De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het beginsel van Afscheiding getoetst (1)

Bekijk het origineel

Het beginsel van Afscheiding getoetst (1)

Dr. H. B. Weyland voor de Gereformeerde Oecumenische Synode

10 minuten leestijd

'Hebben de Gereformeerde Kerken in Nederland door aan te sluiten bij de Wereldraad van Kerken deelgenomen aan een kerkelijk bondgenootschap met het ongeloof? '

'Hebben de Gereformeerde Kerken in Nederland door aan te sluiten bij de Wereldraad van Kerken deelgenomen aan een kerkelijk bondgenootschap met het ongeloof? '

Op deze vraag gaat dr. H. B. Weyland, actuarius van de Gereformeerde Kerken, in voor de Gereformeerde Oecumenische Synode (G.O.S.), die in deze maand in Nimes (Frankrijk) gehouden wordt. Hij stelt daarbij de vraag als uitgangspunt in hoeverre de belijdenis verplicht stelt 'het beginsel van afscheiding' toe te passen op (reformatorische) lidkerken, die rechtens de valse leer tolereren. Het ligt voor de hand, dat dr. Weyland daarbij uitvoerig ingaat op de vraag of de afscheiding van 1834, bij het licht van de belijdenis, met name van de artikelen 27 tot 29 daarin, gewettigd was. Zijn conclusie is in feite negatief. Hij stelt de Nederlandse Geloofs Belijdenis op dit punt tegen de achtergrond van het zicht, dat Augustinus had op de kerk. Hij zegt: 'De vergelijking van de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Acte van Afscheiding tegen de achtergrond van Augustinus' visie op de kerk heeft niet alleen velen in de gereformeerde kerken op een gevoelige wijze verrast maar ook mijzelf als geesteskind van de Afscheiding'.

In het hiervolgende gaan we nader in op wat dr. Weyland bij zijn 'bronnenstudie' ontdekte. Het betreft immers een zaak, die ons als verdeelde kerken in Nederland in hoge mate raakt, waarbij ook niet in het minst het afwijzen van de gedachte van seperatie, door velen die in de Hervormde Kerk hun affiniteit tot de gereformeerde reformatie bleven beleven, in het geding is.

Ware en valse kerk

In de artikelen 27 tot 29 van de N.G.B, gaat het om de ware en valse kerk. Dr. Weyland zegt daarover het volgende: Voor het onderscheid tussen de ware en valse kerk hebben de reformatoren zich op een groot aantal schriftplaatsen beroepen. Vooral wat Christus zegt over de valse profetie (Matt. 7 : 15 en Mare. 13 : 22), over de herder en de huurling (Joh. 10), over het uitgeworpen worden uit de synagoge (Joh. 16 : 1, v.v.) en wat Paulus zegt over de antichrist in de tempel (2 Thess. 2 : 4) worden dikwijls aangehaald wanneer deze onderscheiding wordt gemaakt'. Weyland haalt dan in dit verband ook Luther aan, die zegt: Van het begin van de wereld tot het eind zijn er twee soorten kerken, welke Augustinus noemt Kaïn en Abel'.

We zien hierin - zegt Weyland - een interessante ontwikkeling. Langs de weg van bijbelse uitspraken over ware en valse profetie en het spreken van Augustinus over twee rijken (het Rijk van God en het rijk van de duivel) kwamen de reformatoren tot een spreken over twee kerken (de ware en de valse).

Augustinus echter - zo vervolgt dr. Weyland - was er zeker van dat er slechts één kerk was. Te spreken over twee kerken, als een veelvoud van instituten, van 'soorten kerken', was voor hem evenals voor alle kerkvaders uit de oudheid eenvoudig ondenkbaar. 'Het Lichaam van Christus manifesteert zich in Diens éne (unica) kerk.'

a. 'In de éne katholieke kerk wordt de profetie vervuld. De belofte, gedaan aan Abraham, dat in zijn zaad alle geslachten der aarde gezegend zouden worden, is op een duidelijk waarneembare wijze bewaarheid geworden in de kerk. In die zin is de ene 'catholica' dus ook de erfenis van Christus,

b. In de vervulling van de profetie is niet slechts van belang de uitgebreidheid (over de hele aarde) maar ook de hoedanigheid: de catholica is in wezen ondeelbaar, omdat zij alleen en als enige de belichaming is van het liefdesgebod van Christus. Zij is de eenheid in de liefde.'

Zo trekt Augustinus verregaande conclusies met betrekking tot hen, die zich van de algemene christelijke kerk afscheiden. 'Wie zelf een kerk sticht en deze van nu aan tot de enige kerk verklaart berooft Christus van Zijn erfenis en brengt haar (dat is de kerk) terug tot één gebied, tot een déél. Hij onthooft het lichaam van Christus, omdat hij Hem van Zijn leden scheidt.'

Maar - zegt Augustinus - er is nog meer. Hij, die zichzelf afscheidt van diegenen in de kerk, die werkelijk verkeerd zijn, door een kerk voor zichzelf te stichten, miskent niet alleen de velen die in die kerk achter bleven maar is ook gedwongen hen te veroordelen, door hen op grond van eigen standpunt buiten de zaligmakende kerk te plaatsen.

Dr. Weyland concludeert dan dat Augustinus heel ver ging in het tolereren van het kwaad in de kerk. 'Met een vloed van bijbelse gegevens verdedigde hij zijn "ratio tolerantiae", zijn idee van verdraagzaamheid.' Centraal voor hem was de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe (Matt. 13 : 24-30 en 36-40). 'Hoewel Augustinus niet terugschrok voor tucht in de kerk, was voor hem het belangrijkste, dat al te vaak zondaars moeten worden getolereerd in de kerk vanwege het feit dat ze pelgrimskerk op aarde is.' Ze leeft als het ware in babylonische ballingschap, waaruit ze aan het eind van de tijd pas wordt bevrijd.

Nederlandse Geloofs Belijdenis

Wanneer dr. Weyland dan op de Nederlandse Geloofs Belijdenis zélf ingaat zegt hij, dat artikel 27, in navolging van de belijdenis van Calvijn in 1557, zich wenste te baseren op de Schrift en de kerkvaders: wij belijden één katholieke kerk (Rom. 12 : 4; 1 Cor. 12 : 13, de una catholica)... van het begin van de wereld tot het eind (Gen. 3 : 15; Matth. 8 : 20, de moeder belofte. Abel)... dat Christus een eeuwig Koning is, die zonder onderdanen niet zijn kan (Joh. 17 : 3, 6, 9, de gedachte van de erfenis)... niet bepaald, gebonden of beperkt tot een zekere plaats (Gen. 22 : 18, de belofte aan Abraham)... verenigd met hart en wil in één Geest (Ef. 4 : 5, de band der liefde in de Geest).

De conclusie van dr. Weyland is:

a. De opvatting in de N.G.B, is niet een ware kerk als ideale norm en criterium voor het bepalen van de graad van zuiverheid van een veelvoud van zichtbare kerken. (...)

b. Het is ook niet de opvatting (van de N.G.B.), dat de ware kerk één wettig adres in een bepaalde plaats heeft, waardoor alle andere kerken beschouwd worden als meer of minder vals of onwettig. (...)

Deze gedachte legt teveel een last op het zichtbare institutionele aspect van de kerk.

c. Het is niet waarschijnlijk, dat de belijdenis, als zij verder gaat van art. 27 tot art. 32, voort te schilderen een ontwikkeling van een onzichtbaar ideaal naar een instituut dat nauwkeurig aan te wijzen is. Hoewel Melanchthon en anderen, en op zekere hoogte ook Calvijn, langzaam maar zeker het accent verlegden van het onzichtbare naar het zichtbare aspect van de kerk, wilde de belijdenis niet spreken over een veelvoud van schakeringen, die de ware kerk vormen, maar over de ware kerk.

Dr Weyland gaat dan ook in op de dubbele notie in art. 28 van de N.G.B., dat men zich (enerzijds) moet afscheiden van degenen, die niet van de kerk zijn en men zich anderzijds niet mag afscheiden van degenen, die van de kerk zijn. Zijn conclusie slaat door naar het laatste: 'Artikel 28 leert geen afscheiding van de kerk; in tegendeel, zij roept op tot kerkelijke eenheid van alle ware gelovigen'.

Hij komt dan terzake van de N.G.B, tot de volgende conclusies:

a. Beslissend in de Nederlandse Geloofs Belijdenis, in het bepalen van het verschil tussen de ware en valse kerk, is de gehoorzaamheid aan Christus en de bereidwilligheid te buigen onder Zijn juk. Er zijn derhalve twee motieven: de navolging van Christus in het ware geloof en de eigenwillige verdraaiing van het evangelie, die leidt tot intimidatie en vervolging.

b. De Nederlandse Geloofs Belijdenis is terughoudend om al te zeer te specificeren: d.w.z., de Rooms Katholieke Kerk wordt niet specifiek aangeduid als valse kerk, hoewel ze daarbij wel ingesloten is (...)

c. Vanwege de verwarrende situatie en de innerlijke verdeeldheid, moeten de kenmerken van een ware en valse kerk in hun totaliteit worden toegepast, liever dan afzonderlijk. (...)

d. Het al of niet zijn van ware kerk ligt vooral in de prediking van het Evangelie. In dit opzicht heeft men in het oog te houden de herkenbare stem van de Goede Herder der schapen, liever dan dogmatische nauwgezetheid (Calvijn). (...)

e. Het al of niet zijn van een valse kerk ligt in de eigenwillige en autoritaire gebruikmaking van het Woord van God, hetwelk leidt tot ethisch onrecht van gewetensdwang en vervolging. Het is niet de tolerantie die een kerk vals maakt, maar juist deze onderdrukking.

f. In haar formuleringen geeft de Nederlandse Geloofs Belijdenis derhalve geen grond voor 'een principe van afscheiding' van een kerk, die tolerantie betracht. Vanwege de omstandigheden is het soms nodig veel kwaad door de vingers te zien, hoewel natuurlijk niet zonder ertegen te getuigen.

Afscheiding en Reformatie

In het licht van het bovenstaande toetst dr. Weyland dan de wettigheid van de Afscheiding in de vorige eeuw. Hij gaat daarbij uit van het genoemde beginsel van tolerantie. Wordt - om zo te zeggen - de ware leer in de kerk noch getolereerd, verdragen of niet? Ten tijde van de Reformatie was dat niet het geval. Ten tijde van de afscheiding in 1834 wel. 'Het totaalbeeld van de Nederlandse Hervormde Kerk is zeker niet zo donker als in de Acte van Afscheiding wordt voorgesteld, maar het kan niet worden ontkend, dat door het formele handelen van de kerkleiding vele gelovigen gedwongen werden deel te hebben aan een kerkelijk leven, dat de redding der Schriften in gevaar bracht.'

Letterlijk zegt dr. Weyland het volgende:

'Er was een zekere mate van gelijkheid met de situatie in de 16e eeuw: valse leer, gewetensdwang en vervolging. Daardoor was een zekere mate van identificatie met het lot van de reformatoren begrijpelijk. Toch was bij Calvijn en de zijnen de strijd gericht tegen een kerk, die openlijk verdoemde, het evangelisch geloof, dat de reddinguit genade is. Zulks was nu niet het geval. Behalve het modernisme en de grove taal omtrent de "meest afgrijselijke formuleringen" en de "kluisters opgelegd door Dordt" was er ook veel oprecht geloof onder leidinggevenden in de gemeenten.'

Het is opmerkelijk - zegt dr. Weyland dan - dat de Acte van Afscheiding zwijgt over de passage in artikel 29 (het verdragen van de 'hypocrieten, die niet van de kerk zijn, en over de opmerkingen omtrent de gelovige leden der kerk, die ook het gezicht van de ware kerk bepalen).

Niet onbelangrijk in dr. Weylands betoog - bij het licht van de artikelen 27 tot 29 van de N.G.B. - is tenslotte zijn opmerking, dat als men de valsheid der kerken afmeet aan de normen van de ware kerk, iedere kerk in meerdere of mindere mate vals is, zelfs als het tegendeel waar schijnt te zijn, maar dat als men de kerk meet aan de merktekenen van de valse kerk de conclusie zou moeten zijn: tóch niet vals, en dus in sommige opzichten waar. In dat verband zegt dr. Weyland, dat de duidelijke waarschuwing om niet af te scheiden van hen die van de kerk zijn onvoldoende in het oog gehouden is door de vaderen in de vorige eeuw.

Tot zover het betoog van dr. Weyland. Volgende week hopen we, na deze beknopte en bondige weergave van zijn gedachten, op de hoofdzaak van wat hij aan de orde stelt nader in te gaan, mede in verband met reacties die anderen op dit betoog gaven.

'A principle of Separation (Afscheiding)? ', The Reformed Ecumenical Synod (Vol. VIII, No 1, Juni 1980), adress 1677 Gentian Drive, S.E., Grand Rapids, Michigan, U.S.A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het beginsel van Afscheiding getoetst (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1980

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's