloof wordt een toewijding aan de Koning.' Het Rijk onttrekt zich niet aan de worsteling der mensen, integendeel het is de stuwlaacht achter de worsteling om de betere wereld en hoe meer 'tekenen van het Rijk' er worden opgericht, hoe verder we vooruit komen. Of, zoals het rapport van sektie II het uitdrukt: 'De specifieke taak van de kerken die zich temidden van de worsteling der mensen bevinden is de uiteindelijke openbaring van God in Jezus Christus door te geven en aldus in Naam van de Zoon en met hulp van de Heilige Geest zodanig zichbare tekenen op te richten waardoor nieuwe hoop gegeven wordt aan allen die uitzien naar een menselijker wereld.' Maatschappelijke en politieke veranderingen worden in het perspectief van de werkingssfeer van het Rijk geplaatst en gesproken wordt, in hetzelfde sektierapport, over 'de bredere veranderingen in de maatschappij die in de richting van het Koninkrijk tot stand zouden kunnen komen'. De strijd om gerechtigheid en mensenrechten, de solidariteit met de armen en de oorlogsverklaring aan rijken en hun rijkdom en aan de kapitalistische maatschappijstruktuur en de transnationale ondernemingen, dat alles is onderdeel van de worsteling om de betere wereld. In Jezus Christus, als Heere van het Rijk, wordt de radikale uitdaging van alle pogingen die vrouwen en mannen van hun mensenrechten beroven, gevonden.
'Kerken en christenen zijn geroepen deel te nemen in de strijd voor de mensenrechten... en deze strijd is op zich al een centraal element in de totale zending om door woord en daad de gekruisigde en verrezen Christus te verkondigen.' Interessant is dat in hetzelfde sektierapport gezegd wordt dat het Koninkrijk niet zonder verwantschap (not unrelated to) met de opbouw van een maatschappij die gelijke kansen voor allen schept, is. 'In landen met centraal geleide economieën moet de prediking en het getuigenis van het Koninkrijk mensen helpen Jezus te herontdekken als de bevrijder van de mens van alle machten die hen onderdrukken, vervreemden en bedreigen, hetzij in oude, hetzij in nieuwe strukturen.' Hoewel daartegen wel verzet rees in de discussies in enkele plenaire vergaderingen was er toch een sterke tendens aanwezig in het socialistisch maatschappij model iets van de doorwerking van het Rijk te ontdekken. Het was de Birmese baptist die in één van die vergaderingen opmerkte dat het rapport veel positiever is over het socialisme dan over het kapitalisme, maar 'we moeten toch ook de werkelijkheid van oerzonde (original sin) voor ogen blijven houden'. Met andere woorden: beide, kapitalisme en socialisme, staan onder het oordeel. De tendens om het socialisme te verbinden met het Rijk Gods was ook sterk aanwezig in de voorbereidende bijdrage van de Nederlandse Zendingsraad aan Melbourne, waarin Rijk Gods en marxistische maatschappij-analyse met elkaar in verband worden begracht.
Nu is hiermee niet gezegd dat er in Melbourne ook niet andere, correctieve, geluiden gehoord werden. Vooral uit de hoek van de zgn. 'evangelicals' en de orthodoxen klonken vele goede geluiden, al opereerden die 'evangelicals' vooral op de achtergrond. De orthodoxen wezen erop dat er een sterke tendens was de rol van de kerk te laten opgaan in het Koninkrijk. Dat de kerk in het rapport van Sektie III werd gezien als 'noodverblijf' leverde de gedegen kritiek van de grieks-orthodoxe bisschap Anastasios op aan wiens vele interventies in de diverse plenaire vergaderingen ik goede herinneringen overhoud. De kerk is niet maar een 'noodverblijf' en hangt er ook niet maar bij, neen, zij neemt in het Evangehe een zeer centrale plaats in. Daarom werd in het definitieve rapport de term 'noodverblijf' ook geschrapt. De Noorse lutheraan Age Holter, die ook veel meer dan de evangelicals, in de plenaire vergadering bij herhaling zijn mond opendeed merkte op dat in het rapport van Sektie III zijn suggestie om nadrukkelijk over de wederkomst van Christus te spreken in het geheel niet was opgevolgd en hij wilde dat dat alsnog gebeurde. Het gaat hier niet om iets dat 'overbodig' is. Ook is het, aldus Holter, niet zo dat het Koninkrijk Gods het produkt van evolutie of optimisme is, veeleer is het een redikale nieuwe doorbraak in en door Jezus Christus.
Heel ellendig - ik kan het hier niet anders uitdrukken - deed de discussie over het woordje 'Vader' in de inleiding van het Sektierapport aan. Hele discussies zijn er openlijk en achter de schermen gevoerd over de vraag of we God wel als 'Vader' mogen aanduiden, omdat sommige vrouwelijke deelneemsters meenden dat het woordje 'Vader' een aanduiding van God was die discriminerend voor de vrouw was. Zij wilden die uitdrukking 'Vader' vervangen door het meer neutrale 'God'. Uiteindelijk kwam men tot het compromis 'God de Vader', maar ook dit bleek een Amerikaanse dame tegen het eind van de conferentie niet tevreden te stellen: zij stelde voor alsnog het woordje 'Vader' te schrappen. Toen is daarover nog gestemd met als resultaat dat het woordje Vader gehandhaafd bleef.
Deze vertoning kwam op mij ridicuul, zo niet godslasterlijk, over. Een congres van kerken, dat vergaderend rond een thema uit het Onze Vader, nl. 'Uw Koninkrijk kome', moet stemmen over de vraag of we God wel met Vader mogen aanduiden! Het typeert het beneden peilse niveau van enkele discussies wel. In een tweede artikel over Melbourne hopen we iets nader in te gaan op het rapport van Sektie IV en de daarin aanwezige theologie van het kruis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's