‘Een kleine Bijbel in de Bijbel’
De Psalmen
Het zou onjuist zijn onderscheid te maken tussen bijbelboeken en bijbelboeken; alsof het ene boek belangrijker zou zijn dan het andere. Samen vormen ze in hun verscheidenheid de totaliteit van Gods Openbaring.
Het zou onjuist zijn onderscheid te maken tussen bijbelboeken en bijbelboeken; alsof het ene boek belangrijker zou zijn dan het andere. Samen vormen ze in hun verscheidenheid de totaliteit van Gods Openbaring. We mogen geloven, dat het de Heilige Geest zélf is geweest, die mensen heeft geleid bij de canonisering van dié boeken, die nu tot de Heilige Schrift behoren, met uitsluiting van andere boeken. Wanneer in de vroeg-christelijke kerk op verschillende concilies werd uitgesproken welke bijbelboeken canoniek waren, dat wil zeggen welke goddelijk gezag hadden, dan was dat - zegt prof. dr. F. W. Grosheide - geen kwestie van canoniek verklaren, 'maar een belijden, dat aan die en die boeken krachtens hun Goddelijke oorsprong Goddelijk gezag toekwam'.
'Het gezag', zo vervolgt hij, 'rust dan ook allerminst op de verklaring der kerk. Wel kan het getuigenis en de belijdenis van de door Gods Geest geleide kerk ons leren, welke boeken canoniek zijn.' (Chr. Encyclopedie, Kok, Kampen).
Toch zijn er bijbelgedeelten en bijbelboeken die door de tijden heen in de gemeenten zeer geliefd zijn geweest. Tenslotte worden ook niet alle bijbelteksten 'gepreekt'. Het zou interessant zijn eens op een rij te zien hoeveel malen door de tijden heen over bepaalde teksten is gepreekt en over welke teksten nooit gepreekt is en wordt. Niet alle teksten lenen zich om expliciet bepreekt te worden, omdat ze meer de context van bepaalde centrale teksten bepalen. Maar als er één boek is uit de Bijbel dat door de tijden heen doorvorst, doorpreekt en doorleefd is, dan is het ongetwijfeld wel het Psalmboek. Luther noemde het psalmboek 'een kleine Bijbel in de Bijbel': 'En daarom alleen moet het Psalmboek ons lief zijn en dierbaar, dat het van Christus' sterven en Opstanding zo klaar spreekt, en Zijn rijk ons afbeeldt en de stand en het wezen van de hele christenheid. Het mocht wel een kleine Bijbel heten, waarin alles wat in de Bijbel staat, zeer kort en zeer schoon is samengevat.'
Luther had er geen moeite mee, dat in de oudtestamentische psalmen het Nieuwe Testament, met de boodschap van kruis en opstanding, al helemaal doorklonk. En ook niet, dat het psalmboek 'de stand en het wezen van de hele christenheid' uitbeeldt. In de Psalmen ziet men Gods heiligen in het hart, in hun zuchten naar heil, in hun jubel om verlossing, in hun klachten voor het Aangezicht des Heeren, in hun verwondering om uitredding uit tijdelijke en geestelijke nood, in de lof op God om de Verlossing door Hem aangebracht, om Zijn daden van heil, onder de volkeren en in het individuele menselijke leven. In de messiaanse psalmen wordt het heil in Christus in de voorzegging al helemaal bezongen en daarom kon en kan de nieuwtestamentische gemeente de psalmen ook zingen tegen de achtergrond van het heil, dat in Christus is aangebracht: Daarom zijn de psalmen ook in vele talen berijmd en door de gemeente op de lippen genomen. Het is met geen ander bijbelboek geschied. Wel met het psalmboek, waarin de gemeente haar belijdenis van de grote daden Gods uitzingt. Er zijn ongetwijfeld andere, klassieke liederen door de tijden heen ontstaan, die een reflexie op het heil zijn, ingegeven door de inspiratie van dichters. Zulke liederen blijven echter reactie op de Openbaring. De Psalmen zijn de Openbaring zélf, die door de gemeente mag worden meegezongen. Toegegeven, elke berijming blijft achter bij de oorspronkelijke tekst van de Psalmen. Wil men echt de Openbaring zelf zingen dan moet men om zo te zeggen de onberijmde tekst zingen. In elke berijming zit nog iets van het menselijke, van het in dichtvorm brengen door mensen; die daarvoor ook hun eigen woorden nodig hebben. Maar ook in de berijmde psalmen sluiten we toch als christelijke gemeente zo dicht mogelijk aan bij de Openbaring. En dat zo de psalmen door de gemeente ook in het lied geleerd en gezongen zijn, heeft mede bepaald de grote bekendheid, die juist het psalmboek in de gemeente heeft. Hoevelen zijn niet met een psalm op de lippen heengegaan uit dit leven. Hoeveel psalmwoorden - ook van de berijmde psalrnen - komen mensen niet te binnen in allerlei levenssituaties. Het blijkt de realiteit van het leven te zijn, dat men in de psalmen Gods heiligen in het hart ziet.
De psalmberijming van ds. H. Hasper
Eén van de aanleidingen tot dit artikel is een pas verschenen boek van drs. N. van Tellingen, getiteld 'H. Hasper, een omstreden hymnoloog'. Ds. Hasper, die met de kwestie Geelkerken omtrent het spreken van de slang, in 1926 buiten de Gereformeerde Kerken kwam omdat hij de tuchtprocedure om Geelkerken niet kon meemaken - hij kwam toen met Buskes e.a. in de kring van het Hersteld Verband - heeft van de berijming van de psalmen zijn levenswerk gemaakt. Richtte hij zich aanvankelijk op het bewerken van geestelijke liederen, in tweede instantie gaf hij zich geheel aan het vormen van een nieuwe berijming van de psalmen.
Hasper bedoelde kennelijk met zijn psalmberijming de eenheid van hervormden en gereformeerden, maar prof. dr. H. Th. Obbink, hoogleraar te Leiden, zei hem in 1913 al, dat zulk een plan in Nederland zou mislukken: 'Dacht u, dat de Hoge Heren van Javastraat 100 (het toenmalige adres van de Hervormde Synode, v. d. G.) op voet van gelijkheid zouden willen samenwerken met de Gereformeerden? Maar laten wij billijk zijn: dacht u, dat de Gereformeerde Deputaten voor een dergelijk doel zouden willen samengaan met vertegenwoordigers van het 'Synodale Juk van 1816'? '
Haspers berijming werd inderdaad een mislukking. De synode van de Gereformeerde Kerken nam deze berijming wel met algemene stemmen voor gebruik in de gemeenten aan. Ook van hervormde zijde werd door diverse vooraanstaanden met waardering over Haspers berijming geschreven. Maar de berijming vond intussen geen ingang. Het boek van Van Tellingen geeft op boeiende wijze de dramatische gang van de gebeurtenissen weer. De Hervormde Kerk deed niet mee. Maar in de Gereformeerde Kerken vond de bundel ook géén ingang. In de Hervormde Kerk ontstond intussen de 'Commissie-Psalmberijming' onder voorzitterschap van prof. dr. K. H. Miskotte, een commissie, die in 1953 geïntegreerd werd in de 'Interkerkelijke commissie voor de Psalmberijming', een commissie 'die de uiteindelijke verantwoordelijkheid droeg voor de nieuwe berijming van de psalmen, die nu reeds vele jaren een feit is. De bekende voormalige secretaris-generaal van de Hervormde Kerk (dr. K. H. E. Gravemeyer) schreef aan ds. Hasper terzake van de nieuwe berijming, tegen de achtergrond van diens eigen berijming toen: 'Met onze 'dichterlijke' psalmen ben ik helemaal niet gelukkig. Met de uwe was de gemeente beter gediend.'
Intussen heeft de nieuwe berijming het gehaald en Haspers berijming dus niet. Maar de nieuwe berijming heeft de éénheid, die Hasper bedoelde, nog niet bevorderd. Was vóór de invoering van de nieuwe berijming de eenheid, wat het zingen althans van de psalmen betreft, nog een feit, nu geeft - hoe men ook tegen de berijmingen als zodanig aankijkt - de berijmde psalm binnenkerkelijk, interkerkelijk en b.v. ook op de scholen de nodige problemen. Dat is op zich ten zeerste te betreuren. Juist in het zingen van de psalmen - 'de kleine Bijbel in de Bijbel' - kan een bindend element zitten. Dat we er nu als gemeenten en ook als kerken verder door verdeeld zijn is weinig bemoedigend.
Anderzijds moet ik zeggen - ik ben daarin maar héél eerlijk - dat het ook moeilijk te verteren zou zijn als we als kerken de erfenis zouden hebben ontvangen van een psalmberijming, die - hoezeer deze dan ook, om met dr. Gravemeyer te spreken, dichter bij de gemeente stond dan de 'dichterlijke' nieuwe berijming - gemaakt zou zijn door iemand, die zich na zijn overlijden wenste te laten cremeren. Hoezeer hij ook gegrepen was door de psalmen, zodat de berijming ervan zijn levenswerk werd, een crematie is geen christelijk getuigenis. We zullen niet, zoals bij de verschijning van Haspers berijming geschied is, de persoon van de auteur gaan beoordelen (zijn levenstragiek was er namelijk ook), - maar in het gaan van de weg van de heidense lijkverbranding kunnen wij niet meegaan. Dit te zeggen is geen oordeel over de persoon van Hasper maar wel over diens laatste keuze.
Psalmen van Salomo
De tweede aanleiding voor het schrijven van dit artikel is een bij de uitgever Kok verschenen boekje, getiteld 'De pseudepigrafen'. Het bevat namelijk behalve een vierde boek Ezra en het Martyrium van Jesaja ook 'Psalmen van Salomo'. De laatste behoren tot de genoemde pseudepigrafen, oftewel geschriften-onder-valse-naam.
We schreven in het begin van dit artikel iets over de canon, over diè boeken, die door de kerk als zijnde van goddelijke openbaring werden beleden. De apocriefe boeken (Tobut, Judit, Jezus Sirach e.a.) hebben de canon niet gehaald, hoewel deze apocriefe (verborgen) boeken door vele kerkvaders wèl zijn gewaardeerd en ze b.v. ook een plaats kregen achterin de Statenvertaling. Wat door protestanten intussen wordt aangeduid met de benaming.apocrief wordt door rooms-katholieken aangeduid met de benaming pseudo-kanoniek. Daarnaast is er dan de categorie pseudepigrafen. Dat zijn boeken die, als gezegd, onder valse naam zijn geschreven. En juist deze boeken worden door de rooms-katholieken apocrief genoemd.
Het genoemde, bij Kok uitgegeven boekje bevat nu een aantal van zulke geschriften onder valse naam. Daaronder zijn dus 'Psalmen van Salomo'. Hoewel het hier dus niet om echte, canonieke psalmen gaat en hoewel dus zelfs de naam van de auteur niet echt is, gaat het hier toch wel om hoogst interessante geschriften, waaraan met name wat betreft deze psalmen van Salomo zulk een menselijke inspiratie als de psalmdichters hadden ten grondslag ligt. Ze behoren evenwel niet tot de Goddelijke Openbaring.
Hieronder volgt een vertaling, zoals die in het genoemde boekje voorkomt, van één van de psalmen van Salomo.
1 Trek niet van ons weg, o God, opdat niet op ons aanvallen die ons haten zonder oorzaak! 2 Gij hebt hen immers verstoten, o God; laat hun voet uw heilig erfdeel niet vertrappen! 3 Tuchtig Gij ons naar uw wil, maar lever ons niet over aan de heidenen! 4 Want als Gij de dood zendt gebiedt Gij hem toch over ons. 5 Gij zijt toch barmhartig en toornt niet zo dat Gij ons vernietigt. 6 Omdat uw naam onder ons woont zullen wij erbarmen vinden, en de heidenen zullen ons niet overwinnen. 7 Want Gij zijt onze beschermheer: wij roepen U aan en Gij zult ons verhoren. 8 Want Gij zult U te allen tijde over het geslacht Israël ontfermen en zult het niet verstoten. 9 Wij staan immers voortdurend onder uw juk en uw tuchtroede. 10 Gij zult ons ten tijde van uw hulp oprichten, U erbarmen over het huis van Jakob op de dag die Gij hun beloofd hebt.
Onvervangbaar
Intussen zijn de echte psalmen onvervangbaar. Onlangs gaven we enkele typeringen weer van ds. J. T. Doornenbal over die psalmen, die in het hart van de gemeente hun plaats hebben gekregen. Ook al zweren we niet bij één bepaalde berijming, feit is wel dat de berijmde psalmen bekend - want geleerd - zijn in de gemeente. Hopelijk zal ook het navolgende geslacht de psalmen léren. Onze tijd is niet meer zo op het leren ingesteld. Zullen de psalmen, in wèlke berijming dan ook, nog wel meegaan in hoofden en harten van mensen? Het is wel te hopen! Want daarin ligt het geloofsgoed van de gemeente vertolkt. Als zodanig zijn de psalmen als echte Bijbel-liederen onvervangbaar.
Dr. H. Bout schreef eens: 'Als wij zo gaarne de Psalmen zingen, dan weten we ons daarmee één met de Kerk des Heeren van alle eeuwen. Het is éénzelfde leven der genade, dat de Heere alle eeuw door in de harten van mensen werkt.'
Daarbij sluiten we ons graag aan.
N.a.v. drs. N. van Tellingen, H. Hasper: een omstreden hymnoloog, Uitgave Oosterbaan en Ie Cointre, Goes, 181 pag.
M. de Göeij: De Pseudepigrafen, Uitgave J. H, Kok, Kampen, 106 pag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1980
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's