De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het wonder van Antiochië (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het wonder van Antiochië (4)

(Handelingen 11 : 20-26)

7 minuten leestijd

'En er werd een grote schare de Meere toegevoegd. En Barnabas ging uit naar Tarsen, om Saulus te zoeken; en als hij hem gevonden had, bracht hij hem te Antiochië. En het is geschied, dat zij een geheel jaar tesamen vergaderden in de gemeente, en een grote schare leerden, en dat de discipelen het eerst te Antiochië Christenen genaamd werden.' Hand. 11 : 24b-26)

God doet 'wonderen op wonderen horen'! Daar kijken we wat vreemd, onwennig tegenaan. Soms is 't er toch opeens weer in een gemeente. Een gerucht hier, een heerlijke openbaring van genade daar.

't Is net, of God het zo maar rondom ons (en in ons? ) openspringen laat. Onvergetelijke tijden in een gemeente! Wat is 't daarna soms weer windstil...

Toch blijft de Heere een God van 'wonderen op wonderen'. Soms in één leven, waar van de ene verrassing naar de andere wordt toegeleefd. Wat geeft dat een nabij leven, een gaan van stap tot stap achter Christus aan.

'Wonderen op wonderen'! Enige mannen hebben eerst in Antiochië geëvangeliseerd, het goede Woord gesproken. Een goed woord van Jezus, over Jezus. En een groot getal geloofde, en bekeerde zich tot de Heere.

Maar 't kan niet op: als Barnabas in Antiochië is aangekomen, als Zoon der vertroosting is gaan vermanen en opwekken, groeit de stroom nog breder uit. 'En er werd een grote schare de Heere toegevoegd...'

Daar zit rijke opklimming in: Enige mannen - een groot getal - een grote schare...!

'De Heere toegevoegd...' Niet dus toegevoegd aan die enige mannen. Hoe lag dat voor de hand. Groepsvorming in Antiochië rondom enkele werkers van het eerste uur. Geen denkbeeldig gevaar binnen de gemeente des Heeren.

Ook niet: 'Barnabas toegevoegd'. Gewonnen voor Barnabas, de sympathieke Zoon der vertroosting, met eventueel loslating van de anderen, die toch aan Barnabas niet konden tippen.

Nee, 'de Heere toegevoegd', een grote schare...!

Soms puilen kerken uit, soms ook niet...

Een grote schare - een kleine schare. Al naar gelang men een prediker is toegevoegd?

Wat moeten we hier voorzichtig zijn, zuinig met onze woorden. Wie trekt de mensen, en wie trekt ze niet? Waarmee trekt de een de mensen, en de ander niet? Wie beslist over begaafd en minder begaafd?

Hoe groot zijn hier de gevaren. Hoe noodzakelijk is hier het zelfonderzoek: Zijn wij 'de Heere toegevoegd', of 'de prediker toegevoegd'?

Predikers moeten maar heel erg oppassen. En hoorders niet minder.

'De Heere toegevoegd...' Dat geeft stille binding aan de Woordbediening. Bewaart soms voor veel heen en weer zwerven om 't overal te zoeken.

Wie gaan doorgaans met de buit schuiven? Niet de zwervers, dacht ik. Maar de getrouwen, die altijd maar weer in stille verwachting hun plaats innemen onder het Woord.

Mensen, niet met de vraag: 'Wat zal hij vanmorgen te zeggen hebben? ' Maar mensen, jonger of ouder, met de in gebed voorbereide hunkering: 'Heere, wat zult u vanmorgen te zeggen hebben'?

'Als de ziele luistert...' Wat is dan nog de persoon van de prediker? Daar sterft onze kritiek, en zegent de Heere, 'wat Hem is toegevoegd'!

Intussen, 't schijnt Barnabas wat boven 't hoofd te groeien. Groot is de gemeente, weinig zijn de arbeiders. Daarom: de Zoon der vertroosting gaat op reis. Saulus is zijn man voor dit grote, vruchtbare arbeidsveld. Saulus, een man, thuis in de grote wereldsteden. Ervaren ook in de Joodse en in de Griekse wetenschap.

Dat is een stuk wegcijfering van zichzelf bij Barnabas. Hoe groot kan de verleiding zijn, 't werk alleen vast te houden, als rijke zegen zich openbaart. Alleen weetje, waar je aan toe bent. Maar een ander er bij...? Je moet maar overvleugeld worden, een apostel der heidenen als Paulus naast je krijgen... Berg jezelf maar op, en pak maar in.

Goddeloos gedacht, vindt u? Toch niet gedacht buiten de praktijk. Dienaren van het Woord zoeken alleen dan Gods eer, als de Heere hun hart er voor inwint. Dan alleen. En verder zoeken ze de eer van de Heere niet. Verwacht toch niet méér van hen, dan u naar de Schrift van hen verwachten mag! Hun hart is uw hart; uw zonden zijn ook hun zonden. Predikers zijn geen heiligen...

Tegelijk: wat een weldaad, niet alleen, maar samen een gemeente te mógen dienen. Verbonden aan elkaar in de Heere, samen 'toegevoegd aan de Heere'. Dat is, samen, of met meerderen 'ministerie-weelde'. Een zegen voor het ministerie, een zegen voor een gemeente.

Vanuit Tarsen, Paulus' vaderstad, brengt Barnabas zijn mede-apostel naar Antiochië. Nu kan 't werk weer aangevat, breder, grootser.

Een heel jaar vergaderen ze samen in de gemeente. U mag ook vertalen: 'een vol jaar werden zij gastvrij door de gemeente ontvangen'. In ieder geval: opgenomen beiden door de gelovige gemeente van Antiochië.

U moet daar even bij stil staan. Gods dienaren behoeven niet verwend. Tegelijk kunnen ze zo ontzettend eenzaam zijn. Midden in 't volle gemeenteleven. U kent die psalmregel: 'En alle hoop mij gans ontviel, daar niemand zorgde voor mijn ziel'? (Ps. 142). Gelukkig de predikant, die zielszorg mag bedrijven. Maar ook, opgenomen in de gemeenschap van de gelovigen, eenvoudigen vindt, die zorgen voor zijn ziel... Hoeveel 'zielszorgers' hunkeren in stil verwachten, in het altijd maar weer doorgaan van alle arbeid in prediking, pastoraat, katechese naar zo iemand voor zichzelf. Hoeveel dan één mens betekenen kan voor de hele dienst van die ene, die door de Heere tot de gemeente gezonden werd...! Niemand pleite voor aparte vriendenkringen rondom een predikant. Wij zijn niet tot klassepastoraat geroepen!

Maar vraag mild en gunnend uzelf af: 'Hoe zou het toch komen, dat die of die en de predikant elkaar nogal eens zoeken? Begint u maar met er een stil geheim achter te zoeken van twee harten...

Een vol jaar is gauw om. Maar wat ook in een vol jaar in een gemeente, intern, én onder een 'grote schare', wat extern, niet geleerd kan worden!

Door Paulus en Barnabas mag immers het onderwijs van de Heilige Geest doorgaan. En dat onderwijs maakt 'leerling', discipel van Jezus. Hoe langer hoe meer leerling, discipel. In de wereldstad Antiochië worden meer en meer de Schriften geopend, en Christus ontvouwd als het Lam, door de Vader gegeven voor het verlorene.

Zo begon het eigenlijk in het klein. Nu mag het uitgroeien in het groot.

Onderwijs, in kracht, in geloof, en in de Geest.

Ook in onze tijd zijn ze er: de enige mannen. Hier of daar in de grote stad, waar kerken zijn leeggevloeid. En verder leegvloeien. De gang is er uit...

Houden ze stand? Hoort hun gedurig gebed: 'Broeders, bidt voor ons... En voor onze kinderen...!'

Verrassend zijn ze er ook op het platteland. Soms in ver afgelegen streken, waar 't getuigenis van het Woord als was verstomd. 'Enige mannen', die toch rondom zich iets gaan zien leven. Temidden van veel onkunde. Temid­ den van een wonderlijk, zo onbestemd vaak nog vragen naar de leer van zaligheid in Christus.

Enige mannen...!

Veel jongeren en ook ouderen zijn theologie gaan studeren. Meer dan 'enige mannen'. Veel meer! En de 'plaatsen' schijnen op te raken.

'Geroepen' (ik mag dat aannemen? !); maar straks zonder arbeidsveld? Als de Heere roept, hééft Hij arbeidsveld. Misschien wel ergens, waar we nooit gedacht hadden terecht te komen. Dat kan! Maar: de vrucht is gewaarborgd!

In Antiochië valt voor 't eert de naam: 'Christen'. Gaan 'naam-christen', maar: 'Christen'. Gegeven naam, spotnaam? Erenaam geworden?

De jongste dag is er vandaag nog niet. Dat mag verwachting geven, dat mensen, schuldigen, verlorenen op nog veel plaatsen in kerk, evangelisatie en zending alsnog 'Christenen', discipelen van Jezus gemaakt moeten worden en zullen worden.

Waar dat gebeurt, herhaalt zich 't wonder. Het wonder, waarom tot verheerlijking van Christus, en de Vader en de Heilige Geest gebeden moet: 'Het wonder van Antiochië!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het wonder van Antiochië (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's