De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

De kerk in Taiwan

Taiwan, het vroegere Formosa, is het eiland waar Chiang-Kai-Shek zich vestigde na zijn nederlaag tegen Mao. Chiang maakte van Taiwan een laatste bolwerk in de strijd tegen het communisme. Militair en economisch werd het eiland tot een sterke basis gemaakt. Maar tegelijk werd het eiland voortdurend in een staat van beleg gehouden. Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering waren ook op Taiwan niet mogelijk. De strijders tegen het totalitaire regiem werden zelf tot onderdrukkers. Nog onlangs braken onlusten uit tussen de bevolking en de machthebbers. Ik ontleen deze gegevens aan een artikel van dr. J. V. d. Linden in het Centraal Weekblad van 11 juni. Van der Linden wijst erop dat Chiang's politiek juist geleid heeft tot verzwakking van de geest van verzet tegen het communisme. Taiwan dreigt van binnenuit een prooi te worden van China. Hoe is nu in dit geheel de positie van de kerk?

In het licht van dit alles krijgen we meer zicht op de positie - de benarde positie - van de kerken op het eiland en zeker die van de kleine Presbyteriaanse Kerk, die ons het naast staat. De secretaris-generaal van die kerk, dr. C. M. Kao, is onlangs gevangen genomen.

Oorzaak van deze vervolging zou zijn, dat deze betrekkelijk kleine kerk, niet meer dan 200.000 leden op een bevolking van achttien miljoen, het opneemt voor herstel van de mensenrechten op Taiwan.

Het is niet de eerste keer, dat onze broeders en zusters daar kennis maken met verdrukking en vervolging. Formosa ging eerder gebukt onder het zware juk van een Japanse bezetting. Japan zette toen alles op alles om de bevolking te dwingen in het strakke keurslijf van de Japanse taal en cultuur. De Chinese bevolking van het eiland en zeker de kerken daar, ontstaan uit Engelse en Canadese zendingsarbeid, moesten daarvan niets hebben. Gevolg: argwaan van Japanse kant eerst, later vervolging en zware druk. De kerken zaten toen in het hoekje waar de slagen vielen, maar zij weigerden hun kerk te brengen onder de controle van de bezetter.

Toen bij het begin van de Tweede Wereldoorlog de westerse zendelingen Formosa moesten verlaten, lieten ze een kerk achter die al eerder een vuurproef had doorstaan.

De geschiedenis herhaalt zich blijkbaar nu.

Maar ook nu kennen de kerken hun opdracht en de arrestatie van dr. Kao is in ieder geval bewijs, dat hun stem wordt gehoord en gevreesd.

Wat zijn de vooruitzichten voor Taiwan? De crisis, die daar ontstond, is op zichzelf verontrustend genoeg. Amerika zal zich ook afvragen of het de achterhoedegevechten van de Kuomintang nog langer kan steunen. Er gaan geruchten over grote wapenleveranties.

Het ware te wensen, dat Amerika inzake Taiwan ook op de bres bleef staan voor de mensenrechten, zoals Carter eens daarvoor opkwam. Dan zouden die wapenleveranties afhankelijk kunnen worden gesteld van handhaving van de rechten van de mens ook op Taiwan. Of liever nog stringenter: Amerika zou wapenleveranties moeten verbieden, totdat de flagrante schending van de mensenrechten zoals die nu plaats vindt daar, wordt beëindigd en o.a. de arrestanten van Kaohsiung en de kerken zijn vrijgelaten. Amerika kan dat doen, op grond van het laatste verdrag met Taiwan, gesloten in 1979. Daarin worden wapens beloofd, maar is ook uitdrukkelijk vastgesteld, dat 'niets zal worden ondernomen, dat indruist tegen de erkenning van de mensenrechten van alle achttien miljoen inwoners van Taiwan'.

Intussen las u o.a. in Centraal Weekblad, d.d. 24-5-1980, dat de Zending van de Gereformeerde Kerken bij de president van Taiwan geprotesteerd heeft tegen de golf van arrestaties en vooral van die van dr. C. M. Kao, de secretaris-generaal van de Presbyteriaanse Kerk daar.

Een later bericht maakte duidelijk, dat de regering van Taiwan geweigerd had een internationale delegatie te ontvangen, die de Presbyteriaanse Kerk aldaar kwam bezoeken. Volgens die delegatie zouden de vervolgingen zijn begonnen, toen de kerk het evangelie ging toepassen op het dagelijks leven (sic!).

De Kuomintang zelf heeft verklaard, dat dr. Kao zeker geen poging tot samenzwering tegen de regering zal worden ten laste gelegd. Deze uitspraak werd gedaan tijdens een audiëntie van een eigen delegatie uit de Presbyteriaanse Kerk bij de secretaris-generaal van de Kuomintang.

De kerken zelf zoeken daar dus naar middelen en wegen om hun zaak te bepleiten. Zij laten daarbij geen twijfel erover bestaan, dat zij het tot hun taak rekenen, de overheid kritisch te begeleiden. De oosterse wijzen kennen hun tijd en wijze. Zeker in Azië - ik denk met name aan de lessen, die onze zending in Indonesië leerde - zullen westerse instanties er goed aan doen met protesten zeer terughoudend te zijn. Zij klinken altijd anders in oosterse oren, dan wij in het Westen bedoelen en hebben daarom vaak averechtse uitwerking.

Toen ik het eerste bericht las, heb ik me dan ook afgevraagd, heeft soms de Presbyteriaanse Kerk van Taiwan, waarmee wij niet in correspondentie staan en met wie onze kerken niet rechtstreeks samenwerken in de zending, een verzoek gericht aan onze kerken om een eigen protest in te dienen bij de regering van Taiwan?

En als dat het geval mocht zijn, was het dan niet gewenst dat een dergelijk protest zo krachtig mogelijk werd uitgezonden, niet door een bepaald deputaatschap maar door de synode van onze kerken zelf?

Intussen ben ik wel blij, dat door dit alles het zoeklicht op de kerken in Taiwan werd gericht. Ik denk, dat wij van onze broeders en zusters in de storm daar heel wat kunnen leren. In 'de tijd der catastrofen' kunnen ook wij elk ogenblik in een zelfde situatie terecht komen. Dan zullen wij geroepen zijn aan vriend en vijand rekenschap te geven van de hoop die in ons is. Dan zal er een ander vuur moeten branden, dan nu maar al te vaak smeult onder as.

De venijnige aanvallen op het evangelie en de kerk laten ons wel zien, dat de machten in de wereld het evangelie meer serieus nemen dan vele aanhangers van het christendom.

Dat ervoeren de eerste christenen na Pinksteren, dat ervaren ze nu daarginds in Taiwan. Wie zijn bijbel kent, weet dat eens over heel de wereld de grote verzoeking zal komen. Waar staan wij dan?

De kerk van Christus staat met haar eigen opdracht in de samenleving. Haar trouw aan het Evangelie betekent menigmaal een botsing met machten en ideologieën. En inderdaad, wij onderstrepen graag de woorden van v. d. Linden: Het komt erop aan of we in de ure van de verzoeking vasthouden wat we ontvangen hebben.

Missionaire gemeente

In het bulletin van de theol. etherleergang Rondom het Woord zijn in het eerste nummer van de 22e jaargang enkele bijdragen opgenomen in het kader van het projekt Zending in Nederland. In een van deze bijdragen signaleert drs. R. Weverhergh de gevaren die onze welvaartsmaatschappij bedreigen, de ontbindende tendenzen en het gebrek aan waarachtige gemeenschap. Hij pleit voor een diakonale gemeenschap zodat de gemeente weer waarlijk missionair in de wereld komt te staan.

Een jonge pastor vertelt zijn wedervaren aan een theologie student: 'In mijn wijk is het grootste probleem de woningnood. En dat wordt gekombineerd met andere faktoren waarvan de drank de grootste is. En dan is er nog het sexuele probleem. Die drie samen veroorzaken dat er steeds mensen op straat komen. Of door drank of door andere ruziepartijen. Dan staat daar weer iemand op straat met al zijn spullen, zijn lakentjes. En hij komt er beslist niet meer in of hij krijgt een kogel in zijn knar. Naar wie gaan ze dan? Naar de pastor van de wijk hier, want dat is zo'n aardige man, daar kun je altijd wel terecht. Hij had ook altijd echt mensen in huis. Toen is er door die pastor gezegd: Ik kan het zelf niet want er is ook vaak geen plaats. Er waren in de gemeente ook mensen die er zelf al mee bezig waren. Die hebben de koppen bij elkaar gestoken en die hebben gezegd: We gaan naar de burgerlijke gemeente. We willen een pand zodat we ook werkelijk aan de slag kunnen. De pastor heeft er wel op gelet dat het niet het initiatief was van de pastoor. 'De buurt helpt de buurt' was het motto.

Wat voor moed vergt het om je als kerk met de misère van sociaal zwakke groepen te gaan bemoeien.

Het werd voor die pastores en voor de vrijwilligers een soort woestijnervaring, de ervaring van een onvoorstelbare leegte, waarbij de bijbel in hun broek zat te branden, maar waarbij zij geen enkele mogelijkheid zagen er een woord van te verkondigen. Toch blijven zij met vrijwilligers dat stukje ellende opvangen. Kerk staat hier in dienst van een stukje samenlevingsopbouw, waar kansarme groepen worden geholpen. Kerk heeft hier geen poot om op te staan, kan die mensen nooit overtuigen om naar dat kerkgebouw te komen en mee te komen vieren met mensen die zo anders gekleed zijn en die zo'n andere taal hebben dan zij. Kerk heeft hier slechts handen om te helpen, te genezen, daar waar de handen van welzijnswerkers nog ontbreken. De missionaire gemeente in Nederland engageert zich voor de kansarme mens. Die keuze is partijdig. Het kenmerkende van diakonie in de gemeentes die wij bezochten is, dat de klemtoon valt op de direkte relatie met mensen en dat dan pas geld geven belangrijk kan worden. Geld geven kan anders een vlucht voor verantwoordelijkheid zijn, een gemakkelijk middel om het geweten te sussen en toch de handen schoon te houden. Ook de diakonie van groepen die werken voor de derde wereld gaat steeds meer uit van dat direkte kontakt, een relatie waardoor wederkerigheid ontstaat. De groep die om hulp vraagt, heeft ons een rijkdom te bieden die wij niet meer kunnen kopen, namelijk het bewustzijn van onze blinde ongerechtigheid, het inzicht dat wij onze levensstijl moeten veranderen om waarachtig christen te zijn en onze hoop op de toekomst te behouden.

Een ander kenmerk van missionaire gemeenschappen is, dat zij steeds duidelijker de politieke dimensie van de diakonie gaan zien. De diepe innerlijke motivatie veronderstelt ook een keuze voor een rechtvaardiger samenleving. Deze keus is vaak pijnlijk en veroorzaakt in heel wat gemeentes en parochies spanningen.

Een ding staat vast: een missionaire gemeente is betrokken bij de samenlevingsopbouw dichtbij en veraf. In beide gevallen gaat zij uit van konkrete relaties met de noodlijdenden in wijk en wereld. Daardoor wordt de diakonie ook vruchtbaar voor de helper en ontstaat er wederkerigheid.

Ongetwijfeld spreekt uit dit alles een diepe bewogenheid met een ontwortelde en op drift geslagen samenleving, met hen die daarin gebrek lijden en onder ongerechtigheid gebukt gaan. Wij mogen voor dat alles onze ogen niet sluiten. Integendeel, de gemeente van Jezus Christus zal de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan juist in deze tijd serieus moeten nemen. En het is ook waar dat die dienstvaardigheid een van de gestalten van de missionaire gemeente is.

Toch blijf ik wel met een aantal vragen zitten. Het zijn dezelfde vragen die ook destijds gesteld zijn toen het projekt Zending in Nederland van start ging.

Wat is zending'? Uit dit artikel krijg je de indruk dat de zending van de kerk primair een stuk samenlevingsopbouw is. Maar waar blijft hier de prioriteit van de Woordverkondiging met het appèl aan mensen om hun redding buiten zichzelf in Christus te zoeken?

Wat is de nood waaraan mens en samenleving lijden? Stellig is er maatschappelijk en sociaal veel nood. Stellig ligt hier een diakonale opdracht. Maar juist het diakonaat weet van de bron waaraan alle hulp ontspringt, omdat het dient te weten van de diepste nood, de vervreemding van God. Dan zijn we er niet met het ontwerpen van politieke aktiemodellen, verbetering van strukturen enz. Samenlevingsopbouw is belangrijk. Maar het Evangelie stelt in de eerste plaats de vraag: Hoe kan ik samenleven met God? Niet om daarmee die andere vragen onder de tafel te werken. Natuurlijk is er het aspect van de sociale gerechtigheid. Maar ik vrees dat het in dit pleidooi voor een missionaire gemeente het een en het al is. Het is toch geen achterhaalde zaak te spreken van zonde en genade, bekering en oordeel? Of werkt hier dan toch door de horizontaliseringstendens van de zestiger jaren toen men zei: Moderne mensen interesseren zich niet meer voor de vraag van Luther.

Het is goed en weldadig dat men het geschrei hoort van hen die maatschappelijk en sociaal verkommeren. Maar ik mis in dit verhaal toch de bewogenheid met hen die verloren dreigen te gaan omdat zij buiten God en daarmee zonder hoop leven. Wanneer Weverbergh schrijft: 'Oecumene houdt niet op bij het gesprek met de andere geloofsgroepen. Oekumene betekent ook de blijde boodschap brengen aan de niet-gelovige wereld opdat de hele wereld één worde', en wanneer hij in dat kader pleit voor een dialoog met het ongeloof om zo mee te werken aan de eenwording van de hele wereld, dan mis ik hier toch de bijbelse oproep tot bekering en geloof aan allen die nog buiten staan. Gaat het om eenwording van de wereld? Of gaat het om de erkenning van de heerschappij van Jezus Christus door het geloof in Hem? De vraag naar de missionaire gemeente staat en valt met het antwoord op deze vragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1980

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's