Uit de Synode
We konden ditmaal de vergadering van de hervormde synode, die 12 en 13 juni in Driebergen werd gehouden, niet bijwonen, en volstaan daarom met enkele dingen globaal weer te geven die aan de orde kwamen.
Opvolging prof. Strijd
Aan de langdurige kwestie van de opvolging van prof. dr. K. Strijd, als kerkelijk hoogleraar aan de Amsterdamse Universiteit, is een eind gekomen, nu de synode heeft benoemd dr. W. E. Verdonk uit Oegstgeest, sinds 1975 verbonden aan de rijksuniversiteit te Leiden met als leeropdracht 'christelijke ethiek en apostolaat'. Sinds 1976, toen de vacature ontstond, is er veel rumoer om de opvolging geweest, doordat uit Amsterdam sterke aandrang kwam om dr. G. H. ter Schegget te benoemen, hetgeen de commissie voor het Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs (TWO) niet wilde. Toen de voordracht van dr. Verdonk bekend werd heeft zijn voorganger prof. Strijd zich publiekelijk gedistancieerd van deze voordracht. Verdonk wil - zo lezen we in een interview in Trouw - 'geen klassenstrijd, wel burgerlijke ongehoorzaamheid'. Dat is het verschil tussen hem en dr. Ter Schegget, aldus prof. Strijd.
Een stelling uit het proefschrift Van Verdonk (1977) luidde: ' De kerk dient zich niet te laten verleiden tot de gedachte dat de klassenstrijd als middel tot interpretatie van de werkelijkheid haar een beter begrip zal bijbrengen van de situatie en de strijd van de Nederlandse arbeider in de huidige omstandigheden.’
Juist deze a-marxistische stelling heeft de kritiek opgeroepen van zijn voorganger. In het genoemde interview zegt Verdonk, dat verkregen vrijheid soms omslaat in een nieuwe verdrukking: 'het kolonianisme werd overwonnen, maar wat ervoor in de plaats kwam was lang niet altijd wat gehoopt werd.' 'Vrijheid kan nooit echte vrijheid zijn wanneer die gebaseerd is op de slavernij van anderen. Daarom heb ik nooit het dilemma 'rood of dood' begrepen.' Aldus dr. Verdonk.
Kernwapens
De afgelopen maanden hebben classes en gemeenten in de Hervormde Kerk zich bezig gehouden met de kernwapenproblematiek; dit aan de hand van een schets, die al eerder in de hervormde synode diende en die na de besprekingen daar is uitgewerkt en bijgewerkt.
Nu de 'eerste lichting' aan reacties uit de kerk binnen was heeft de synode zich in een vergadering, die het karakter had van een 'hoorzitting', opnieuw over de problematiek gebogen. Uit de reacties uit de kerk is duidelijk geworden, dat zeer intensief in brede kringen van de kerk over het vraagstuk is gesproken en dat er sprake is van 'algemene ongerustheid over dit vraagstuk’.
De Raad voor de Zaken van Overheid en Samenleving (ROS) heeft nu de opdracht gekregen een pastoraal geschrift samen te stellen, waarin 'het uitzicht van het evangelie, ook in de uiterste gevaren, wordt gesteld'. In een volgende vergadering zal dan worden bekeken 'óf c.q. hóé de kerk haar leden praktisch zal kunnen adviseren in het concretiseren van een 'neen'-standpunt inzake gebruik en bezit van kernwapens.’
Op dit moment heeft de synode geen uitspraak gedaan inzake het bezit van kernwapens. Ook in deze synode bleken - alsook in de gemeenten - uiteenlopende meningen als het gaat om een uitspraak terzake.
Het gaat intussen om zaken van het grootste belang, om een macro-ethisch vraagstuk van de eerste orde, waarvan oud. J. Haeck (Hoevelaken) zei: 'onze reformatorische wortels zouden ons in de voorste gelederen moeten brengen'. Maar de kerk mag in deze zaak'geen 'eenzijdige handreiking' geven, meenden anderen (o.a. ds. P. J. Droogers, Bodegraven).
Dopers-gereformeerd gesprek
Op de synode is een rapport 'Het dopers-gereformeerde gesprek in Nederland', besproken. Het is samengesteld door een aantal 'vertegenwoordigers van de gereformeerde traditie, t.w. dr. W. Balke, prof. dr. A. Geense en dr. K. Blei (Ned. Herv.), prof. dr. C. Augustein (Geref.) prof. dr. W. van 't Spijker (Chr. Geref. en een aantal vertegenwoordigers van de doperse traditie, t.w. prof. dr. H. B. Kossen, prof. dr. mr. J. A. Oosterbaan, drs. Sj. Vooistra (Doopsgezindte Sociëteit) en prof. dr. J. Reiling en drs. O. H. de Vroes (Unie van Baptisten Gemeenten). Omdat de vertegenwoordigers in de commissie niet tot een eensluidende verklaring konden komen hebben ze in het rapport zes nota's samengebracht, waarvoor elk van de samenstellers zelf verantwoordelijk zijn. De synode besloot nu de commissie te vragen de resultaten van de gevoerde gesprekken, zoals die zijn samengebracht in het rapport, 'op de meest geëigende manier te publiceren’.’
Uit de bijdrage van dr. J. Reiling en prof. dr. W. van 't Spijker over het verbond citeren we:
‘Waar de gereformeerden vanouds, theokratisch, heel de samenleving hebben gezien in het licht van de eis en van de belofte van het verbond, bleven de dopersen meer de nadruk leggen op de persoonlijke en vrijwillige keuze van de glovigen waardoor er een nieuw volk van God ontstaat, dat ten opzichte van de samenleving zich anders opstelde dan de reformatoren bedoelden.’
Daarnaast citeren we wat prof. dr. C. Augustein en dr. H. B. Kossen zeggen in hun bijdrage over 'het messiaans levens patroon' :
‘De gereformeerden zagen en schuwden van ouds de doperse beweging als een protestbeweging die de maatschappij niet onaangetast liet. Van de weeromstuit neigde de hoofdstroming van de Reformatie ertoe, zich met de bestaande orde te vereenzelvigen. Intussen is de kritische distantie ten opzichte van overheid en samenleving, die vroeger speciaal voor de dopers kenmerkend was, nu (op moderne wijze) binnen de gehele christenheid aan te treffen. Ze heeft allerwege sterk aan invloed gewonnen. Zo kunnen dopersen en gereformeerden het vandaag hier over een aantal fundamentele inzichten eens zijn.’
Deze paragraaf vormde voor ds. P. J. Droogers (Bodegraven) en mevrouw A. Mulder (Hoorn) aanleiding om een stemverklaring af te leggen, waarin zij stelden vóór de nota te zijn met uitzondering van déze paragraaf.
Er is in het politiek messianisme van vandaag, zoals dat in de maatschappij-kritische theologie aan de orde komt, sterke aansluiting bij bepaalde doperse elementen. Het is duidelijk, dat door diegenen, die hier positief tegenover staan, tegelijkertijd de Reformatie, die hier haar eigen strijd met de Dopersen had te strijden, ten aanzien van de verhouding van de kerk tot de samenleving in gebreke wordt gesteld.
Deze nota op zich, waarin overigens veel andere fundamentele zaken aan de orde komen (o.a. de kinderdoop) verdient intussen een brede(r) bespreking, niet in het minst ook door de genoemde paragraaf 'het messiaans levenspatroon', die om een kritische evaluatie vraagt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1980
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's