Niet vergeten
Uw Woord zal ik niet vergeten. (Psalm 119 : 16b)
In het dagelijks leven wordt erg gemakkelijk gezegd: 'ik doe het, ik zal het niet vergeten'. Belooft de dichter van psalm 119 dat ook zo gemakkelijk, als hij zegt: 'Uw Woord zal ik niet vergeten'?
De vraag, die ik me stel, als ik dit lees, is: Wie is die dichter? Wat is dat voor man?
We weten van hem eigenlijk niet veel: zijn naam is onbekend, we weten niet of hij oud of jong was, groot of klein, ook niet waar hij woonde enz. Ik kan u er niks van vertellen. Misschien vindt u dat jammer. Maar: eigenlijk doet het er niks toe of je dat weet of niet weet. Er is iets anders dat veel belangrijker is.
Ik weet namelijk, wat de Bijbel voor deze man betekende. Hij is er door gegrepen, het Woord laat hem niet los, hij kan de Bijbel niet meer missen, hij wil ze niet meer kwijt.
En zo is deze psalm eigenlijk één grote lofzang geworden, één jubel, op het Woord des Heeren: 'het is een licht op zijn pad, het is een lamp voor zijn voet om het donker op te klaren'.
Hij wordt door het Woord geleid en getroost, maar ook er door gewaarschuwd. Het is Gods getuigenis, het zijn de inzettingen des Heeren. Hij heeft zo ontzaglijk veel aan dat Woord te danken.
Hij kan dat ook niet in een paar woorden zeggen. Daarom is het zo'n lange psalm geworden (de langste zelfs).
'Uw Woord zal ik niet vergeten.'
Deze dichter is dus een man, die dicht bij het Woord leefde.
Maar dat betekent voor hem helemaal niet, dat je dan als in een harnas zit gesnoerd, en datje helemaal ingeklemd zit, zodat je niet rechts of links kunt.
Integendeel: u moet eens lezen, hoe hij het zelf zegt, b.v. vers 14: 'ik ben vrolijker in de weg Uwer getuigenissen dan over alle rijkdom'. D.w.z. hij is veel blijer met het Woord dan met alle rijkdom van de wereld.
Ik denk ook aan vers 16: 'Ik zal mijzelf vermaken in Uw inzettingen'. D.w.z. hij geniet er van, heeft er plezier in.
Hij kan het Woord ook niet missen. En daarom bidt hij: 'maak in Uw Woord mijn gang en treden vast'.
Om kort te gaan: het is een man, voor wie het Woord zoveel betekent, dat hij zegt: 'ik zal het niet vergeten', want hij kan het niet vergeten.
Het is een slechte zaak, als mensen zo weinig om de Bijbel geven en in veel gezinnen de trouwbijbel niet meer gelezen wordt.
Een kenmerk van onze tijd is, dat het niet meer gaat om God en Zijn Woord en gebod, maar dat het gaat om de mens: wat de mens zegt, denkt en doet. We worden overspoeld door de geest van het horizontalisme en door de geest van het materialisme en het vitalisme (met alle nadruk op het leven) (vita): de mens mag leven zoals hij zelf wil: zo wordt de oerzonde uitgewerkt in het leven van elke dag. Men vraagt niet naar de Heere en Zijn Woord.
En de gelovigen, die moeten leven in deze wereld temidden van een krom en verdraaid geslacht, hebben het moeilijk.
Het lijkt soms alsof God ons ook vergeet. Gods kerk klaagt wel eens: zou God nog wel aan ons denken? Is Hij niet bezig om te vergeten ons genadig te zijn?
Maar toch hebben we de rijke belofte: schoon ik arm ben en ellendig, de Heere denkt aan mij bestendig. 'Ik zal u niet begeven. Ik zal u niet' verlaten', zegt de Heere.
Een ontaarde moeder kan haar kind wel vergeten, maar God vergeet nooit Zijn kinderen.
'Uw Woord zal ik niet vergeten.'
Zo werd de jeugd in Israël opgevoed.
De jongens en meisjes moesten al vroeg leren om het Woord niet te vergeten. In Deuteronomium 6 lees ik, dat God zegt: 'dit woord, dat Ik u heden gebied zal in uw harten zijn en ge zult ze uw kinderen inprenten'. En hoe moesten ze het dan de kinderen inprenten, inscherpen?
Ze moesten op het voorhoofd en op de handen het Woord dragen en het moest op de kozijnen van het huis worden aangebracht.
Voordat men van huis ging, moest men eerst de hand op de masoeka (d.i. het kokertje) leggen, waar de wet van God in zat. Het Woord mocht men niet vergeten.
Later klaagt de Heere verdrietig over Zijn volk; mijn volk wilde niet naar Mijn stemme horen, Israël verliet Mij en Mijn geboon.
'Uw Woord zal ik niet vergeten.'
Wanneer zegt een mens dat?
Als hij ontdekt heeft, dat dat Woord als een zwaard des Geestes wat doet in je leven.
Ik denk aan Abraham: waarom trekt hij uit Ur weg? Omdat hij het elders beter kan krijgen? Of omdat de mensen er vriendelijker zijn? Of omdat er elders meer eten voor zijn vee is? Nee, ... niets van dit alles.
Hij gaat omdat de Heere met Zijn Woord in zijn leven komt: 'Abraham, ga uit uw land en trek naar het land dat Ik u wijzen zal'.
En dan gaat Abraham. Met alles wat hij heeft. Het Woord is hem te sterk geworden. Het Woord stuwt hem voort.
Dat Woord was een kracht.
Zo heeft Paulus het ook ontdekt. Daarom schrijft hij: 'het Woord van God, het evangelie is een kracht van God tot zaligheid'.
Ik kom soms mensen tegen, die zeggen: 'het Woord doet me niks, het zegt me niks' of: 'het zijn alleen maar woorden'. Maar dat hoor je Paulus nooit zeggen.
Voor hem is het Woord een kracht van God. Dat ontdekt ieder mens, die echt met het Woord in aanraking komt.
Het heeft de kracht, als van dynamiet (in het Grieks staat voor kracht het woord: dunamis). Bunkers krijg je alleen kapot en opgeruimd door dynamiet.
We hebben als zondige van God afgevallen mensen van ons leven een bunker gemaakt. We wapenen ons tegen God.
We hebben een bunker van het egoïsme: ons eigen 'ik' is een sterke burcht geworden. We willen ook zelf de belangrijkste zijn, en niet bukken voor een ander, laat staan voor de Heere. We zijn hard en verhard.
Er is ook de bunker van het zelf beslissen, het zelf alles zo goed weten. Wat doet het Woord van God?
Als de Heere met dat Woord werkt door de Heilige Geest, dan houdt geen enkele bunker het uit. Ze gaan er aan door de explosieve tcracht van liet Woord. Ze kunnen niet tegen de dynamiet van het Woord op.
Dat zie je aan Paulus vlak bij Damascus. En wat houd je dan over? Een puinhoop. Met de vraag: Heere, wat wilt u dat ik doen zal? In plaats van de bunkers komen er in de weg van bekering en geloof, de gaven van Christus. Je wordt een veranderd mens. Dat is: een ander mens. Je kunt niet meer zonder het Woord. Paulus werd er van bezeten en zegt ergens: 'wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig'.
En wie door het Woord Christus leert kennen, als Zijn Borg en Middelaar, die ziet de dingen anders, doet het anders, zegt het anders dan de mensen, die Hem niet kennen.
'Uw Woord zal ik niet vergeten.'
Gods Kerk zal ook nooit kunnen vergeten de grote daad, die God deed om te redden. En zo wordt het vleesgeworden Woord hoe langer hoe groter en meer voor je. En je belijdt niet alleen: ik zal het niet vergeten, maar ook: U kan ik niet missen, U Jezus mijn Heer, Ik mis alles, wanneer ik U ontbeer.
Leven bij het Woord is leven dicht bij de Heere. En daarom zingt de kerk van dat Woord:
Ik roem in God, ik prijs het onfeilbaar Woord Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord. Wat sterveling zou mij schenden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juli 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's