Kerk in meervoud
(Wettige en onwettige pluraliteit)
Veeg tekenHet zo nadrukkelijk en zo uitvoerig spreken over de pluraliteit binnen de kerk is op zichzelf reeds een veeg teken. Het betekent dat men meer belangstelling heeft voor de grenzen dan voor het midden! Men komt niet meer vanuit het hart en vanuit de eenheid op, om van daaruit dan de grenzen vast te stellen, maar omgekeerd: men is geïnteresseerd in de grenzen, nl. om onder een schijn van recht bij elkaar te houden wat niet bij elkaar hoort. Thans komen wij tot het getuigenis van het Nieuwe Testament. Bestaan er binnen het Nieuwe Testament soms zulke verschillen, dat daardoor de pluraliteits-idee, gelijk die door dr. Vlijm en vele anderen wordt geponeerd, gerechtvaardigd wordt, en zodat men daarop een plurale kerk kan gronden?
Veeg teken
Het zo nadrukkelijk en zo uitvoerig spreken over de pluraliteit binnen de kerk is op zichzelf reeds een veeg teken. Het betekent dat men meer belangstelling heeft voor de grenzen dan voor het midden! Men komt niet meer vanuit het hart en vanuit de eenheid op, om van daaruit dan de grenzen vast te stellen, maar omgekeerd: men is geïnteresseerd in de grenzen, nl. om onder een schijn van recht bij elkaar te houden wat niet bij elkaar hoort. Thans komen wij tot het getuigenis van het Nieuwe Testament. Bestaan er binnen het Nieuwe Testament soms zulke verschillen, dat daardoor de pluraliteits-idee, gelijk die door dr. Vlijm en vele anderen wordt geponeerd, gerechtvaardigd wordt, en zodat men daarop een plurale kerk kan gronden?
Nieuwe Testament
Dat er al in de oud-christelijke gemeente, waarvan het Nieuwe Testament bericht, verschillen waren, zal niemand ontkennen, maar: van welke aard waren zij, en inhoeverre werden zij getolereerd, en waar trokken de apostelen de grenzen?
Het gaat niet aan om, zoals zo vaak in dit verband gedaan is, te wijzen op de verschillen in de gemeente te Korinthe, waarover 1 Korinthe 3 ons bericht. Er werd niet door Paulus, door Petrus (Cefas) en door Apollos een van elkaar verschillende leer gebracht; daarvan blijkt niets. Wel waren er onder de Korinthiers groepen, berustend op persoonlijke voorkeur voor een zojuist genoemde dienaar van het Evangelie. En dit was tegen de wil van de apostelen in, Paulus althans heeft zich er krachtig tegen verzet. Zelfs groepsvorming louter uit persoonlijke voorkeur viel dus volgens Paulus buiten de grenzen van een legitieme pluraliteit in de gemeente. Dit Schriftgedeelte pleit dan ook veeleer tegen dan voor de moderne pluraliteits-idee.
Het gaat ook niet aan om zich ten behoeve van deze pluraliteits-idee te beroepen op de verscheidenheid van de apostelen. Paulus had herhaaldelijk contact met de andere apostelen. Gezamenlijk slechtte men de moeilijkheden, die ontstaan waren door de uitbreiding van de kerk onder de heidenen, en men kwam tot een gezamenlijk opstellen van bepalingen (dogma's staat er in het Grieks), die allerwegen in acht genomen moesten worden (Handelingen 15).
Eenheid en verscheidenheid
Eenheid en verscheidenheid Dat er in stijl en thematiek in de brieven der apostelen verschillen zijn aan te wijzen is heel natuurlijk, en zal ook niemand willen ontkennen; maar daaruit mag men niet concluderen dat er verschil van geloofsinzicht was, dat men in de leer niet één was. Er was verscheidenheid der gaven (1 Korinthe 12, 4) maar in het éne lichaam van Christus had men: 'Eén Heere, één geloof, één doop' (Efeze 4, 5). Nergens heeft Paulus in een van zijn brieven ooit geschreven tegen een andere apostel; en andere apostelen hebben nooit tegen hem geschreven. Als daar reden toe was geweest, zou dat zeker gebeurd zijn, want Paulus schreef wel tegen de Judaisten en tegen hen die behept waren met gnostische ideeën; en Johannes en Petrus deden dat ook.
In hun afwijzing van de dwaalleer waren zij allen zeer beslist. Wat heden naar het schijnt zonder enige moeite als wettig zal worden geacht binnen de plurale kerk van de toekomst, werd door de apostelen zonder meer afgewezen.
Geen vaag Evangelie
Ook zij stelden het Evangelie als norm, maar zij spraken over het Evangelie bepaald niet in vage termen, zodat bijkans iedereen er eigen kant mee kon uitgaan. Zij omschreven het heel duidelijk. Het Nieuwe Testament is vol confessionele, belijdende uitspraken. Op grond van deze uitspraken konden ook onze gereformeerde vaderen zich in hun belijdenissen duidelijk en klaar over het Evangelie uitspreken.
Is er dan, zo vragen wij tenslotte, niet de mogelijkheid van een wettige pluraliteit in de gemeente? Ons antwoord is: die is niet alleen een mogelijkheid maar ook een wérkelijkheid en dient ook erkend te worden. Reeds herhaaldelijk hebben wij in het bovenstaande op het bestaan ervan gezinspeeld. Zij is er in het Nieuwe Testament, zij was er ook in de kerk der Reformatie. Zij is door de gereformeerde vaderen ook erkend.
Dat laatste wil ik even extra onderstrepen, opdat men niet zal menen, dat er op dit punt door ons een verzuim zou in te halen zijn. Al wil ik niet ontkennen dat men binnen de gereformeerde traditie niet altijd op dit niveau van de erkenning van een wettige pluraliteit gestaan heeft. Men werd soms enger dan de Belijdenis, en dat komt nog genoeg voor.
Geneve en Zurich
Geneve onder leiding van Calvijn en Zurich onder leiding van Bullinger kwamen tot aanvaarding van eenzelfde belijdenis met betrekking tot het heilig avondmaal, waarbij men wederzijds van eigen formuleringen wat prijsgaf.
Bullinger volgde ook niet ten aanzien van de praedestinatie alle uitdrukkingen die Calvijn gebruikte, sommige uitspraken vond hij te hard, oOk al was hij het wat het wezen van de zaak betreft met Calvijn geheel eens; beide hervormers waren en bleven niettemin hartelijk met elkaar verbonden. Het verschil liep slechts over formuleringen en over de manier waarop de praedestinatie aan de orde moet worden gesteld.
En toen later in de Nederlanden de Remonstranten meenden zich op Bullinger te kunnen beroepen hebben de Dordtse vaderen, onder andere bij mond van Trigland toch niet daarom Bullinger laten vallen, maar in het licht gesteld wat het punt van verschil was en erkend de wettigheid ook van Bullingers visie, ook al hadden zij zelf gewoonlijk een wat andere opvatting.
Dordtse Synode
Nog een voorbeeld: Er waren op de Dordtse Synode representanten van het supra-en van het infra-lapsarische standpunt; beide zijn geaccepteerd, omdat beide vielen binnen het kader van de Belijdenis, en men er meer een schoolkwestie in zag, die onder de theologen ter discussie kan staan, dan een zaak waar de gereformeerde prediking mee staat of valt.
Petrus van Mastricht
Nog een voorbeeld: De Voetiaanse Utrechtse hoogleraar Petrus van Mastricht heeft in zijn befaamde dogmatiek Beschouwende en Praktikale Godgeleerdheid (deel I, biz. 15) nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen de Remonstranten; niet allen rekent hij tot de haeretici (ketters), sommigen tot de schismatici (scheurmakers); tot de laatste groep rekent hij die Remonstranten die zich alleen maar achter de 5 Artikelen stelden en zich nadrukkelijk distantieerden van de socinianen. Van Mastricht zegt niet of met deze Remonstranten ook kerkelijke gemeenschap mogelijk zou zijn geweest, maar duidelijk is in elk geval, dat hij over hen een vrij mild oordeel had. Waarschijnlijk leed hij onder de spheur die ontstaan was, waarbij ook wel broeders betrokken geraakten die in feite bij de tegenpartij niet thuis hoorden. Ook Willem Teellinck heeft in zijn Euhulus een soortgelijk geluid doen horen. Uit deze voorbeelden moge duidelijk zijn dat men binnen de gereformeerde traditie in het verleden wel degelijk geweten heeft van een erkenning van de verscheidenheid binnen de eenheid.
Ruimhartigheid
Bij alle theologisch geharrewar dat er was, was er toch ook soms mildheid en ruimhartigheid. Men wist dat de grenzen van de pluraliteit liggen bij de Belijdenis.
Ik zeg niet dat men altijd op dit niveau gestaan heeft. Sommigen zijn ertoe gekomen en zelfs al vrij spoedig om inplaats van de grenzen van een legitieme pluraliteit te leggen bij de objectieve Belijdenis ze te leggen bij de subjectieve bevinding.
En nog komt dat voor in bepaalde sectoren van de Gereformeerde Gezindte.
En ook op andere wijze kan de wettige pluraliteit worden aangetast. Men kan elkaar om een bepaalde verbondsbeschouwing of om een andere benadering van de orde des heils, ook al valt zij geheel binnen het raam van de Belijdenis, verketteren; of zelfs om nog veel kleinere aangelegenheden.
Ik zeg niet dat over al deze zaken niet gediscussieerd zou mogen worden, en zo nodig zelfs hard gediscussieerd, maar waarom houdt men de kwestie niet binnen hun proporties in plaats van er kerkscheuringen of verketteringsprocedures van te maken?
De proporties
Wij erkennen: Uiteindelijk is niets in de dogmatiek onbelangrijk, en kleine afwijkingen kunnen grote gevolgen hebben, maar er moet en mag toch ook ruimte zijn. Wij mogen niet enger worden dan de Belijdenis is.
Ten aanzien van het spreken over een wettige pluraliteit in de kerk komt naar mijn gevoelen alles aan op de inzet, dus van waaruit men spreekt. Wie waarlijk leeft in innige gemeenschap met het geloof der vaderen, waarin zij getrouw vertolkt hebben wat de Schrift leert, die heeft geen moeite met de drie Formulieren van Enigheid en die - maar dan ook die alleen - heeft recht om eventueel bezwaren te maken tegen een formulering hier of een formulering daar, - want wij zijn geen letterknechten; en die - maar dan ook die alleen - heeft recht van spreken over de pluraliteit binnen de kerk. En dan kunnen allerlei zaken aan de orde komen, als bijvoorbeeld het verschil in - wat men tegenwoordig bij voorkeur noemt - spiritualiteit, verschillen in de prediking en liturgische kwesties.
Mijn bezwaar is dat men deze kwesties zo vaak behandelt als op zichzelf staande kwesties. Ook in eigen kring is er het gevaar dat men zich vastbijt in hetgeen marginaal is, inplaats van te spreken vanuit het hart van de zaak. Wie vanuit het hart van de zaak spreekt, spreekt er anders over, dan wie dat niet doet. Die spreekt er ook behoedzamer over, want hij wil niet verliezen wat hij mag bezitten, samen met de kerk van alle eeuwen.
Spiritualiteit
Wat de spiritualiteit betreft, het moet erkend worden, dat de wegen Gods niet met alle mensen enerlei zijn. Het hart van de zaak is, dat wij zeggen: kennis van zonde en genade is voor ieder nodig, en dat de genade om niet is, en dat wij niet door de werken maar door het geloof gerechtvaardigd worden. Wij hebben van deze benaderingswijze een treffend voorbeeld in onze Catechismus, die hetwezen van de bekering beschrijft, zonder een bepaalde wijze van bekering voor te schrijven als Wet.
Prediking
Wat de prediking betreft, het moet erkend worden dat het legitiem is dat er verschillende accenten worden gelegd. Alleen, eigen accent mag niet verabsoluteerd worden. Smytegelt en Kohlbrugge sloegen zeer verschillende to nen aan, toch waren zij beiden gereformeerd en hadden zij beiden de Belijdenis der kerk van harte lief. Er waren onder hen behoorlijke accentsverschillen. Ik zeg niet dat die niet van betekenis zijn en dat er geen gevaren in schuilen kunnen, maar zij geven geen recht tot verkettering; zij zijn binnen de ruimte van een Gereformeerde kerk niet alleen te tolereren maar ook volstrekt legitiem.
Liturgie
Wat betreft de liturgie, het moet erkend worden dat met het zingen van een gezang, om slechts dit ene te noemen, niet het gereformeerde karakter van een kerk staat of valt. Maar deze kwestie is toch ook niet een op zichzelf staande kwestie. En indien men in het verleden in hervormd-gereformeerde kring wat beducht was voor het zingen van gezangen, dan heeft dat alles te maken met twee dingen; ten eerste het gezangenboek waarmee men in concreto te maken heeft, en in de tweede plaats met een wettige bezorgdheid dat door het vrije lied de gemeente in verzoeking wordt gebracht af te wijken van het Evangelie gelijk het in de Belijdenis verwoord is.
De Belijdenis de grens
Wij eindigen. Er is een wettige en een onwettige pluraliteit in de kerk. De grens ligt bij de Belijdenis. In de Nota van de werkgroep Kernen van belijden wordt dat niet zo gesteld. Dat doet ons vrezen.
Laat ons voornaamste verweer zijn: leven uit en bij het geloof dat in de Belijdenis vertolkt is. Dat is: leven uit het hart van de zaak. Maar dan verder ook ruim van hart zijn. Zo dienen wij beide: de zaak van de waarheid en die van de eenheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's