Terugblik op Melbourne (2)
Deze zendingsconferentie van Melbourne die vorige maand plaatsvond is in veel opzichten een manifestatie van de theologie van de bevrijding geworden. Die theologie werkte ook wel in Bangkok (1973) door, maar pas in Melbourne werd de invloed ervan op de oecumenische beweging in alle duidelijkheid merkbaar. Niet alleen uit de voorbereidingsstukken, maar ook uit talloze discussies en rapporten kwam naar voren dat het Koninkrijk en het Evangelie van het Koninkrijk gezocht moeten worden daar waar armen en verdrukten zijn die het recht hebben in naam van de hoop en de gekruisigde Christus in opstand te komen tegen de strukturen die onderdrukken. Melbourne was daardoor een uitgesproken politieke conferentie. De keuze van de lektuur op de boekentafel getuigde daar ook van: grote aandacht was ingeruimd voor boeken over 'derde wereld theologieën' en 'bevrijdingstheologieën'.
Ook de thematiek van de vier sekties geeft aan dat de relatie tussen theologie en politiek op dit congres allesbeheersend was. Terwijl door de 'zegeningen' van de communistische machtsgrepen in Vietnam, Cambodja, Afghanistan, Ethiopië en niet te vergeten ook Cuba enkele van 's werelds grootste vluchtelingenproblemen zijn ontstaan negeerde men in Melbourne die zaak volkomen en was elke poging om b.v. de Russische invasie in Afghanistan veroordeeld te krijgen tot mislukking gedoemd. De politieke lijn die men in Melbourne trok richtte zich dus zeer eenzijdig op allerlei kapitalistische uitbuitingsstrukturen.
Typerend voor de wijze waarop in Melbourne theologie en politiek met elkaar verbonden werden was de schriftelijke bijdrage van de huidige president van Zimbabwe, ds. Canaan Banana, bedoeld als bijdrage aan het thema van sektie I, 'Het Goede Nieuws aan de Armen'. Banana definieerde 'Het Goede Nieuws' aldus: 'Het Goede Nieuws is de vervulling van legitieme menselijke verwachtingen en de realisering van (menselijke) dromen. Het verlost en bevrijdt de armen en stelt hen in staat hun situatie te beschrijven, te analyseren en te begrijpen. Het is de arm waardoor de mensheid uit de grote morele lawine, in gang gezet door kwade en onderdrukkende strukturen wordt bevrijd.'
Goed nieuws voor de armen betekent slecht nieuws voor de rijken. 'De komst van. het Koninkrijk is dus een tijd voor gericht voor de rijken en hoop voor de armen' (Sektie I). Zonde wordt dan in de eerste plaats het onderdrukken van de armen en het in stand houden van verkeerde strukturen. Deze theologische benadering wordt voortdurend verdedigd met een beroep op Jezus' rede in de synagoge te Nazareth (Luk. 4).
Begrippen als kruis en opstanding worden in een uitgesproken politieke context geplaatst. Sterk werkt in het rapport van sektie IV over 'De Uitdaging van de Gekruisigde Christus aan de Menselijke Machten' Moltmanns theologie van het kruis door. Voor Moltmann maakt 'de situatie van de gekruisigde God menselijke situaties van onvrijheid en duivelskringen zichtbaar, die doorbroken moeten worden, omdat ze in Hem doorbroken kunnen worden' (De Gekruisigde God, p. 291; Ambo, Bilthoven).
Moltmann schrijft: 'Het Koninkrijk van God kan het socialisme zijn, maar daarmee is het socialisme nog niet het Koninkrijk van God.' (p. 294). In Melbourne zegt men hem dit na. Voor Moltmann is God 'een God van de armen, van de onderdrukten en van de vernederden. De heerschappij van de politiek gekruisigde Christus kan enkel worden verbreid door bevrijdingen waarin mensen vrij worden van machtsvormen die hen bevoogden en apatisch maken, en van de politieke religies waardoor deze worden gestabiliseerd'. Melbourne zegt dit Moltmann vrijwel letterlijk na en het is hier dat Moltmanns theologie van het kruis wordt gekoppeld aan de maatschappijanalyse van de theologie van de bevrijding. Niet zonder toeval heeft de leiding van de Commissie voor Wereldzending en Evangelisatie de Tübingse Nieuwtestamenticus Ernst Kasemann gevraagd een inleiding te houden over 'Gods Heerschappij in de Eindtijd'. Hij distantieerde zich weliswaar formeel van de theologie van de bevrijding, maar benadrukte toch tegelijk 'de wereldwijde politieke dimensie van het Evangelie'. Jezus was geen revolutionair, maar Zijn optreden had wel wereldwijde revolutionaire gevolgen, daar de Gekruisigde Zijn Rijk; aan tirannen en machtswellustelingen ontrukt. Voor de kerk is er geen andere plaats dan het verzet tegen de bestaande orde, zij is 'de verzetsbeweging van Christus op aarde'. Een aarde die overal 'ontdemonisering' nodig heeft. Wanneer Kasemann over demonen spreekt, bedoelt hij als volgeling van Bultmann niet metafysische realiteiten, maar politieke machten.
Het rapport van sektie IV plaatst het kruis heel sterk in het teken van de strijd tegen armoede en onderdrukking. Het Woord Gods moet worden gelezen vanuit de visie van hen die onderdrukt worden. De traditionele westerse theologie heeft geheel afgedaan. 'Zoals reeds is opgemerkt kunnen bepaalde theologische patronen gebruikt worden als instrumenten van macht en onderdrukking, niet in het minst omdat dergelijke formuleringen niet door de onderdrukte volken kunnen worden gebruikt om hun verstaan van God in Christus uit te drukken. Het feit alleen al dat verschillende theologische formuleringen nu worden ontwikkeld die het accent leggen op Gods aktie in de bevrijding van de Onderdrukten, van de vrouw en van zwarte volken, is een oordeel over de traditionele theologische wijzen van uitdrukken.' Niet slechts de traditionele theologie, maar ook de machtsstrukturen in de kerk (hiërarchie, scheiding tussen leken en geestelijken, 'sexisme', e.d.) moeten het ontgelden. Kritiek van orthodoxe zijde op dergelijke uitspraken werd genegeerd of niet bij meerderheid geaccepteerd. Daarentegen gaat het om een kerk die niet langer exclusivistisch en geprivilegieerd is, maar die kerk van de gekruisigde Christus is, die voor allen leed. 'Kerken neigen ernaar de overheersende en uitbuitende strukturen van de maatschappij te weerspiegelen en te versterken, maar zij zijn daarentegen geroepen lichamen tè zijn die kritisch staan tegenover de status quo. Kerken worden verleid tot gedeeltelijke gehoorzaamheid, maar zij worden geroepen tot totale toewijding aan de Christus die, voordat Hij werd opgewekt, eerst gekruisigd moest worden.'
De gekruisigde en opgestane Christus en Zijn kerk tegenover de status quo. De kerk wordt dan 'de kerk van de armen, de machtelozen en de onderdrukten'. De anderen worden min of meer buiten de kerk geplaatst. 'Zou het niet kunnen zijn dat zij (armen, machtelozen en onderdrukten) van allen de duidelijkste visie hebben en het dichtst in gemeenschap staan met de gekruisigde Christus die in en met hen lijdt? Zou het niet kunnen zijn dat de armen en machtelozen een betekenisvol woord voor de rijken en machtigen hebben, nl. dat Jezus gezocht moet worden aan de rand en gevolgd moet worden 'buiten de stad'. Dat het volgen van Hem toewijding jegens de armen betekent?'
De gekruisigde Christus brengt de kerk in een onvermijdelijk conflict met de machten dezer wereld. De rijke landen die de voorrechten van de rijken en machtigen zoeken te bestendigen, maar christenen moeten juist hun stem verheffen ten gunste van de vrede en bedenken dat vrede alleen gegarandeerd kan worden door een rechtvaardige herverdeling van hulpbronnen.
Wanneer we de verschillende stukken die Melbourne heeft opgeleverd nog eens op ons laten inwerken dan valt er veel principiële en theologische kritiek te geven. Die kritiek komt niet voort uit een theologisch denken dat zich wil vereenzelvigen met al hetgeen de westerse wereld heeft voortgebracht.
Erkend moet worden dat er diepe wonden zijn geslagen in de ziel der volken waarmee het Westen in het verleden in aanraking is gekomen. Niet zonder reden noemde Kraemer dit 'de westerse invasie' van het Oosten. Ik behoef slechts de opiumoorlogen in China of de slavenhandel in Afrika in herinnering te brengen. De collectieve trauma's die door dat onchristelijke optreden zijn veroorzaakt werken tot op de dag van heden krachtig storend in de Noord-Zuid-verhouding door.
Onder volledige erkenning van dit feit mag echter niet worden ontkomen aan fundamentele theologische kritiek op een theologie die zich zó identificeert met de zaak van de arme landen dat dezelfde fout gemaakt wordt als een theologie die zich identificeert met de zaak van de rijke landen. Gelukkig zijn er in de rapporten van Melbourne passages te vinden die voor een dergelijke identifikatie waarschuwen, maar die enkele passages staan tegenover een overweldigende hoeveelheid materiaal dat in een andere richting wijst. Het is eenvoudig niet waar dat het Koninkrijk Gods identiek is met de strijd voor meer gerechtigheid, voor de betere wereld. Het is niet waar dat armen en onderdrukten deel uitmaken van het Rijk omdat ze arm en verdrukt zijn. Of zoals ds. A. I. de Graaf (hij vertegenwoordigde in Melbourne de G.O.S.) eens opmerkte in een bijeenkomst van 'evangelicals': 'Christus stierf niet alleen voor de armen. Het is een fundamentele dwaling en ook een verminking van het Evangelie als men zegt dat Hij gekruisigd werd voor een bepaalde klasse mensen. Op Golgotha ging het niet om klassenstrijd.'
Het Rijk is oneindig veel meer dan de strijd voor rechtvaardige verhoudingen. Toegegeven, het Rijk onttrekt zich niet aan het gebeuren in deze wereld, maar het is niet zo dat we het Rijk kunnen reduceren tot een Hegeliaans verstaan van het wereldgebeuren, waarbij het als het ware de motor, de drijfkracht achter de worsteling om de vooruitgang wordt, die sprongsgewijze tot stand komt. Het Rijk is daarentegen wel de breuk - de Noorse missioloog prof. Holter (Oslo) wees daar in één der plenaire zittingen terecht op - , het tegendeel van de menselijke evolutie. Dat betekent dat het Rijk tegenover een eigen-werkentheologie staat die het Rijk hier en nu op aarde wil vestigen.
Melbourne staat in dit opzicht dicht bij de conferentie van Stockholm van 1925 waar het 'Sociaal Evangelie' zo domineerde. De werkelijkheid van het Rijk is echter dat het alle aardse verwachtingen en hopen telkens weer teleurstelt en teleurstellen zal, totdat Hij komt, waarna alles nieuw zal wezen. Is het vreemd dat in Melbourne de grondtoon genade noch in de discussies, noch in de rapporten heeft doorgeklonken? Waar de grondslagen van de reformatie zijn losgelaten zal men krampachtig blijven pogen utopieën na te streven. Onze hulp is in de Naam des Heeren, die hemel en aarde gemaakt heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's